Zoekresultaten 19901-19950 van de 47540 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:118 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/166

    Klaagster dient een klacht in namens haar overleden echtgenoot. De echtgenoot van klaagster is in 2011 behandeld voor een tumor in de rechterlong. Klaagster verwijt de artsen onzorgvuldig handelen door haar echtgenoot over te plaatsen naar een ander ziekenhuis. Na de overplaatsing is de echtgenoot binnen enkele uren overleden. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:150 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-037a

    Ongegronde klacht tegen een gynaecoloog. Op het moment dat klaagster in het ziekenhuis in het buitenland werd opgenomen, kwam het hoofdbehandelaarschap te berusten bij de gynaecoloog aldaar. Het College is van oordeel dat de keuze van de gynaecoloog in Nederland om een rustig moment te zoeken voor het telefoongesprek, valt te verdedigen, zeker nu aannemelijk is dat de gynaecoloog een druk dagprogramma had en een kwartier heeft besteed aan het gesprek. Het College acht het daarnaast verdedigbaar dat de gynaecoloog verschillende vragen die niet specifiek tot haar competentie als gynaecoloog behoren, heeft doorgeleid naar daartoe beter uitgeruste instanties. Aldus komt niet vast te staan dat de gynaecoloog slecht bereikbaar was, gebrekkig communiceerde en dat er sprake was van een inadequate en onjuiste informatievoorziening. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:119 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/167

    De klacht is gericht tegen de chirurg en de anesthesioloog en betreft de behandeling van klaagsters echtgenoot, verder te noemen de patient. Klaagster verwijt beide artsen onzorgvuldig te hebben gehandeld door de patient over te plaatsen naar een ander ziekenhuis en na te laten de toestand van de patient (nadat eerder die dag een recidief pneumothorax links werd gezien) voorafgaand aan deze overplaatsing meer expliciet te bespreken. De patient is kort na aankomst in het andere ziekenhuis overleden. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:161 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 021/2018

    Klacht van moeder en stiefvader tegen GZ-psycholoog over behandeling van (stief)dochter en melding van vermoeden van kindermishandeling bij Veilig Thuis. Klagers vinden dat daardoor hun privacy is geschonden. Biologische vader zou te weinig bij behandeling betrokken zijn. Meldcode door de GZ-psycholoog nageleefd. Kind bevond zich in een positie van “gespleten loyaliteit” zodat vader systemisch betrokken had moeten worden. Klacht alleen op dit onderdeel gegrond, met oplegging van de maatregel van waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:151 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-037b

    Ongegronde klacht tegen een klinisch verloskundige. Op het moment dat klaagster in het ziekenhuis in het buitenland werd opgenomen, kwam het hoofdbehandelaarschap te berusten bij de gynaecoloog aldaar. Het College is van oordeel dat de afdeling Verloskunde behoorlijk bereikbaar is geweest. De klinisch verloskundige heeft klaagster drie keer telefonisch te woord gestaan. Volgens het College had het tijdens het tweede gesprek de voorkeur verdiend wanneer de klinisch verloskundige onmiddellijk had gezegd dat vliegen geen optie was. In de gegeven omstandigheden is deze opmerking niet van dien aard dat dit tot een tuchtrechtelijk verwijt leidt. Er zijn geen aanwijzingen dat de communicatie, informatievoorziening en bejegening door de klinisch verloskundige onder de tuchtrechtelijke maat zijn geweest. Klacht afgewezen

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:62 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/74

    Klacht tegen psychiater. Klaagster verwijt verweerder dat hij tijdens hun behandelrelatie – die inmiddels beëindigd is – ten onrechte heeft gemeend dat zij psychotisch/schizofreen is en dat hij weigert haar op haar verzoek het medisch dossier te verstrekken. Het college is van oordeel dat alles overziend niet gebleken is dat verweerders diagnose onjuist is geweest. Daarnaast is wel gebleken dat klaagster – voordat zij haar medisch dossier opvroeg – zelf aan verweerder heeft gevraagd haar medisch dossier te vernietigen. Nu verweerder hieraan gevolg heeft gegeven, kan het hem niet worden verweten dat hij niet langer in staat is om klaagster haar medisch dossier toe te zenden. De klacht is in beide onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:162 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 020/2018

    Klacht van moeder en stiefvader tegen psychiater over behandeling van (stief)dochter en melding van vermoeden van kindermishandeling bij Veilig Thuis. Klagers vinden dat daardoor hun privacy is geschonden. Biologische vader zou te weinig bij behandeling betrokken zijn. Meldcode door de psychiater nageleefd. Kind bevond zich in een positie van “gespleten loyaliteit” zodat vader systemisch betrokken had moeten worden. Klacht alleen op dit onderdeel gegrond, met oplegging van de maatregel van waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:152 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-080

    Gegronde klacht tegen een maag-darm-lever-arts. Met klaagster is een behandelingsovereenkomst voor het verrichten van een gastroscopie tot stand gekomen, zeker nu de verdoving daartoe als op instignatie van de maag-darm-lever-arts was toegediend. Het zonder voldoende grond en ook nog eens tamelijk bruusk verbreken van de behandelrelatie en het vervolgens zonder enige nazorg achterlaten van klaagster in de behandelkamer is in strijd met de zorg die de maag-darm-lever-arts had moeten verlenen. De maag-darm-leverarts heeft in strijd met de dossierplicht geen aantekeningen bijgehouden in het medisch dossier over de toegediende verdoving en over (de motieven voor) het afbreken van de gastroscopie. Evenmin is een terugkoppeling gegeven aan de verwijzende huisarts. Berisping.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:31 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/332269 / KL RK 18-10

    Zoals de notaris heeft erkend, is in eerste instantie ten onrechte maar één kindsdeel van moeder in de aangifte erfbelasting opgenomen. Daarnaast is de verklaring van erfrecht per abuis tweemaal in rekening gebracht. Beide fouten zijn direct hersteld nadat ze zijn ontdekt en er is voor klager geen schade uit voortgevloeid. Uit de stukken en het besprokene ter zitting komt het beeld naar voren dat de notaris ondanks de vele vragen en verzoeken van klager en zijn activiteiten buiten haar om, met veel geduld en welwillendheid is blijven proberen om de nalatenschap op een voor klager bevredigende wijze af te wikkelen. Deze constructieve houding stuitte echter dikwijls op onbegrip van klager. Verder is de notaris klager nog tegemoet gekomen door vanaf voorjaar 2016 haar verdere werkzaamheden niet meer in rekening te brengen. Onder deze omstandigheden kan, al heeft de notaris bovenvermelde fouten gemaakt, niet worden geoordeeld dat de notaris bij de afwikkeling van deze nalatenschap tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:199 Raad van Discipline Amsterdam 18-288/A/A

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:218 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-026

    De raad oordeelt het verwijt van een gemeente dat verweerders zich als advocaten van de wederpartij in een langjarig geschil van die cliënten met de gemeente herhaaldelijk onbetamelijk hebben gedragen jegens ambtenaren en bestuurders van die gemeente en in procedures tegen klaagster als gevolg van hun afhankelijke positie van die cliënt gegrond. De raad verwijst naar de beslissing van het Hof van Discipline van 24 november 2017 tussen de deken en verweerders, waarin is overwogen dat verweerders onvoldoende distantie hebben gehad jegens hun cliënten in hun geschil met deze gemeente en onvoldoende besef van de kernwaarden onafhankelijkheid en integriteit hebben getoond. Daaruit leidt de raad af dat aldus sprake is van onbetamelijk gedrag van verweerders jegens klaagster waarmee verweerders de grenzen van de vrijheid die hun toekomt, als advocaten van de wederpartij, in ernstige mate hebben overschreden en de belangen van klaagster onnodig hebben geschaad. Ook de door verweerders gehanteerde respectloze toonzetting in hun al dan niet grievende - uitlatingen, zowel in hun correspondentie met ambtenaren en bestuurders van klaagster als ook in procedures met klaagster en tegenover derden, zoals deels opgenomen onder de vaststaande feiten hiervoor, is een advocaat niet waardig. Daarnaast oordeelt de raad de klacht dat diverse ambtenaren en bestuurders van de gemeente individueel en bij herhaling door verweerders civiel- en strafrechtelijk persoonlijk op hun privéadres aansprakelijk zijn gesteld en zijn beschuldigd van leugens en intimiderend gedrag, in de gegeven omstandigheden gegrond. Gelet op de ernst van de tuchtrechtelijke verwijten worden verweerders, na eventuele herinschrijving op het tableau, door de raad ieder voor 12 weken onvoorwaardelijk geschorst.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:219 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-981

    De raad oordeelt dat de werkzaamheden van verweerder in de bezwaarprocedure van klager bij een gemeente aan de verwachte kwaliteitseisen hebben voldaan. Verweerder heeft zich daarbij tijdig en voldoende ingezet, de strategie met klager besproken en diens belangen zorgvuldig behartigd. Stevige toonzetting in correspondentie van verweerder met klager na diens uitlatingen jegens verweerder niet onbegrijpelijk. Ongegronde klacht.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:200 Raad van Discipline Amsterdam 18-318/A/A 18-319/A/A

    Klacht naar aanleiding van uitlatingen in blog op website advocatenkantoor en in televisieprogramma. Naar het oordeel van de raad heeft verweerster, gelet op het geformuleerde beoordelingskader, met haar uitlatingen de grenzen van de haar als advocaat van mevrouw P toekomende vrijheid niet overschreden. Verweerster heeft als partijdig belangenbehartiger het standpunt van haar cliënte verwoord, en daarmee het belang van haar cliënte gediend. Verweerster heeft rekening gehouden met de belangen van klager door hem niet bij naam te noemen. Dat verweerster zich heeft bediend van (feitelijke) stellingen waarvan zij de onjuistheid kende of redelijkerwijs kon kennen is de raad niet gebleken. De raad begrijpt dat de door verweerster gebruikte bewoordingen door klager als grievend zijn ervaren, maar naar het oordeel van de raad zijn de grenzen van acceptabel professioneel gedrag niet overschreden. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:201 Raad van Discipline Amsterdam 18-412/A/A

    Klacht over advocaat wederpartij. Gelet op het verweer van verweerder kan niet worden vastgesteld dat verweerder zich heeft uitgelaten op de wijze zoals door klager geschetst. Voor zover verweerder tegen klager zou hebben gezegd dat hij moest “oprotten” geldt dat, hoewel verweerder zich beter in meer zakelijke bewoordingen had kunnen uitlaten, verweerder hiermee – gelet op de door verweerder genoemde context – naar het oordeel van de raad niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Ook het aankondigen van een strafrechtelijke aangifte is niet zonder meer tuchtrechtelijk verwijtbaar. Dat verweerder de aangifte als pressiemiddel heeft gebruikt is gesteld noch gebleken. Dat verweerder klager schade wenst toe te brengen wordt betwist en is de raad overigens ook niet gebleken. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:202 Raad van Discipline Amsterdam 18-378/A/A

    Klacht over advocaat wederpartij. Door het overleggen van confraternele brief als productie bij dagvaarding heeft verweerder gehandeld in strijd met gedragsregel 12 (Gedragsregels 1992). Klacht in zoverre gegrond, voor het overige ongegrond. Gelet op specifieke omstandigheden geen maatregel opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:215 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-577

    Voorzittersbeslissing. Dat verweerder in zijn hoedanigheid van voormalig werkgever van klager in een e-mail aan klager heeft geschreven: Als u nog een keer mijn kantoor benaderd voor deze onnozele onzin zal ik aangifte doen van laster bij de politie.”, is in de gegeven omstandigheden niet onnodig grievend. Klacht op dat onderdeel kennelijk ongegrond en voor het overige niet-ontvankelijk wegens verjaring.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:73 Accountantskamer Zwolle 17/2555 Wtra AK

    Als een accountant een professionele dienst voor iemand verricht (betaald of onbetaald) en in de hoedanigheid van accountant contact zoekt met een ander en deze vraagt om informatie, dient hij of zij zich vanaf het eerste contact als accountant kenbaar te maken, zodat degene met wie contact wordt gezocht adequaat daarop kan reageren. Door dit niet te doen heeft betrokkene niet eerlijk en oprecht opgetreden en daarmee het in artikel 6 van de VGBA neergelegde fundamentele beginsel van integriteit geschonden. Betrokkene heeft verder in strijd met genoemd fundamenteel beginsel gehandeld door op persoonlijke titel lid van klaagster te worden, op persoonlijke titel inzage in de jaarrekening en de daarvoor vereiste toegang tot het hoofdkantoor te vragen en haar rol niet te verduidelijken, terwijl zij wist dat daarover bij klaagster onduidelijkheid bestond. Tot slot heeft betrokkene niet eerlijk en oprecht gehandeld door een journalist als partnerlid in te schrijven met het oogmerk deze toegang te geven tot bepaalde gegevens van klaagster, terwijl die journalist niet haar partner was en evenmin op hetzelfde adres als betrokkene stond ingeschreven. Maatregel: berisping.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:203 Raad van Discipline Amsterdam 18-363/A/NH

    Klacht over eigen advocaat. In het geval een bestuursorgaan stelt een bezwaarschrift niet te hebben ontvangen, ligt het op de weg van degene die stelt het bezwaarschrift te hebben verzonden om aannemelijk te maken dat het bezwaarschrift ter post is bezorgd dan wel is afgegeven. In dat kader had het op de weg van verweerder gelegen om het bezwaarschrift per aangetekende post te versturen, of in elk geval te controleren of het bezwaarschrift tijdig was ontvangen. Voorts kan bij gebreke aan schriftelijke vastlegging niet worden vastgesteld dat verweerder klaagster heeft geïnformeerd over en begeleid in de herzieningsprocedure, dat tussen klaagster en verweerder was afgesproken dat klaagster in de bezwaarfase zou worden bijgestaan door mevrouw S, en dat verweerder klaagster een toelichting op de uitspraak heeft gegeven. Klacht deels gegrond, deels ongegrond. Waarschuwing en kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:216 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-159

    Geschil tussen twee advocaten over handelwijze van verweerder bij overname van een strafzaak van een cliënt van klaagster in detentie. Naar het oordeel van de raad stond het verweerder vrij om op eigen initiatief de gedetineerde te bezoeken om een oude civiele zaak met zijn cliënt af te ronden, zonder dat hij voorafgaand aan dat bezoek contact met klaagster behoefde op te nemen. In zoverre is de klacht ongegrond, maar het tweede klachtonderdeel over de beantwoording door verweerder van concrete vragen van de gedetineerde over zijn strafzaak zijn gegrond. Gelet op het feit dat verweerder al langer bekend was met de kwetsbare persoon van de gedetineerde en had kunnen weten dat de gedetineerde op een bijzondere (zorg) afdeling van de PI was geplaatst, is de raad van oordeel dat het, in het licht van de door advocaten in acht te nemen welwillendheid jegens elkaar (vide gedragsregel 17 oud) en gelet op de eisen die bij overname van strafzaken aan een behoorlijk advocaat worden gesteld blijkens gedragsregel 22 (oud), des te meer op de weg van verweerder had gelegen om eerst contact met klaagster te zoeken alvorens op de concrete adviesvraag van de gedetineerde te reageren, al dan niet in algemene bewoordingen. Van verweerder mocht worden verwacht dat hij meteen na zijn bezoek aan de PI aan klaagster de zorgen van de gedetineerde over de advisering had overgebracht, zodat klaagster daardoor in staat zou zijn gesteld om eventueel zelf contact met haar cliënt op te nemen en met de gedetineerde tot overdracht van diens strafzaak aan een andere advocaat te beslissen. Omstandigheden op grond waarvan een dergelijk behoorlijk overleg van verweerder met klaagster na zijn bezoek aan de PI niet heeft kunnen plaatsvinden, zijn niet gesteld of gebleken. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:217 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-962

    De raad verklaart het verzet van klager tegen de voorzittersbeslissing over de handelwijze van de voormalig deken in zijn arrondissement ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:230 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-540/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de eigen advocaat kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:211 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-467/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. KLAcht tegen de advocaat van de wederpartij (Raad voor Rechtsbijstand) kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:224 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-450/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat van de wederpartij dat deze bij het aanvragen van het faillissement van klaagster onbetamelijk heeft gehandeld gedeeltelijke kennelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:205 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-038/DH/DH

    Verweerder heeft bij aanvang van zijn werkzaamheden voor klager niet geïnformeerd naar de contactgegevens van klager en zijn adviseur. Dit heeft tot gevolg gehad dat verweerder niet met zijn cliënt in contact kon treden over het verloop van de procedure. Desondanks heeft hij vervolgens in de zaak van zijn cliënt een voor deze onomkeerbare beslissing genomen. De hierop volgende rechterlijke beslissing op bezwaar heeft verweerder bij gebreke aan adresgegevens ook niet aan zijn cliënt kunnen toesturen. Verweerder heeft met dit alles het belang van zijn cliënt onvoldoende behartigd en dat is tuchtrechtelijk verwijtbaar. Waarschuwing

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:218 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-941/DH/DH

    Klacht tegen advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft namens zijn cliënt aangifte gedaan tegen klager. Dit staat de advocaat vrij, in aanmerking genomen dat niet is gebleken dat verweerder ten tijde van de aangifte wist of moest weten dat het feit waar de aangifte betrekking op had niet was gepleegd. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:231 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-736/DH/DH

    Tussenbeslissing. De advocaat van klagers heeft de raad laten weten dat een schikking is getroffen met verweerder en dat de klacht ingetrokken wordt. Verweerder heeft dit bericht bevestigd. Klagers hebben de raad vervolgens telefonisch laten weten dat zij de intrekking van de klacht niet wensen. De raad heeft partijen ter zitting gehoord over de schikking en de intrekking teneinde vast te kunnen stellen of klagers ontvankelijk zijn in de klacht. De raad heeft de zaak bij (mondelinge) tussenbeslissing verwezen naar de deken voor onderzoek naar de (totstandkoming van) de schikking.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:212 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-470/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over handelen van verweerster in haar hoedanigheid van deken kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:225 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-909/DH/DH

    Verweerder is tekortgeschoten in de communicatie met klager. Verweerder heeft de opdracht en informatie over de zaak van klager niet of onvoldoende schriftelijk vastgelegd. Verweerder heeft daarmee niet gehandeld zoals het een behoorlijk advocaat betaamt. Waarschuwing

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:206 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-539/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat over kwaliteit van dienstverlening kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:219 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-483/DH/DH

    Klacht tegen eigen advocaat. Door toedoen van verweerder is een vordering van klager verjaard. Verweerder heeft verder onvoldoende gereageerd op berichten van klager en is gedane toezeggingen niet nagekomen. Schorsing voor de duur van 26 weken, waarvan 8 voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:213 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-469/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke kwestie kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:226 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-627/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen deken met betrekking tot het onderzoek naar een bij de deken ingediende klacht tegen een andere advocaat kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:207 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-593/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de verhuurder gedeeltelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijke kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:220 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-532/DH/RO

    Klacht ziet erop dat verweerster confraternele correspondentie aan de rechtbank heeft overgelegd. Gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:214 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-430/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij in een familiekwestie kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:227 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-626/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de eigen advocaat over de kwaliteit van dienstverlening onvoldoende onderbouwd en aldus kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:208 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-481/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de deken kennelijk niet-ontvankelijk. Klacht hangt samen met klachtzaak 18-482.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:221 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-466/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat in familiekwestie kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:215 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-861/DH/RO

    Verweerder heeft een concept versie van een confraternele brief zonder overleg in een procedure overgelegd. De raad is van oordeel dat ook het concept moet worden geacht confraterneel te zijn en daarmee vertrouwelijk van karakter. Het belang van de cliënt van verweerder vorderde bepaaldelijk dat brief werd overgelegd en dit belang weegt zwaarder dan het belang bij vertrouwelijkheid. Dat verweerder geen voorafgaand overleg heeft gevoerd over overlegging van de brief acht de raad onzorgvuldig, maar van onvoldoende gewicht om verweerder daarvan een tuchtrechtelijk verwijt te maken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:228 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-631/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht ziet er op dat de advocaat het algemene mailadres van de wederpartij heeft gebruikt. Dit mailadres werd genoemd in het briefhoofd van de wederpartij en die heeft geen bezwaar kenbaar gemaakt tegen gebruik van dit mailadres. Gelet daarop had verweerder geen nader onderzoek hoeven doen. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:209 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-482/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de waarnemend deken dat onvoldoende voortvarend is gehandeld in een klachtzaak tegen twee andere advocaten kennelijk ongegrond. Klacht hangt samen met klachtzaak 18-481.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:222 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-404/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een voormalig kantoorgenoot gedeeltelijk kennelijk ongegrond en gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:216 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-039/DH/DH

    Verweerster heeft voor het indienen van de faillissementsaanvraag onvoldoende onderzoek gedaan naar de gegrondheid van de door haar cliënten gestelde vordering op klaagster sub 1. Verweerster heeft daarmee onvoldoende oog gehad voor de belangen van klaagster sub 1 in een procedure met mogelijk verstrekkende gevolgen. Verweerster heeft verder onzorgvuldig gehandeld bij het indienen van aanhoudingsverzoeken bij de rechtbank, te meer nu zij zonder overleg aanhoudingsverzoeken is blijven indienen nadat klagers daarover hadden geklaagd. Waarschuwing

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:229 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-640/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de eigen advocaat kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:210 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-456/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat die een negatief cassatieadvies heeft uitgebracht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:223 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-585/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over schending van vertrouwelijkheid door de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:204 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-306/DH/DH

    Verweerder heeft nagelaten om een deugdelijke en gemotiveerde probleemanalyse te maken van het geschil dat klaagster hem heeft voorgelegd. Verweerder heeft klaagster aldus onvoldoende geïnformeerd en geadviseerd. Verweerder heeft verder verzuimd om in de dagvaarding opgenomen stellingen deugdelijk te motiveren en te onderbouwen. Een en ander getuigt niet van handelen zoals dat een behoorlijk handelend advocaat betaamt en is tuchtrechtelijk verwijtbaar. De mate waarin klaagster hierdoor in haar belangen is geschaad in aanmerking genomen, acht de raad de maatregel van berisping passend.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:217 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-801/DH/RO

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:275 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.034

    Klacht tegen verpleegkundige. Na een incident is de dochter van klager met haar moeder en twee andere kinderen van moeder vertrokken naar een geheim adres. Verweerder is als sociaal psychiatrisch verpleegkundige werkzaam op het politiebureau en is twee maal bij klager op huisbezoek geweest. Verweerder heeft na vertoon van een toestemmingsverklaring van klager op verzoek van de Raad voor de kinderbescherming informatie over klager verstrekt. De Raad heeft een rapportage opgesteld. De klacht houdt in dat verweerder, op basis van vooroordelen en rapporten die zijn opgesteld zonder klager te kennen, een gelogen verklaring heeft afgelegd bij de Raad voor de Kinderbescherming. Het Regionaal Tuchtcollege heeft niet kunnen vaststellen of verweerders verklaringen gelogen zijn, maar heeft wel geoordeeld dat de informatieverstrekking door de verpleegkundige aan de Raad voor de Kinderbescherming onvoldoende zorgvuldig is geweest en heeft de klacht in zoverre gegrond verklaard en aan verweerder daarvoor de maatregel van waarschuwing opgelegd. Klager is in principaal beroep gekomen voor zover de klacht ongegrond is verklaard en verweerder heeft incidenteel beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het principaal en het incidenteel beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:276 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.211

    Klacht tegen een verpleegkundig specialist geestelijke gezondheidszorg. De klacht bestaat uit verschillende klachtonderdelen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachtonderdelen die betrekking hebben op (het bespreken van) het gebruik van mirtazapine en Risperdal en (on)duidelijkheid over het hoofdbehandelaarschap gegrond verklaard en de verpleegkundig specialist daarvoor een waarschuwing opgelegd. Voor het overige (onjuiste diagnose/behandeling, schending beroepsgeheim, algehele opstelling en aanpak van de behandeling en frauduleus handelen met behandelplan) is de klacht afgewezen. Klager is in beroep gekomen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.