Zoekresultaten 1-10 van de 2991 resultaten

  • ECLI:NL:TNORARL:2026:2 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/441385 KL RK 24-137

    Klacht ongegrond, omdat deze onvoldoende is onderbouwd.

  • ECLI:NL:TNORARL:2026:3 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/441386 KL RK 24-138

    De notaris had klager opmerkzaam moeten maken op de nog geldende meerwaardeclausule conform haar notariële zorgplicht. Omdat dit geen evident nadeel op heeft geleverd voor klager legt de kamer geen maatregel op.

  • ECLI:NL:TNORARL:2026:4 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/452755 KL RK 25-89

    Klagers hebben onvoldoende inzichtelijk gemaakt waarom erflater het testament taalkundig niet (voldoende) heeft kunnen begrijpen. Een beëdigde tolk is niet vereist. Klagers hebben onvoldoende aangevoerd ter onderbouwing van hun stelling dat de bij de notaris bekende (gezondheids)omstandigheden van erflater aanleiding hadden moeten zijn om verder onderzoek naar de wilsbekwaamheid van erflater te doen. Daarnaast is het testament ruim voor het overlijden van erflater gepasseerd en achtten klagers erflater kort na het passeren van het testament blijkbaar wel in staat tot het verrichten van een andere rechtshandeling. Klagers hebben onvoldoende onderbouwd waarom de notaris met de gesprekken onder vier ogen niet heeft gewaarborgd dat erflater zijn wil op onafhankelijke wijze aan de notaris heeft kunnen overbrengen. Ten slotte heeft de notaris voldoende inzichtelijk gemaakt, binnen de grenzen van zijn geheimhouding, hoe het testament tot stand is gekomen. De klacht ten aanzien van het testament is daarom ongegrond. De klacht is niet-ontvankelijk voor zover deze ziet op het levenstestament.

  • ECLI:NL:TNORARL:2026:5 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/451778 KL RK 25-74

    De notaris is benoemd tot opvolgend executeur in de nalatenschap van de broer van klager. De klacht is niet-ontvankelijk voor zover deze betrekking heeft op andere personen dan de notaris. De klacht is voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2026:3 Kamer voor het notariaat Amsterdam 776618 / NT 25-34

    Klacht 1. De kamer is van oordeel dat de notaris tijdens de bespreking van 5 maart weliswaar heeft geprobeerd klaagster en haar moeder correct voor te lichten, maar dat de notaris niet adequaat is omgegaan met de – naar het oordeel van de kamer – duidelijk hoorbare verwarring bij klaagster. (...) Het had in de gegeven omstandigheden eerder op de weg van de notaris gelegen om klaagster en haar moeder na de bespreking schriftelijk te berichten over hetgeen besproken was en de nog door de moeder van klaagster te ondernemen stappen samen te vatten. Dit geldt vooral waar klaagster, die ook aan de notaris had duidelijk gemaakt ernstig autistisch te zijn, de notaris kort na de bespreking duidelijk heeft gemaakt een en ander niet te begrijpen en hem heeft gevraagd uit te leggen hoe de schenking van de resterende € 4.000 gerealiseerd moest worden. Dat de notaris dit heeft nagelaten, is in strijd met de op hem rustende zorgplicht en valt hem tuchtrechtelijk te verwijten. Dat er uit de bespreking geen opdracht is voortgevloeid en dat de notaris geen kosten in rekening heeft gebracht, zoals door de notaris ter zitting aangevoerd, doet hier niet aan af. (...) De kamer zal dit klachtonderdeel dan ook gegrond verklaren. Maatregel: berisping. Klacht 2. Ter zitting heeft de notaris verklaard dat hij geen opdracht heeft gekregen voor de notariële boedelafwikkeling. De kamer heeft geen reden hieraan te twijfelen en klaagster heeft ook niet onderbouwd dat zij de notaris hiervoor wel opdracht heeft gegeven. Dat de notaris de boedelafwikkeling niet op zich heeft genomen, is hem daarom niet tuchtrechtelijk te verwijten. De kamer zal dit klachtonderdeel dan ook ongegrond verklaren. Klacht 3. Uit de door de notaris afgegeven verklaring van erfrecht blijkt dat klaagster en haar twee broers gedrieën gezamenlijk bevoegd zijn om de goederen die behoren tot de nalatenschap van moeder te beheren en daarover te beschikken. (...) Wat zich precies bij de bank heeft afgespeeld en om welke handtekening het ging waardoor klaagster haar broers ‘vrij spel’ zou geven, is de kamer niet duidelijk geworden. Desgevraagd heeft klaagster niet kunnen uitleggen waarvoor zij destijds haar handtekening moest zetten. Nu de inhoud van de verklaring van erfrecht geen onderwerp is van de klacht en het de kamer niet is gebleken dat de notaris klaagster hierover onjuist heeft geïnformeerd, zal de kamer ook dit klachtonderdeel ongegrond verklaren.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2026:5 Kamer voor het notariaat Den Haag 26-9 en (eerder) 25-56

    Voorzittersbeslissing. Klacht te laat, niet-ontvankelijk. Geen nieuwe termijn voor vereffenaar. II. Verzet tegen voorzittersbeslissing. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:10 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/37

    Levering woning aan klager in kader van AB-BC-transactie, die in “omgekeerde volgorde” is gepasseerd. Kandidaat-notaris heeft niet met vereiste zorgvuldigheid gehandeld door in akte van levering op te nemen dat de kosten voor rekening van koper komen, terwijl in koopovereenkomst was bepaald dat deze voor rekening van verkoper zouden komen. Ook niet naar behoren voldaan aan voorlichtingsplicht, die tot de essentie van het notariële ambt behoort en als een integraal onderdeel van het passeren van de akte moet worden beschouwd en eens te meer geldt als het gaat om een transactie die afwijkt van wat gebruikelijk is. Nu eerst de akte B-C en daarna de akte A-B is gepasseerd, hingen beide leveringen nauw met elkaar samen; als bij één van die transacties een kink in de kabel zou komen, zou dit gevolgen (kunnen) hebben voor de andere transactie. Klager hoefde daar niet op bedacht te zijn en de kandidaat-notaris wist dat B de koopsom die klager naar zijn derdengeldenrekening had overgemaakt, nodig had om op haar beurt de koopsom aan A te kunnen voldoen. Daarom is de kamer van oordeel dat het in de gegeven omstandigheden op de weg van de kandidaat-notaris had gelegen om klager er voor het passeren van de akte B-C over te informeren dat die transactie onderdeel uitmaakte van een AB-BC-transactie waarbij de akten in omgekeerde volgorde werden gepasseerd. De kandidaat-notaris had de beoogde gang van zaken daarbij kunnen toelichten en klager kunnen informeren over de daaraan verbonden risico’s en de mogelijkheden om deze te ondervangen. Zulke informatie valt naar het oordeel van de kamer niet onder de geheimhoudingsplicht. Daarnaast is het de taak van de notaris om vóór de ontvangst van derdengelden zo helder mogelijk met de betrokken partijen af te spreken onder welke voorwaarden welk bedrag aan welke partij zal worden uitbetaald. Op de notaris rust een zwaarwegende zorgplicht met betrekking tot het beheer en de uitbetaling van derdengelden. Door het ontbreken van deze afspraken liepen de bij deze transactie betrokken partijen het risico dat bij een gebrek in de transactie A-B of B-C onduidelijkheid zou ontstaan over welke partij recht zou hebben op uitbetaling. Waarschuwing en proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2026:2 Kamer voor het notariaat Amsterdam 774069 / NT 25-25 774070 / NT 25-26

    Klaagster verwijt de notaris en de kandidaat-notaris [de notarissen] onder meer dat zij klaagster - een besloten vennootschap - niet hebben geïnformeerd over de wetswijziging ten aanzien van de overdrachtsbelasting bij een zuivere juridische splitsing. Daarnaast verwijt klaagster de notarissen dat zij de vennootschap niet hebben gewezen op de fatale termijn voor het deponeren van het splitsingsvoorstel. Volgens klaagster hebben de notarissen ook onjuist - en te laat - geadviseerd over de splitsing van de vennootschap en de stappen die daarvoor nodig waren. Dat de splitsing nadrukkelijk was ingegeven door de fiscale vrijstellingsregeling, waaraan een maximale termijn is verbonden, benadrukt dat de notarissen de vennootschap tijdig hadden moeten informeren over de volgens hen benodigde stappen.Klacht tegen de notaris - ongegrond. De kandidaat-notaris heeft in deze zaak alle contacten met betrokkenen onderhouden en alle correspondentie gevoerd. (...) Naar het oordeel van de kamer kan de notaris in dit geval dan ook geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Klachten tegen de kandidaat-notaris - ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:44 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/453530 KL RK 25-101

    De instemming van klager voor de verkoop en levering van een woning in een nalatenschap waarin klager erfgenaam is, is in verband met het persoonlijke faillissement van klager niet vereist. De curator treedt op in de plaats van klager. Op de notaris rustte geen verplichting om klager te informeren en de notaris mocht erop vertrouwen dat de curator zorg zou dragen voor gedegen informatievoorziening richting klager. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:45 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/454099 KL RK 25-106

    Klager is geen partij in de nalatenschap van erflater in verband met zijn persoonlijke faillissement. De notaris heeft terecht met zowel de curator als de executeur in plaats van klager gecommuniceerd en klager terecht doorverwezen voor informatie. De klacht is ongegrond.