Zoekresultaten 13101-13110 van de 46829 resultaten

  • ECLI:NL:TNORSHE:2020:36 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/2

    Klagers verwijten de oud-notaris - kort gezegd - dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld bij de afwikkeling van de nalatenschappen van erflater en erflaatster. De klacht valt uiteen in zeven onderdelen. Uit het door de oud-notaris gemotiveerde verweer en de door partijen overgelegde stukken blijkt dat klagers op 13 december 2016 al geruime tijd bekend waren met de feiten ter zake waarvan zij de oud-notaris nu verwijten maken. De klacht is op 16 januari 2020 bij de kamer ingediend, dus (ruim) na het verstrijken van de vervaltermijn van drie jaren. Klagers worden daarom niet-ontvankelijk verklaard in de klachtonderdelen 1 tot en met 7. De kamer komt daarmee niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van de door klagers aan het adres van de oud-notaris gemaakte verwijten. Voor zover klagers de kamer verzoeken om van de oud-notaris “te vorderen” dat hij volledige openheid van zaken geeft met betrekking tot de nalatenschappen van erflater en erflaatster, heeft de kamer overwogen dat de Wna niet in deze mogelijkheid voorziet. Klagers worden dan ook niet-ontvankelijk verklaard in dit verzoek

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:9 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-292/DB/ZWB

    Klacht tegen eigen advocaat over kwaliteit van de dienstverlening. Klachtonderdelen 1, 2 en 3 niet-ontvankelijk op grond van artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet. Klachtonderdeel 4 is eveneens deels niet-ontvankelijk op grond van artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet en voor het overige ongegrond omdat niet van onvoldoende voortvarend optreden is gebleken. Klachtonderdeel 5 is ongegrond omdat niet is gebleken dat hij in zijn bejegening van klager belerend en badinerend was. De raad is van oordeel dat de procesvoering zoals geschetst, niet getuigt van een kwaliteit van dienstverlening die onder de maat blijft van wat van een redelijk handelend en redelijk bekwaam advocaat mag worden verwacht. Van onvoldoende dossierkennis is de raad evenmin gebleken. Klachtonderdeel 6 is derhalve eveneens ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:123 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-673/DB/ZWB

    Klacht over gedragingen van advocaat in zijn hoedanigheid van deken. Klacht gaat gedeeltelijk over over gedragingen van de voorgaande deken. Dit onderdeel is niet ingediend binnen de termijn zoals bepaald in artikel 46g lid 1 sub a en daarom niet-ontvankelijk. Verweerder heeft in de procedure bij de tuchtrechter zijn standpunt steeds in zakelijke bewoordingen ingenomen. Dat klager zich niet kan vinden in het door verweerder ingenomen standpunt betekent niet dat het standpunt van verweerder daarmee beledigend en leugenachtig is. Voor zover klager van mening is dat aan het verzoek van verweerder tot schrapping van klager gebreken kleven en zo niet had mogen worden ingediend, had hij dit in zijn verweer tegen het verzoek van verweerder naar voren dienen te brengen. Klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TGDKG:2020:75 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/672501 / DW RK 19/510

    De gerechtsdeurwaarder heeft door onzorgvuldig handelen nagelaten het beslag op de woning van klager door te halen. Klacht is gegrond, maatregel van berisping opgelegd en veroordeling in proceskosten.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:10 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-199/DB/OB

    Klacht tegen eigen advocaat over kwaliteit van de dienstverlening. Klachtonderdelen 1, 2 en 3 niet-ontvankelijk op grond van artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet. Het vierde klachtonderdeel is wel ontvankelijk, maar ongegrond. Dat ten gevolge van een misverstand over het adres van de heer C de deurwaarder in eerste instantie aan een onjuist adres heeft betekend is ongelukkig, maar de raad heeft niet kunnen vaststellen dat deze fout het gevolg is geweest van onzorgvuldig handelen of een onjuiste instructie van verweerder. Klacht deels niet-ontvankelijk, deels ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:2 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2084a

    Klacht tegen chirurg en supervisor aios in zaak met nummer 2084b. Bij een laparoscopische galblaasverwijdering, waarbij gebruik is gemaakt van een Veress-naald, is na aanvang van de operatie bij klaagster een ernstige bloeding ontstaan. Daarop heeft de aios de operatie geconverteerd naar een laparotomie en is om assistentie van verweerder gevraagd, terwijl de bloeding werd getamponneerd. Verweerder is onmiddellijk gekomen en heeft de bloeding weten te stelpen. Klaagster verwijt de chirurg onder meer dat hij onvoldoende adequaat op de ontstane bloeding heeft gereageerd, dat hij het ontstane vaatletsel heeft gemist en dat door hem ten onrechte geen vaatchirurg in consult is geroepen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:11 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-336/DB/OB

    Klacht tegen eigen advocaat over kwaliteit van de dienstverlening. Klachtonderdeel 1 is ongegrond omdat niet is gebleken dat verweerder tegen klaagster heeft gezegd dat zij de zaak niet kon verliezen. Uit de aan de raad overgelegde stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht blijkt dat verweerder zowel in eerste aanleg als hoger beroep als verweer naar voren heeft gebracht dat klaagster een slimme meter had en dat was uitgegaan van onjuiste meterstanden. Ook de feitelijke grondslag van klachtonderdeel 2 ontbreekt dan ook naar het oordeel van de raad. De raad stelt vast dat verweerder geen schriftelijk advies aan klaagster heeft uitgebracht over de kansen en risico’s in hoger beroep. Dat niet kan worden vastgesteld wat is besproken over de te volgen strategie, de kans van slagen en de te verwachten kosten moet dan ook voor verweerders rekening komen. Dit onderdeel van de klacht is derhalve gegrond. Waarschuwing. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:12 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/204

    Klager verwijt verweerder onder meer dat hij 1) geen onafhankelijk en adequaat onderzoek heeft verricht tijdens de CBR-keuring, 2) geen zorgvuldig rapport heeft opgesteld, 3) volhardt in zijn conclusie, ondanks dat uit onafhankelijk onderzoek elders blijkt dat klager niets mankeert en 4) onzorgvuldig is omgesprongen met de medische gegevens van klager. Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het college heeft de klacht (iBewerkenn al haar onderdelen) kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:3 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2084b

    Klacht tegen arts-assistent in opleiding tot chirurg. Bij een laparoscopische galblaasverwijdering, waarbij gebruik is gemaakt van een Veress-naald, is na aanvang van de operatie bij klaagster een ernstige bloeding ontstaan. Daarop heeft verweerder de operatie geconverteerd naar een laparotomie en is om assistentie van zijn supervisor gevraagd, terwijl de bloeding werd getamponneerd. De supervisor is onmiddellijk gekomen en heeft de bloeding weten te stelpen. Klaagster verwijt de aios onder meer dat voor de operatie een ongebruikelijke operatietechniek is gebruikt die in strijd was met hetgeen in het ziekenhuis gangbaar was en in strijd was met de geldende richtlijn, dat onvoldoende rekening is gehouden met het feit dat klaagster een zeer magere patiënt was, dat hij onvoldoende voorzichtigheid heeft betracht bij de primaire entree, terwijl expliciet in de richtlijn staat dat bij magere patiënten als klaagster grotere risico’s op vaatletsel bestaan en dat hij teveel druk heeft uitgeoefend op de trocar, dan wel de Veress-naald, waardoor een ernstige bloeding is ontstaan; Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:12 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-345/DB/ZWB

    Klacht van AG tegen advocaat van de verdachte. De klacht heeft betrekking op de toon van en de uitlatingen in de door verweerder voorgedragen pleitnota. Klaagster verwijt verweerder dat deze zich op onnodig grievende wijze heeft uitgelaten over het slachtoffer. Klaagster heeft desgevraagd ter zitting van de raad verklaard dat zij in haar hoedanigheid van advocaat-generaal een van de bewakers van de orde en de naleving van de fatsoenregels in de rechtszaal is en dat zij als procesdeelnemer verontwaardigd was over verweerders uitlatingen. Ook heeft klaagster betoogd dat het slachtoffer niet mag worden belast met het indienen van een tuchtklacht tegen verweerder, dat klaagster voor het slachtoffer mag opstaan en het handelen van verweerder aan de orde mag stellen. Naar het oordeel van de raad heeft klaagster daarmee niet voldoende gemotiveerd gesteld in welk belang zij rechtstreeks is of kan worden getroffen bij de gedragingen van verweerder ter zitting van het hof d.d. 24 januari 2019. Dat is ook niet gebleken. De kern van de klacht betreft de uitlatingen van verweerder over het slachtoffer. Aldus is het slachtoffer, en niet klaagster, degene die rechtstreeks in haar belang kan zijn getroffen. De raad overweegt voorts dat het mede tot de taak van Openbaar Ministerie behoort om een behoorlijke strafrechtspleging en een eerlijk proces in strafzaken te bevorderen. Dat een behoorlijke strafrechtspleging en een eerlijk proces door verweerders optreden in het geding waren is evenwel gesteld noch gebleken. Klaagster is niet-ontvankelijk.