Zoekresultaten 13091-13100 van de 46829 resultaten
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:276 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-371
- Datum publicatie: 14-01-2021
- Datum uitspraak: 13-07-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:276
Voorzittersbeslissing over klacht tegen deken. Verweerder heeft voorafgaand aan de eerste aanwijzing van een ervaren strafpleiter als advocaat aan klager op grond van art. 13 Aw een kennismakingsgesprek tussen klager en die advocaat geregeld. Naar het oordeel van de voorzitter had het toen op de weg van klager gelegen om zijn eventuele twijfels over de deskundigheid over die advocaat kenbaar te maken bij verweerder, maar dat klager dat heeft gedaan is gesteld noch gebleken. Na onttrekking van die advocaat mocht verweerder afwijzend beschikken op het tweede verzoek van klager tot aanwijzing van weer een advocaat in diezelfde zaak. Ruime beleidsvrijheid deken. Klachten kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2020:34 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/29
- Datum publicatie: 14-01-2021
- Datum uitspraak: 21-12-2020
- ECLI:NL:TNORSHE:2020:34
Klager verwijt de notaris (kort gezegd) dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld bij het opstellen en uitvoeren van de depotovereenkomst. Klager stelt dat de notaris de depotovereenkomst niet conform het door de meeste notarissen gehanteerde model heeft opgesteld, maar hij heeft deze stelling niet gemotiveerd en/of onderbouwd. Zo heeft klager niet concreet gemaakt op welke model-depotovereenkomst hij doelt. Los hiervan is de kamer van oordeel dat een notaris niet verplicht is om bij het opstellen van een depotovereenkomst een eventueel door veel andere notarissen gehanteerde model-depotovereenkomst te volgen. De stellingen van klager, inhoudende dat de depotovereenkomst niet voldoende duidelijk is en dat de notaris in strijd heeft gehandeld met de depotovereenkomst, houden evenmin stand. De klacht wordt ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2020:7 Kamer voor het notariaat Amsterdam 684218/NT20-21
- Datum publicatie: 14-01-2021
- Datum uitspraak: 10-12-2020
- ECLI:NL:TNORAMS:2020:7
De kamer stelt vast dat de inschrijving van de vennootschap van klager in het handelsregister als bestuurder van [G] op zichzelf in overeenstemming was met de (toentertijd) daartoe geuite wens van klager. Echter, door het klakkeloos uitvoeren van die wens (na het opvragen van bewijzen van volstorting van de aandelen), zonder te informeren naar de onderliggende besluitvorming, heeft de kandidaat-notaris zichzelf de kans ontnomen zich te verdiepen in de achtergronden en beweegredenen en aldus de mogelijkheid om klager eventueel te adviseren over de inhoud van het statutair bestuurderschap, de nadelen die daaraan kunnen zijn verbonden en over welke alternatieven voorhanden waren ter bereiking van het door klager gewenste doel. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:270 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-557
- Datum publicatie: 14-01-2021
- Datum uitspraak: 23-11-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:270
Voorzittersbeslissing. In de opdrachtbevestiging is vermeld dat verweerster, na afwijzing van de toevoeging, een voorschotfactuur voor haar eerste werkzaamheden in de letselschadezaak aan klager zal sturen. Klager heeft uitdrukkelijk ermee ingestemd dat zij die kosten alleen bij erkenning van de aansprakelijkheid later bij de wederpartij kan neerleggen en heeft de voorschotfactuur betaald. Klager heeft later zelf een vaststellingsovereenkomst met de verzekeraar van de wederpartij gesloten zonder dat daarbij de aansprakelijkheid is erkend. De overeenkomst die klager heeft gesloten met de verzekeraar wijst er niet op dat er ruimte is om het aan klager in rekening gebrachte voorschot nog neer te leggen bij de verzekeraar, waarna het aan klager zou kunnen worden terugbetaald. In zoverre klager nog bedoelt dat verweerster een met hem gesloten betalingsafspraak niet is nagekomen dan kan, wat daar verder ook van zij, daarvan aan verweerster geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Dat is immers een juridisch geschil dat ter beoordeling voorligt aan de civiele rechter; niet aan de tuchtrechter. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2021:3 Kamer voor het notariaat Amsterdam 684135/NT 20-20
- Datum publicatie: 14-01-2021
- Datum uitspraak: 07-01-2021
- ECLI:NL:TNORAMS:2021:3
Onzorgvuldig handelen van de notaris. De gegeven omstandigheden hadden voor de notaris aanleiding moeten zijn om te twijfelen aan het verlenen van zijn diensten. De notaris heeft onvoldoende oog gehad voor de belangen van klaagster. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:2 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-567
- Datum publicatie: 14-01-2021
- Datum uitspraak: 04-01-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:2
Voorzittersbeslissing. Verweerster mocht namens haar cliënte de voorwaarde blijven stellen dat na het onuitvoerbare vonnis in kort geding eerst een aanvullende regeling voor een veilige overdracht van de kinderen met klager zou worden afgesproken voordat hij de kinderen bij zich zou kunnen hebben. Met deze handelwijze heeft verweerster dan ook geenszins de kortgedinguitspraak gesaboteerd of de belangen van klager onnodig of evenredig geschaad, zonder doel. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2020:35 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2019/56
- Datum publicatie: 14-01-2021
- Datum uitspraak: 21-12-2020
- ECLI:NL:TNORSHE:2020:35
Klaagster maakt de notaris een aantal verwijten ten aanzien van het testament van vader en ten aanzien van de afwikkeling van vaders nalatenschap. De klacht wordt gegrond verklaard voor zover klaagster de notaris verwijt dat hij zich in de brief van 15 april 2019 niet neutraal heeft opgesteld. In die brief heeft de notaris het handelen van de executeur positief gewaardeerd. De notaris had er - zeker nu hij bekend was met de slechte verstandhouding tussen klaagster en de zus en hij niet heeft weersproken dat de executeur een vriend is van de zus - bedacht op moeten zijn dat zijn onpartijdigheid en onafhankelijkheid gevaar liepen. Door in de brief uit te spreken dat de executeur naar beste eer en geweten probeert uitvoering te geven aan het legaat van de woning en de executeur daarbij zeer zorgvuldig te werk is gegaan, heeft de notaris bij klaagster de indruk gewekt dat hij aan de kant van de executeur en de zus stond en heeft hij dus de schijn van partijdigheid gewekt. De klacht wordt voor het overige ongegrond verklaard. Aan de notaris wordt de maatregel van waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2020:8 Kamer voor het notariaat Amsterdam 686508/NT20-28
- Datum publicatie: 14-01-2021
- Datum uitspraak: 22-12-2020
- ECLI:NL:TNORAMS:2020:8
De bewindvoerder van [A] heeft namens [A] een klacht ingediend. Hij verwijt de toegevoegd notaris – kort gezegd – dat hij niet heeft voldaan aan zijn onderzoeksplicht. De toegevoegd notaris had volgens hem dienen te onderzoeken of [A] ‘capabel’ was om een vennootschap op te richten. Daarbij had hij dienen te verifiëren of de vennootschap niet werd opgericht voor malafide doeleinden en of [A] als katvanger werd gebruikt. De kamer is van oordeel dat, hoezeer te betreuren is dat derden misbruik hebben gemaakt van de desbetreffende vennootschap, de toegevoegd notaris ter zake de oprichting van die vennootschap geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Er zijn onvoldoende aanwijzingen dat de signalen bij het passeren van de akte van oprichting zodanig waren dat de toegevoegd notaris binnen de context van het instrumentarium dat hem ten dienste stond meer en verder onderzoek had moeten en kunnen doen. Daarbij neemt de kamer in aanmerking dat [A] op de zitting van de kamer actief en adequaat heeft gereageerd op wat er is gezegd en gevraagd. De conclusie moet zijn dat [A] kennelijk in staat is geweest om zich bij de toegevoegd notaris te presenteren als een geloofwaardig ondernemer. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:271 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-558
- Datum publicatie: 14-01-2021
- Datum uitspraak: 07-12-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:271
Voorzittersbeslissing. Verweerder heeft als partijdige belangenbehartiger van zijn cliënte haar belangen behartigd in haar geschil met klager en mocht in dat kader klager en de mogelijke uitgever erop wijzen dat het betreffende boek over zijn cliënte niet zonder haar instemming uitgegeven mocht worden. Dat verweerder daarbij zijn gezag als advocaat heeft misbruikt en de uitgever (telefonisch) juridisch zou hebben geïntimideerd, is de voorzitter niet gebleken. Verweerder mocht de uitgever benaderen zoals hij heeft gedaan, terwijl klager voldoende mogelijkheden heeft gekregen en ook heeft genomen om ook zijn standpunten kenbaar te maken. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:3 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-631
- Datum publicatie: 14-01-2021
- Datum uitspraak: 04-01-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:3
Voorzittersbeslissing advocaat wederpartij. Blijkens het vonnis heeft de rechtbank beslist dat klaagster een bedrag diende te storten op de derdengeldrekening van de Stichting derdengelden waarvan verweerster medebestuurder is. Klaagster heeft tegen de vordering door verweerster namens haar cliënte tot overmaking van de gevorderde gelden op die derdengeldrekening verweer gevoerd, maar dat verweer is, zo blijkt uit het vonnis, door de rechtbank gepasseerd. Dat klaagster door de beslissing van de rechtbank tot storting op de derdengeldrekening stelt in een afhankelijke positie jegens verweerster te zijn terechtgekomen kan, wat daar ook van zij, verweerster tuchtrechtelijk dan ook niet worden aangerekend. Kennelijk ongegrond.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1309
- Pagina: 1310
- Pagina: 1311
- ...
- Pagina: 4683
- Volgende pagina zoekresultaten