We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 11-20 van de 47910 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:153 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2926

    Klager is gediagnosticeerd met Morgellons disease door een collega-dermatoloog van de dermatoloog. De dermatoloog heeft in 2015 een artikel gepubliceerd op huidziekten.nl over Morgellons disease. In dit artikel wordt de ziekte beschreven en verwezen naar een aantal (inter)nationale bronnen. Klager verwijt de dermatoloog dat hij zich in dit artikel beledigend heeft uitgelaten naar patiënten met Morgellons disease. Ook verwijt hij de dermatoloog dat hij niet heeft gereageerd op uitnodigingen van klager om met hem over zijn opvattingen over het artikel in discussie te treden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat klager kennelijk niet-ontvankelijk is in de klacht. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde eindoordeel, omdat klager niet als rechtstreeks belanghebbende kan worden aangemerkt. Het beroep van klager wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:126 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9434

    Klacht tegen een psychiater. Gegrond. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd verwijt de psychiater dat zij kort na het beëindigen van een professionele relatie met een cliënt een intensieve persoonlijke en seksuele relatie is aangegaan, zonder een passende afkoelingsperiode in acht te nemen. Het college oordeelt dat de psychiater de professionele grenzen ernstig heeft overschreden. Zij is een intensieve persoonlijke en seksuele relatie met een cliënt aangegaan, zeer kort na het professionele contact, en heeft dit enige tijd te laten bestaan. Het college weegt bij het opleggen van een maatregel mee dat de psychiater onvoldoende reflectie heeft getoond, haar handelen niet tijdig heeft besproken binnen haar intervisiegroep en zich niet toetsbaar heeft opgesteld in de procedure door niet ter zitting te verschijnen. Omdat de psychiater zich inmiddels uit het BIG-register heeft uitgeschreven, ontzegt het college haar het recht om opnieuw in het BIG-register te worden ingeschreven. Mocht zij ten tijde van de uitspraak opnieuw zijn ingeschreven, dan wordt haar inschrijving doorgehaald.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:174 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8913

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Het zoontje van klager was onder behandeling bij de kliniek waar de fysiotherapeut werkzaam is. Tussen de ouders was sprake van een relationeel conflict. De fysiotherapeut heeft een emailbericht aan de ex-partner van klager gestuurd over de gevolgen voor de gezondheid van het zoontje van een door klager voorgenomen reis, waarna de rechter klagers verzoek om die reis te maken heeft afgewezen. De fysiotherapeut had zich moeten realiseren dat sprake was van een ernstig relationeel conflict. Bovendien was er sprake van een behandelrelatie en had de fysiotherapeut zich sowieso dienen te onthouden van het delen van dergelijke opvattingen. Tot slot heeft de fysiotherapeut zich buiten haar deskundigheidsgebied begeven. De overige klachtonderdelen, over het verstrekken van informatie aan Veilig Thuis en bejegening tijdens een consult, zijn ongegrond. Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:226 Hof van Discipline 's Gravenhage 260243

    Beklag op grond van artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Hoewel de aangewezen advocaat bij de deken heeft aangegeven dat het hem wenselijk voorkwam als hij alleen in het executiegeschil de belangen van klaagster zou behartigen, heeft de advocaat na de weigering van de deken daartoe klaagster geadviseerd hem in de bodemzaak opdracht te geven contact op te nemen met het IJI voor een analyse van het toepasselijke Engelse recht. Dit advies was erop gericht klaagster ook in de bodemprocedure van effectieve rechtsbijstand te kunnen voorzien. Daarmee heeft de advocaat adequaat gehandeld. Klaagster heeft hier kennelijk van afgezien omdat zij het met het advies niet eens was. Dit acht het hof een gemiste kans en in feite heeft klaagster het functioneren van de aanwijzing in die zaak daarmee onmogelijk gemaakt. Daarnaast zijn er geen redenen om te twijfelen aan de totstandkoming of de inhoud van het door de advocaat in het executiegeschil gegeven procesadvies. Uit het dossier rijst het beeld op dat klaagster wil bepalen hoe de rechtsbijstand inhoudelijk vormgegeven moet worden. Dit staat haaks op de voor de advocatuur geldende kernwaarde onafhankelijkheid. Dat klaagster het niet eens is met het procesadvies brengt niet mee dat een andere advocaat moet worden aangewezen door de deken. Het hof is van oordeel dat klaagster in zowel het executiegeschil als de bodemprocedure van effectieve rechtsbijstand is voorzien, en er geen aanleiding bestaat om af te wijken van het uitgangspunt dat de deken slechts eenmalig een advocaat aanwijst.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:127 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9081

    Klacht tegen psychiater deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond. Klaagster verwijt de psychiater onder meer dat zij zonder toestemming bijzondere persoonsgegevens van klaagster en haar familieleden heeft verwerkt, privacygevoelige en niet-relevante informatie in een psychiatrisch expertiserapport heeft opgenomen, onjuiste en subjectieve interpretaties heeft weergegeven en niet heeft gehandeld overeenkomstig de professionele standaard. Het college oordeelt dat klachten over de rechtmatigheid van de verwerking van persoonsgegevens en de naleving van de AVG niet tot de bevoegdheid van het tuchtcollege behoren, zodat klaagster in die klachtonderdelen niet-ontvankelijk is. Voor het overige oordeelt het college dat de psychiater de relevante informatie mocht betrekken bij haar beoordeling, dat het aan haar deskundigheid is om de relevantie van die informatie vast te stellen en dat het rapport voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Niet is gebleken dat de opgenomen informatie onjuist, subjectief of irrelevant was of dat de psychiater buiten de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:220 Hof van Discipline 's Gravenhage 250409

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Klager verwijt verweerster dat zij heeft opgetreden als advocaat van de Vennootschap waarvan klager en verweerster (indirect) aandeelhouder en (indirect) bestuurder waren. Volgens klager is er sprake van belangenverstrengeling en is hij rechtstreeks in zijn eigen belang geschaad. De raad heeft geoordeeld dat klager niet in zijn klacht kan worden ontvangen omdat hij geen rechtstreeks eigen belang heeft. Het hof oordeelt met de raad dat klager met betrekking tot de procedure tussen de Vennootschap en de ouders van klager geen rechtstreeks eigen belang heeft. Met betrekking tot de procedure tussen de Vennootschap en de klager (en zijn vennootschappen) heeft klager wel een rechtstreeks eigen belang, maar is niet gebleken dat verweerster enige werkzaamheden als advocaat heeft verricht. In zoverre acht het hof de klacht ongegrond. Deels bekrachtiging en deel vernietiging van de raadsbeslissing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:175 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9458

    Grotendeels gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Klaagster was naar de fysiotherapeut verwezen in verband met radiculaire klachten aan haar rechterbeen. Na afloop van het behandeltraject is bij klaagster een diagnose spinaal meningeoom gesteld. Het valt de fysiotherapeut te verwijten dat hij zonder een duidelijke diagnose en behandelplan klaagster is gaan behandelen en de behandeling in een complexe situatie voor het overgrote deel door stagiaires heeft laten uitvoeren die hij onvoldoende heeft gesuperviseerd. De fysiotherapeut had meer regie moeten voeren. Hij had in ieder geval de behandeling moeten overnemen toen bleek dat de klachten verergerden en hij had klaagster vervolgens moeten terugverwijzen naar de huisarts. Ook was de verslaglegging onzorgvuldig en heeft de fysiotherapeut nagelaten het medisch dossier digitaal aan klaagster te verstrekken. Berisping opgelegd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:221 Hof van Discipline 's Gravenhage 250462

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Klaagster is in een eerder arbeidsgeschil met haar toenmalige werkgever bijgestaan door een voormalig kantoorgenoot van verweerder. Verweerder heeft vervolgens de nieuwe werkgever van klaagster bijgestaan in een ontslagzaak tegen klaagster. Klaagster verwijt verweerder dat hij in strijd heeft gehandeld met gedragsregel 15 van de advocatuur (belangenverstrengeling) door tegen haar op te treden, terwijl zij een voormalig cliënte van zijn kantoor is. Verweerder mocht niet optreden tegen zijn voormalige cliënte. Gedragsregel 15 is geschonden. Bekrachtiging raadsbeslissing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:176 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9119

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster heeft een hartinfarct gehad. Zij verwijt de huisarts dat in de periode daaraan voorafgaand onvoldoende onderzoek is verricht naar de aanhoudende klachten van klaagster, waardoor er te laat een diagnose (essentiële trombocytose) is gesteld. Het college oordeelt dat de huisarts gelet op de toen beschikbare informatie de juiste vervolgonderzoeken heeft ingezet.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:222 Hof van Discipline 's Gravenhage 250379

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Klager verwijt verweerster, de advocaat van zijn ex-partner, dat zij in haar processtukken onjuiste en onnodig grievende uitlatingen heeft gedaan, waaronder de uitlating dat er sprake zou zijn geweest van huiselijk geweld en dat er drie stopgesprekken met klager zijn gevoerd. De Raad heeft de betreffende klachtonderdelen ongegrond verklaard. Het hof oordeelt dat verweerder de uitlatingen beter hadden kunnen nuanceren, maar dat ze in het licht van het geschil tussen klager en zijn ex-partner niet tuchtrechtelijk verwijtbaar zijn. Bekrachtiging raadsbeslissing.