Zoekresultaten 1-10 van de 3036 resultaten

  • ECLI:NL:TNORAMS:2026:10 Kamer voor het notariaat Amsterdam 778990 / NT 25/45 778996 / NT 25/46 778999 / NT 25/47

    De klacht ziet op het inschrijven van een kadasterverklaring door de notaris, dan wel de kandidaat-notarissen die de kwestie zelf niet inhoudelijk hebben behandeld, maar alleen – als waarnemer – de verklaringen hebben afgerond die de notaris had voorbereid. In de kern komen deze klachtonderdelen erop neer dat de (kandidaat-)notarissen niet zorgvuldig hebben gehandeld door, zonder nader onderzoek, over te gaan tot inschrijving van de koop met de tien kadasterverklaringen.De notaris stelt dat de kandidaat-notarissen mochten afgaan op wat de notaris hen over de kwestie heeft meegedeeld en verklaard. Bij de behandeling van dit dossier hebben elk van beide kandidaat-notarissen zelfstandig, als waarnemer, één van de tien akten gepasseerd. De (kandidaat-)notarissen zijn daarom in gelijke mate tuchtrechtelijk verantwoordelijk voor hetgeen klager hen verwijt. De kamer constateert met de notarissen dat inschrijving van de koop op grond van artikel 7:3 BW niet expliciet is uitgesloten in de overeenkomst. Partijen twisten in dit verband over de vraag of de overeenkomst zich (daarmee) leent voor inschrijving. Het is echter niet aan de kamer om die vraag te beantwoorden. De vraag die voorligt, is of de notarissen in de gegeven omstandigheden onzorgvuldig hebben gehandeld door tot inschrijving over te gaan. Naar het oordeel van de kamer is dat het geval en hebben de (kandidaat-)notarissen de zorgvuldigheidsnorm geschonden door na te laten nader onderzoek te doen alvorens tot inschrijving van de koop over te gaan. De kamer acht hiervoor de maatregel van waarschuwing passend en geboden.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2026:9 Kamer voor het notariaat Amsterdam 781947 / NT 26-2

    De bestuurders van klaagster (de B.V.) zijn voormalig echtgenoten. De man heeft ten tijde van de scheiding, zonder medeweten van zijn medebestuurder (de vrouw), een hypotheekrecht gevestigd op vijf registergoederen in eigendom van klaagster. Klaagster, vertegenwoordigd door de vrouw, vindt dat de notaris in de kern heeft nagelaten zich ervan te vergewissen dat de vestiging van een hypotheekrecht berustte op volledige en juiste informatie, en onvoldoende zorg betracht voor de positie van klaagster, terwijl hij wist dat zij zich in een kwetsbare positie bevond. Gelet op de omvang van de financiering, in combinatie van een intern bestuursconflict en een lopende echtscheiding had de notaris daar volgens klaagster meer oog voor moeten hebben. De notaris is bij de vertegenwoordigingsbevoegdheid uitgegaan van de gegevens uit het Handelsregister. Daaruit bleek dat de man zelfstandig vertegenwoordigingsbevoegd was om klaagster te vertegenwoordigen. Van een conflictsituatie is de notaris niet gebleken. De kamer verklaart de klacht in al haar onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:23 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2026/32

    Notaris passeert levenstestament voor de vader van klager. Daarin is bepaald dat klager en zijn zus (die al jarenlang gebrouilleerd zijn) alleen samen bevoegd zijn om vader te vertegenwoordigen. Klager heeft redelijk belang bij klacht. Klacht over beoordeling van wilsbekwaamheid vader ongegrond. Klacht over onterecht beroep op geheimhoudingsplicht gegrond. Gelet op vaste rechtspraak van het hof oordeelt de kamer dat de notaris naar aanleiding van de vragen van klager uitleg had moeten geven over de gang van zaken rond de totstandkoming en het passeren van het levenstestament. Dit geldt niet alleen voor een notaris tegen wie een tuchtklacht is ingediend, maar ook voor een notaris aan wie – zoals in deze zaak – door iemand die daarbij een redelijk belang heeft vragen worden gesteld over de gang van zaken rond het tot stand komen van een akte.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:24 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/62

    De klaagster heeft een appartement gekocht en de notaris opdracht gegeven om de leveringsakte en de hypotheekakte te verzorgen. Toen bleek dat de bank van de klaagster verlangde dat zij, naast een hypotheek op het appartement, ook een overbruggingshypotheek op haar ‘oude’ woning zou vestigen, rezen er vragen bij de notaris over de beschikkingsbevoegdheid van de klaagster om die overbruggingshypotheek zelfstandig te kunnen vestigen. Volgens de notaris moest daarover eerst duidelijkheid komen.De klaagster verwijt de notaris in de kern dat hij niet heeft meegewerkt aan de hypotheekakte, waardoor ook de levering van het appartement niet kon doorgaan op de beoogde overdrachtsdatum. Daarnaast maakt de klaagster de notaris andere verwijten. De kamer heeft de klacht ongegrond verklaard. De notaris moest laveren tussen het risico van (de wellicht onterechte) ministerieverlening en het risico van (de wellicht onterechte) dienstweigering. In zo’n situatie is het algemene uitgangspunt dat een notaris op grond van zijn eigen deskundigheid een gefundeerde afweging moet maken. De notaris heeft terecht kunnen besluiten om de hypotheekakte (en dus ook de leveringsakte) niet te passeren.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:25 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/64

    De zaak gaat over (de financiële afwikkeling van) een door de notaris gepasseerde akte van verdeling en levering. Bij deze akte was de klaagster zelf niet betrokken, maar wel haar ex-partner en twee familieleden van hem. Volgens de klaagster is bij de totstandkoming van de akte onvoldoende rekening gehouden met haar belangen als schuldeiser van de ex-partner. De klaagster heeft de notaris daarom verzocht om inzage te verlenen in alle relevante stukken van het dossier. De notaris heeft dat geweigerd en doet daarbij een beroep op haar geheimhoudingsplicht. Volgens de klaagster is het beroep op de geheimhoudingsplicht onterecht. De kamer heeft de klacht ongegrond verklaard. Er was geen grond voor dienstweigering en de notaris heeft met een beroep op haar geheimhoudingsplicht terecht kunnen besluiten geen stukken uit het dossier aan de klaagster te geven.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2026:8 Kamer voor het notariaat Amsterdam 778959 / NT RK 25/43 778965 / NT 25/44

    Klacht tegen notaris en kandidaat-notaris: (gedeeltelijk) gegrond. Maatregel voor de betrokken notaris: schorsing (één week). De notaris heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door de hypotheekakte te passeren zonder hierbij te voldoen aan de op hem rustende verplichtingen die volgen uit art. 17 lid 1 jo. art. 43 lid 1 Wna. De kamer neemt in aanmerking dat (i) er in zekere mate sprake is geweest van zelfstandige dossiervoering door de kandidaat-notaris (de notaris was niet, dan wel zeer beperkt, betrokken in het voortraject van de transactie en stond in geen van de e-mails tussen partijen in de cc) en (ii) het haar ambtshalve bekend is dat de kandidaat-notaris ten tijde van deze transactie negen jaar ervaring had en de notaris daarom ook enigszins mocht vertrouwen op juiste dossiervoering door de kandidaat-notaris. Het voorgaande ontslaat de notaris echter niet van zijn eigen verplichtingen op grond van art. 17 lid 1 jo. art. 43 lid 1 Wna. Dat geldt nog meer omdat het de notaris duidelijk moet zijn geweest dat de ouders zich in een moeilijke positie bevonden, omdat hun zoon in een financieel penibele situatie zat. Dat had tot extra zorgvuldigheid bij de notaris moeten leiden. De kamer rekent het de notaris bijzonder aan dat hij de ouders onjuist heeft voorgelicht over het executierecht en de voor de transactie vereiste toestemming van de eerste hypotheekhouder en dat een bankhypotheek is gevestigd, terwijl dit niet (logisch) volgt uit de geldleningsovereenkomst. Daarmee heeft de notaris het vertrouwen dat rechtzoekenden in het notariaat moeten kunnen stellen ernstig geschaad. De notaris heeft in zijn verweer noch ter zitting inzicht getoond in het bijzonder onzorgvuldige van zijn handelen. De kamer acht de maatregel van schorsing voor de duur van één week daarom passend en geboden. Maatregel voor de betrokken kandidaat-notaris: berisping. De kandidaat-notaris heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door tegenover klagers onvoldoende invulling te geven aan de op hem rustende verplichtingen uit art. 17 lid 1 jo. art. 43 lid 1 Wna. De kandidaat-notaris heeft weliswaar de hypotheekakte niet gepasseerd, maar heeft wel directe, zelfstandige, betrokkenheid bij de afhandeling van het dossier gehad, waarbij hij verantwoordelijk is geweest voor het gebrek aan zorgvuldige, juiste, berichtgeving richting klagers. Aangezien de kandidaat-notaris niet de eindverantwoordelijkheid draagt, acht de kamer voor hem de maatregel van berisping passend en geboden.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2026:7 Kamer voor het notariaat Amsterdam 780153 / NT RK 25/51

    De klacht gaat over de afwikkeling van een nalatenschap en bestaat uit zes klachtonderdelen. De kamer heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in de klachtonderdelen één t/m vier vanwege het feit dat de wettelijke driejaarstermijn (artikel 99 lid 21 Wna) ten tijde van het indienen van de klacht (24 november 2025) al verstreken was. Over het vijfde klachtonderdeel heeft de kamer als volgt overwogen. De notaris(klerk) heeft mr. [O] in december 2023 ingeschakeld. De erfgenamen hebben ervoor gekozen ditzelfde te doen op (of rond) 7 maart 2024. Het enkele feit dat mr. [O] gevestigd is in Noord-Brabant, op 150 kilometer afstand van het kantoor van de notaris en in de regio waar de erfgenamen wonen, is onvoldoende om aan te nemen dat er sprake is van partijdig handelen door de notaris(klerk). Dat de erfgenamen er later voor hebben gekozen eveneens mr. [O] in te schakelen, kan de notaris niet worden verweten. De kamer oordeelt dan ook dat de notaris niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en zal dit klachtonderdeel ongegrond verklaren. Over het zesde klachtonderdeel heeft de kamer tot slot het volgende overwogen. De vraag is of de notaris redelijkerwijs tot het passeren van de akte van verdeling mocht overgaan. De kamer beantwoordt deze vraag bevestigend. Voorafgaand aan het passeren van de akte, heeft de notaris zich ervan vergewist alle vragen van klager afdoende te hebben beantwoord en over alle relevante informatie te beschikken. Daarnaast had de notarisklerk op 11 mei 2023, voorafgaand aan het passeren van de akte van verdeling, rekening en verantwoording afgelegd aan de erfgenamen. De kamer is van oordeel dat de notaris op basis van het voorgaande redelijkerwijs tot de conclusie heeft mogen komen dat het geoorloofd was de akte van verdeling te passeren en zal dit klachtonderdeel dan ook ongegrond verklaren.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2026:5 Kamer voor het notariaat Amsterdam 778573 / NT RK 25/42

    Klagers stellen dat de notaris foutief zo niet frauduleus kosten bij klaagster heeft opgevoerd die niet voor haar rekening komen, namelijk Wwft-kosten, kantoorkosten en transactiekosten. (...) Klagers vermoeden dat de notaris veelvuldig van twee walletjes eet. Dat lijkt volgens hen op fraude. De kamer heeft de klacht ongegrond verklaard en heeft hiertoe als volgt overwogen. Nu de drie kosten(posten), waar de klacht betrekking op heeft, door de notaris van de uiteindelijke nota van afrekening zijn verwijderd, is het directe belang van klaagster weg. Daarbij merkt de kamer op dat de kandidaat-notaris de concept nota van afrekening tijdig aan klaagster heeft verzonden. (...) Bij deze stand van zaken heeft klaagster hooguit nog een indirect belang (waren de kosten terecht opgevoerd). Daarover zijn klaagster en de notaris het niet eens. De kamer volgt hierin de lijn van de notaris. Anders dan klaagster stelt, kan er ook bij een ‘kosten koper’ transactie sprake zijn van kosten die voor rekening van de verkoper komen. Dat is hier aan de orde. De controle van de persoon van verkoper en de overboeking van gelden aan haar zijn kosten die aan de persoon van verkoper zijn verbonden en derhalve voor haar rekening komen. De kantoorkosten kon de notaris, gezien artikel 7 van diens Algemene Voorwaarden, separaat in rekening brengen. De drie kosten(posten) zijn door de notaris dus in eerste instantie terecht in rekening gebracht bij klaagster.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:22 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2026/05

    Optreden als boedelnotaris bij verstoorde familieverhoudingen, terwijl de executeur een medewerker van het notariskantoor is. Om schijn van belangenverstrengeling/partijdigheid te voorkomen, doet een notaris er goed aan erop bedacht te zijn dat het vragen kan oproepen als hij/zij als boedelnotaris optreedt in een zaak waar hij/zij nauwer bij betrokken is dan gebruikelijk: dat kan ten koste gaan van het vertrouwen dat rechtzoekenden in het notariaat moeten kunnen stellen en daarom kan het aanbeveling verdienen om zo’n opdracht door te verwijzen naar een notaris van een ander kantoor. Ministerieplicht. Rol boedelnotaris in het algemeen. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:21 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2026/03

    Spoedtestament. De notaris bezoekt een testateur met spoed thuis en spreekt af dat zij de volgende ochtend zal terugkomen voor de wijziging van het testament. ’s-Nachts overlijdt de testateur. Omdat hij zijn testament kort daarvoor ook al twee keer had gewijzigd, het om een ingrijpende wijziging ging en degene die daardoor begunstigd zou worden het initiatief tot dienstverlening had genomen, was de notaris alert op de mogelijkheid van beïnvloeding en heeft zij bewust enige bedenktijd ingebouwd. In de gegeven omstandigheden vindt de kamer dat niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Wel had de communicatie met de klaagster over het moment waarop de notaris zou terugkomen beter gekund, maar dat is onvoldoende voor een tuchtrechtelijk verwijt. Klacht ongegrond.