Zoekresultaten 19101-19150 van de 48210 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:105 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.314

    Klacht tegen een neurochirurg. De neurochirurg heeft klager onder algehele narcose geopereerd. Na de operatie verdwenen de klachten van klager niet en bleek dat de neurochirurg klager op het verkeerde niveau heeft geopereerd. Klager verwijt de neurochirurg dat hij een fout heeft gemaakt bij de operatie door op een onjuist niveau te opereren, terwijl klager niet is geïnformeerd over het risico dat hij op een onjuist niveau zou worden geopereerd. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af, omdat het bepalen van het operatieniveau volgens geldende beroepsnormen is uitgevoerd en dat sprake is van een complicatie en dus geen tuchtrechtelijk verwijtbare fout. Gelet op de geringe kans dat deze complicatie zich kan voordoen is niet gebruikelijk dat deze mogelijkheid tijdens de preoperatieve voorlichting wordt besproken. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2019:24 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 18116 a

    Klacht tegen fysiotherapeut, dat hij een behandeling heeft uitgevoerd zonder daartoe bekwaam te zijn en zonder informed consent van klaagster. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:82 Raad van Discipline Amsterdam 19-035/A/A

    Gegronde klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft een beroepsfout gemaakt door de gronden van beroep niet tijdig in te dienen. Verweerder heeft zijn cliënte daarvan pas veel later op de hoogte gesteld. Met name de manier waarop verweerder met zijn beroepsfout is omgegaan (kop in het zand steken) rekent de raad hem zwaar aan. Voorwaardelijke schorsing van vier weken.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:106 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.313

    Klager komt in beroep van de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege. Klager is onder algehele narcose geopereerd. De anesthesioloog heeft de beademingsbuis ingebracht. Klager verwijt de anesthesioloog dat hij een fout heeft gemaakt bij de intubatie, waardoor schade aan zijn gebit is ontstaan. Klager ontkent bovendien dat hij voorafgaand informatie heeft ontvangen over de mogelijkheid van schade aan het gebit door intubatie. Klager meent dat de anesthesioloog de kosten van implantaten en letselschade moet vergoeden. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2019:6 Kamer voor het notariaat Amsterdam 657180/NT 18-56

    Klagers verwijten de notaris - kort samengevat – het volgende: De notaris heeft in strijd gehandeld met artikel 21 lid 2 Wna. Hij had zijn diensten moeten weigeren ten aanzien van de akten van 10 augustus 2017 en 22 december 2017. De akte van herstel en dwaling van 10 augustus 2017 is te kwalificeren als een handeling in strijd met het recht, terwijl de leveringsakte van 22 december 2017 kennelijk een ongeoorloofd doel of gevolg heeft: onttrekking van een perceel van 170m² aan de eigendom van de gemeente en de zeggenschap van de gemeenteraad, terwijl deze grond in geval van snippergroen een waarde van bijna € 50.000 zou hebben.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:83 Raad van Discipline Amsterdam 18-1034/A/A

    Deels gegronde klacht over de eigen advocaat. Verweerster heeft een beroepsfout gemaakt door de echtscheidingsbeschikking niet tijdig in te schrijven in de registers van de burgerlijke stand. Zij heeft dit erkend en klager hiervoor haar excuses aangeboden. Ook heeft zij haar beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar op de hoogte gesteld van haar omissie. Het restant van het door klager aan haar verschuldigde bedrag heeft zij kwijtgescholden. Gelet op dit alles en haar blanco tuchtrechtelijke verleden ziet de raad af van het opleggen van een maatregel.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:84 Raad van Discipline Amsterdam 19-015/A/NH

    Ongegronde klacht van een derde. Het gaat om privégedragingen van verweerster. Verweerster heeft met de wijze waarop zij klager heeft verzocht de artikelen over haar op zijn blog te verwijderen het vertrouwen in de advocatuur niet geschaad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:78 Raad van Discipline Amsterdam 19-140/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klager heeft, als advocaat van de wederpartij van de cliënten van verweerder, onvoldoende eigen belang bij klacht over schending van Gedragsregel 15 (Gedragsregels 2018). Deze gedragsregel strekt slechts ter bescherming van de belangen van cliënten, hetgeen meebrengt dat een wederpartij zich niet op die regel kan beroepen. Van zeer bijzondere omstandigheden op basis waarvan klager een beroep op deze gedragsregel zou toekomen is de voorzitter niet gebleken. Klager deels kennelijk niet-ontvankelijk, klacht voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:79 Raad van Discipline Amsterdam 18-969/A/A

    Ongegronde klacht over de advocaat van de wederpartij. Geen sprake van schending van regel 6 lid 5 van de Gedragsregels 1992, nu verweerder niet aan klager heeft toegezegd dat hij (e-mail)correspondentie van klager vertrouwelijk zou behandelen. Het stond verweerder vrij om de e-mail van klager in het belang van zijn cliënte door te sturen naar het OM.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:103 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.125

    Klaagster komt in beroep van de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege. Klaagster is door de neurochirurg geopereerd, maar hield pijnklachten aan onder meer haar linkerbeen. De neurochirurg heeft klaagster nog drie keer teruggezien voor controle, maar de pijnklachten bleven aanhouden. Klaagster verwijt de neurochirurg dat hij de operatie niet juist heeft uitgevoerd waardoor haar klachten zijn verergerd. De neurochirurg heeft in de postoperatieve periode bovendien onvoldoende aandacht gehad voor de pijnklachten van klaagster en haar in een slechte toestand uit het ziekenhuis ontslagen. Ten slotte verwijt klaagster de neurochirurg dat hij de pijnklachten onvoldoende serieus heeft genomen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2019:22 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 18109

    Klacht tegen verpleegkundige gegrond voor zover het betreft schending van het beroepsgeheim ex artikel 88 Wet BIG jegens de overleden moeder van klaagster. Ongegrond voor zover de klacht ziet op de gevolgen van verweten handelen, nu die gevolgen niet ter beoordeling van het college staan. Niet-ontvankelijk voor zover klagers geen belanghebbenden zijn. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:80 Raad van Discipline Amsterdam 18-623/A/A

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:104 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.231

    Nadat het Regionaal Tuchtcollege de klacht heeft afgewezen, formuleert klager de volgende beroepsgronden: 1. is de beoordeling door de verzekeringsarts voldoende zorgvuldig en deugdelijk geweest? 2 heeft de verzekeringsarts, uitgaande van de ontvangst van de melding van een dreigende TS, adequate actie ondernomen? 3. is er sprake van schending van het (medisch) beroepsgeheim? Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat uit de verklaring van de verzekeringsarts volgt dat hij betreurt dat het gesprek met klager ongelukkig is verlopen, maar niet dat de verzekeringsarts van de gang van zaken tijdens het spreekuur een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. De door de verzekeringsarts opgestelde rapportage is voorts weliswaar summier, maar kan de tuchtrechtelijke toets (net) doorstaan. Ten slotte oordeelt het Centraal Tuchtcollege dat niet is gebleken dat de verzekeringsarts zijn rapport aan derden heeft verstrekt, zodat geen sprake is van schending van het medisch beroepsgeheim. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager."

  • ECLI:NL:TGZREIN:2019:23 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 18116b

    Klacht tegen fysiotherapeut, dat hij verkeerde diagnose heeft gesteld en met zijn behandeling de hernia van klaagster heeft verergerd. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:81 Raad van Discipline Amsterdam 18-624/A/A

    Het verzet van zowel klager als verweerder is ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2019:25 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 18124

    Verwijt aan huisarts dat zij te weinig kennis heeft van medicijnen en klager een medicijn heeft voorgeschreven zonder te controleren wat de wisselwerking daarvan is met de andere medicijnen die klager ook gebruikte. In strijd met formatie uit farmacotherapeutisch kompas en thuisarts.nl. is zonder te beschikken over een recente INR en zonder een afbouwperiode voor de fenprocoumon in acht te nemen, Pradaxa voorgeschreven. Evenmin is bij de overstap contact opgenomen met de trombosedienst. Gedeeltelijk gegrond. Waarschuwing en publicatie.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2019:6 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2018/41

    Klagers verwijten de notaris dat hij: 1) een notariële akte heeft verleden met een inhoud die wat betreft de rangorde van het recht van eerste hypotheek van klager sub 1 (kennelijk) geen juiste weergave van de werkelijkheid is, althans op het moment dat kennelijk sprake is van een mogelijke onjuistheid ten aanzien van de rangorde, is de notaris niet in staat duidelijkheid te verschaffen en bewijs te leveren van de in de akte opgenomen en tussen klagers overeengekomen rangorde; 2) niet voortvarend heeft gereageerd op de reeds op 2 maart 2018 aan hem kenbaar gemaakte problematiek ten aanzien van de rangorde/royement, ook al wist hij dat sprake was van een spoedeisende kwestie en klagers tot op heden in het ongewisse zijn gelaten, zodat de levering door klager sub 2 en betaling aan klager sub 1 (die op 1 maart 2018 had moeten plaatsvinden) nog steeds niet plaats heeft kunnen vinden; 3) niets heeft gedaan naar aanleiding van de reeds op 17 april 2018 namens klager sub 1 uitgebrachte aansprakelijkstelling; 1) het lag op de weg van de notaris om alvorens de akte te passeren waarin ten gunste van klager sub 1 een hypotheekrecht werd gevestigd zelfstandig te onderzoeken of ten tijde van het passeren sprake was van bezwaardheid met een (andere) hypotheek hetgeen hij heeft nagelaten. Ook in het geval dat de notaris een afspraak zou hebben gemaakt met de andere notaris om de doorhaling van (oudere) hypotheekrechten door te halen, waarover iedere onderbouwing ontbreekt, had de notaris niet tot het passeren van de akte mogen overgaan zonder eerst een deugdelijk onderbouwde bevestiging van die andere notaris te hebben ontvangen waaruit blijkt dat de gemaakte afspraak is nagekomen. Hieruit volgt dat de notaris niet de zorg in acht heeft genomen zoals het een zorgvuldig handelend notaris betaamt en heeft de handelwijze van de notaris het vertrouwen in het notariaat geschaad. Klachtonderdeel 1 is gegrond. 2) naar het oordeel van de kamer verwijten klagers de notaris terecht dat hij niet voortvarend heeft gereageerd op de aan hem kenbaar gemaakt problematiek ten aanzien van de rangorde. Immers, nadat de notaris door klagers was aangesproken heeft hij geen stappen ondernomen om een en ander duidelijk te maken of recht te zetten. Integendeel, in plaats daarvan heeft notaris zich gehuld in stilzwijgen, zowel richting klagers als ook richting de KNB en de kamer. Ook klachtonderdeel 2 is gegrond. 3) ten aanzien van de op 17 april 2018 namens klager sub 1 uitgebrachte aansprakelijkstelling heeft de notaris niet gereageerd. Nu klachtonderdeel 3 alleen het belang van klager sub 1 kan raken zal duidelijkheidshalve worden bepaald dat dit klachtonderdeel alleen ten aanzien van klager sub 1 gegrond is. Klacht gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2019:7 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2018/42

    Klagers verwijten de notaris dat hij: 1) niet of niet op een juiste en zorgvuldige wijze zorg heeft gedragen voor royement, zulks in relatie tot de hiervoor bedoelde hypotheekakte van 25 juli 2007, althans op het moment dat kennelijk sprake is van een mogelijke onjuistheid ten aanzien van de rangorde is de notaris niet in staat duidelijkheid te verschaffen en bewijs te leveren van zijn royementswerkzaamheden en de aanwending van de gelden van klager sub 2; Klagers zijn niet ontvankelijk in dit klachtonderdeel. 2a) niet voortvarend heeft gereageerd op de reeds op 7 mei 2018 aan hem kenbaar gemaakte problematiek ten aanzien van de rangorde/royement, ook al wist hij dat sprake was van een spoedeisende kwestie; 2b) tot op heden niet bereid is gebleken om overleg te voeren met de andere notaris, althans zoals klagers dat hebben opgemaakt uit de mededelingen van de andere notaris; 2a en 2b) Dat de notaris niet voortvarend heeft gereageerd (klachtonderdeel 2a) op de op 7 mei 2018 aan hem kenbaar gemaakte problematiek ten aanzien van de rangorde/royement, terwijl hij wist dat dit een spoedeisende kwestie betrof en dat hij klager sub 2 tot op de dag van vandaag in het ongewisse heeft gelaten, volgt de kamer niet. De opstelling van de notaris is te billijken nu hij geconfronteerd werd met een situatie waarbij dezelfde gemachtigde voor beide klagers optreedt terwijl tussen klagers ontegenzeggelijk een tegenstrijdig belang bestaat of kan ontstaan. Op de zitting heeft de notaris toegelicht – hetgeen niet is bestreden door klagers – dat hij hierover een e-mail naar de andere notaris heeft gestuurd maar daar geen reactie op heeft ontvangen en dat kort daarna deze klacht werd ingediend. Klachtonderdelen 2a en 2b zullen daarom ongegrond worden verklaard.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2019:8 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2018/51

    Klager is geen erfgenaam geworden. Dit was wel de intentie van erflater. Er is echter geen geldig testament tot stand gekomen. Klager verwijt de notaris dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld althans niet zoals een goed notaris betaamt doordat hij: 1) rond bezoeken/gesprekken op 26 maart, 7 en 8 april 2015 niet duidelijk heeft gemaakt, laat staan schriftelijk vastgelegd dat zolang er geen én door erflater én door de notaris ondertekend testament was, er geen geldig testament was; 2) in de situatie en het ziektebeeld van erflater en ook het huisbezoek op 7 april 2015 ten onrechte geen aanleiding heeft gezien in de brief van 10 april 2015 op spoed aan te dringen voor wat betreft de ondertekening van het testament en de brief van 10 april 2015 ook niet aangetekend en per e-mail aan erflater heeft verzonden; 3) in zijn brief van 6 juli 2015 zaken op een rij heeft gezet, maar ook daarin niet duidelijk heeft gemaakt dat er geen geldig testament was en klager ter zake niet gewaarschuwd voor mogelijke consequenties; 4) ten onrechte zijn aanvankelijke medewerking heeft ingetrokken aan het achterhalen van de erfgenamen; 5) klager ten onrechte niet als belanghebbende heeft aangemerkt en; 6) klager ten onrechte na het opstellen van de verklaring van erfrecht niet heeft geïnformeerd over zijn bevindingen; Op klachtonderdelen 1 en 2 is klager niet ontvankelijk, op de overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2019:9 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2018/36

    Klager stelt dat de notaris bij de openbare verkoop van het pand onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht omdat de notaris voorafgaand aan en tijdens de veiling relevante gegevens over de eigenschappen van het pand heeft verzwegen of achtergehouden met betrekking tot de 1) vochtschade, 2) erfdienstbaarheid en 3) het wel of niet aanwezig zijn van een tuin. Daardoor heeft hij het belang van een zo groot mogelijke verkoopopbrengst zwaarder doen wegen dan het belang van klager als koper en heeft de notaris de op hem rustende zorgplicht, die hij als veilende notaris jegens derden heeft, geschonden. Ter zitting heeft klager het klachtonderdeel 3) ingetrokken. Klager is niet-ontvankelijk in zijn klacht. Vast staat dat op 26 januari 2012 klager op een openbare veiling een pand heeft gekocht. Sindsdien had klager op de hoogte kunnen zijn, maar in ieder geval was klager op 30 november 2016, de datum waarop klager het onder r.o. 2.2. genoemde e-mailbericht naar de notaris stuurde, bekend met de vochtschade aan het pand (klachtonderdeel 1) en de aanwezigheid van een erfdienstbaarheid (klachtonderdeel 2). Op dat moment was klager op de hoogte van de gevolgen van het gestelde handelen of nalaten door de notaris. Gelet op de laatste volzin van artikel 99, lid 21, Wna, had klager dan ook uiterlijk op 30 november 2017 zijn klacht moeten indienen bij de kamer. De klacht is pas op 13 juni 2018 ingekomen bij de kamer en is dan ook te laat ingediend

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:66 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 17/401

    Klager verwijt verweerster dat de medicatie drastisch is verlaagd. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:93 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-262c

    Ongegronde klacht tegen een internist. Hem kan geen verwijt worden gemaakt dat een incident niet als calamiteit is aangemerkt, de internist heeft de gebeurtenissen gemeld bij zijn afdelingshoofd en die heeft de beslissing genomen het incident niet als calamiteit te melden. De internist achtte zich terecht voldoende voorgelicht om een gesprek met klager aan te gaan zonder van tevoren het dossier te bestuderen. Komt niet vast te staan dat de internist op een zakelijke wijze vragen heeft beantwoord. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2019:5 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2017/91

    Afwikkeling nalatenschap. Notaris is toezegging aan klaagster niet nagekomen. Ook heeft hij, ondanks meerdere klachten van klaagster bij de KNB over de voortgang, in de loop van de jaren regelmatig niet (tijdig) gereageerd op haar verzoeken en onvoldoende de regie genomen om tot afwikkeling te komen. Klacht grotendeels gegrond, waarschuwing. Verzoek tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:62 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-285a

    Ongegronde klacht tegen een chirurg. Gelet op de aantekeningen in het medisch dossier gaat het College ervan uit dat klager niet alleen is gewezen op het risico op een hersenbloeding maar ook op bloedingen in het algemeen bij een behandeling en dus voldoende is geïnformeerd over de risico’s van de behandeling. De chirurg heeft na vaststelling van het compartimentssyndroom bij klager adequaat gehandeld. Het beleid om frequent de situatie te beoordelen is passend. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:94 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-262d

    Klager niet-ontvankelijk in de klacht tegen een verpleegkundige (verpleegkundig manager). Geen sprake van een directe zorgrelatie (eerste tuchtnorm). Haar handelen heeft onvoldoende weerslag op de individuele gezondheidszorg (tweede tuchtnorm), omdat zij alleen op de achtergrond aanwezig was tijdens een gesprek met klager en de medisch coördinator van de dialyse-afdeling. Klager niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2019:13 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen 2018-262a

    Ongegronde klacht tegen een internist. Het College kan niet vaststellen of de internist ten tijde van het nemen van de beslissing om de lijnplaatsing onder echogeleiding te laten plaatsvinden in plaats van doorlichting op de hoogte was van de eerdere complicatie. Er waren voor haar verder geen aanwijzingen om af te wijken van de standaard lijnplaatsing onder echogeleiding overeenkomstig de NVIC-richtlijn. Zij heeft in redelijkheid tot deze beslissing kunnen komen. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:61 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/176

    Klager is in 2013 onzorgvuldig geopereerd door een plastisch chirurg, waarna zenuwpijnklachten en een diffuse polyneuropathie is ontstaan. Klager verwijt de neuroloog onder andere het niet erkennen van zijn klachten en symptomen en het bewust stellen van een verkeerde diagnose. Afgewezen

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:77 Raad van Discipline Amsterdam 19-117/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht vanwege het ontbreken van een rechtstreeks belang.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:63 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-285b

    Deels gegronde klacht tegen een radioloog. Het College gaat ervan uit dat de risico’s van de behandeling zijn besproken, gelet op het doorlopen van de TOP-procedure. Het kleine extravasaat is een complicatie die op zich niet verwijtbaar is. Bij het naderhand beoordelen van de foto’s had de radioloog dit echter moeten opmerken, hetgeen niet is gebeurd. Dit is van belang omdat klager aansluitend een urokinase behandeling heeft ondergaan. Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:62 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/177

    Klager is in 2013 onzorgvuldig geopereerd door een plastisch chirurg, waarna zenuwpijnklachten en een diffuse polyneuropathie is ontstaan. Klager verwijt de neuroloog onder andere het niet erkennen van zijn klachten en symptomen en het bewust stellen van een verkeerde diagnose. Afgewezen

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:64 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-170b

    Ongegronde klacht tegen een radioloog. Kan niet worden vastgesteld dat de radioloog een verwijtbare fout heeft gemaakt bij het verrichten van het PTC-onderzoek. Het bepalen van het beleid nadat pijnklachten waren ontstaan lag primair bij de mdl-arts. Ook kan niet worden vastgesteld dat de radioloog later de drain hardhandig heeft verwijderd. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:239 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-203

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts heeft het nodige gedaan om klaagster te bewegen haar medicatie voor diabetes mellitus op een juiste manier in te nemen. Zij heeft er terecht voor gekozen de medicatie niet aan te passen en te volstaan met verwijzing naar specialisten. Indien klaagster wel gevolg zou hebben gegeven aan oproepen en verzoeken, zouden de normale controles inclusief het fundus-onderzoek waarschijnlijk hebben plaatsgevonden. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:51 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-497

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Advocaat wordt verweten vertrouwelijke adviezen van klager aan zijn cliënte (klaagster) in een procedure te hebben overgelegd. Klacht gegrond. De bescherming van de vertrouwelijkheid van uitgewisselde informatie tussen de rechtzoekende die zich wil beraden op zijn rechtspositie en de advocaat is van essentieel belang in de rechtsstaat. Het verstrekken van juridisch advies is daarmee een essentiële hulpverleningstaak van de advocaat en behoort tot diens specifieke taakuitoefening. De cliënt moet erop kunnen rekenen dat het advies vertrouwelijk blijft. Dat is één van de kernwaarden van de advocatuur. Als advocaat dient verweerder deze kernwaarde als geen ander te kennen. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:63 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/178

    Klager is in 2013 onzorgvuldig geopereerd door een plastisch chirurg, waarna zenuwpijnklachten en een diffuse polyneuropathie is ontstaan. Klager verwijt de neuroloog onder andere het niet erkennen van zijn klachten en symptomen en het bewust stellen van een verkeerde diagnose. Afgewezen

  • ECLI:NL:TNORSHE:2018:33 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2018/38

    Notariële volmacht. Klager heeft volmacht afgegeven op grond waarvan deel van hypotheekgelden is uitbetaald aan zijn zoon. Klager verwijt de notaris dat hij onvoldoende heeft onderzocht of hij de volmacht onder dwang van de zoon heeft afgegeven en/of dat hij destijds voldoende wilsbekwaam was tot afgifte van die volmacht. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:65 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-262b

    Ongegronde klacht tegen een arts. Er waren geen aanwijzingen dat er eerder complicaties waren geweest bij een lijnplaatsing onder echogeleiding. De beslissing hiertoe was genomen door haar supervisor. Het College is van oordeel dat de arts in redelijkheid kon starten met de lijnplaatsing, hiertoe was zij bekwaam en bevoegd. Zij heeft adequaat gehandeld toen klager onwel werd en heeft in de periode daarna blijk gegeven lering te willen trekken. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2019:16 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/164

    Klacht tegen psychiater. Klager is in 2016 aangehouden op zijn scooter wegens rijden onder invloed van alcohol. Geconcludeerd werd tot alcoholmisbruik in ruime zin. Een jaar later liet klager zich opnieuw onderzoeken in het kader van een ‘Eigen verklaringsprocedure’. Verweerder, de psychiater die klager ditmaal onderzocht, concludeerde ook tot alcoholmisbruik in ruime zin. Klager is het niet eens met deze conclusie en is daarnaast van mening dat de rapportage van verweerder niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet. Het college deelt deze visie niet en verklaart de klacht in zijn geheel ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:52 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-960

    Essentie: de voorzitter oordeelt klager niet-ontvankelijk in zijn klacht jegens zijn eigen advocaat wegens termijnoverschrijding van artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet, terwijl van een verschoonbare termijnoverschrijding niet is gebleken.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:64 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/180

    Klager is in 2013 onzorgvuldig geopereerd door een plastisch chirurg, waarna zenuwpijnklachten en een diffuse polyneuropathie is ontstaan. Klager verwijt de neuroloog onder andere het niet erkennen van zijn klachten en symptomen en het bewust stellen van een verkeerde diagnose. Afgewezen

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2019:17 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen 2018/183

    Klacht tegen bedrijfsarts. Klager verwijt verweerster dat zij de werkgever van klager in alles volgt en niets bij hem heeft geverifieerd en dat zij haar beroepsgeheim heeft geschonden door medische informatie over klager met zijn werkgever te delen. Het college deelt de verwijten niet en verklaart de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2019:4 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2018/76, 77, 78 en 79

    Wraking. In klachtprocedure tegen notaris en kandidaat-notaris verwijt BFT de notaris onder meer in strijd te hebben gehandeld met beslissingen die de gewraakte leden eerder hebben gegeven over de waarneming van een protocol. Verzoekers hebben gesteld dat een rechter die de kans krijgt in een procedure een mening te vormen over zijn eigen eerdere oordeel, objectief gezien niet als onpartijdig kan worden aangemerkt. In het kader van de behandeling van de tuchtklacht van het BFT tegen de notaris hoeven de gewraakte leden echter niet te oordelen over de juistheid van de door hen gegeven beslissing(en) over de waarneming en de ontheffing. Tegen die beslissingen heeft hoger beroep opengestaan, welk rechtsmiddel niet is benut. Wel moeten zij beoordelen of het handelen en/of nalaten van de notaris in de gegeven omstandigheden, waaronder het feit dat onherroepelijke beslissingen zijn gegeven over de waarneming en de ontheffing, al dan niet een schending oplevert van de tuchtrechtelijke norm. Nu een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, terwijl er zich naar het oordeel van de wrakingskamer geen uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat de gewraakte (tucht)rechters ten opzichte van de notaris en de kandidaat-notaris een vooringenomenheid koesteren, althans dat de bij hen bestaande vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is of dat sprake is van schijn van partijdigheid, zal de wrakingskamer het wrakingsverzoek afwijzen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2019:70 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 295-2018

    Klacht tegen psychiater over verkeerde diagnose en medicatie. Klager heeft met de aanvullende klaagschriften zijn klacht voldoende onderbouwd en is daarom ontvankelijk in zijn klacht. Verweerder heeft niet onzorgvuldig gehandeld. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:67 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/179

    Klager is in 2013 onzorgvuldig geopereerd door een plastisch chirurg, waarna zenuwpijnklachten en een diffuse polyneuropathie is ontstaan. Klager verwijt de neuroloog onder andere het niet erkennen van zijn klachten en symptomen en het bewust stellen van een verkeerde diagnose. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2019:71 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 336-2018

    Klachten tegen verpleegkundige zijn deels onvoldoende toegelicht en raken deels niet het handelen van verweerster. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2019:68 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 341/2018

    Klacht tegen psychiater omdat klager zich gedwongen voelde een depotinjectie te laten toedienen tot schade aan zijn gezondheid. Verweerder heeft uitgebreid en draagkrachtig gemotiveerd waarom de depotinjectie noodzakelijk was. Verweerder heeft bij klager erop aangedrongen om de vereiste medicatie te accepteren. Dat is niet gelijk te stellen aan het toepassen van dwang. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2019:69 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 289/2018

    Klacht tegen gz-psycholoog over verklaring. Cliënte was slachtoffer in een strafzaak. Door zich uit te laten over het effect van de duur van de procedure op de gesteldheid van cliënte heeft verweerster een waardeoordeel gegeven en voeding gegeven aan de indruk bij klager dat verweerster als belangenbehartiger van het mogelijke slachtoffer in de strafzaak is opgetreden. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2019:64 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 262/2018

    Een van de drie klachten tegen internisten/artsen. Bij patiënte is de diagnose coeliakie gesteld. Patiënte kreeg ernstige vermoeidheidsklachten. De klacht betreft –samengevat- de diagnostiek met betrekking tot de vermoeidheidsklachten. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:100 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2016.497

    Klacht tegen gz-psycholoog en psychiater die in opdracht van het Gerechtshof een aanvullende Pro Justitia rapportage hebben opgesteld met een externe deskundige. De klacht betreft (A) inhoudelijke klachten betreffende de PJ-rapportage, (B) klachten met betrekking tot bespreking, inzage en verstrekking van afschriften van (deel)rapportages en (C) klachten over de aanpak van het onderzoek door het Q. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft de klacht deels gegrond geacht, omdat de PJ-rapportage niet aan de criteria voldoet (A) en hier geen reden was om klager geen afschrift van het psychomotorisch rapport te verstrekken (B). Het Centraal Tuchtcollege heeft verweerster voor onderdeel (A) een waarschuwing opgelegd en onderdeel (B) gelet op de onduidelijke omstandigheden niet tuchtrechtelijk verwijtbaar geacht.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2019:65 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 261/2018

    Een van de drie klachten tegen internisten/artsen. Bij patiënte is de diagnose coeliakie gesteld. Patiënte kreeg ernstige vermoeidheidsklachten. De klacht betreft –samengevat- de diagnostiek met betrekking tot de vermoeidheidsklachten. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:101 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.239

    Klacht tegen een bedrijfsarts. De klacht houdt in dat de bedrijfsarts misbruik van haar macht zou hebben gemaakt door zonder een geldige reden een medische expertise aan te vragen en dat zij incompetent zou zijn door in de terugkoppeling van een gesprek aan de werkgever een ander doel heeft gemeld dan met klager is besproken door het advies te geven dat klager een kop koffie bij zijn werkgever zou moeten gaan drinken. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.