Zoekresultaten 23101-23150 van de 47599 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSHE:2017:141 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-092/DB/MN

    Klaagster verwijt verweerster dat zij haar werkzaamheden als bijzondere curator over de minderjarige kinderen van klaagster niet naar behoren heeft verricht. Verweerster heeft steeds in het belang van de minderjarige kinderen opgetreden en dat is niet altijd gelijk aan het belang van klaagster. De voorzitter heeft de klachten van klaagster terecht ongegrond bevonden. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2017:94 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 16220

    Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde na plotseling overlijden van patiënte, ingediend door echtgenoot, ongegrond. Verweerder is zorgvuldig te werk gegaan, heeft voldoende aandacht aan de patiënte en haar gezondheidssituatie gegeven en op grond van de bevindingen de juiste acties ondernomen. Geen aanwijzingen dat signalen gemist zijn. Geen reden voor doorverwijzing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:240 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.076

    Klacht tegen psychiater. In 2003 is bij klager de diagnose schizofrenie, paranoïde type gesteld. Verweerder heeft deze diagnose in 2014 onderschreven. Klager verwijt verweerder het stellen van een foute diagnose. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het beroep van klager wordt door het Centraal Tuchtcollege verworpen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2017:142 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-287/DB/OB

    Klacht over eigen advocaat inzake kwaliteit dienstverlening. Verweerder tekort geschoten in communicatie en zorg voor cliënte en haar vier jaar in het ongewisse gelaten. Ziekte van advocaat geen excuus. Verweerder is 71 jaar en geen advocaat meer. Gezien omstandigheden volstaat berisping. Klacht gegrond, berisping

  • ECLI:NL:TNORDHA:2017:18 Kamer voor het notariaat Den Haag 17-21

    Samengevat ziet de klacht op de lakse houding van de notaris dat hij niet tijdig heeft gereageerd op de rapportage van klaagster alsmede het plegen van diverse normovertredingen.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2017:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 16222

    Klacht tegen verpleegkundige na plotseling overlijden van patiënte, ingediend door dochter, ongegrond. Lezingen over feitelijke gang van zaken lopen uiteen. Lezing van klaagster wordt niet gestaafd door zorgdossier. Door verweerster uitgevoerde controles gaven geen afwijkend beeld en noopten niet tot (onmiddellijke) inschakeling van een arts.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:147 Raad van Discipline 's-Gravenhage 16-1018/DH/DH

    Beslissing op verzet. Evenals de voorzitter is de raad van oordeel dat verweerster bij het behartigen van de belangen van haar cliënt binnen de grenzen van professioneel gedrag is gebleven. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:167 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170085-B

    Nu klagers hun klacht hebben ingetrokken en naar het oordeel van het hof geen omstandigheden aanwezig zijn die voortzetting als bedoeld in artikel 47a Advocatenwet vergen, heeft het hof de beslissing van de raad vernietigd en verstaan dat op de klacht niet behoeft te worden beslist.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:161 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170045

    De grieven 2 en 3 (slot) richten zich tegen de overweging van de raad dat de raad het aannemelijk acht dat klaagster in de bespreking van 13 februari 2014 voldoende over de procedure is geïnformeerd. Onder de door het hof geschetste omstandigheden houdt het hof het ervoor dat verweerder niet vooraf met klaagster heeft besproken dat ter gelegenheid van de comparitie ook haar zaak tegen haar ex-partner en de kwestie tussen haar en de ouders van haar ex-partner aan de orde zouden kunnen komen en onderwerp van een alomvattende schikking zouden kunnen zijn. Daarvan uitgaande is zij tevens onvoldoende geïnformeerd akkoord gegaan met het haar door verweerder gegeven advies niet ter comparitie te verschijnen. In zoverre treft verweerder een tuchtrechtelijk verwijt en is klachtonderdeel 1 gegrond. De grieven 2 en 3 (slot) slagen dan ook. De overige grieven slagen niet.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:174 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170121

    Tussenbeslissing. Dekenbezwaar. Verweerder is niet ter zitting van het hof verschenen. Het hof ziet in de gegeven omstandigheden - verweerder heeft geen afstand gedaan van zijn recht om mondeling gehoord te worden, er is sprake van een ongelukkige gebeurtenis aan zijde verweerder, de raad heeft een zware maatregel (schrapping) opgelegd en het hof heeft vragen voor verweerder - aanleiding om een nieuwe mondelinge behandeling te gelasten.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:168 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170108

    Beroep op doorbreking van het appelverbod van artikel 46h lid 7 Advocatenwet wegens schending fundamentele rechtsbeginselen. Dit beroep wordt verworpen. Klachten over de motivering van de beslissing, het niet verstrekken van het proces-verbaal door de raad, het gestelde verzuim van de deken om een tweetal brieven niet aan de raad te overleggen, de verenigbaarheid van de functie van deken, advocaat en curator en dat advocaten in strijd met het EVRM en BuPo-verdrag lid kunnen zijn van een rechterlijk college als de raad leveren geen grond voor doorbreking op. Onvoldoende onderbouwd met welke bepaling van Gemeenschapsrecht artikel 46h lid 7 Advocatenwet strijdig zou zijn.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:161 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-027/DH/RO

    Beslissing op verzet. Klacht tegen deken. Het is juist dat een klager de door hem betrokken stellingen met bewijs dient te schragen. Verweerder heeft klager daar dan ook terecht – en in het belang van klager – op gewezen. Verweerder heeft bovendien voldoende ruimte geboden voor hoor en wederhoor en de te volgen procedure zeer duidelijk aan klager uitgelegd. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:162 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170144

    Art. 13-beklag Met de deken is het hof van oordeel dat uit de door klaagster overgelegde stukken niet kan worden afgeleid dat klaagster enige vordering heeft op enige (rechts)persoon of (rechts)personen in verband met de nalatenschap van haar ouders. Het is daarom niet gebleken dat klaagster de bijstand van een advocaat nodig heeft. De deken had daarmee gegronde reden om het verzoek van klaagster af te wijzen. Volgt ongegrondverklaring van de klacht.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:175 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170129

    Klacht van bewindvoerder. Ontvankelijk. Voor het voeren ven een gerechtelijke procedure had in dit geval de verweerder machtiging van de kantonrechter moeten vragen, omdat de goederen van zijn cliënt onder bewind stonden. Verweerder heeft verzuimd die machtiging te vragen waardoor zijn cliënt in een kort gedingprocedure niet-ontvankelijk is verklaard. Die procedure was derhalve bij voorbaat kansloos. Het strategisch belang en de omstandigheid dat na de zitting alsnog een schikkig is bereikt vormen geen rechtvaardiging. Tuchtrechtelijk verwijtbaar. Verweerder mocht geen aanspraak maken op griffierecht nu het kort geding kansloos was. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:169 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170107

    Beroep op doorbreking van het appelverbod van artikel 46h lid 7 Advocatenwet wegens schending fundamentele rechtsbeginselen. Dit beroep wordt verworpen. Klachten over de motivering van de beslissing, het niet verstrekken van het proces-verbaal door de raad, het gestelde verzuim van de deken om een tweetal brieven niet aan de raad te overleggen, de verenigbaarheid van de functie van deken, advocaat en curator en dat advocaten in strijd met het EVRM en BuPo-verdrag lid kunnen zijn van een rechterlijk college als de raad leveren geen grond voor doorbreking op. Onvoldoende onderbouwd met welke bepaling van Gemeenschapsrecht artikel 46h lid 7 Advocatenwet strijdig zou zijn.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:194 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-274/DH/DH

    Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door personen die door de wederpartij als getuige waren aangezegd, te horen in de zin van gedragsregel 16. Klacht over het ter zitting vertonen van storend gedrag ongegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:163 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170140

    Art. 13-beklag Gelet op de e-mail van de door de deken al eerder aangewezen advocaat mr. S heeft de deken op goede gronden het verzoek om (opnieuw) een advocaat aan te wijzen afgewezen, nu de door klaagster voorgenomen procedure(s) als kansloos moeten worden aangemerkt. Klaagster heeft niets aangevoerd op grond waarvan de analyse van mr. S als onjuist zou moeten worden aangemerkt. Het hof merkt daarbij nog op dat, nu dergelijke procedures volgens klaagster bij de kantonrechter zouden moeten worden gevoerd, verplichte vertegenwoordiging door een advocaat niet aan de orde is. Volgt ongegrondverklaring van het beklag.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:176 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170074

    Klager verwijt verweerder op te hebben getreden voor de stichting zonder dat klager, in zijn hoedanigheid van voorzitter van die stichting, daarvoor toestemming heeft gegeven. Klacht in hoger beroep alsnog ongegrond. Verweerder is bij aanvang van de opdracht nagegaan wie bevoegd was om de stichting te vertegenwoordigen en heeft op basis van de statuten en het uittreksel uit het handelsregister geconcludeerd dat de secretaris/penningmeester bevoegd was. De formulering in de statuten laat ruimte aan de interpretatie van verweerder daarvan. Bovendien had verweerder lange tijd geen reden om te twijfelen aan de bevoegdheid. Vernietiging.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:157 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170085-A

    Nu klagers hun klacht hebben ingetrokken en naar het oordeel van het hof geen omstandigheden aanwezig zijn die voortzetting als bedoeld in artikel 47a Advocatenwet vergen, heeft het hof de beslissing van de raad vernietigd en verstaan dat op de klacht niet behoeft te worden beslist.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:170 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170025

    Beslissing op verzet tegen de beslissing van de voorzitter om het hoger beroep van klaagster af te wijzen. Beroep op doorbreking van het appelverbod van artikel 46h lid 7 Advocatenwet wegens schending fundamentele rechtsbeginselen. Dit beroep wordt afgewezen. Klachten over de motivering van de beslissing en het niet verstrekken van het proces-verbaal door de raad leveren geen grond voor doorbreking op. Dat de verzetbeslissing van de raad is ondertekend door een andere griffier dan degene die bij de mondelinge behandeling aanwezig was leidt niet tot nietigheid van de beslissing. Onvoldoende onderbouwd met welke bepaling van Gemeenschapsrecht artikel 46h lid 7 Advocatenwet strijdig zou zijn. Het verzet is ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:195 Raad van Discipline 's-Gravenhage 16-1116/DH/DH

    Beslissing op verzet. Evenals de voorzitter is de raad van oordeel dat verweerster zich in de door klager jegens haar ingestelde civiele en klachtprocedure mocht verweren en dat niet is gebleken dat zij daarbij enige tuchtrechtelijk relevante grens heeft overschreden. De voorzitter heeft de overige klachtonderdelen terecht kennelijk ongegrond verklaard wegens een gebrek aan (voldoende) feitelijke onderbouwing. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:164 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170118

    Art.5-beklag Er is door de deken geen beslissing genomen waartegen klager op grond van artikel 5 lid 2 Advocatenwet beklag kan doen. Klager is mitsdien niet ontvankelijk in zijn beklag. Daarbij heeft het hof opgemerkt dat de stappen die klager nu heeft ondernomen om opnieuw ingeschreven te worden prematuur voorkomen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:158 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 160173

    Klacht dat verweerder de handtekening van klager onder de behandelovereenkomst heeft vervalst. Benoeming handtekeningendeskundige. Eindbeslissing. Het hof neemt de bevindingen van de deskundige over en houdt het ervoor dat de handtekenening op de behandelovereenkomst van klager afkomstig is. Klacht ongegrond. Verweerder heeft evenmin klachtwaardig gehandeld door een procedure tot betaling van achterstallige declaraties jegens klager aan te spannen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:171 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170024

    Beslissing op verzet tegen de beslissing van de voorzitter om het hoger beroep van klager af te wijzen. Beroep op doorbreking van het appelverbod van artikel 46h lid 7 Advocatenwet wegens schending fundamentele rechtsbeginselen. Dit beroep wordt afgewezen. Klachten over de motivering van de beslissing en het niet verstrekken van het proces-verbaal door de raad leveren geen grond voor doorbreking op. Dat de verzetbeslissing van de raad is ondertekend door een andere griffier dan degene die bij de mondelinge behandeling aanwezig was leidt niet tot nietigheid van de beslissing. Onvoldoende onderbouwd met welke bepaling van Gemeenschapsrecht artikel 46h lid 7 Advocatenwet strijdig zou zijn. Het verzet is ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:165 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170082

    Bekrachtiging van de beslissing van de raad (16-1102/BD/LI) - klachten ongegrond

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:159 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 160314-W

    Wrakingsverzoek van klagers in de hoofdzaak, inhoudend dat de behandelend kamer de schijn van vooringenomenheid en partijdigheid heeft opgewekt door na sluiting van het onderzoek ter zitting te besluiten om kennis te nemen van het door verweerder toegezonden arrest, is ongegrond. Als het nagezonden arrest op cruciale onderdelen anders zou hebben geluid dan het vonnis in eerste aanleg waarvan tijdens de mondelinge behandeling door het hof en partijen is uitgegaan, zou er onder omstandigheden aanleiding kunnen zijn om de behandeling van de zaak te heropenen. Om te kunnen beoordelen of die feiten/omstandigheden zich voordoen is kennisneming van het stuk noodzakelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:172 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170023

    Beslissing op verzet tegen de beslissing van de voorzitter om het hoger beroep van klager af te wijzen. Beroep op doorbreking van het appelverbod van artikel 46h lid 7 Advocatenwet wegens schending fundamentele rechtsbeginselen. Dit beroep wordt afgewezen. Klachten over de motivering van de beslissing, het niet verstrekken van het proces-verbaal door de raad en de samenwerkingsovereenkomst tussen verweerder en zijn kantoor leveren geen grond voor doorbreking op. Dat de verzetbeslissing van de raad is ondertekend door een andere griffier dan degene die bij de mondelinge behandeling aanwezig was leidt niet tot nietigheid van de beslissing. Onvoldoende onderbouwd met welke bepaling van Gemeenschapsrecht artikel 46h lid 7 Advocatenwet strijdig zou zijn. Het verzet is ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:166 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170069

    Bekrachtiging van de beslissing van de raad (16-707/DH/DH) - klachtonderdelen a en c ongegrond verklaard

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2017:100 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2016/443

    Klager verwijt verweerder, bedrijfsarts, onder meer dat hij geen navraag heeft gedaan bij zijn behandelaren, geen kennis heeft genomen van klagers medicatie en verkeerde adviezen heeft gegeven aan zijn (ex)werkgever. Verweerder voert verweer. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2017:99 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2016/354

    Klaagster verwijt de bedrijfsarts dat hij geen oor heeft gehad voor haar aanvullende klachten en de door hem opgestelde FML lijst niet heeft aangepast. De bedrijfsarts heeft voorts ten onrechte in het consultverslag opgeschreven dat de klachten niet arbeidsgerelateerd waren. Bovendien heeft hij voornoemd verslag onjuist ingevuld door te schrijven dat er met de leidinggevende 1)schriftelijk contact is geweest en 2) een terugkoppeling heeft plaatsgevonden. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:160 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170122

    Dekenbezwaar. De deken is ontvankelijk; het hof beoordeelt zelfstandig de gedragingen die verweerder worden verweten en is daarbij niet geboden aan een afspraak die verweerder met een voormalig deken stelt te hebben gemaakt in een andere situatie dan thans aan de orde. Verweerder heeft in strijd met de Samenwerkingsverordening en (later) de Voda jarenlang geweigerd zijn kantoornaam aan te passen door daaruit de meervoudsaanduiding “advocaten” te verwijderen. Klacht gegrond. Voorwaardelijke schorsing voor de duur van een maand met als bijzondere voorwaarde dat verweerder binnen één maand na het onherroepelijk worden van deze beslissing zijn kantoornaam dient aan te passen en aangepast dient te houden overeenkomstig de door het Hof van Discipline geformuleerde criteria zoals opgenomen in ECLI:NL:TAHVD:2015:309. Bekrachtiging, behoudens de door de raad opgelegde proeftijd van twee jaar.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:173 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170150

    Beklag art. 13 Advocatenwet. Verzoek om aanwijzing van een advocaat voor het ondertekenen door een advocaat van het door klager zelf bij de Hoge Raad ingediende verzoek tot cassatie. Beklag ongegrond, aangezien klagers doel - een rechtsmiddel instellen tegen de uitspraak van het gerechtshof - niet meer kan worden bereikt nu de termijn voor zowel het instellen van cassatie als het indienen van een door een advocaat ondetekend cassatieverzoek zijn verstreken.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:134 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-394

    Voorzitter oordeelt de deken niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot toepassing van artikel 60c Advocatenwet. In de gegeven omstandigheden is geen sprake van een spoedeisende situatie of een vrees dat sprake is van een onbehoorlijke praktijkuitoefening van verweerders waarin geen toezicht door de deken mogelijk is. Voor zover de punten die door de deken als aanwijzingen naar voren worden gebracht een onbehoorlijke taakuitoefening van verweerders al onderbouwen, is de voorzitter van oordeel dat een verder onderzoek daarnaar via artikel 60c Advocatenwet op dit moment niet de geëigende weg is. Daarbij overweegt de voorzitter dat het merendeel van de door de deken genoemde zaken zich in zelfstandige zin - tuchtrechtelijk of juridisch procedureel - goed beoordelen. Naar het oordeel van de voorzitter zal een onderzoek op grond van artikel 60c Advocatenwet niet leiden tot een vaststelling van feiten die die vermeende aanwijzingen in een ander daglicht plaatsen of leiden tot meer duidelijkheid daarover. ‘Ultimum remedium’. Voor de deken staan nog minder zware middelen open om zijn toezichthoudende taak jegens verweerders uit te kunnen oefenen.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2017:92 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1750

    Oogarts wordt verweten dat zij te oppervlakkig onderzoek heeft gedaan en een vervolg afspraak op een te lange termijn heeft gezet waardoor een adequate behandeling te laat is ingezet. Bovendien wordt de oogarts verweten dat zij klagers klachten en ervaringen niet serieus heeft genomen. Gelet op de bevindingen uit anamnese en oogheelkundig onderzoek tijdens het eerste consult, is met voldoende grond afgezien van verdere onderzoeken. Er waren geen symptomen die doorverwijzing naar een derde lijns oogspecialist indiceerden. Een spoedconsult was niet geïndiceerd. Mede gelet op de van de internist verkregen informatie was het een gerechtvaardigde keuze van om een vervolg afspraak te plannen op ruim 6 maanden. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2017:93 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1749

    Internist wordt verweten dat hij ten onrechte de diagnose Diabetes Mellitus type 2 heeft gesteld en niet eerder onderzoek heeft gedaan naar Diabetes Mellitus type 1 LADA, dat hij niet meteen bij de eerste opname van klager TSH waarden heeft gecontroleerd of een echo van de schildklier heeft laten maken en niet onmiddellijk na de vaststelling van Graves Orbitopathie een oogarts in consult heeft gevraagd. Verweerder is op goede gronden uitgegaan van de werkdiagnose Diabetes Mellitus type 2 in plaats van Diabetes Mellitus type 1 LADA en heeft voortvarend en adequaat gehandeld. De klachten van klager gaven geen aanleiding om al bij de eerste opname TSH waarden te laten controleren. Uit de Richtlijn Schildklierfunctiestoornissen kan niet worden afgeleid dat het maken van een echo na het vaststellen van hyperthyreoïdie noodzakelijk is. Het verwijt dat verweerder klager niet onmiddellijk na de vaststelling van GO door een oogarts heeft laten zien en dat hij zijn bevindingen niet met de oogarts heeft gedeeld, ontbeert feitelijke grondslag. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2017:55 Accountantskamer Zwolle 15/1869 Wtra AK

    Betrokkene diende bij het samenstellen van de balans gelet op de door de entiteit gehanteerde grondslag voor de waardering van de onderhanden projecten onder ogen te zien of hij voor de waardering van de aan het einde van het verslagjaar lopende projecten voldoende en adequate informatie kreeg aangereikt. Daartoe behoorden per project naast de directe productiekosten, de overige rechtstreeks aan de vervaardiging toe te rekenen kosten, de opslag voor indirecte kosten en de bedragen van de tot aan de balansdatum gedeclareerde termijnen. De stukken van de registercontroller van de entiteit waarop betrokkene zich bij het samenstellen van de post onderhanden projecten heeft gebaseerd, bevatten niet de benodigde informatie, in het bijzonder niet over de vóór de balansdatum gedeclareerde termijnen. Na kennisneming van deze stukken had betrokkene moeten constateren dat de gegevens onvolledig waren en had hij toepassing moeten geven aan het bepaalde in paragraaf 13 van standaard 4410. Berisping.

  • ECLI:NL:TGDKG:2017:134 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/616245 / DW RK 16/1046

    Beslissing op verzet. Klacht over beslagvrije voet. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2017:132 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/598860 / DW RK 15/1122

    Klacht over een niet voor klager bestemde brief. Een gerechtsdeurwaarder mag in beginsel afgaan op de door hem opgevraagde gegevens uit de BRP tenzij hij over aanwijzingen beschikt om te veronderstellen dat er iets aan de hand is. Dat laatste was het geval omdat de gerechtsdeurwaarder geen acht heeft geslagen op de verschillen tussen de gegevens uit de BRP en de door de opdrachtgever aan de gerechtsdeurwaarder verstrekte gegevens. Die verschillen hadden voor de gerechtsdeurwaarder aanleiding moeten voor nader onderzoek waarbij hem zou zijn opgevallen dat de vordering zag op een periode waarin klager volgens gegevens uit de BRP niet woonachtig was op het adres waar de brief naar toe is verzonden. Dat de gerechtsdeurwaarder dit zelf niet heeft onderkend en derhalve geen verder onderzoek naar de juistheid van het door hem gehanteerde adres van klager heeft gedaan waar dit wel geboden was, acht de kamer onzorgvuldig en tuchtrechtelijk laakbaar. De kamer acht het ook te ver gaan dat de gerechtsdeurwaarder klager aangifte heeft laten doen van identiteitsfraude. De gerechtsdeurwaarder maakt immers een fout en dan hoeft klager niet aan te tonen dat hij niet de degene is die de vordering moet voldoen. Ook het doorzenden van de brief van klager van 30 oktober 2015 aan de opdrachtgever is niet volgens de spelregels. De inhoud van die brief rechtvaardigde ook een antwoord van de gerechtsdeurwaarder en die kon niet volstaan met doorzending naar zijn opdrachtgever.

  • ECLI:NL:TGDKG:2017:120 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/599990 / DW RK 15/1185

    Klacht over structureel te laat bezorgde correspondentie, een in een verkeerde brievenbus gedeponeerde brief en een discussie over een verschil in een opgave van een openstaande vordering. Het enkele feit dat er brieven te laat door klaagster worden ontvangen, is onvoldoende om te komen tot het oordeel dat er tuchtrechtelijk laakbaar is gehandeld. De in de verkeerde brief gedeponeerde brief heeft als oorzaak een voor tweeërlei uitleg vatbaar pictogram waardoor de door de gerechtsdeurwaarder gemaakte keuze om de brief in een gesloten envelop uiteindelijk in de (achteraf bezien) verkeerde brievenbus te deponeren begrijpelijk is. Het verschil in de opgave berust op een vergissing die niet tuchtrechtelijk laakbaar is. Klachten ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGDKG:2017:133 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/616378/ DW RK 16/1069

    Beslissing op verzet. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2017:185 Raad van Discipline Amsterdam 17-513/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat in alle onderdelen kennelijk ongegrond. Niet gebleken dat verweerder de belangen van klager niet goed heeft behartigd.

  • ECLI:NL:TACAKN:2017:53 Accountantskamer Zwolle 16/1534 en 16/1535 Wtra AK

    In informatiemateriaal van een onderneming die beleggers de mogelijkheid biedt om te investeren in bouwgrond in Costa Rica, wordt vermeld dat het kantoor van de accountants de controle van de jaarrekening zal verzorgen en controle zal uitoefenen op het nakomen van investeringsbeloften met betrekking tot de aankoop van gronden en op de aflossing van obligatieleningen. Onderneming stelt accountant echter niet in staat om jaarrekening te controleren. In uitgebracht assurance-rapport over opgave belegde gelden wordt niet duidelijk gemaakt dat met de daarin gebruikte term ‘waarde van de grond’ slechts wordt bedoeld de aankoopprijs van de grond. In controleverklaringen over aflossingen van obligatieleningen is ten onrechte niet tot uitdrukking gebracht of de overzichten van de aflossingen zonder materiële afwijkingen wat betreft juistheid en volledigheid zijn opgesteld. Betrokkenen hebben ook een conceptmanagementletter uitgebracht waarin wordt vastgesteld dat overeenkomsten ontbreken, onzekerheid bestaat over voortgang project en dat interne organisatie op het vlak van toerekening van kosten gebrekkig is. Onder deze omstandigheden hadden betrokkenen de onderneming moeten verzoeken de informatie bij te stellen of te verwijderen. Door dit na te laten hebben betrokkenen gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van integriteit (dat ook inhoudt dat de accountant vermijdt dat hij in verband wordt gebracht met informatie die onjuist/misleidend is of een verkeerde indruk wekt). Uitbrengen rapporten in strijd met het fundamentele beginsel van deskundigheid en zorgvuldigheid.

  • ECLI:NL:TACAKN:2017:56 Accountantskamer Zwolle 17/803 en 17/804 Wtra AK

    Kantoortoetsing door Nba zowel binnen het wettelijke controledomein als daarbuiten onder de toepassing van art. 3 van de Verordening op de kwaliteitsbeoordelingen (VoKwb), zoals deze luidde voor 29 september 2015. Dagelijkse (mede) beleidsbepaler, betrokkene 1, is tuchtrechtelijk verantwoordelijk voor een voldoende stelsel van kwaliteitsbeheersing. In casu beschikte de accountantsorganisatie niet over een stelsel van kwaliteitsbeheersing dat is afgestemd op de omvang en het belang van de opdrachten als bedoeld in art. 3 VoKwb (oud), dit betreft zowel het wettelijke controledomein als de overige praktijk. Doorhaling voor 1 jaar voor betrokkene 1 als beleidsbepaler en doorhaling 3 maanden voor betrokkene 2 i.v.m. de gemaakte fouten bij de door hem verrichte professionele diensten.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:162 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-441/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij deels kennelijk niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een rechtstreeks belang. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:144 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-486/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij in procedure m.b.t. omgang. Uit de inhoud van de door klager toegezonden bijlagen kan niet worden afgeleid dat verweerder niet aan herhaalde verzoeken van de advocaat van klager heeft voldaan, noch dat hij op een andere manier (opzettelijk) het proces heeft gefrustreerd. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:157 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-395/DH/DH-a

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Niet is gebleken dat verweerder informatie aan het gerechtshof heeft verschaft waarvan hij wist, dan wel had moeten weten, dat deze onjuist was. Indien en voor zover klaagster tevens heeft bedoeld te klagen over de stichting waar verweerder werkzaam is, geldt dat de klacht in zoverre kennelijk niet-ontvankelijk is.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:164 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-455/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen ex-kantoorgenoot kennelijk niet-ontvankelijk. Klager heeft geen rechtstreeks belang bij de vraag of de registratie van verweerster in de BAR al dan niet onjuist en onvolledig is c.q. was, en – zo ja – of verweerster daarvan een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:145 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-409/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen collega-advocaat. Verweerder heeft bij de overname van een zaak (gedragsregel 22) geen tuchtrechtelijk relevante grens overschreden. Ook voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:158 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-454/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen stafmedewerker van de deken van een lokale Orde van Advocaten kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:165 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-533/DH/A-a

    Voorzittersbeslissing. Klacht niet-ontvankelijk wegens overschrijding driejaarstermijn.