Zoekresultaten 61-70 van de 5402 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:3 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-568/DB/ZWB

    Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:5 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-631/AL/OV

    Raadsbeslissing. De raad is van oordeel dat verweerder onvoldoende duidelijk is geweest over de door hem in rekening te brengen kosten en ook niet adequaat heeft gereageerd op de duidelijke signalen van klager dat de oplopende kosten een probleem zouden gaan worden. Nadien heeft verweerder zelfs nog ruim € 11.000 in rekening gebracht, terwijl verweerder eerder zelf had aangegeven dat normaal gesproken de meeste kosten wel gemaakt zouden zijn. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:125 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/763581 / DW RK 25/31 HE/RH

    Gebleken is dat klaagster de vordering via Klarna zou voldoen. Klarna heeft niet betaald aan de schuldeiser. Het is en blijft echter de verantwoordelijkheid van klaagster dat de vordering van de schuldeiser wordt voldaan. De gerechtsdeurwaarder heeft op verzoek van de schuldeiser klaagster een aanmaning verstuurd om de vordering te voldoen. De gerechtsdeurwaarder mocht dit doen, want de vordering was immers niet betaald. Het geschil dat klaagster heeft is derhalve met Klarna. Niet gebleken is dus dat de gerechtsdeurwaarder tuchtrechtelijk laakbaar heeft gehandeld door de klaagster een aanmaning te versturen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:4 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-541/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over handelen in strijd met gedragsregel 15. Tegen verweerders optreden heeft klager bezwaren geuit en klagers bezwaren zijn ook redelijk. Vast staat dat er sprake is van een familierelatie tussen verweerder en de accountant, dat het advocatenkantoor en het accountantskantoor in hetzelfde pand zijn gevestigd en dat er sprake is van een doorlopende opdracht op grond waarvan verweerders kantoor juridisch advies en / of juridische bijstand verleend aan (klanten van) het accountantskantoor. Tevens staat als onweersproken vast dat verweerders broer heeft bemiddeld in het geschil tussen klager en de heer H, in welk verband zowel klager als de heer H gesprekken hebben gevoerd met verweerders broer, waarbij klager zijn standpunten over het geschil heeft kenbaar gemaakt aan verweerders broer. Vervolgens heeft inschakeling van verweerders kantoorgenoot mr. L plaatsgevonden in het kader van het geschil tussen klager en de heer H. Daarna is verweerder tegen klager geen optreden. De hiervoor genoemde feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, maken naar het oordeel van de raad dat aan de zijde van klager redelijke bezwaren bestaan tegen het optreden van verweerder voor de heer H tegen de aan klager gelieerde vennootschap. Er is daarom niet voldaan aan de in gedragsregel 15 lid 3 genoemde voorwaarde (c) terwijl ook niet is gebleken dat aan voorwaarde (b) is voldaan, zodat het verweerder niet vrij stond om op te treden tegen klager. Gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:1 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2762 Herstelbeslissing

    De gz-psycholoog was de regiebehandelaar van klager bij een GGZ-praktijk. Klagers eigen behandelaar kreeg een andere functie en stopte haar werkzaamheden bij de praktijk. Klager bleef contact met haar zoeken, ook nadat de voormalig behandelaar zei dat ze dat niet wilde en ook de gz-psycholoog hem daarop had gewezen. Om die reden ging de praktijk over tot beëindiging van de behandelingsovereenkomst en verwees klager terug naar de huisarts. Klager is van mening dat de gz-psycholoog geen dringende reden had voor de opzegging en dat hij geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor de voortgang van de behandeling. Verder klaagt hij over schending van de geheimhoudingsplicht doordat de gz-psycholoog zonder goede grond informatie over klager met collega’s en met de office-manager heeft gedeeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:126 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/763932 / DW RK 25/40

    De gerechtsdeurwaarder heeft het dictum van het vonnis waarin duidelijk is opgenomen dat klager eerst aangeschreven moest worden ter zake van de betaling van de proceskosten, miskend. Nu klager tijdig na de aanschrijving daartoe de hoofdsom heeft voldaan, heeft klager voldaan aan het vonnis. Gelet op die tijdige betaling betekent dit dat het gelegde beslag ten onrechte is gelegd. Maatregel van berisping opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:5 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-433/DB/OB

    Verzet. De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat het verzet slaagt. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht weliswaar de juiste maatstaf toegepast, maar gezien de motivering van de beslissing heeft de voorzitter naar het oordeel van de raad onvoldoende rekening gehouden met de door klager naar voren gebrachte feiten, die slechts in zeer beperkte mate door verweerder zijn weersproken. Verzet gegrond. De raad vernietigt de beslissing van de voorzitter van 29 augustus 2025, bepaalt dat partijen worden opgeroepen voor de mondelinge behandeling van de klacht en houdt iedere verdere beslissing aan.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:1 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8699

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster is door de arts gekeurd in verband met de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart. De arts heeft in zijn sociaal-medisch advies geschreven dat klaagster niet voldoet aan de medische criteria voor het toekennen van de kaart. Klaagster verwijt de arts dat zijn sociaal-medisch advies niet strookt met de regelgeving en niet voldoet aan de eisen van een medische rapportage. Ook verwijt zij de arts dat hij haar tijdens het spreekuur onheus heeft bejegend.Het college komt tot het oordeel dat klaagster voor een deel van de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is en dat de klacht voor het overige kennelijk ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:2 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2763 Herstelbeslissing

    De psychotherapeut was de regiebehandelaar van klager bij een GGZ-praktijk. Klagers eigen behandelaar kreeg een andere functie en stopte haar werkzaamheden bij de praktijk. Klager bleef contact met haar zoeken, ook nadat de voormalig behandelaar zei dat ze dat niet wilde en ook de psychotherapeut hem daarop had gewezen. Om die reden ging de praktijk over tot beëindiging van de behandelingsovereenkomst en verwees klager terug naar de huisarts. Klager is van mening dat de psychotherapeut geen dringende reden had voor de opzegging en dat hij geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor de voortgang van de behandeling. Verder klaagt hij over schending van de geheimhoudingsplicht doordat de psychotherapeut zonder goede grond informatie over klager met collega’s en met de office-manager heeft gedeeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:1 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-038/AL/GLD

    Raadsbeslissing. Niet is komen vast te staan dan verweerster niet (tijdig) communiceerde, de opdracht onzorgvuldig zou hebben uitgevoerd, de belangen van klaagster onvoldoende zou hebben behartigd of zich onnodig grievend zou hebben uitgelaten jegens klaagster. Klacht ongegrond.