Zoekresultaten 19151-19200 van de 47599 resultaten
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:257 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-066
- Datum publicatie: 28-01-2019
- Datum uitspraak: 17-12-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:257
Klacht ten dele gegrond. De raad stelt voorop dat de tuchtrechter de kwaliteit van de dienstverlening aan een cliënt in volle omvang toetst maar daarbij rekening moet worden gehouden met de vrijheid die de advocaat heeft met betrekking tot de wijze waarop hij een zaak behandelt en met de keuzes – zoals over procesrisico – waar de advocaat bij de behandeling van de zaak voor kan komen te staan. Deze vrijheid is niet onbeperkt, maar wordt begrensd door de eisen die aan de advocaat als opdrachtnemer in de uitvoering van de opdracht mogen worden gesteld en die met zich brengen dat zijn werk dient te voldoen aan datgene wat binnen de beroepsgroep als professionele standaard geldt. Die professionele standaard veronderstelt een handelen met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat in de gegeven omstandigheden verwacht mag worden. Het ging om een letselschadezaak waarin door de rechter aan een deskundige de vraag was voorgelegd of de medische klachten het gevolg waren van medische fouten of andere factoren een rol speelden. De deskundige concludeert in zijn rapport dat de chirurg een medische fout heeft gemaakt maar dat het feit dat klager niet meer op de polikliniek is verschenen van invloed is geweest op het resultaat van de behandeling en dat indien klager wel zou zijn verschenen er meer onderzoek gedaan had kunnen worden waardoor wel de juiste diagnose gesteld had kunnen worden met als gevolg een beter resultaat van de behandeling. Tussen partijen staat vast dat door klager stukken waren aangedragen waarmee de onjuistheid van de aanname van de deskundige dat klager niet was verschenen kon worden aangetoond. Daarmee heeft verweerder in de stand waarin de zaak zich toen bevond echter niets gedaan. De raad is van oordeel dat verweerder een fout heeft gemaakt door deze stukken, ondanks de daartoe uitdrukkelijk door klager uitgesproken wens, niet aan de rechtbank door te zenden.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2019:2 Kamer voor het notariaat Den Haag 18-50
- Datum publicatie: 28-01-2019
- Datum uitspraak: 09-01-2019
- ECLI:NL:TNORDHA:2019:2
De notaris heeft voor de derde maal een tekort in het aantal opleidingspunten, ondanks de herstelmogelijkheden. Klaagster acht dit tuchtklachtwaardig.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2019:20 Raad van Discipline Amsterdam 18-527/A/A
- Datum publicatie: 28-01-2019
- Datum uitspraak: 21-01-2019
- ECLI:NL:TADRAMS:2019:20
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:264 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-173
- Datum publicatie: 28-01-2019
- Datum uitspraak: 29-10-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:264
Verweerder wordt als advocaat en als bestuurder van de stichting derdengelden verweten een bedrag van bijna € 100.000,-, dat door het OM op de rekening van de stichting derdengelden van het kantoor van verweerder is gestort, te hebben doorbetaald aan de broer van klager in plaats van aan klager aan wie dat geld als rechthebbende toekwam. Verweerder heeft naar oordeel van de raad de grenzen van de hem toekomende vrijheid jegens klager, die niet als cliënt maar als derde betrokken is geweest bij de strafzaak van zijn broer en het in dat kader inbeslaggenomen geld van klager, heeft overschreden. Er bestond discrepantie tussen de overweging in het arrest van het gerechtshof van 19 maart 2013, waarin werd gelast het onder de broer inbeslaggenomen geld aan klager door te betalen, en de brief van het OM van 24 april 2014 waarin aan verweerder opdracht werd gegeven het geld aan de broer door te betalen. Die discrepantie was verweerder bekend, althans hij behoorde daarvan op de hoogte te zijn. Op die grond had verweerder naar het oordeel van de raad ofwel de ontvangst van de gelden jegens het OM moeten weigeren ofwel na acceptatie van die betaling die gelden onder de stichting derdengelden van zijn kantoor moeten laten rusten, om zich daarna ervan te vergewissen of het geld aan de broer of aan klager moest worden doorbetaald. Verweerder heeft de betaling echter niet geweigerd. Dat verweerder het bedoelde onderzoek heeft gedaan en, zoals door hem ter zitting gesteld, in dat kader ook afspraken met de broer en klager heeft gemaakt over de doorbetaling van het geld aan de broer van klager, kan de raad, tegenover de gemotiveerde betwisting daarvan door klager en bij gebreke van een schriftelijk stuk waarmee dat standpunt van verweerder wordt onderbouwd, niet vaststellen. Daarom moet er vanuit worden gegaan dat dat onderzoek achterwege is gebleven. Door na ontvangst van het geld dat aan de broer over te maken, heeft verweerder in de hiervoor geschetste omstandigheden niet zorgvuldig jegens klager gehandeld en daardoor de belangen van klager onnodig en ook onevenredig geschaad, zonder dat daarmee een redelijk doel was gediend. Verweerder heeft aldus tuchtrechtelijk verwijtbaar jegens klager gehandeld, zodat de raad de klacht gegrond zal verklaren. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:28 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 198/2018
- Datum publicatie: 28-01-2019
- Datum uitspraak: 28-01-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:28
Verwijten aan oogarts over bejegening en onvoldoende nazorg. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:258 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-078
- Datum publicatie: 28-01-2019
- Datum uitspraak: 17-12-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:258
Klacht tegen optreden deken ongegrond. Uit het klachtdossier blijkt van vele en ernstige bezwaren van leden van de rechterlijke macht tegen het optreden van klager tijdens en buiten de zitting. Uit het klachtdossier blijkt ook van de vele inspanningen die de deken zich heeft getroost om daarover in gesprek met klager te komen en om hem voor te houden dat het belangrijk is een werkbare verstandhouding met de rechterlijke macht te behouden. Het behoort tot de taak van de deken om te trachten klachten in der minne te schikken en om toezicht uit te oefenen onder meer ter voorkoming van nieuwe klachten. Hoewel het gedrag van klager in de onderhavige tuchtzaak niet ter beoordeling van de raad staat, kan wel worden geconcludeerd dat klager door zich te storen aan een door verweerder gebezigde uitdrukking als “aanvliegen” en zich te storen aan een verschrijving voor wat betreft een datum en foutieve kwalificatie van een bijeenkomst, er blijk van geeft weinig oog te hebben voor de hierboven omschreven taken van de deken. Uitzonderingen daargelaten, die zijn gesteld noch gebleken, bestond er voor verweerder geen verplichting om de informatie die hij in zijn hoedanigheid van deken heeft verkregen ten behoeve van het door hem uit te oefenen toezicht met klager te delen. Dit is ter beoordeling van de deken. Verweerder heeft geprobeerd om klager uit te leggen dat hij in zijn contacten met de president van het gerechtshof een toon heeft aangeslagen die een advocaat niet past. Verweerder heeft klager tevens willen wijzen op de onnodigheid hiervan. De door verweerder gebruikte woorden getuigen, in deze context, geenszins van een verkeerde opvatting over het vak, nog daargelaten dat opvattingen of gedachten zich in een domein bevinden dat buiten het bereik ligt van het tuchtrecht.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:6 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-091
- Datum publicatie: 28-01-2019
- Datum uitspraak: 28-01-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:6
Klacht tegen advocaat wederpartij in echtscheidingskwestie ongegrond. Niet is gebleken dat verweerster de communicatie tussen klaagster en haar ex-man heeft verboden of op andere wijze de belangen van klaagster onevenredig heeft geschaad.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2019:21 Raad van Discipline Amsterdam 18-569/A/A
- Datum publicatie: 28-01-2019
- Datum uitspraak: 21-01-2019
- ECLI:NL:TADRAMS:2019:21
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:29 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 225/2018
- Datum publicatie: 28-01-2019
- Datum uitspraak: 28-01-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:29
Klacht tegen huisarts. Klager verwijt verweerder ten eerste het missen van de diagnose prostaatkanker. Verweerder heeft adequaat gehandeld door eerst bloed- en daarna beeldvormend onderzoek te laten verrichten en daarna klager op verzoek van de radioloog te verwijzen. Dat verweerder voorts heeft gelachen toen klager aangaf dat de chemotherapie hem ziek maakte heeft het college niet kunnen vaststellen. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:259 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-079
- Datum publicatie: 28-01-2019
- Datum uitspraak: 17-12-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:259
Curator verwijt verweerder die de belangen van de bestuurders van de failliete stichtingen behartigt mededelingen in strijd met de waarheid te hebben gedaan en/of een onjuiste indruk gewekt te hebben of laten bestaan over de vraag of de kosten van verweerder door een aansprakelijksverzekering van de bestuurders werden gedekt. Klachten zijn niet komen vast te staan en daarom ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:7 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-982
- Datum publicatie: 28-01-2019
- Datum uitspraak: 07-01-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:7
Dekenverzoeken ex artikel 60ab (primair), 60b (subsidiair) en 60c (meer subsidiair) Advocatenwet. Verzoek tot schorsing van verweerder en/of benoeming van een rapporteur tot het doen van onderzoek naar de praktijk van verweerder. Volgens de deken is sprake van (een vermoeden van) ernstige misstanden. De deken heeft dit gebaseerd op een door hem ontvangen signaal waarover hij niet heeft kunnen of willen uitweiden. De raad (en verweerder) weet niet goed waarop de vermoede misstanden concreet berusten en de raad is niet in staat (gesteld) de zwaarte van deze informatie te beoordelen en af te wegen tegen de belangen van verweerder. Op grond van hetgeen de deken wel heeft toegelicht heeft de raad niet kunnen vaststellen dat sprake is van een zodanig ernstig handelen of nalaten van verweerder dat dit een schorsing, of een voorlopige voorziening in de zin van artikel 60ab of 60b Advocatenwet, rechtvaardigt. De raad wijst de verzoeken ex artikel 60ab en 60b Advocatenwet af en verwijst het verzoek ex artikel 60c Advocatenwet naar de voorzitter van de raad (zie voor die voorzittersbeslissing: 18-1028).
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:8 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-1028
- Datum publicatie: 28-01-2019
- Datum uitspraak: 07-01-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:8
Voorzittersbeslissing. Benoeming rapporteur conform verzoek deken ex artikel 60c Advocatenwet.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:260 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-073
- Datum publicatie: 28-01-2019
- Datum uitspraak: 03-12-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:260
Verweerder is op veel punten op ernstige wijze tekortgeschoten in zijn zorg jegens klaagster in haar huurkwestie in hoger beroep en heeft daarin niet zijn verantwoordelijkheid genomen. Kernwaarden deskundigheid en integriteit geschonden. Verweerder heeft in de huurkwestie niet tijdig van grieven gediend, was onbekend met het geldende procesreglement, en heeft klaagster hierover niet ingelicht. Daarna heeft verweerder zich kort voor het door hem als noodgreep verzochte pleidooi aan de zaak van klaagster onttrokken, waardoor klaagster ernstig is gedupeerd. In de andere door klaagster aan hem opgedragen kwesties heeft verweerder zich ook ondeskundig getoond. De raad is gebleken dat verweerder onvoldoende inzicht lijkt te hebben in het belang van schriftelijke vastlegging van relevante afspraken met zijn cliënten en het secuur bijhouden van de door hem verrichte werkzaamheden en tijdsbesteding. De raad legt aan verweerder de maatregel op van een voorwaardelijke schorsing in de praktijkuitoefening voor vier weken, en geeft daarbij een serieuze waarschuwing af dat hij in de proeftijd van twee jaar moet laten zien dat hij zijn praktijk weer onder controle heeft en handelt zoals een behoorlijk advocaat betaamt.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2019:17 Raad van Discipline Amsterdam 18-783/A/MN
- Datum publicatie: 28-01-2019
- Datum uitspraak: 21-01-2019
- ECLI:NL:TADRAMS:2019:17
Klacht over gedragsregel 6 lid 5 ongegrond. Verweerster heeft terecht aangevoerd dat het enkele feit dat klaagster bij de deken een klacht over verweerster heeft ingediend, niet betekent dat sprake is van een relatie die naar haar aard een geheimhoudingsplicht impliceert.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:9 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-849
- Datum publicatie: 28-01-2019
- Datum uitspraak: 28-01-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:9
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij deels kennelijk ongegrond en deels kennelijk niet-ontvankelijk. Niet is gebleken dat verweerster onnodig heeft geprocedeerd en/of feiten heeft geponeerd waarvan zij wist of had kunnen weten dat die onjuist waren. Klager kan als wederpartij niet klagen over de aan de cliënte van verweerster verleende toevoeging.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:261 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-685
- Datum publicatie: 28-01-2019
- Datum uitspraak: 12-11-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:261
Voorzittersbeslissing. Niet gebleken is dat verweerster, als opvolgend advocaat in de zaak van klager, onvoldoende heeft gereageerd op de door klager gestelde tekortschietende dienstverlening door de kantoorgenoot van verweerster. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2019:18 Raad van Discipline Amsterdam 18-377/A/A
- Datum publicatie: 28-01-2019
- Datum uitspraak: 21-01-2019
- ECLI:NL:TADRAMS:2019:18
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TACAKN:2019:8 Accountantskamer Zwolle 17/2276 Wtra AK
- Datum publicatie: 25-01-2019
- Datum uitspraak: 25-01-2019
- ECLI:NL:TACAKN:2019:8
In het licht van zijn samenstelwerkzaamheden noopte de geconstateerde (in vergelijking met de voorgaande jaren) lage brutowinstmarge betrokkene om op grond van artikel 14 Standaard 4410 alsnog de in artikel 13 van deze Standaard bedoelde werkzaamheden uit te voeren met betrekking tot marge en crediteuren. Nu betrokkene dat achterwege heeft gelaten heeft hij niet overeenkomstig Standaard 4410 en in strijd met het fundamentele beginsel van deskundigheid en zorgvuldigheid als bedoeld in artikelen A-100.4 sub c juncto A.130.1 van de VGC gehandeld. Bij het opleggen van de maatregel heeft de Accountantskamer meegewogen dat niet is gebleken dat betrokkene dit bewust niet heeft gedaan en dat hij niet eerder tuchtrechtelijk is veroordeeld. Maatregel: waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:26 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 122/2018
- Datum publicatie: 25-01-2019
- Datum uitspraak: 25-01-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:26
Klacht tegen GZ-psycholoog ongegrond. Verweerder is hoofdbehandelaar van een tbs-gestelde. In het kader van een locatiebeperking bij een transmuraal verlof heeft hij de woonplaats van het slachtoffer van de tbs-gestelde bekend gemaakt aan de tbs-gestelde. Hoewel het college begrijpt dat het voor het slachtoffer bijzonder onprettig is dat zijn woonplaats bekend is gemaakt aan de tbs-gestelde, is het handelen van verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2019:10 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/290
- Datum publicatie: 25-01-2019
- Datum uitspraak: 25-01-2019
- ECLI:NL:TGZRAMS:2019:10
Klaagster verwijt de arts dat deze zonder toestemming van klaagster (en haar zoon) veel morfine heeft toegediend aan de echtgenoot van klaagster, met als gevolg dat de echtgenoot van klaagster is overleden. Klaagster is van mening dat er palliatieve sedatie heeft plaatsgevonden zonder haar toestemming. Ongegrond
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:20 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 148/2018
- Datum publicatie: 25-01-2019
- Datum uitspraak: 25-01-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:20
Klacht van ouders tegen beroepsbeoefenaren in de ggz na suïcide 15-jarige zoon. Deze uitspraak is tegen een psychiater. Verweerder is slechts zeer beperkt bij de opname betrokken geweest als supervisor van de afdelingsarts.. Zijn reactie op het verzoek het dossier op te sturen (aanbod inzage en beantwoording vragen) was als eerste reactie niet verwijtbaar. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TACAKN:2019:9 Accountantskamer Zwolle 18/488 Wtra AK
- Datum publicatie: 25-01-2019
- Datum uitspraak: 25-01-2019
- ECLI:NL:TACAKN:2019:9
Medewerkers van betrokkene hebben gedurende een aantal jaren voor een aantal cliënten van betrokkene op basis van facturen die door deze cliënten aangeleverd en (naar later bleek) vervalst waren, aangiften omzetbelasting opgesteld en ingediend. Betrokkene heeft signalen die rezen rond deze facturen en die vragen hadden moeten oproepen, genegeerd. Evenmin heeft hij zijn medewerkers voldoende geïnstrueerd en begeleid, waardoor zij niet in staat zijn gebleken hun werkzaamheden uit te voeren op de wijze die van hen mocht worden verwacht. Daardoor heeft betrokkene gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Maatregel: waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:27 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 165/2018
- Datum publicatie: 25-01-2019
- Datum uitspraak: 25-01-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:27
Klacht tegen GZ- psycholoog. Vanaf het begin van de behandeling van klaagster door verweerster was er ontevredenheid bij klaagster over de randvoorwaarden voor behandeling. Verweerster en het team hebben getracht een scheiding aan te brengen tussen de inhoudelijke zorgverlening en de randvoorwaarden. Vanuit verweerster en de instelling is meerdere geprobeerd hierover met klaagster in gesprek te gaan. Klaagster ging hier niet op in. Het college is van oordeel dat verweerster voldoende zorgvuldig gehandeld heeft voorafgaand en bij het beëindigen van de behandelingsovereenkomst.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:21 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 149/2048
- Datum publicatie: 25-01-2019
- Datum uitspraak: 25-01-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:21
Klacht van ouders tegen beroepsbeoefenaren in de ggz na suïcide 15-jarige zoon. Deze uitspraak is tegen de psychiater-hoofdbehandelaar. Behandeling is toereikend geweest. Er ontbrak bij ontslag een veiligheidsplan. Dit is verweerster als hoofdbehandelaar te verwijten. Klacht gedeeltelijk gegrond zonder maatregel.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:22 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 150/2018
- Datum publicatie: 25-01-2019
- Datum uitspraak: 25-01-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:22
Klacht van ouders tegen beroepsbeoefenaren in de ggz na suïcide 15-jarige zoon. Deze uitspraak is tegen een arts in opleiding tot psychiater. Gezien de fase van de opleiding waarin verweerder zich bevond en de begeleiding die hij kreeg zijn hem eventuele fouten in de behandeling niet aan te rekenen. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:23 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 151/2018
- Datum publicatie: 25-01-2019
- Datum uitspraak: 25-01-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:23
Klacht van ouders tegen beroepsbeoefenaren in de ggz na suïcide 15-jarige zoon. Deze uitspraak is tegen een gz-psycholoog. Behandeling is toereikend geweest. Er ontbrak bij ontslag een veiligheidsplan. Dit is verweerster echter niet te verwijten. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2019:13 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-1051/DB/DH
- Datum publicatie: 25-01-2019
- Datum uitspraak: 17-01-2019
- ECLI:NL:TADRSHE:2019:13
Het staat een advocaat vrij om ter incasso van een openstaande declaratie die rechtsmaatregelen te nemen die hem goed dunken. Aanhangig maken van een incassoprocedure geen misbruik van recht. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:24 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 136/2018
- Datum publicatie: 25-01-2019
- Datum uitspraak: 25-01-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:24
Klacht tegen huisarts. Het verwijt houdt hoofdzakelijk in dat verweerder de diagnose arteriitis temporalis heeft gemist. Verweerder heeft echter adequaat gehandeld. Ook de bejegeningsklacht slaagt niet. Afwijzing.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:25 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 070/2018
- Datum publicatie: 25-01-2019
- Datum uitspraak: 25-01-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:25
Klacht tegen sociaal psychiatrisch verpleegkundige. Klacht ongegrond. Het college is van oordeel dat het te billijken valt dat verweerster de spv- zorgverlening tijdelijk heeft opgeschort zolang er geen overeenstemming was over de randvoorwaarden van zorg. Dat klaagster hierover niet met de instelling in gesprek wilde, kan verweerster niet worden aangerekend.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:30 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.083
- Datum publicatie: 24-01-2019
- Datum uitspraak: 24-01-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:30
Klacht tegen een huisarts en twee ambulanceverpleegkundigen. Klagers zijn de echtgenoot en dochter van patiënte, inmiddels overleden. Patiënte heeft twee dagen voor overlijden de eigen huisarts bezocht voor uiteenlopende klachten. Een dag later heeft patiënte vanwege toenemende klachten, wegrakingen en niet aanspreekbaar de SEH bezocht. Na onderzoek is patiënte naar huis gestuurd. De huisarts van een andere huisartsenpraktijk heeft later die dag een ambulance aangevraagd. De ambulance-verpleegkundigen, zijnde verweerder en zijn collega in opleiding (eveneens aangeklaagd: C2018.082) hebben patiënte onderzocht en op basis van hun bevindingen geconcludeerd dat vervoeren naar het ziekenhuis niet noodzakelijk leek. De collega van verweerder heeft vervolgens telefonisch contact gehad met de waarnemend huisarts (eveneens aangeklaagd: C2018.081). De waarnemend huisarts heeft ermee ingestemd om patiënte niet naar het ziekenhuis te vervoeren en heeft geadviseerd om de volgende dag de eigen huisarts van patiënte te consulteren. De volgende dag is patiënte naar de IC overgebracht alwaar zij is overleden. Verweerder was werkbegeleider/mentor en hield toezicht op het gehele proces. Volgens klagers is patiënte ten onrechte niet ingestuurd met de ambulance naar het ziekenhuis voor specialistische hulp. Klagers verwijten verweerder dat hij: 1. niet mocht vasthouden aan de eerder door de huisarts en de SEH-arts gestelde diagnose ‘mogelijke gastritis’, gelet op de toestand van patiënte en het feit dat zij eerder gecollabeerd was; 2. het ECG verkeerd heeft afgelezen; 3. onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de gezondheidstoestand van patiënte, waaronder onvoldoende vragen aan de dochter van patiënte. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:24 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.510
- Datum publicatie: 24-01-2019
- Datum uitspraak: 24-01-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:24
Klacht tegen een operationeel leidinggevende verpleegkundige. Het Regionaal Tuchtcollege is van oordeel dat de verpleegkundige verweten gedragingen vallen onder de tweede tuchtnorm en verklaart klaagster ontvankelijk in haar klacht. Het Centraal Tuchtcollege acht klaagster niet-ontvankelijk in haar klacht omdat het aan de verpleegkundige verweten handelen onvoldoende weerslag heeft gehad op de individuele gezondheidszorg. Het incidenteel beroep slaagt en aan een inhoudelijke beoordeling wordt niet toegekomen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:37 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.156
- Datum publicatie: 24-01-2019
- Datum uitspraak: 24-01-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:37
Klacht tegen bedrijfsarts. Klager heeft zich op 5 april 2016 ziek gemeld en komt vier keer naar het verzuimspreekuur van verweerder. Verweerder acht klager in staat om per 20 april 2016 zijn werkzaamheden weer te hervatten. Klager is het daarmee oneens en verwijt verweerder dat hij (1) ervoor heeft gezorgd dat hij een slechte relatie heeft met zijn werkgever en (2) ten onrechte heeft geoordeeld dat klager hersteld was op 20 april 2016, terwijl de bedrijfsarts op dat moment bovendien – ondanks de door klager afgegeven machtiging voor het inwinnen van medische informatie – niet beschikte over informatie van klagers behandelend huisarts. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel 1 ongegrond, verklaart klachtonderdeel 2 gegrond en legt verweerder een waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:18 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.504
- Datum publicatie: 24-01-2019
- Datum uitspraak: 24-01-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:18
Klacht tegen een vaatchirurg. De klacht heeft betrekking op de behandeling van de overleden echtgenoot van klaagster (patiënt). In totaal heeft klaagster klachten tegen twaalf artsen en verpleegkundigen ingediend. Patiënt heeft een uitgebreide medische voorgeschiedenis in verband met een (uiteindelijk gediagnostiseerde) iliaco-ureterale fistel. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klaagster in alle onderdelen afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:256 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-161
- Datum publicatie: 24-01-2019
- Datum uitspraak: 17-12-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:256
De klacht heeft betrekking op de overleggen van confraternele correspondentie zonder toestemming van de wederpartij en na negatief advies van de deken. Verweerster heeft gesteld dat overlegging was toegestaan omdat op deelgebieden overeenstemming was bereikt met betrekking tot de afwikkeling van de echtscheiding. De raad is van oordeel dat overlegging niet was toegestaan omdat er geen algehele overeenstemming was bereikt over de afwikkeling van de echtscheiding. Zo moest het concept convenant nog nader worden uitgewerkt. In die omstandigheden was het niet toegestaan het concept convenant en de correspondentie in de procedure over te leggen. Klacht gegrond zonder oplegging van een maatregel.
-
ECLI:NL:TDIVBC:2018:10 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2017/12
- Datum publicatie: 24-01-2019
- Datum uitspraak: 26-07-2018
- ECLI:NL:TDIVBC:2018:10
Hond. Pathalogie-uitslag. Het is te betreuren dat de eerste voorlopige uitslag van het pathologisch onderzoek en de hierna voor nader onderzoek benodigde tijd niet eerder door of vanwege de dierenarts is gecommuniceerd aan klager. Tot enig tuchtrechtelijk verwijt kan het echter niet leiden.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:31 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.408
- Datum publicatie: 24-01-2019
- Datum uitspraak: 24-01-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:31
Klacht tegen bedrijfsarts. Klager heeft een klacht ingediend tegen een stafarts bij de KMAR die in het kader van de ontslagprocedure van klager door de juridische afdeling was gevraagd om zijn visie over de vraag of het noodzakelijk was om vanuit de KMAR een externe deskundige in te schakelen teneinde de toerekeningsvatbaarheid van klager ten tijde van het incident te beoordelen. De klacht houdt in dat verweerder een medisch oordeel heeft gegeven over de geestesgesteldheid en de gezondheid van klager zonder hem te hebben gesproken, geconsulteerd of zijn medisch dossier te hebben geraadpleegd. Mocht dat dossier wel zijn geraadpleegd dan is dan zonder toestemming van klager gebeurd. Volgens klager is hij door het handelen van verweerder in zijn belangen geschaad, omdat het standpunt van verweerder mede bepalend was voor het ontslag van klager. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:25 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.511
- Datum publicatie: 24-01-2019
- Datum uitspraak: 24-01-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:25
Klacht tegen een operationeel leidinggevende verpleegkundige. Het Regionaal Tuchtcollege is van oordeel dat de verpleegkundige verweten gedragingen vallen onder de tweede tuchtnorm en verklaart klaagster ontvankelijk in haar klacht. Het Centraal Tuchtcollege acht klaagster niet-ontvankelijk in haar klacht omdat het aan de verpleegkundige verweten handelen onvoldoende weerslag heeft gehad op de individuele gezondheidszorg. Het incidenteel beroep slaagt en aan een inhoudelijke beoordeling wordt niet toegekomen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:38 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.196
- Datum publicatie: 24-01-2019
- Datum uitspraak: 24-01-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:38
Klacht tegen een verzekeringsarts. Klager verwijt de verzekeringsarts dat hij o p 3 maart 2016 en 13 januari 2017 ongeldige, eenzijdige en niet onafhankelijke rapportages over klager heeft opgesteld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege komt deels tot een ander oordeel. Uit de stukken blijkt dat de verzekeringsarts zich bij zijn rapportage van 3 maart 2016 enkel heeft gebaseerd op de medische rapportage van de primaire arts van 20 november 2015. Deze rapportage bevat echter geen eindconclusie en/of besluit maar enkel de (tussen)conclusie dat nog niet duidelijk was of klager arbeidsongeschikt was voor het maatgevende werk en dat er meer informatie opgevraagd moest worden. Op 26 februari 2016 bezocht klager nogmaals de primaire arts en in de op die datum door de primaire arts uitgebrachte medische vervolgrapportage werd de opgevraagde en inmiddels ontvangen informatie van 17 december 2015 van de revalidatiearts besproken. De verzekeringsarts heeft bij zijn rapportage van 3 maart 2016 echter geen acht geslagen op deze (eind)rapportage. Het Centraal Tuchtcollege stelt vast dat in de rapportage van de verzekeringsarts van 3 maart 2016 niet op inzichtelijke en consistente wijze wordt uiteengezet op welke gronden de conclusies van het rapport steunen, nu hij klaarblijkelijk niet de beschikking had over alle relevante feiten en de rapportage van de primaire arts van 20 november 2015 geen steun biedt voor de door de verzekeringsarts getrokken conclusies. Hiervan kan hem een tuchtrechtelijk verwijt gemaakt worden. Omdat de verzekeringsarts in beroep geen verweer heeft gevoerd en niet ter terechtzitting is verschenen, heeft de verzekeringsarts op dit punt geen nadere toelichting gegeven. Het Centraal Tuchtcollege acht de klacht in zoverre gegrond. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing waarvan beroep voor zover daarbij de klacht ten aanzien van de rapportage van 3 maart 2016 als ongegrond is afgewezen, en opnieuw rechtdoende, verklaart dit deel van de klacht alsnog gegrond, legt dienaangaande de verzekeringsarts de maatregel van waarschuwing op en verwerpt het beroep voor het overige.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:19 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.505
- Datum publicatie: 24-01-2019
- Datum uitspraak: 24-01-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:19
Klacht tegen een vaatchirurg. De klacht heeft betrekking op de behandeling van de overleden echtgenoot van klaagster (patiënt). In totaal heeft klaagster klachten tegen twaalf artsen en verpleegkundigen ingediend. Patiënt heeft een uitgebreide medische voorgeschiedenis in verband met een (uiteindelijk gediagnostiseerde) iliaco-ureterale fistel. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klaagster in alle onderdelen afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TDIVBC:2018:11 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2017/13
- Datum publicatie: 24-01-2019
- Datum uitspraak: 26-07-2018
- ECLI:NL:TDIVBC:2018:11
Paard. Het Veterinair Tuchtcollege heeft terecht overwogen dat het binnen de beleidsvrijheid van de dierenarts valt om op basis van zijn ervaring en deskundigheid bepaalde vastzittende of ingekapselde fragmenten niet te verwijderen. Geen kreupelheidsonderzoek. Niet kan worden vastgesteld dat de bij het paard medio 2016 ontstane problemen aan de spronggewrichten zijn veroorzaakt door verwijtbaar onoordeelkundig handelen van de dierenarts bij de operatieve ingreep in oktober 2011.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:32 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.048
- Datum publicatie: 24-01-2019
- Datum uitspraak: 24-01-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:32
Klacht tegen gz-psycholoog. Dochter van klaagster is op enig moment aangemeld bij een centrum voor Jeugd-GGZ. De gz-psycholoog is werkzaam bij dit centrum. Klaagster verwijt de gz-psycholoog dat zij zonder haar toestemming informatie over haar dochter heeft gedeeld met de internbegeleiderster van de school van de dochter. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klaagster gegrond verklaard. Het beroep van de gz-psycholoog wordt gegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing waarvan beroep, verklaart de klacht ongegrond en verstaat dat de opgelegde maatregel van waarschuwing komt te vervallen. Het Centraal Tuchtcollege acht de doorbreking van het beroepsgeheim niet tuchtrechtelijk verwijtbaar, nu de school reeds op de hoogte was van het intakegesprek en de verstrekte informatie louter procedureel en algemeen van aard was.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:26 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.512
- Datum publicatie: 24-01-2019
- Datum uitspraak: 24-01-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:26
Klacht tegen een cardioloog. De klacht heeft betrekking op de behandeling van de overleden echtgenoot van klaagster (patiënt). In totaal heeft klaagster klachten tegen twaalf artsen en verpleegkundigen ingediend. Patiënt heeft een uitgebreide medische voorgeschiedenis in verband met een (uiteindelijk gediagnostiseerde) iliaco-ureterale fistel. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klaagster in alle onderdelen afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TDIVBC:2018:12 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2017/14
- Datum publicatie: 24-01-2019
- Datum uitspraak: 26-07-2018
- ECLI:NL:TDIVBC:2018:12
Hond. Beroep gegrond voor zover gericht tegen het oordeel van het Veterinair Tuchtcollege dat er geen sprake is geweest van een veterinair tekortschieten dat het opleggen van een tuchtmaatregel zou rechtvaardigen. Dierenarts heeft bij gelegenheid van de mondelinge behandeling in beroep te kennen gegeven dat een intraveneuze narcose achteraf bezien beter zou zijn geweest en heeft er aldus blijk van gegeven lering te hebben getrokken uit het voorgevallene. Verder is haar niet eerder een tuchtmaatregel opgelegd. Gelet daarop en alles afwegende is het Veterinair Beroepscollege van oordeel dat volstaan kan worden met de oplegging van een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:20 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.506
- Datum publicatie: 24-01-2019
- Datum uitspraak: 24-01-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:20
Klacht tegen een verpleegkundige. De klacht heeft betrekking op de behandeling van de overleden echtgenoot van klaagster (patiënt). In totaal heeft klaagster klachten tegen twaalf artsen en verpleegkundigen ingediend. Patiënt heeft een uitgebreide medische voorgeschiedenis in verband met een (uiteindelijk gediagnostiseerde) iliaco-ureterale fistel. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klaagster in alle onderdelen afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:33 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.108
- Datum publicatie: 24-01-2019
- Datum uitspraak: 24-01-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:33
Klacht tegen bedrijfsarts. Klager verwijt verweerder dat hij (a) een onjuiste diagnose heeft gesteld en (b) zich ten onrechte uitgeeft als bedrijfsarts en ook op dat terrein medische handelingen verricht, terwijl hij (slechts) arbo-arts is. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel (b) gedeeltelijk gegrond verklaard, namelijk voor zover dit ziet op de onjuiste titelaanduiding, en aan de arts een waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager gedeeltelijk niet-ontvankelijk in zijn beroep en verwerpt het beroep voor het overige.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:27 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.076
- Datum publicatie: 24-01-2019
- Datum uitspraak: 24-01-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:27
Klacht tegen huisarts. Klager heeft in de avond de huisartsenpost bezocht waar verweerster, huisarts, op dat moment dienst had. Verweerster stelde, na onderzoek en telefonisch overleg met een uroloog, de diagnose epididymitis. Twee dagen later heeft klager zich bij de SEH gemeld en bleek sprake van een torsio testis waaraan hij is geopereerd. Klager verwijt verweerster dat zij ongemotiveerd is afgewezen van de MHG-Farmacotherapeutische richtlijn Acute epididymitis, waardoor klager dagenlang nodeloos pijn heeft gehad en zijn zaadbal rechts is afgestorven. Verweerster had volgens klager nader onderzoek moeten (laten) verrichten dat een torsio testis uitsloot. In plaats daarvan is zij van de onjuiste diagnose epididymitis uitgegaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Klager heeft tegen die beslissing beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing waarvan beroep, verklaart de klacht gegrond en legt aan de arts de maatregel van waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:21 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.507
- Datum publicatie: 24-01-2019
- Datum uitspraak: 24-01-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:21
Klacht tegen een verpleegkundige. De klacht heeft betrekking op de behandeling van de overleden echtgenoot van klaagster (patiënt). In totaal heeft klaagster klachten tegen twaalf artsen en verpleegkundigen ingediend. Patiënt heeft een uitgebreide medische voorgeschiedenis in verband met een (uiteindelijk gediagnostiseerde) iliaco-ureterale fistel. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de tegen de verpleegkundige ingediende klacht van klaagster in alle onderdelen afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:34 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.138
- Datum publicatie: 24-01-2019
- Datum uitspraak: 24-01-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:34
Klacht tegen gezondheidszorgpsycholoog . Klaagster verwijt de gezondheidszorgpsycholoog dat zij ten onrechte niet (in de mate die verwacht mocht worden) is geïnformeerd over en betrokken bij de behandeling van haar dochter. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht gegrond en legt de maatregel van waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege acht de klacht ongegrond, vernietigt de beslissing waarvan beroep en verstaat dat de maatregel van waarschuwing komt te vervallen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:15 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.501
- Datum publicatie: 24-01-2019
- Datum uitspraak: 24-01-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:15
Klacht tegen een vaatchirurg. De klacht heeft betrekking op de behandeling van de overleden echtgenoot van klaagster (patiënt). In totaal heeft klaagster klachten tegen twaalf artsen en verpleegkundigen ingediend. Patiënt heeft een uitgebreide medische voorgeschiedenis in verband met een (uiteindelijk gediagnostiseerde) iliaco-ureterale fistel. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klaagster in alle onderdelen afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:28 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.081
- Datum publicatie: 24-01-2019
- Datum uitspraak: 24-01-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:28
Klacht tegen een huisarts en twee ambulanceverpleegkundigen. Klagers zijn de echtgenoot en dochter van patiënte, inmiddels overleden. Twee dagen voor overlijden heeft patiënte heeft de eigen huisarts bezocht voor uiteenlopende klachten. Een dag later heeft patiënte vanwege toenemende klachten, wegrakingen en niet aanspreekbaar de SEH bezocht. Na onderzoek is patiënte naar huis gestuurd. De huisarts van een andere huisartsenpraktijk heeft later die dag een ambulance aangevraagd. De ambulance-verpleegkundigen (eveneens aangeklaagd: C2018.082 en C2018.083) hebben patiënte onderzocht en op basis van hun bevindingen geconcludeerd dat vervoeren naar het ziekenhuis niet noodzakelijk leek. Een van de ambulanceverpleegkundigen heeft vervolgens telefonisch contact gehad met verweerster als waarnemend huisarts. Verweerster heeft ermee ingestemd om patiënte niet naar het ziekenhuis te vervoeren en heeft geadviseerd om de volgende dag de eigen huisarts van patiënte te consulteren. De volgende dag is patiënte naar de IC overgebracht alwaar zij is overleden. Volgens klagers zou de afloop anders zijn geweest als verweerster patiënte wèl naar het ziekenhuis had laten vervoeren en/of zelf direct met de dochter van patiënte telefonisch had overlegd of als verweerster bij patiënte thuis op huisbezoek was langsgekomen. Klagers verwijten verweerster meer specifiek: 1. dat zij op basis van een summier telefoongesprek met een ambulanceverpleegkundige, zonder afdoende van de voorgeschiedenis op de hoogte te zijn, er mee heeft ingestemd dat patiënte niet per ambulance naar het ziekenhuis zou worden vervoerd. Omdat zij waarnemend huisarts was en patiënte niet kende had zij niet zonder nader onderzoek en zonder een eigen beoordeling hiermee mogen instemmen; 2. dat zij heeft nagelaten nog met de dochter van patiënte te overleggen en later die dag nog een huisbezoek af te leggen; 3. dat zij tegen de ambulanceverpleegkundige heeft gezegd dat patiënte zich de volgende dag wel weer tot haar eigen huisarts zou kunnen wenden. Hierdoor is er in de uren die daarop volgden geen contact meer met verweerster gezocht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in al haar onderdelen afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 383
- Pagina: 384
- Pagina: 385
- ...
- Pagina: 952
- Volgende pagina zoekresultaten