Zoekresultaten 11-20 van de 47908 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:174 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8913
- Datum publicatie: 15-07-2026
- Datum uitspraak: 15-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:174
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Het zoontje van klager was onder behandeling bij de kliniek waar de fysiotherapeut werkzaam is. Tussen de ouders was sprake van een relationeel conflict. De fysiotherapeut heeft een emailbericht aan de ex-partner van klager gestuurd over de gevolgen voor de gezondheid van het zoontje van een door klager voorgenomen reis, waarna de rechter klagers verzoek om die reis te maken heeft afgewezen. De fysiotherapeut had zich moeten realiseren dat sprake was van een ernstig relationeel conflict. Bovendien was er sprake van een behandelrelatie en had de fysiotherapeut zich sowieso dienen te onthouden van het delen van dergelijke opvattingen. Tot slot heeft de fysiotherapeut zich buiten haar deskundigheidsgebied begeven. De overige klachtonderdelen, over het verstrekken van informatie aan Veilig Thuis en bejegening tijdens een consult, zijn ongegrond. Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:226 Hof van Discipline 's Gravenhage 260243
- Datum publicatie: 15-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:226
Beklag op grond van artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Hoewel de aangewezen advocaat bij de deken heeft aangegeven dat het hem wenselijk voorkwam als hij alleen in het executiegeschil de belangen van klaagster zou behartigen, heeft de advocaat na de weigering van de deken daartoe klaagster geadviseerd hem in de bodemzaak opdracht te geven contact op te nemen met het IJI voor een analyse van het toepasselijke Engelse recht. Dit advies was erop gericht klaagster ook in de bodemprocedure van effectieve rechtsbijstand te kunnen voorzien. Daarmee heeft de advocaat adequaat gehandeld. Klaagster heeft hier kennelijk van afgezien omdat zij het met het advies niet eens was. Dit acht het hof een gemiste kans en in feite heeft klaagster het functioneren van de aanwijzing in die zaak daarmee onmogelijk gemaakt. Daarnaast zijn er geen redenen om te twijfelen aan de totstandkoming of de inhoud van het door de advocaat in het executiegeschil gegeven procesadvies. Uit het dossier rijst het beeld op dat klaagster wil bepalen hoe de rechtsbijstand inhoudelijk vormgegeven moet worden. Dit staat haaks op de voor de advocatuur geldende kernwaarde onafhankelijkheid. Dat klaagster het niet eens is met het procesadvies brengt niet mee dat een andere advocaat moet worden aangewezen door de deken. Het hof is van oordeel dat klaagster in zowel het executiegeschil als de bodemprocedure van effectieve rechtsbijstand is voorzien, en er geen aanleiding bestaat om af te wijken van het uitgangspunt dat de deken slechts eenmalig een advocaat aanwijst.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:127 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9081
- Datum publicatie: 15-07-2026
- Datum uitspraak: 15-07-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:127
Klacht tegen psychiater deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond. Klaagster verwijt de psychiater onder meer dat zij zonder toestemming bijzondere persoonsgegevens van klaagster en haar familieleden heeft verwerkt, privacygevoelige en niet-relevante informatie in een psychiatrisch expertiserapport heeft opgenomen, onjuiste en subjectieve interpretaties heeft weergegeven en niet heeft gehandeld overeenkomstig de professionele standaard. Het college oordeelt dat klachten over de rechtmatigheid van de verwerking van persoonsgegevens en de naleving van de AVG niet tot de bevoegdheid van het tuchtcollege behoren, zodat klaagster in die klachtonderdelen niet-ontvankelijk is. Voor het overige oordeelt het college dat de psychiater de relevante informatie mocht betrekken bij haar beoordeling, dat het aan haar deskundigheid is om de relevantie van die informatie vast te stellen en dat het rapport voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Niet is gebleken dat de opgenomen informatie onjuist, subjectief of irrelevant was of dat de psychiater buiten de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:220 Hof van Discipline 's Gravenhage 250409
- Datum publicatie: 15-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:220
Klacht tegen advocaat wederpartij. Klager verwijt verweerster dat zij heeft opgetreden als advocaat van de Vennootschap waarvan klager en verweerster (indirect) aandeelhouder en (indirect) bestuurder waren. Volgens klager is er sprake van belangenverstrengeling en is hij rechtstreeks in zijn eigen belang geschaad. De raad heeft geoordeeld dat klager niet in zijn klacht kan worden ontvangen omdat hij geen rechtstreeks eigen belang heeft. Het hof oordeelt met de raad dat klager met betrekking tot de procedure tussen de Vennootschap en de ouders van klager geen rechtstreeks eigen belang heeft. Met betrekking tot de procedure tussen de Vennootschap en de klager (en zijn vennootschappen) heeft klager wel een rechtstreeks eigen belang, maar is niet gebleken dat verweerster enige werkzaamheden als advocaat heeft verricht. In zoverre acht het hof de klacht ongegrond. Deels bekrachtiging en deel vernietiging van de raadsbeslissing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:175 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9458
- Datum publicatie: 15-07-2026
- Datum uitspraak: 15-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:175
Grotendeels gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Klaagster was naar de fysiotherapeut verwezen in verband met radiculaire klachten aan haar rechterbeen. Na afloop van het behandeltraject is bij klaagster een diagnose spinaal meningeoom gesteld. Het valt de fysiotherapeut te verwijten dat hij zonder een duidelijke diagnose en behandelplan klaagster is gaan behandelen en de behandeling in een complexe situatie voor het overgrote deel door stagiaires heeft laten uitvoeren die hij onvoldoende heeft gesuperviseerd. De fysiotherapeut had meer regie moeten voeren. Hij had in ieder geval de behandeling moeten overnemen toen bleek dat de klachten verergerden en hij had klaagster vervolgens moeten terugverwijzen naar de huisarts. Ook was de verslaglegging onzorgvuldig en heeft de fysiotherapeut nagelaten het medisch dossier digitaal aan klaagster te verstrekken. Berisping opgelegd.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:221 Hof van Discipline 's Gravenhage 250462
- Datum publicatie: 15-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:221
Klacht tegen advocaat wederpartij. Klaagster is in een eerder arbeidsgeschil met haar toenmalige werkgever bijgestaan door een voormalig kantoorgenoot van verweerder. Verweerder heeft vervolgens de nieuwe werkgever van klaagster bijgestaan in een ontslagzaak tegen klaagster. Klaagster verwijt verweerder dat hij in strijd heeft gehandeld met gedragsregel 15 van de advocatuur (belangenverstrengeling) door tegen haar op te treden, terwijl zij een voormalig cliënte van zijn kantoor is. Verweerder mocht niet optreden tegen zijn voormalige cliënte. Gedragsregel 15 is geschonden. Bekrachtiging raadsbeslissing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:176 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9119
- Datum publicatie: 15-07-2026
- Datum uitspraak: 15-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:176
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster heeft een hartinfarct gehad. Zij verwijt de huisarts dat in de periode daaraan voorafgaand onvoldoende onderzoek is verricht naar de aanhoudende klachten van klaagster, waardoor er te laat een diagnose (essentiële trombocytose) is gesteld. Het college oordeelt dat de huisarts gelet op de toen beschikbare informatie de juiste vervolgonderzoeken heeft ingezet.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:222 Hof van Discipline 's Gravenhage 250379
- Datum publicatie: 15-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:222
Klacht tegen advocaat wederpartij. Klager verwijt verweerster, de advocaat van zijn ex-partner, dat zij in haar processtukken onjuiste en onnodig grievende uitlatingen heeft gedaan, waaronder de uitlating dat er sprake zou zijn geweest van huiselijk geweld en dat er drie stopgesprekken met klager zijn gevoerd. De Raad heeft de betreffende klachtonderdelen ongegrond verklaard. Het hof oordeelt dat verweerder de uitlatingen beter hadden kunnen nuanceren, maar dat ze in het licht van het geschil tussen klager en zijn ex-partner niet tuchtrechtelijk verwijtbaar zijn. Bekrachtiging raadsbeslissing.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:111 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8719
- Datum publicatie: 15-07-2026
- Datum uitspraak: 10-07-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:111
Klacht tegen een tandarts. Klaagster bezocht in januari 2024 de tandarts vanwege cariës in element 35. Ruim een jaar later bleek dat de destijds geplaatste vulling eruit was. Klaagster werd in maart 2025 behandeld door de mondhygiënist en er werd een vulling geplaatst (1 vlaks composiet). Klaagster bleef klachten houden en verwijt de tandarts, samengevat, dat de mondhygiënist dit niet zonder supervisie had mogen doen en dat zij onheus bejegend is door de tandarts. Het college oordeelt dat tandarts er geen blijk had gegeven dat hij op de hoogte was van de beperkingen die gelden ten aanzien van de bevoegdheid van de mondhygiënist bij het zelfstandig vullen van cariës en legt de maatregel van een berisping op.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:223 Hof van Discipline 's Gravenhage 260020
- Datum publicatie: 15-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:223
Intrekking hoger beroep. De raad heeft geoordeeld dat verweerder zijn cliënte over zijn kosten en over een aspect van de processtrategie onvoldoende heeft geïnformeerd en heeft de maatregel van een waarschuwing opgelegd. Klaagster heeft aanvankelijk hoger beroep ingesteld tegen deze beslissing, maar heeft vervolgens kort voor de mondelinge behandeling bij het hof haar klacht ingetrokken. Het hof ziet geen reden om de behandeling van de klacht in het algemeen belang voort te zetten. Vernietiging raadsbeslissing.