Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

ECLI:NL:TGZRZWO:2020:123 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 058/2020

ECLI: ECLI:NL:TGZRZWO:2020:123
Datum uitspraak: 27-11-2020
Datum publicatie: 27-11-2020
Zaaknummer(s): 058/2020
Onderwerp: Schending beroepsgeheim
Beslissingen: Gegrond, (voorwaardelijke) schorsing inschrijving register
Inhoudsindicatie: Verpleegkundige neemt om onzakelijke reden en ongeautoriseerd kennis van patiëntendossiers. Klacht gegrond. Voorwaardelijke schorsing.

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE TE ZWOLLE

Beslissing d.d. 27 november 2020 naar aanleiding van de op 30 april 2020 bij het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle ingekomen klacht van

A , te B,

vertegenwoordigd door C in haar hoedanigheid als directeur,

bijgestaan door D, jurist bij A te B,

k l a a g s t e r

-tegen-

E , verpleegkundige, (destijds) werkzaam te B,

b e k l a a g d e

1.    HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit het volgende:

-      het klaagschrift met de bijlagen;

-      het verweerschrift met de bijlagen;

-      de repliek met de bijlagen;

-      de e-mail van beklaagde d.d. 21 augustus 2020, dat zij niet op de repliek wenst te reageren;

-      het proces-verbaal van het op 15 september 2020 gehouden gehoor in het kader van het vooronderzoek.

De zaak is behandeld ter openbare zitting van dinsdag 20 oktober 2020, waar zijn verschenen klaagster, bijgestaan door D, en beklaagde.

2.    DE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting dient, voor zover van belang voor de beoordeling van de klacht, van het volgende te worden uitgegaan.

Beklaagde was vanaf november 2017 werkzaam als verpleegkundige bij A. Beklaagde had een zogenaamd flexcontract en in dat kader was zij geautoriseerd voor patiëntendossiers van meerdere afdelingen. Vanaf januari 2018 tot en met februari 2020 heeft beklaagde patiëntendossiers ingezien terwijl ze hiervoor niet geautoriseerd was. Het betrof in totaal tien dossiers waarvan beklaagde vijf patiënten persoonlijk kende.  

Op 4 maart 2020 heeft beklaagde een gesprek gehad met de teamleider van het Flexbureau en de HR-adviseur. In dat gesprek zijn vragen gesteld over de patiëntendossiers die beklaagde had ingezien. Beklaagde heeft in dat gesprek erkend dat zij buiten haar autorisaties om in dossiers van patiënten heeft gekeken. Beklaagde is hierna per direct op non-actief gesteld.

Op 6 maart 2020 heeft beklaagde een tweede gesprek gehad met de teamleider van het Flexbureau en de HR-adviseur. Tijdens dat gesprek kreeg beklaagde lijsten met namen van patiënten onder ogen van wie zij buiten haar autorisatie het dossier heeft ingezien. In het gespreksverslag is hierover het volgende beschreven:

Wij lopen de lijsten door en haar reactie:

1.    4 patiënten verblijven op afdelingen en daarvoor moest zij rapporteren;

2.    5 patiënten die zij kende uit de privésfeer (schoonzus; oud buurmeisje; aangetrouwde nicht; man die bij hen op de boerderij werkt en zijn dochter)

3.    3 patiënten die ook haar achternaam hadden en waarvan ze gekeken heeft of zie die kende.

4.    voor het overige weet ze het niet.

[Beklaagde] zegt over de dossiers onder 2. te hebben gekeken vanuit vakmatige interesse. Zij hoorde verhalen over/van deze patiënten in de privésfeer en was geïnteresseerd vanuit haar vak. Ze wilde haar denkbeelden toetsen door te lezen hoe het met hen ging. Nieuwsgierigheid vindt ze hiervoor een negatief woord en wil dit leergierigheid noemen. Ze noemt dat ze zich in haar leergierigheid heeft laten meeslepen. Voor de dossiers onder 4. was het nodig om haar werk goed te kunnen doen, deze in te zien. Zij heeft wel overwogen aan te geven dat haar autorisaties niet goed waren (dat zij voor deze dossiers geautoriseerd zou moeten zijn), maar hierin geen actie genomen. Zij bevestigd nogmaals, net als het vorige gesprek, dat zij met hetgeen zij heeft gelezen niets heeft gedaan en zich gehouden heeft aan de geheimhoudingsplicht die voor haar geldt. Zij geeft ook aan dat het haar wel erg makkelijk wordt gemaakt om dossiers in te zien. Zij heeft hier nooit eerder een signaal over ontvangen dat dit niet kon. Zij vindt dat A dit had moeten doen, dat is de zorgplicht van de werkgever.

Zij noemt dat er gedurende het kijken in dossiers (hierbij is specifiek stilgestaan bij het dossier van de dochter genoemd onder 2, dat een periode bestrijkt van in ieder geval januari 2019 tot februari 2020) niet heeft stilgestaan bij het feit dat dit niet kon en toelaatbaar is. Zij erkent expliciet bij navraag dat er voor de onder 2 genoemde dossiers geen enkele professionele noodzaak was om deze in te zien.”

Na afloop van het gesprek is beklaagde meegedeeld dat ze op staande voet is ontslagen. Klaagster heeft hierna melding gedaan bij de IGJ en de naam van beklaagde op verzoek bekend gemaakt aan de betrokken patiënten.

3.    HET STANDPUNT VAN KLAAGSTER EN DE KLACHT

Klaagster verwijt beklaagde, zakelijk weergegeven:

-      dat zij over een periode van twee jaar tien medische dossiers van patiënten heeft ingezien zonder dat zij daartoe bevoegd was;

-      dat zij ver buiten de grenzen van haar verpleegkundige professie heeft geacteerd en het vertrouwen van patiënten en collega’s heeft geschaad;

-      dat zij artikel 1, 1.2, 2.13 en 4.7 van de beroepscode van de V&VN heeft geschonden;

-      dat zij de gedragscode 1.3 en 1.5 van A heeft geschonden.

4.    HET STANDPUNT VAN BEKLAAGDE

Beklaagde voert - zakelijk weergegeven - aan dat ze onbevoegd toegang heeft genomen tot medische dossiers. Ze heeft zich echter nooit gerealiseerd dat ze iets deed wat niet mocht omdat ze nooit uitleg heeft gekregen over de werking van het systeem van de elektronische patiëntendossiers. Ze heeft zich laten meeslepen door de problematiek die ze van de betreffende patiënten hoorde en uit leergierigheid heeft ze in die dossiers gekeken. Beklaagde betwist dat ze vertrouwelijke informatie heeft gedeeld in familiaire kring. Ze heeft nooit de intentie gehad om klaagster en anderen schade toe te brengen en biedt hiervoor haar excuses aan. Ze heeft zich niet gerealiseerd dat haar handelen onrechtmatig was en wat daarvan de gevolgen zouden kunnen zijn.

5.    DE OVERWEGINGEN VAN HET COLLEGE

5.1

Beklaagde heeft ten overstaan van het college het verwijt erkend en is daarbij diep door het stof gegaan. Zij heeft zich vooraf niet gerealiseerd wat zij de patiënten en haar collega’s met haar handelen heeft aangedaan.

5.2

Het college merkt op dat beklaagde om onzakelijke redenen en ongeautoriseerd kennis heeft genomen van medische dossiers. Het ict rapportage-programma User vraagt bovendien de gebruiker om een reden in te voeren om dossiers te raadplegen. Beklaagde heeft dat niet naar waarheid ingevuld. Met haar handelen heeft beklaagde de kern van haar beroepsintegriteit geschonden. Zij heeft het vertrouwen geschonden dat patiënten in de gezondheidszorg moeten kunnen hebben. Dezen moeten zonder vrees voor onbevoegde kennisneming persoonlijke informatie kunnen delen. De patiënten die het betrof en die beklaagde kennen, weten nu dat beklaagde op de hoogte is van gevoelige medische gegevens over hen. Tevens is daarmee het vertrouwen geschonden van collega’s die gegevens aan het medisch dossier moeten kunnen toevertrouwen, zonder ermee rekening te hoeven houden dat deze zonder geldige reden door anderen worden ingezien. Door toedoen van beklaagde hebben zij het op hen rustende beroepsgeheim evenmin ten volle kunnen waarmaken en beschermen. De klacht is in alle onderdelen gegrond.

5.3

Het college dient zich thans te beraden over een passende maatregel. Beklaagde heeft gehandeld zonder na te denken over de consequenties. Het gaat daarbij om schending van het beroepsgeheim van collega’s en van de privacy van de betrokken patiënten, wezenlijke onderdelen van de medische beroepsethiek. De omvang van de schending betreft 10 dossiers over een termijn van twee jaar. In deze procedure heeft beklaagde pas ten volle verantwoordelijkheid genomen voor hetgeen zij heeft gedaan en inzicht getoond in de gevolgen die dat heeft gehad voor de betrokken patiënten en voor haar collega’s. Alles overziend, acht het college een voorwaardelijke schorsing voor de duur van zes maanden op zijn plaats.

5.4

Het college zal om redenen aan het algemeen belang ontleend tevens bepalen dat deze beslissing in haar geheel geanonimiseerd in de Staatscourant zal worden bekendgemaakt en aan door hem aangewezen tijdschriften ter bekendmaking zal worden aangeboden.

6. DE BESLISSING

Het college:

-      verklaart de klacht gegrond; 

-      legt aan de verpleegkundige de maatregel op van schorsing van haar inschrijving in het BIG-register voor de duur van zes maanden en bepaalt dat deze schorsing niet ten uitvoer wordt gelegd dan nadat het college zulks heeft gelast op grond van het feit dat de verpleegkundige binnen de proeftijd – die hierbij wordt bepaald op twee jaar - zich schuldig heeft gemaakt aan enig handelen of nalaten dat in strijd is met de goede zorg die zij als verpleegkundige behoort te betrachten dan wel in strijd is met het belang van de individuele gezondheidszorg;

-      bepaalt voorts dat de beslissing ingevolge artikel 71 van de Wet BIG in de Staatscourant zal worden bekendgemaakt en aan het Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Gezondheidszorg Jurisprudentie, het Tijdschrift voor Verpleegkunde (TVZ), Nursing en het V&VN Magazine ter bekendmaking zal worden aangeboden.

Aldus gegeven door P.A.H. Lemaire, voorzitter, J.C.J. Dute, lid-jurist, R. Broeren-Woudstra en M.G. Roseboom-Coenen en P.A. Arnold, leden-beroepsgenoten, in tegenwoordigheid van G.E. Bart, secretaris.                                                                                                  

                                                                                                                 voorzitter

                                                                                                                 secretaris

Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

a.     Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als

- het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard of

- als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard.

Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.

b.     Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.

c.     Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.

U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u is verstuurd.

Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.