Zoekresultaten 19101-19150 van de 47599 resultaten
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:194 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 624223
- Datum publicatie: 04-02-2019
- Datum uitspraak: 31-07-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:194
klagers hebben een extra aflossing gedaan en hadden de gerechtvaardigde veronderstelling dat vordering was voldaan en beslag niet meer bestond. Dat het geautomatiseerde systeem van de gerechtsdeurwaarder de extra aflossing niet heeft herkend kan klagers niet worden tegengeworpen. Maatregel waarschuwing opgelegd
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:188 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 610452
- Datum publicatie: 04-02-2019
- Datum uitspraak: 19-06-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:188
gerechtsdeurwaarder had beslagvrije voet moeten aanpassen naar aanleiding van melding klager dat hij een partner had. Aanpassing na drie en halve maand is te laat, ook al waren bewijsstukken nog niet ontvangen.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:182 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 617459
- Datum publicatie: 04-02-2019
- Datum uitspraak: 05-06-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:182
De gerechtsdeurwaarder heeft niet tijdig gereageerd op correspondentie van klager De gerechtsdeurwaarder heeft artikelen 464 lid 1 Rv en 466 Rv niet nageleefd (aanplakken biljet) De gerechtsdeurwaarder had het bewijsaanbod van klager in de vorm van een video opname moeten accepteren, gelet op artikel 152 Rv maatregel geldboete opgelegd
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:189 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 615827
- Datum publicatie: 04-02-2019
- Datum uitspraak: 19-06-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:189
beslagvrije voet bij beslag op zorgtoeslag hoogte vordering niet duidelijk, klager moet zelf bijhouden wat hij heeft voldaan. er is voldaan aan beginselen hoor en wederhoor bij beoordeling klacht door de voorzitter
-
ECLI:NL:TNORARL:2019:3 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/339503 KL RK 18-88
- Datum publicatie: 04-02-2019
- Datum uitspraak: 15-01-2019
- ECLI:NL:TNORARL:2019:3
Klaagster verwijt de notaris dat hij een zeer onprofessionele werkwijze hanteert en daarbij tevens in strijd met zijn beroepsnormen handelt. Hierdoor is de manier waarop de nalatenschap wordt afgewikkeld onvoldoende. De kamer heeft de klacht op alle onderdelen gegrond verklaard. Wat volledig ontbreekt in het dossier is dat de notaris proactief en voortvarend klaagster heeft geïnformeerd over de voortgang van de afwikkeling van de nalatenschap. De notaris heeft zowel klaagster als de kamer onvoldoende uitleg gegeven over de dingen die al dan niet zijn gedaan. Ook heeft de notaris noch aan klaagster noch aan de kamer kunnen uitleggen waarom de uitbetaling van de gelden zo lang heeft geduurd en waarom er nog geen verantwoording kan worden afgelegd. Gezien de feiten en omstandigheden acht de kamer de maatregel van berisping passend en geboden. De kamer heeft besloten tot openbaarheid van de opgelegde maatregel. De kamer heeft de indruk dat de werkwijze van de notaris te wensen overlaat. De notaris heeft weinig inzicht gegeven dat hij dit zelf onderkent. Bij de kamer bestaat daarom de vrees dat de geconstateerde verwijten in onderhavige klacht zich mogelijk ook voordoen bij andere boedels.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:190 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 617880
- Datum publicatie: 04-02-2019
- Datum uitspraak: 19-06-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:190
overbetekening te laat zonder geldige reden: klacht gegrond reageren op brieven buiten termijn van 14 dagen: klacht gegrond ten onrechte bankbeslag gelegd: klacht gegrond. Gerechtsdeurwaarder moet kosten daarvan aan klager vergoeden. maatregel van berisping
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:184 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 632577
- Datum publicatie: 04-02-2019
- Datum uitspraak: 05-06-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:184
Artikel 231 en 430 Rv Voor executie is een grosse nodig. De gerechtsdeurwaarder moet marginaal toetsen of het vonnis een dagtekening, grosse en aan het hoofd: in naam des Konings bevat, alvorens te betekenen.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:191 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 619993
- Datum publicatie: 04-02-2019
- Datum uitspraak: 19-06-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:191
misbruik van recht door klaagster te dwingen tot een betalingsregeling, terwijl de gerechtsdeurwaarder weet dat klaagsters inkomen onder de beslagvrije voet ligt. maatregel van berisping opgelegd.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:185 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 634123
- Datum publicatie: 04-02-2019
- Datum uitspraak: 05-06-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:185
Klager heeft voldoende eigen belang bij de klacht, als erfgenaam. klacht ongegrond, betekening exploten waren aan het juiste adres.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:16 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-861
- Datum publicatie: 04-02-2019
- Datum uitspraak: 23-01-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:16
Voorzittersbeslissing: het staat een advocaat vrij om tussen partijen gemaakte en op schrift gestelde afspraken aan de rechtbank te berichten. Dat de afspraken middels mediation tot stand zijn gekomen maakt dit niet anders.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:192 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 627420
- Datum publicatie: 04-02-2019
- Datum uitspraak: 19-06-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:192
De gerechtsdeurwaarder heeft de schijn van belangenverstrengeling gewekt door medewerker van incasso kantoor bij de gerechtsdeurwaarder te laten werken. Incassokantoor en gerechtsdeurwaarder onvoldoende onafhankelijk van elkaar. Maatregel van berisping opgelegd.
-
ECLI:NL:TACAKN:2019:10 Accountantskamer Zwolle 17/2574 Wtra AK
- Datum publicatie: 01-02-2019
- Datum uitspraak: 01-02-2019
- ECLI:NL:TACAKN:2019:10
Controle van het vormen van een voorziening voor groot onderhoud van sportvelden. Betrokkene heeft onvoldoende onderzocht of voldaan was aan de voor de overdracht van het onderhoud door de gemeente noodzakelijke stappen. De vastlegging van de analyse van deze overdracht in het controledossier is incompleet en vormt geen zorgvuldige onderbouwing van de beslissing om het vormen van de voorziening en de omvang daarvan aanvaardbaar te achten. Zo is er geen aandacht besteed aan de van toepassing zijnde verslaggevingsvoorschriften, aan de wijze waarop een voorziening voor groot onderhoud zou moeten worden gevormd en aan de verplichting bij beëindiging van de overdracht het restant van de verkregen fondsen te retourneren aan de gemeente. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TACAKN:2019:11 Accountantskamer Zwolle 17/2151 en 17/2152 Wtra AK
- Datum publicatie: 01-02-2019
- Datum uitspraak: 01-02-2019
- ECLI:NL:TACAKN:2019:11
Klacht over controle van de post goodwill (samenhangend met in- en uittreding van een of meer aandeelhouders) in de jaarrekening 2011 gegrond. In geen van de documenten uit het controledossier waarnaar betrokkene 1) ter onderbouwing van zijn verweer verwijst, is expliciet vastgelegd op grond van welke gegevens en afwegingen hij het opnemen van goodwill aanvaardbaar heeft geacht. Een document behelst alleen de blote mededeling dat de post immateriële activa geen intern gegenereerde goodwill omvat. In geen van de documenten staat wat de algemeen heersende opvatting is over de verwerking van goodwill in een context zoals die bij de entiteit, waarom die opvatting als de algemeen heersende moet worden beschouwd en evenmin waarom aan die opvatting zoveel gezag toegekend moet worden dat ze een goede reden oplevert om af te wijken van het uitgangspunt neergelegd in RJ 115.107 (bij het opstellen van de jaarrekening dient de economische realiteit van transacties te worden gevolgd). Betrokkene (1) heeft verder bij de controle van de afschrijving van de goodwill geen van de stappen voorgeschreven in NVCOS 540 uitgevoerd. Wat hij wel heeft gedaan en vastgelegd in het dossier, kan niet worden gezien als een beoordeling van de gegevens en het onderzoek naar de veronderstellingen, waarop de schatting is gebaseerd. Betrokkene 2) had de dagelijkse leiding over het controleteam en is daarom in dezelfde mate tuchtrechtelijk verantwoordelijk voor de werkzaamheden in het kader van de controle van de jaarrekening over 2011 en de vastlegging daarvan. Klacht over dividenduitkeringen gedaan in 2012 gegrond. Die uitkeringen vormden bij de controle van de jaarrekening over dat jaar, waarbij een afkeurende controleverklaring was gegeven vanwege de verwerking van goodwill voortvloeiend uit de in- en uittreding van een of meer aandeelhouders, een omstandigheid die gerede twijfel kon doen ontstaan over de juistheid van de gehanteerde continuïteitsveronderstelling. Betrokkene 2) heeft dat ten onrechte niet onderkend.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2019:31 Raad van Discipline Amsterdam 18-1031/A/A 18-1032/A/A
- Datum publicatie: 31-01-2019
- Datum uitspraak: 28-01-2019
- ECLI:NL:TADRAMS:2019:31
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij (verweerder sub 1) en diens patroon (verweerder sub 2). In de kern komen de klachtonderdelen a) t/m f) van de klacht van klagers ten aanzien van verweerder sub 1 erop neer dat verweerder sub 1 in de procedure tussen klagers en de cliënten van verweerder sub 1 valse verklaringen en/of beweringen zou hebben gedaan. De voorzitter overweegt dat de verweten uitlatingen zijn gedaan in een gerechtelijke procedure en zien op de kern van het geschil dat partijen in die procedure verdeeld houdt. Dit maakt dat die uitlatingen niet tuchtrechtelijk verwijtbaar zijn, tenzij verweerder wist of had moeten weten dat die uitlatingen onjuist waren. Daarvan is niet gebleken. Voorts hebben klagers onvoldoende concrete feiten en omstandigheden gesteld op grond waarvan aangenomen zou moeten worden dat verweerder de juistheid daarvan had moeten verifiëren. Het is aan klagers om de onjuistheid daarvan in de betreffende gerechtelijke procedure en niet in een tuchtrechtelijke procedure te bestrijden. Los van de vraag of verweerder sub 2 tuchtrechtelijk verantwoordelijk gehouden kan worden voor het handelen en/of nalaten van verweerder sub 1, geldt dat verweerder sub 1 geen tuchtrechtelijk verwijt treft, zodat van (daaraan gekoppelde) nalatigheid en tekortschieten aan de zijde van verweerder sub 2 evenmin is gebleken. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2019:6 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/648452 / DW RK 18/277
- Datum publicatie: 31-01-2019
- Datum uitspraak: 22-01-2019
- ECLI:NL:TGDKG:2019:6
Een oproep bij exploot voor e-Court kan niet gekwalificeerd worden als een ambtshandeling. Klacht gegrond. Geen maatregel, omdat er door de notitie van de eigen beroepsorganisatie in 2016 mogelijk wel verwarring is ontstaan bij de gerechtsdeurwaarder over de vraag wat er in deze is toegestaan.
-
ECLI:NL:TGDKG:2019:1 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/629236 / DW RK 17/528
- Datum publicatie: 31-01-2019
- Datum uitspraak: 22-01-2019
- ECLI:NL:TGDKG:2019:1
De gerechtsdeurwaarder heeft klager tweemaal ten onrechte als debiteur aangemerkt. Klacht gegrond, maatregel van waarschuwing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:221 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180167D
- Datum publicatie: 31-01-2019
- Datum uitspraak: 21-12-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:221
Dekenbezwaar. Tussenbeslissing. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door in het openbaar op een lokale nieuwswebsite feiten van een zaak onjuist weer te geven en zich onnodig grievend uit te laten over de wederpartij. Tevens heeft verweerder op ongepaste wijze reclame gemaakt door zich te profileren als een advocaat die bereid is voor zijn cliënt de regels van de beroepsgroep te overschrijden. Dat verweerder zich afkeurend heeft uitgelaten over een uitspraak van het Hof van Discipline is niet zonder meer onbetamelijk gezien de vrijheid van meningsuiting. Verweerder heeft het vertrouwen in de advocatuur beschaamd. Hij lijkt echter tot het inzicht te zijn gekomen dat zijn gedrag drastisch zal moeten veranderen. Hiertoe heeft hij reeds diverse stappen ondernomen. Het hof houdt het opleggen van een maatregel aan onder de voorwaarden dat verweerder over 6 maanden een rapportage van zijn coach en inlichtingen van zijn psychotherapeut overlegt en de deken daarop een visie heeft gegeven.
-
ECLI:NL:TGDKG:2019:2 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/629523 / DW RK 17/550
- Datum publicatie: 31-01-2019
- Datum uitspraak: 22-01-2019
- ECLI:NL:TGDKG:2019:2
Niet in geschil is dat gerechtsdeurwaarders sub 1 en 2 ervan op de hoogte waren dat sprake was van een eerste beslaglegger. De gerechtsdeurwaarders zijn er echter ten onrechte op voorhand vanuit gegaan dat de beslagvrije voet nihil was, omdat klaagster woonachtig is in het buitenland. De kamer is van oordeel dat de gerechtsdeurwaarders hier niet zonder meer van mochten uitgaan en dat zij, alvorens de ontvangen gelden door te storten aan de opdrachtgever, eerst contact hadden moeten opnemen met gerechtsdeurwaarder sub 3, als zijnde eerste beslaglegger. De klacht is op dit onderdeel gegrond, de kamer legt aan gerechtsdeurwaarders sub 1 en 2 de maatregel van berisping op. De beslagvrije voet kan eerst op de juiste manier worden berekend op het moment dat de gerechtsdeurwaarder beschikt over de benodigde bewijsstukken. Uit de overgelegde producties kan worden opgemaakt dat gerechtsdeurwaarder sub 3 de benodigde bewijsstukken heeft opgevraagd, maar niet alle stukken heeft ontvangen. De klacht gericht tegen gerechtsdeurwaarder sub 3 is ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2019:3 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/631446 / DW RK 17/646
- Datum publicatie: 31-01-2019
- Datum uitspraak: 22-01-2019
- ECLI:NL:TGDKG:2019:3
Tijdige beantwoording van het verzoek van klaagster om aanpassing van de beslagvrije voet is uitgebleven. Klacht gegrond, geen maatregel.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2019:29 Raad van Discipline Amsterdam 18-955
- Datum publicatie: 31-01-2019
- Datum uitspraak: 28-01-2019
- ECLI:NL:TADRAMS:2019:29
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zijn cliente er een gerechtvaardigd belang bij had om het uittreksel uit het personenregister op te vragen.
-
ECLI:NL:TGDKG:2019:4 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/630089 / DW RK 17/583 C/13/630422 / DW RK 17/605
- Datum publicatie: 31-01-2019
- Datum uitspraak: 22-01-2019
- ECLI:NL:TGDKG:2019:4
De gerechtsdeurwaarder heeft niet binnen een redelijke termijn op de e-mail van klager van 4 mei 2017 gereageerd. Er waren voldoende aanwijzingen voor de gerechtsdeurwaarder aanwezig dat klagers welwillend waren om het juiste verschuldigde bedrag te betalen. De gerechtsdeurwaarder heeft echter pas na de gelegde beslagen goed naar de overgelegde bewijzen van klagers gekeken. De gerechtsdeurwaarder heeft zich in deze te veel laten leiden door zijn opdrachtgever en heeft onvoldoende getoond dat hij een eigen verantwoordelijkheid heeft. De gerechtsdeurwaarder heeft erkend dat in het exploot van betekening en bevel ten onrechte de wettelijke handelsrente is berekend in plaats van de wettelijke consumentenrente. Klagers hadden dit reeds eerder per e-mail aan de gerechtsdeurwaarder kenbaar gemaakt. Volgens vaste tuchtrechtspraak geldt dat als een ambtshandeling bij één exploot kán worden gedaan, dan behoort deze in beginsel ook bij één exploot te wórden gedaan. Los van de vraag of de gerechtsdeurwaarder redelijkerwijs al tot de beslagleggingen had moeten overgaan en de vraag of daar dan direct twee beslagleggingen met de daaraan verbonden kosten voor nodig waren, dan nog hadden deze beide beslagen bij één exploot aan klager betekend moeten worden, althans dan had er voor beiden exploten maar éénmaal de kosten aan klager doorberekend mogen worden. Klacht gegrond, geldboete € 750,--.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2019:30 Raad van Discipline Amsterdam 18-872
- Datum publicatie: 31-01-2019
- Datum uitspraak: 28-01-2019
- ECLI:NL:TADRAMS:2019:30
Voorzittersbeslissing. Klacht van moeder (klaagster) en zoon (klager) over advocaat van zoon. De voorzitter verklaart klaagster kennelijk niet-ontvankelijk vanwege onvoldoende rechtstreeks belang. Klacht voor zover ingediend door klager kennelijk ongegrond. Dat sprake is van excessief declareren wordt gemotiveerd betwist en is de voorzitter overigens ook niet gebleken.
-
ECLI:NL:TGDKG:2019:5 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/638446 / DW RK 17/1120
- Datum publicatie: 31-01-2019
- Datum uitspraak: 22-01-2019
- ECLI:NL:TGDKG:2019:5
Beslissing op verzet. Klaagster stelt dat ten onrechte (derden)beslag is gelegd, omdat zij de vordering reeds had betaald. De door klaagster verrichte betaling aan haar eigen advocaat kan echter niet als bevrijdende betaling in de zin van artikel 6:32 BW worden beschouwd. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2019:15 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-616/DB/LI
- Datum publicatie: 30-01-2019
- Datum uitspraak: 28-01-2019
- ECLI:NL:TADRSHE:2019:15
Verweerder heeft klager onvoldoende geïnformeerd over de mogelijkheid tot het aanvragen van door de overheid gefinancierde rechtsbijstand. Gegrond. Waarschuwing. Kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:269 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-874
- Datum publicatie: 30-01-2019
- Datum uitspraak: 17-12-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:269
Klacht tussen advocaten onderling. Dat verweerder zich niet welwillend heeft gedragen door zich niet te houden aan een tussen hem en klager overeengekomen afspraak, heeft de raad niet kunnen vaststellen nu verweerder expliciet heeft betwist dat overeenstemming was bereikt. Van het bemoeilijken van contact en het antedateren van brieven door verweerder is de raad evenmin gebleken. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2019:16 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-617/DB/LI
- Datum publicatie: 30-01-2019
- Datum uitspraak: 28-01-2019
- ECLI:NL:TADRSHE:2019:16
Verweerster heeft verzuimd tijdig beroep in te stellen, ten gevolge waarvan het beroep van klager niet-ontvankelijk is verklaard. Gegrond. Waarschuwing. Kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:270 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-873
- Datum publicatie: 30-01-2019
- Datum uitspraak: 17-12-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:270
De klacht van klagers over de advocaat van hun wederpartij behelst 16 klachtonderdelen en ziet – kort gezegd – op het ontbinden van de vaststellingsovereenkomst door verweerder en het latere executoriale beslag op de woning/het kantoor van klagers en de voorgenomen executie daarvan. De raad oordeelt de klacht deels niet-ontvankelijk en voor het overige ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:271 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-226
- Datum publicatie: 30-01-2019
- Datum uitspraak: 17-12-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:271
Klacht tegen advocaat wederpartij en het kantoor met wie verweerder (heeft) samen(ge)werkt. Klacht niet-ontvankelijk voor zover deze zich richt tegen het kantoor. Verder is niet gebleken dat verweerder tijdens zijn ziekte niet heeft zorggedragen voor waarneming (en daardoor de zaak heeft vertraagd). Geen strijd met de Voda. Klacht wat die onderdelen betreft ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:272 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-165
- Datum publicatie: 30-01-2019
- Datum uitspraak: 03-12-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:272
Klacht tegen eigen piketadvocaten ongegrond. Niet is komen vast te staan dat klager niet de rechtsbijstand heeft ontvangen waarop hij mocht rekenen. Of verweerder volgens het piketreglement van de Raad voor Rechtsbijstand voldoende zwaarwegende redenen had om zijn piketdienst over te dragen aan verweerster is niet ter beoordeling aan deze raad. voorop staat dat verweerder voor tijdige vervanging heeft zorggedragen en dat klager tijdens het politieverhoor niet verstoken is geweest van rechtsbijstand.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:273 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-545
- Datum publicatie: 30-01-2019
- Datum uitspraak: 15-10-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:273
Voorzittersbeslissing. Klacht over het optreden van de eigen advocaat. De voorzitter is van oordeel dat niet gebleken is dat verweerder te traag heeft geprocedeerd, terwijl evenmin gebleken is dat verweerder tekort is geschoten in de wijze van procederen en de communicatie met klager. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:267 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-250
- Datum publicatie: 30-01-2019
- Datum uitspraak: 18-07-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:267
Klacht tegen eigen advocaat kennelijk ongegrond. De voorzitter is niet gebleken dat verweerder onvoldoende kritisch is geweest en/of geen of onvoldoende onderzoek heeft verricht in de zaak van klaagster.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2019:14 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-679/DB/LI
- Datum publicatie: 30-01-2019
- Datum uitspraak: 28-01-2019
- ECLI:NL:TADRSHE:2019:14
Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door op te treden tegen klaagster, terwijl hij voordien meer dan tien jaar als advocaat werkzaamheden heeft verricht voor klaagster. Klaagsters stelling dat het verweerder niet is toegestaan om in meer brede zin op te treden tegen klaagster is te algemeen geformuleerd en het is niet aan de raad om hierover te oordelen. De raad oordeelt enkel over concrete gedragingen. Klacht deels gegrond. Waarschuwing. Kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:274 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-530
- Datum publicatie: 30-01-2019
- Datum uitspraak: 15-10-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:274
Voorzittersbeslissing. Klacht over het optreden van de eigen advocaat. De voorzitter is van oordeel dat het verweerster vrijstond zich als advocaat van klager terug te trekken wegens verschil van inzicht over de aanpak van de zaak. Verder is niet gebleken van tekortschieten van verweerster in de communicatie met klager; evenmin is gebleken van een onjuiste werkwijze van verweerster. Klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:268 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-853
- Datum publicatie: 30-01-2019
- Datum uitspraak: 03-12-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:268
Wrakingsbeslissing, die ex artikel 4 wrakingsprotocol raden zonder zitting is gedaan. De wrakingskamer wijst het verzoek tot wraking van verzoeker van de zittingscombinatie af. Dat de raad een aanhoudingsverzoek van verzoeker/klager heef afgewezen is een processuele beslissing en geen gerechtvaardigde grond voor wraking. Ook de overige wrakingsgronden resulteren niet daarin dat de rechterlijke onpartijdigheid van verweerders schade zou leiden.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:10 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-888
- Datum publicatie: 29-01-2019
- Datum uitspraak: 14-01-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:10
De deken verwijt verweerder in zijn bezwaar dat hij niet de zorgvuldigheid heeft betracht die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat mag worden verwacht doordat hij in een zaak niet tijdig voor betaling van het griffierecht in hoger beroep zorg heeft gedragen. Bovendien heeft hij in strijd met Gedragsregel 16 lid 2 zijn cliënte niet onverwijld op de hoogte gesteld van de beschikking van het Hof waarbij het appel daarom niet-ontvankelijk werd verklaard. Ook heeft verweerder zijn cliënte welbewust onjuist geïnformeerd over het aanspreken van zijn beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar. De volgens verweerder verzonden brief heeft de verzekeraar nimmer ontvangen noch een ander bericht over de aansprakelijkstelling. Verweerder erkent de verweten gedragingen. Het dekenbezwaar is daarom gegrond. In samenhang met een andere beslissing tegen verweerder wordt een schorsing van twee maanden opgelegd waarvan een maand voorwaardelijk.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:11 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-682 18-683
- Datum publicatie: 29-01-2019
- Datum uitspraak: 14-01-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:11
In 2016 heeft klaagster verweerder ingeschakeld om een contactregeling te treffen met haar kinderen die bij haar ex-echtgenoot verbleven. Pas na veel aandringen heeft verweerder in 2017 een daartoe strekkend verzoekschrift ingediend bij de rechtbank. Dat zou naar zijn mededeling in april 2017 zijn gebeurd. Later is gebleken dat dit pas gebeurde in september 2017. Tot twee maal toe berichtte verweerder klaagster dat er een zitting zou plaats vinden. Later bleek dat er geen zittingen door de rechtbank waren bepaald. Naar het oordeel van de Raad verwijt klaagster verweerder terecht dat hij ernstig tekort is geschoten in de behartiging van haar belangen. Dat verweerder bovendien diverse malen gelogen heeft over de gang van zaken rekent de Raad hem ernstig aan. De deken heeft ter zake dezelfde feiten een dekenbezwaar ingediend. De raad schorst verweerder voor twee maanden waarvan een maand voorwaardelijk.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:12 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-172
- Datum publicatie: 29-01-2019
- Datum uitspraak: 14-01-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:12
De heer S. is namens klaagster opgetreden als bewindvoerder over de heer W. De heer W. heeft verweerder ingeschakeld als advocaat in verband met een geschil over zijn bewindvoering. In de nasleep van dat geschil heeft verweerder contact gezocht met de erfgenamen van de inmiddels overleden heer W. Hij heeft zich daarbij dreigend en intimiderend jegens hen uitgelaten. De gemeente G. klaagt daarover. Die klacht wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat alleen de erfgenamen hierover kunnen klagen. Klaagster verwijt verweerder ook dat hij de heer S. beticht van liegen en manipuleren. De raad is met klaagster van oordeel dat de toon en de bewoordingen die verweerder hierbij in zijn e-mails bezigt, een behoorlijk advocaat niet passen. Deze klacht is dus gegrond. Omdat aan verweerder in een eerdere zaak in dezelfde context al de maatregel van een waarschuwing is opgelegd, volgt een berisping omdat verweerder zijn onprofessionele aanpak niet heeft laten varen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2019:11 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/291
- Datum publicatie: 29-01-2019
- Datum uitspraak: 25-01-2019
- ECLI:NL:TGZRAMS:2019:11
Klaagster verwijt de arts dat deze zonder toestemming van klaagster (en haar zoon) veel morfine heeft toegediend aan de echtgenoot van klaagster, met als gevolg dat de echtgenoot van klaagster is overleden. Klaagster is van mening dat er palliatieve sedatie heeft plaatsgevonden zonder haar toestemming. Ongegrond
-
ECLI:NL:TNORARL:2019:2 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/340542 / KL RK 18-105
- Datum publicatie: 29-01-2019
- Datum uitspraak: 22-01-2019
- ECLI:NL:TNORARL:2019:2
De notaris is gehouden het resterende bedrag van de verkoopopbrengst uit te betalen aan de daarop rechthebbende, tenzij deze opdracht geeft tot betaling aan een derde. In het onderhavige geval heeft verkoopster de notaris opdracht gegeven beide makelaars naar rato uit te betalen, dus die verplichting diende te notaris na te komen. De overeenkomst van opdracht tot dienstverlening tussen verkoopster en klaagster is geen rechtshandeling waarbij de notaris betrokken was zodat ten aanzien van deze rechtshandeling de in artikel 17 lid 1 Wna neergelegde verplichting voor de notaris niet geldt.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:13 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-326
- Datum publicatie: 29-01-2019
- Datum uitspraak: 14-01-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:13
Klager stelt dat verweerster te kort is geschoten in de behartiging van de belangen van klager doordat haar juridische kennis en vaardigheden niet op peil waren. Naar het oordeel van de Raad heeft klager dit verwijt onvoldoende onderbouwd waarbij de Raad de formulering van de aan verweerster verstrekte opdracht betrekt. Ook reageerde verweerster volgens klager niet binnen een redelijke termijn op berichten van klager over door de wederpartij gemaakte fouten. Hoewel verweerster niet erg vlot reageerde acht de Raad dit verwijt van onvoldoende gewicht. De klachten zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:265 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-1065
- Datum publicatie: 29-01-2019
- Datum uitspraak: 29-10-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:265
Verzet ongegrond. Verweerder heeft met zijn handelwijze in het familierechtelijk geschil tussen klager en zijn cliënte niet jegens klager de grenzen van het betamelijke overschreden.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2019:33 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-111
- Datum publicatie: 29-01-2019
- Datum uitspraak: 29-01-2019
- ECLI:NL:TGZRSGR:2019:33
Ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. De verzekeringsarts heeft in redelijkheid tot de conclusie in het expertiserapport kunnen komen. Geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de verzekeringsarts niet onafhankelijk tot haar rapport is gekomen. De woordkeuze in het rapport is verder gebruikelijk, geen kwetsend of suggestief taalgebruik. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:14 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-162
- Datum publicatie: 29-01-2019
- Datum uitspraak: 14-01-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:14
Verzetbeslissing; verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2019:34 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-138
- Datum publicatie: 29-01-2019
- Datum uitspraak: 29-01-2019
- ECLI:NL:TGZRSGR:2019:34
Ongegronde klacht tegen een arts. De zoon van klaagster is overleden tijdens een zwemactiviteit in een zwembad. Ter zitting is een deskundige door het College gehoord. De aangeklaagde arts, werkzaam als forensisch arts, heeft de lijkschouw zowel ter plaatse als in het mortuarium gedaan, heeft de benodigde informatie over de situatie bij het overlijden alsmede relevante gegevens uit de medische voorgeschiedenis ingewonnen en is op goede gronden tot de conclusie gekomen dat verdrinking tijdens een epileptische aanval het meest waarschijnlijke scenario was. De arts heeft een verklaring van een niet-natuurlijke dood afgegeven en heeft conform zijn opdracht de officier van justitie geïnformeerd. Een Nodok-onderzoek wordt in geval van verdrinking uitgesloten, dus heeft de arts deze niet kunnen dan wel behoren aan te vragen. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:30 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 220/2018
- Datum publicatie: 29-01-2019
- Datum uitspraak: 29-01-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:30
Klacht tegen apotheker. Fout bij de levering van afbouwmedicatie, mede door de inrichting van het werkproces door verweerder. Klacht gegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:15 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-214
- Datum publicatie: 29-01-2019
- Datum uitspraak: 14-01-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:15
Verzetbeslissing; verzet niet-ontvankelijk. Klaagster heeft verzet aangetekend tegen een voorzittersbeslissing. Zij heeft de termijn waarbinnen dat dient te gebeuren met één dag overschreden. Ter zitting heeft klaagster geen redenen aangevoerd waardoor deze overschrijding naar het oordeel van de Raad als verschoonbaar kan worden aangemerkt.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:262 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-684
- Datum publicatie: 28-01-2019
- Datum uitspraak: 12-11-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:262
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat niet-ontvankelijk wegens verjaring ex artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2019:19 Raad van Discipline Amsterdam 18-526/A/A
- Datum publicatie: 28-01-2019
- Datum uitspraak: 21-01-2019
- ECLI:NL:TADRAMS:2019:19
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2019:1 Kamer voor het notariaat Den Haag 18-53
- Datum publicatie: 28-01-2019
- Datum uitspraak: 09-01-2019
- ECLI:NL:TNORDHA:2019:1
Ingevolge artikel 110 lid 1 van de Wet op het notarisambt (Wna) is klaagster op 10 mei 2016 een onderzoek gestart naar het handelen van de notaris. De conceptrapportage was op 25 juli 2016 gereed. De notaris heeft op 12 september 2016 een reactie gestuurd naar klaagster op de conceptrapportage. De definitieve rapportage was op 18 januari 2018 gereed.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:263 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-688
- Datum publicatie: 28-01-2019
- Datum uitspraak: 12-11-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:263
De voorzitter oordeelt de klacht over onvoldoende kwaliteit in de dienstverlening in de letselschadezaak van klager, kennelijk ongegrond. Dat verweerster daarnaast op enig moment telefonisch overleg met klager wilde hebben, is niet klachtwaardig en in de gegeven omstandigheden niet onbegrijpelijk geweest. kennelijk ongegrond.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 382
- Pagina: 383
- Pagina: 384
- ...
- Pagina: 952
- Volgende pagina zoekresultaten