Zoekresultaten 211-220 van de 5473 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:58 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8382

    Kennelijk ongegronde klacht van de werkgever van een medewerkster tegen verweerder, bedrijfsarts. Verweerder heeft de medewerkster begeleid bij haar ziekteverzuim en haar vervolgens arbeidsgeschikt bevonden. Klager verwijt verweerder dat verweerder de medewerkster arbeidsgeschikt heeft bevonden ondanks de afspraak tussen klager en verweerder dat de medewerkster arbeidsongeschikt zou zijn. Deze afspraak is niet gebleken en de organisatorische problemen van klager zijn geen onderdeel van de beoordeling van de arbeids(on)geschiktheid van de medewerkster. Ook verwijt klager verweerder een belangenverstrengeling vanwege een aandelentransactie tussen de arbodienst waarvoor verweerder werkzaam is en de verzuimverzekering van klager. Deze belangenverstrengeling is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:59 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7808

    Deels gegronde klacht van werkneemster over verweerder. Verweerder, arbo-arts, heeft klaagster begeleid na de ziekmelding van klaagster. Klaagster verwijt verweerder dat hij de COPD-klachten van klaagster niet serieus heeft genomen, geen medische informatie heeft opgevraagd bij de huisarts van klaagster en geen verslagen of adviezen van fysieke consulten heeft opgesteld, ook niet na verzoek daartoe. Verweerder adviseerde klaagster re-integratie terwijl hij klaagster niet had gezien en klaagster aangaf daartoe niet in staat te zijn. Ook verwijt klaagster dat verweerder geen mediation heeft geadviseerd en niet heeft gereageerd op het verzoek om een second opinion.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:79 Hof van Discipline 's Gravenhage 260064

    Klacht tegen deken niet wordt verwezen. De voorzitter van het hof is van oordeel dat klager met de onderhavige zaak opnieuw op een oneigenlijke manier het klachtrecht inzet. Het patroon is dat zodra een door klager gevoerde tuchtprocedure niet de door hem gewenste uitkomst heeft, hij een klacht indient over de deken die het onderzoek naar de betreffende klacht heeft gedaan. Zoals klager zeer goed weet omdat hem dat al een en andermaal is duidelijk gemaakt, is de geëigende weg om onvrede over de uitkomst van een dekenonderzoek aan de orde te stellen, het voorleggen van de onderzochte klacht aan de Raad van Discipline. Klager kiest er, door het verschuldigde griffierecht niet te betalen, echter voor om die weg niet te bewandelen. Hierdoor maakt klager misbruik van zijn klachtrecht in de zin van de Advocatenwet. Aan dit handelen van klager moet paal en perk worden gesteld. Klager moet zich realiseren dat aan elke procedure eens een einde komt.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:43 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-857/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening. Klager verwijt verweerder dat hij diverse beroepsfouten heeft gemaakt bij de behandeling van klagers zaak. Klager heeft reeds eerder geklaagd over verweerders optreden. Klager heeft in de eerdere klachtzaak aan verweerder verweten dat hij “in de twaalf zaken die hij voor klager heeft behandeld meerdere beroepsfouten heeft gemaakt”. De raad heeft deze klacht bij beslissing van 24 april 2023 gegrond verklaard en ter zake aan verweerder een berisping opgelegd. Het Hof van Discipline heeft deze beslissing bekrachtigd bij beslissing van 5 april 2024, zodat de beslissing van de raad op die datum onherroepelijk is geworden. Nu de tuchtrechter al onherroepelijk heeft geoordeeld over de aan verweerder verweten beroepsfouten, kan op grond van het “ne bis in idem-beginsel”, zoals vastgelegd in artikel 47b Advocatenwet, niet nogmaals over die beroepsfouten worden geklaagd. De raad zal klachtonderdeel 1 sub a dan ook niet-ontvankelijk verklaren. Over de klacht (k.o. 1 sub b) dat verweerder heeft geprobeerd deze beroepsfouten te verbloemen, heeft de tuchtrechter nog niet onherroepelijk geoordeeld, zodat dit klachtonderdeel wel ontvankelijk is. Dit klachtonderdeel mist echter feitelijke grondslag en is daarom ongegrond. Verweerder heeft wel tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld doordat hij (k.o. 2) de door klager in oktober 2024 opgevraagde dossiers pas in maart 2025 aan klager heeft afgegeven. Verweerder heeft onweersproken gesteld dat hij gedurende de rechtsbijstandsverlening aan klager steeds afschriften van alle stukken aan klager heeft gestuurd. Naar het oordeel van de raad is derhalve niet gebleken dat klager in zijn belangen is geschaad doordat verweerder de dossiers pas op 7 maart 2025 heeft afgegeven. Om die reden is de raad van oordeel dat kan worden volstaan met oplegging van een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:57 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8505

    Volgens klager heeft hij niet alle voorgeschreven medicatie ontvangen. In de apotheek is hem ten onrechte meegedeeld dat hij deze al uit de afhaalautomaat had opgehaald, waarna de medicatie zou zijn geannuleerd. Klager ziet dit als nalatigheid van de apotheker. De apotheker voert verweer en voert aan dat zij de situatie met klager wilde bespreken, maar dat klager direct aangaf de formele tuchtrechtelijke route te willen volgen.Het college oordeelt in raadkamer dat de klacht kennelijk ongegrond is.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:38 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-698/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in alle onderdelen ongegrond. De raad heeft niet feitelijk kunnen vaststellen dat (k.o. 1) verweerster een vertrouwelijk en niet voor haar bestemd e-mailbericht heeft gedeeld met haar cliënten en ter zake actief contact heeft gezocht met de in het e-mailbericht genoemde advocaat (mr. S). Naar het oordeel van de raad stond het verweerster vrij om in het kader van de behartiging van de belangen van haar cliënten de context te schetsen en in dat verband melding te maken van tegen klager ingediende tuchtklachten, zodat hetgeen verweerster in randnummer 22 van de pleitnota heeft gesteld niet kan worden gekwalificeerd als onnodig grievend. Ook k.o. 2 is ongegrond. Het stond verweerster vrij om ter onderbouwing van de in kort geding ingestelde vordering namens haar cliënten te betogen dat de werkwijze van klager een dusdanig ongunstige uitwerking had op de geestelijke en lichamelijke gezondheidstoestand van de moeder dat verder vrij verkeer tussen klager en moeder onverantwoord was. Dat verweerster ter onderbouwing van dat betoog feiten heeft gesteld waarvan zij de onwaarheid kende of behoorde te kennen is de raad niet gebleken. Ook k.o. 3 over verweersters bereikbaarheid is ongegrond. Naar het oordeel van de raad stond het verweerster vrij om in overleg met haar cliënten te bepalen dat het in het kader van de behartiging van de belangen van haar cliënten niet wenselijk was om op alle e-mailberichten van klager te reageren. Ook van het niet beantwoorden van alle telefonische oproepen van klager kan verweerster naar het oordeel van de raad geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Dat klager dan wel zijn cliënte door het niet beantwoorden van e-mailberichten en telefonische oproepen in zijn/haar belangen is geschaad, is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:39 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-737/DB/LI

    Verzet. De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat de verzetgronden van klager niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:40 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-430/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening in alle onderdelen ongegrond. De raad is niet gebleken dat verweerder bij het voeren van verweer en het onderbouwen van de vordering tot schadevergoeding steken heeft laten vallen. Evenmin is gebleken dat verweerder klager onvoldoende heeft geïnformeerd. Verweerder heeft klager uitvoerig geïnformeerd over de mogelijkheden en onmogelijkheden en de (kleine) kans van slagen van de door klager aanhangig gemaakte kort geding procedure. Ook heeft verweerder aan klager uitgelegd wat hij in de “akte verduidelijking eis” namens klager naar voren kon brengen. Dat de rechtbank deze na de zitting ingediende akte heeft toegestaan is uitzonderlijk. Om invulling te geven aan het beginsel van hoor en wederhoor heeft de rechtbank [naam verzekeraar] in de gelegenheid gesteld om op de akte te reageren middels een antwoordakte. [naam verzekeraar] heeft van die gelegenheid gebruikt gemaakt, waarna de rechtbank zich kennelijk voldoende geïnformeerd achtte en heeft bepaald dat vonnis moest worden gewezen. Dat de rechtbank verweerders reactie op de door [naam verzekeraar] ingediende antwoordakte vervolgens heeft geweigerd kan verweerder niet tuchtrechtelijk worden verweten. De klacht dat verweerder de interne klachtprocedure onredelijk, onbillijk en onevenredig lang op zijn beloop heeft gelaten mist feitelijke grondslag en is daarom eveneens ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:58 Hof van Discipline 's Gravenhage 250069

    Klacht van erfgenaam over advocaat wederpartij. Kantoorgenoten van verweerster hebben in het verleden opgetreden voor de (inmiddels overleden) vader van klager. Tussen klager en zijn broer is een geschil ontstaan over de afwikkeling van de nalatenschappen van hun ouders. Verweerster heeft in deze kwestie opgetreden als advocaat van de broer van klager. Klager kan als enig erfgenaam van zijn vader niet worden aangemerkt als (oud-)cliënt van het kantoor van verweerster. Van (schijn van) belangenverstrengeling is geen sprake. Verweerster mocht in het partijdig belang van haar cliënt handelen. Verweerster heeft de haar als advocaat van de wederpartij toekomende vrijheid van handelen niet overschreden toen zij haar cliënt adviseerde om een ten laste van klager gelegd conservatoir beslag te handhaven. Verweerster heeft geen op voorhand evident onjuist juridisch standpunt ingenomen en daarom heeft verweerster niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld nadat later is gebleken dat dit juridisch standpunt onjuist was. De klacht is ook in hoger beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:45 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8237

    Klacht tegen orthopedisch chirurg kennelijk ongegrond. De orthopedisch chirurg heeft tweemaal een heupoperatie bij klaagster uitgevoerd. Klaagster verwijt de orthopedisch chirurg, samengevat, nalatigheid in medisch handelen en het leveren van inadequate (na)zorg. Daarnaast is volgens klaagster sprake geweest van tekortkomingen in de communicatie. Het college oordeelt dat de orthopedisch chirurg niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.