Zoekresultaten 13701-13710 van de 46800 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:212 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170039H

    Herzieningsverzoek niet-ontvankelijk, omdat het niet binnen een redelijke termijn is ingediend.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:139 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-370

    Verzetbeslissing. Geen aanleiding om aan de juistheid van de voorzittersbeslissing te twijfelen. Klager heeft geen stukken overgelegd die zijn klacht ondersteunen. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:120 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-235

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een plastisch chirurg. Het College kan, mede gelet op de ontkenning door klaagster, er niet van uitgaan dat beklaagde informed consent van klaagster heeft gekregen om de borstlift met ankers achterwege te laten. Uit de door klaagster overgelegde foto’s blijkt duidelijk dat haar borsten door de vergroting met de protheses niet (noemenswaardig) zijn gelift, terwijl dit wel haar wens was, zij dit met beklaagde was overeengekomen en zij ook voor deze afgesproken ingreep had betaald. Naar het oordeel van het College heeft beklaagde het liftende effect van de protheses tijdens de operatie in redelijkheid ook niet als voldoende kunnen inschatten. De conclusie is dat beklaagde ten onrechte niet de borstlift met ankers heeft uitgevoerd. Door niet de juiste operatie uit te voeren heeft beklaagde gehandeld in strijd met de zorg die hij jegens klaagster behoorde te betrachten. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond verklaard. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:121 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-006

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een plastisch chirurg. Het is het College niet gebleken dat beklaagde foto’s van klaagster zou hebben gemanipuleerd. Het College kan zich voorstellen dat klaagster er niet gelukkig mee is dat de vervormde foto’s in haar EPD zijn opgenomen, maar gelet op de uitleg van beklaagde hierover kan dit hem niet persoonlijk worden verweten. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2020:8 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2019/36

    Klacht tegen een kinderarts. Klagers zijn de ouders van een jongen van acht jaar oud. Hij wordt opgenomen in het ziekenhuis met hoge koorts. In de differentiaaldiagnose wordt de ziekte van Kawasaki genoteerd. Op dag twee van de opname wordt aan alle criteria van de ziekte van Kawasaki voldaan. Ondanks herhaaldelijk aandringen door klagers wordt de diagnose ziekte van Kawasaki door beklaagde niet gesteld en daarop gerichte behandeling blijft uit. Ook wordt er geen echo van het hart gemaakt om de ziekte van Kawasaki uit te sluiten. Een gevonden enterovirus leverde (ook) een verklaring voor de klachten op. Ondanks dat beklaagde de criteria van de ziekte van Kawasaki is nagelopen en de criteria kende, persisteerde zij bij het enterovirus en mist zij bij het zoontje van klagers de aanwezige kenmerken van de (de subacute fase van de) ziekte van Kawasaki. Twee weken later overlijdt hij (elders) aan de ziekte van Kawasaki. Beklaagde heeft berouw getoond en verbetermaatregelen zijn getroffen. Beklaagde krijgt alles overziend een berisping.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:122 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-029a

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een dermatoloog. Niet is gebleken dat de aios in enig opzicht tekort is geschoten in de zorg voor klaagster, en daarmee ook niet dat beklaagde nalatig is geweest in haar aansturing van de aios. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2020:10 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2019/37

    Klacht tegen kinderarts. Klagers zijn de ouders van een jongen van acht jaar oud. Hij wordt opgenomen in het ziekenhuis met hoge koorts. In de differentiaaldiagnose wordt de ziekte van Kawasaki genoteerd. Op dag twee van de opname wordt aan alle criteria van de ziekte van Kawasaki voldaan. Ondanks herhaaldelijk aandringen door klagers wordt de diagnose ziekte van Kawasaki door beklaagde echter dagenlang niet gesteld en behandeling blijft uit. Ook wordt er geen echo van het hart gemaakt om de ziekte van Kawasaki uit te sluiten. Door beklaagde wordt de relevante richtlijn noch werkboeken geraadpleegd. Een gevonden enterovirus leverde (ook) een verklaring voor de klachten op. Drie weken later overlijdt het zoontje van klagers (elders) aan de ziekte van Kawasaki. Beklaagde heeft berouw getoond en verbetermaatregelen zijn getroffen. Beklaagde krijgt alles overziend een berisping.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2020:9 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2019/35

    Klacht tegen een kinderarts. Klagers zijn de ouders van E, een jongen van acht jaar oud. Hij wordt opgenomen in het ziekenhuis met hoge koorts. In de differentiaaldiagnose wordt door beklaagde de ziekte van Kawasaki genoteerd. Op dag twee van de opname wordt aan alle criteria van de ziekte van Kawasaki voldaan. Ondanks herhaaldelijk aandringen door klagers wordt de diagnose ziekte van Kawasaki door beklaagde echter niet gesteld en daarop gerichte behandeling blijft uit. Een gevonden enterovirus leverde (ook) een verklaring voor de klachten op. Beklaagde gaat op dag vier van de opname met vakantie en draagt de behandeling over aan haar collega’s. Drie weken later overlijdt E (elders) aan de ziekte van Kawasaki. Beklaagde heeft berouw getoond en verbetermaatregelen zijn getroffen. Daarnaast is beklaagde maar kort bij de behandeling van E betrokken geweest. Beklaagde krijgt een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:123 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-029b

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een plastisch chirurg. Beklaagde heeft op goede gronden enig oppervlakkig botweefsel weggefreesd om een goede wondbodem te verkrijgen. Het College overweegt dat het juist is dat bij het frezen van het bot geen representatief weefsel voor pathologisch-anatomisch onderzoek weefsel wordt verkregen. Verder is de keuze voor een minder ingrijpende behandeling in dit geval goed te verdedigen. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2020:9 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2020/09 VB 2020/10 VB 2020/11 VB 2020/12

    In deze uitspraak oordeelt het Veterinair Beroepscollege, anders dan het Veterinair Tuchtcollege, dat de Stichting Animal Rights ontvankelijk is in haar klachten tegen vier dierenartsen die gezondheidscontroles uitvoerden voor de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA) bij varkens in verband met hun vervoer naar een slachthuis, en die daartoe een gezondheidscertificaat hebben afgegeven. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat artikel 8:15, tweede lid, aanhef en onder a van de Wet dieren waarin is bepaald wie een klacht kan indienen, ruim kan worden uitgelegd: “degene die als gevolg van dat handelen rechtstreeks in zijn belang is getroffen’ kan niet alleen de (voormalig) houder of eigenaar van een dier zijn, maar onder omstandigheden ook een rechtspersoon. Ten aanzien van de invulling van het belanghebbendenbegrip zoekt het Veterinair beroepscollege aansluiting bij het vergelijkbare begrip in artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht . De stichting kan gelet op haar doelstelling en feitelijke werkzaamheden in haar klachten tegen de dierenartsen worden ontvangen. Het Veterinair Beroepscollege is verder van oordeel dat het veterinaire tuchtrecht ook op de betreffende werkzaamheden van de dierenartsen van toepassing is en dat daarmee voldaan is aan het ontvankelijkheidsvereiste van artikel 8:15, eerste lid, dat de klacht is gericht “tegen een dierenarts of een andere persoon die is toegelaten tot het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen, wegens het in strijd handelen met artikel 4.2”. Het door de stichting ingestelde beroep is gegrond. Het VTC heeft het onderzoek in deze zaak heropend en zal na een schriftelijke uitwisseling van standpunten op een nader te bepalen zitting overgaan tot de inhoudelijke behandeling van de klachten.