Zoekresultaten 11841-11850 van de 48197 resultaten

  • ECLI:NL:TGDKG:2022:6 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/692126 / DW RK 20/539

    Klager heeft, nog voordat het vonnis werd gewezen, de hoofdsom voldaan. De gerechtsdeurwaarder had dit bij bestudering van het vonnis kunnen en moeten vaststellen. De gerechtsdeurwaarder heeft veel te laat de gevolgtrekking gemaakt dat de hoofdsom al was voldaan. Vastgesteld moet ook worden dat erg onduidelijk is hoe de kosten zijn opgebouwd. In elke specificatie worden verschillende kosten en bedragen genoemd. Evenmin is duidelijk waar de ‘overige kosten’ betrekking op hebben en waarom er incassokosten worden opgevoerd, die in een latere specificatie weer zijn verdwenen. Klager heeft zeer langdurig in onzekerheid verkeerd over de hoogte van de beslagvrije voet, zonder te worden geïnformeerd over de gang van zaken in een situatie dat klager duidelijk financieel nadeel leed. Pas na indiening van de tuchtklacht heeft de gerechtsdeurwaarder goed uitgezocht welke bedragen door de andere gerechtsdeurwaarder werden geind en wat voor gevolgen dat had voor de vaststelling van de BVV. Maatregel opgelegd, te weten twee weken schorsing.*****UITSPRAAK IN HOGER BEROEP: 27 december 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:3620,Het hof:- vernietigt de bestreden beslissing, met uitzondering van de kostenveroordeling;en, in zoverre opnieuw beslissende:- verklaart klachtonderdeel a. ongegrond;- verklaart klachtonderdelen b. en c. gegrond;- legt aan de toegevoegd gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping op.dictum hof *****

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:5 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3177

    Klager verwijt verweerder, bedrijfsarts, het conflict met zijn werkgever te hebben verergerd, door niet eenduidig met klager en de werkgever te communiceren over de (on)mogelijkheid van klager om een telefonisch contact met de werkgever te hebben. Klager is na het niet deelnemen aan het telefoongesprek op staande voet ontslagen door de werkgever. Verweerder voert verweer.

  • ECLI:NL:TACAKN:2022:3 Accountantskamer Zwolle 21/265 Wtra AK

    Klacht over accountant die bestuurder is van een franchiseorganisatie waarbij klagers aangesloten zijn.Klagers hebben een geschil met de voormalige maten van hun administratiekantoor over de waardering van de klantenportefeuille. Een bindend adviseur is niet tot een eindrapport gekomen omdat hij niet beschikte over alle benodigde informatie. Betrokkene heeft op verzoek van de advocaat van de wederpartij van klagers een brief opgesteld waarin zij een conclusie trekt over de waarde van een klantenportefeuille binnen de franchiseformule.Betrokkene wist - of had kunnen weten - dat haar brief in een gerechtelijke procedure zou worden ingebracht. Toch is de conclusie in haar brief niet onderbouwd, er is niet ingegaan op de voorlopige conclusie van de bindend adviseur en er zijn geen voorbehouden gemaakt. De brief heeft geen deugdelijke grondslag, zodat de klacht op dit punt gegrond is.Dat betrokkene een financieel belang had bij de waardebepaling van de klantenportefeuille, zodat haar objectiviteit en integriteit in het geding zijn, is niet aannemelijk gemaakt. De klacht is in zoverre ongegrond. Maatregel: berisping.

  • ECLI:NL:TGDKG:2022:7 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/684057 / DW RK 20/234

    beslissing op verzet. De kamer is het eens met de oorspronkelijke beslissing. Niet valt te achterhalen of de gerechtsdeurwaarder zelf fouten heeft gemaakt bij het informeren van de rechtbank of dat de opdrachtgever de gerechtsdeurwaarder onjuist heeft geinformeerd. Dat klager niet zijn mening kon geven over intrekking van de zaak bij de rechtbank, kan de gerechtsdeurwaarder niet worden verweten nu dat een beslissing van de rechtbank was.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:6 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3222

    Klaagster heeft een klacht ingediend over het handelen van beklaagde (bedrijfsarts) in zijn hoedanigheid als echtgenoot van klaagster en vader van de gezamenlijke kinderen. Klaagster verwijt beklaagde 1) dat hij ongevraagd ongefundeerde en onware diagnoses stelt over haar mentale gezondheid, zonder deskundigheid en zonder bevoegdheid daartoe, 2) dat hij zijn beroepsgeheim heeft geschonden door de bij verwijt 1) genoemde diagnoses in een rechtszaal ten overstaan van derden te uiten, zonder toestemming van klaagster en 3) misbruik maakt van zijn professie als arts door in zijn verklaring meerdere psychiatrische diagnoses over klaagster te geven, de rechter te verzoeken een specialistisch onderzoek naar klaagsters cognitieve vermogens te bevelen en haar als 'incompetent om voor haar kinderen te zorgen' neer te zetten.Beklaagde heeft primair aangevoerd dat klaagster ten aanzien van de klacht (alle verwijten) niet ontvankelijk dient te worden verklaard, dan wel dat de klacht ongegrond dient te worden verklaard. Beklaagde voert aan dat hij heeft gehandeld in de hoedanigheid van echtgenoot tijdens de echtscheidingsprocedure en heeft gehandeld in het belang van zijn kinderen. Beklaagde meent dat het tuchtrecht in dit geval niet van toepassing is en dat hem geen verwijt kan worden gemaakt.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:126 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/2336

    Klaagster dient een klacht in tegen een chirurg over de behandeling van wijlen haar echtgenoot. Zij verwijt de chirurg dat hij onvoldoende supervisie heeft gehad over een arts-assistent, een te afwachtend beleid heeft gevoerd, waardoor de echtgenoot van klaagster te lang heeft moeten lijden, dat de chirurg onvoldoende en tegenstrijdige pijnmedicatie heeft voorgeschreven, onvoldoende het medisch dossier heeft bijgehouden en niet heeft geluisterd naar klaagster (en haar dochters). De chirurg voert verweer.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2022:17 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/3278

    Ongegrond klacht tegen een arts. Bij een bezoek van klager aan de SEH heeft de arts in overleg met haar supervisor de diagnose functionele stoornis gesteld, terwijl later is gebleken dat sprake was van een herseninfarct. Kern van de klacht is dat de arts de diagnose herseninfarct heeft gemist, waardoor klager de mogelijkheid van een trombolysebehandeling is ontnomen. Het college is van oordeel dat de arts een voldoende zorgvuldige wijze tot de werkdiagnose functionele stoornis is gekomen. De klacht dat de arts het veilig en verantwoord heeft geacht om klager naar huis te laten gaan is eveneens ongegrond. Moeilijk om vast te stellen wat de ernst van de uitval en toestand van klager bij vertrek van de SEH waren. Het college stelt vast dat de arts alles wat binnen haar macht lag heeft geprobeerd om klager ter observatie op te nemen. Klacht ongegrond verklaard. Publicatie.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:1 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/2465

    Verweerder (arts) is - na een daartoe verstrekkende opdracht van de kantonrechter aan de bewindvoerder, verzocht een rapportage uit te brengen inzake de wilsbekwaamheid en zorgverlening van betrokkene in verband met een mogelijke ondercuratelestelling. Verweerder concludeert dat betrokkene niet wilsbekwaam is, onder meer wat betreft het inschakelen van een advocaat (gemachtigde). Klager is gemachtigde van betrokkene en kan zich niet in de rapportage vinden. Verweerder voert verweer.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2022:18 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2557

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een neuroloog. Klager is door beklaagde gezien op de SEH. Klager verwijt de beklaagde dat zij niet direct een MRI-scan heeft laten maken, omdat hij al klachten had van het caudasyndroom. Hierdoor is klager te laat geopereerd en heeft hij restklachten. Ook is er onvoldoende nazorg geboden. Het college stelt voorop dat beklaagde alleen betrokken is geweest bij beoordeling op de SEH. Klager is daarna overgedragen aan de dienstdoende neuroloog van die avond en nacht. Op het moment van overdracht was nazorg dus nog niet aan de orde. Het college is van oordeel dat beklaagde gezien de bevindingen op dat moment geen caudasyndroom kon vaststellen. Daarom was er ook geen aanleiding om met spoed een MRI-scan van de rug aan te vragen. Beklaagde heeft wel aangegeven dat een bladderscan nog moest volgen en zij heeft de zorg overgedragen aan de opvolgend neuroloog. Daarmee heeft zij juist gehandeld. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:2 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3325

    Klager verwijt verweerder, huisarts van zijn inmiddels overleden vader, onder meer dat hij heeft nagelaten zijn vader tijdig te informeren over het advies van de fysiotherapeut c.q. dat verweerder te weinig actie heeft ondernomen met betrekking tot de noodzakelijke vervolgbehandeling. Aldus is de vader van klager niet tijdig adequaat behandeld voor een afstervend been. Verweerder voert verweer.