Zoekresultaten 13401-13450 van de 47966 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2021:11 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2019/108
- Datum publicatie: 04-05-2021
- Datum uitspraak: 04-05-2021
- ECLI:NL:TGZRGRO:2021:11
Klacht tegen huisarts. Klager heeft zich in 2018 in zijn vinger gezaagd met elektrische cirkelzaag. Hij wendde zich tot de doktersdienst waar hij door beklaagde werd gezien. Zij beoordeelde de wond en gaf de aanwezige triagiste opdracht om de wond te hechten en het consult af te ronden. Klager kreeg geen antibiotica. Enkele dagen na het consult raakte klagers vinger ernstig ontstoken. Hij heeft van zijn eigen huisarts alsnog antibiotica gekregen. Een deel van de functionaliteit van zijn vinger is klager kwijtgeraakt. Hij verwijt beklaagde 1) dat zij aan hem geen antibiotica heeft voorgeschreven, 2) dat zij het hechten heeft overgelaten aan triagiste in plaats van een plastisch chirurg en 3) dat hij geen advies heeft gekregen over hoe te handelen bij ontstekingsverschijnselen. Het college overweegt dat de verwijten niet terecht zijn en verklaart de klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TDIVBC:2021:2 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2020/16
- Datum publicatie: 04-05-2021
- Datum uitspraak: 30-04-2021
- ECLI:NL:TDIVBC:2021:2
Dierenarts wordt verweten met betrekking tot de inzet van antibiotica op vier melkveebedrijven (droogzetters en mastitis preparaten) in strijd te hebben gehandeld met de wettelijke voorschriften en de zorgvuldige beroepsuitoefening. Het Veterinair Beroepscollege komt tot de slotsom dat de dierenarts tekort is geschoten in de naleving van de (administratieve) verplichtingen voor het voorschrijven en de aflevering van antibiotica als bedoeld in artikel 5.14 en 5.17 van de Regeling diergeneeskundigen en bijlage 9 van de Regeling diergeneesmiddelen. Voorts heeft de dierenarts in strijd gehandeld met artikel 2.8 van de Wet dieren en de registratiebeschikkingen en bijsluiters ten aanzien van de toepassing van de diergeneesmiddelen Avuloxil, Curaclox en Albiotic Formula. Beroep verworpen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2021:53 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/184
- Datum publicatie: 04-05-2021
- Datum uitspraak: 04-05-2021
- ECLI:NL:TGZRAMS:2021:53
Klaagster dient een klacht in tegen een (basis-)arts, die in het kader van de Wmo 2015 een sociaal medisch advies heeft gegeven aan de gemeente waar klaagster woonachtig is. Klaagster verwijt verweerder de procedures niet goed in acht te hebben genomen (waaronder de toepassing van het correctierecht) en zich onheus te hebben gedragen door ongepaste grappen te maken, aldus klaagster. Verweerder voert verweer en stelt onder andere dat hij aan het einde van het gesprek met klaagster haar heeft voorgehouden wat de strekking van zijn advies zou zijn.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:49 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-143
- Datum publicatie: 04-05-2021
- Datum uitspraak: 04-05-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:49
Klaagster niet ontvankelijk in haar klacht tegen een huisarts. Vast staat dat beklaagde geen behandelrelatie heeft of heeft gehad met klaagster. De relatie tussen klaagster en beklaagde betrof enkel een privérelatie waarbij zij directe buren zijn. Het College is van oordeel dat de verweten gedragingen van beklaagde louter betrekking hebben op de relatie van onderlinge buren en dus alleen op de privésfeer. De verweten gedragingen zijn niet van dien aard dat sprake is van weerslag op het belang van de individuele gezondheidszorg. Dit betekent dat de verweten uiting - waarvan beklaagde overigens met klem heeft betwist dat zij dit überhaupt heeft gezegd - niet kan worden getoetst aan de tuchtnormen zodat klaagster alleen al op die grond niet ontvankelijk wordt verklaard in haar klacht.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2021:14 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2020/40
- Datum publicatie: 03-05-2021
- Datum uitspraak: 28-01-2021
- ECLI:NL:TDIVTC:2021:14
Dienstdoend dierenarts wordt verweten niet adequaat te hebben gereageerd op een nachtelijke telefonische melding van klaagster met betrekking tot de gezondheidstoestand van haar cavia en haar zorgen daarover. Gegrond, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2021:15 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2020/15
- Datum publicatie: 03-05-2021
- Datum uitspraak: 22-02-2021
- ECLI:NL:TDIVTC:2021:15
Dierenarts wordt verweten onvoldoende onderzoek te hebben verricht bij een chinchilla met slikklachten. Deels gegrond. Volgt waarschuwing.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2021:8 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2019/89
- Datum publicatie: 03-05-2021
- Datum uitspraak: 28-01-2021
- ECLI:NL:TDIVTC:2021:8
Dierenarts wordt verweten dat tijdens een keizersnede bij een hond onvoldoende professionele assistentie aanwezig was, dat de moederhond te snel mee naar huis is gegeven en dat na het overlijden van de moederhond onvoldoende instructies met betrekking tot de zorg voor de pups zijn gegeven. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:90 Raad van Discipline Amsterdam 21-229/A/NH
- Datum publicatie: 03-05-2021
- Datum uitspraak: 26-04-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:90
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerster mocht uitgaan van het feitenmateriaal dat haar cliënte haar verstrekte.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2021:16 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2020/21
- Datum publicatie: 03-05-2021
- Datum uitspraak: 25-03-2021
- ECLI:NL:TDIVTC:2021:16
Dierenarts wordt verweten met betrekking tot de behandeling van een hond met maagdarm- en rugklachten veterinair onjuist c.q. nalatig te hebben gehandeld. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:84 Raad van Discipline Amsterdam 21-319/A/NH/D 21-327/A/NH/D
- Datum publicatie: 03-05-2021
- Datum uitspraak: 03-05-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:84
Het gebrek aan realiteitszin en het disproportionele wantrouwen van verweerster jegens anderen in de strafrechtketen geven de raad de overtuiging dat sprake is van een ernstige mate van decompensatie, wat gevoegd bij het ernstige gebrek aan kwaliteit in de weg staat aan een behoorlijke praktijkuitoefening, in welk rechtsgebied dan ook. Het gebrekkige vermogen van verweerster om, ondanks begeleiding door de deken en coaching door twee ervaren strafadvocaten, tot verbetering te komen geeft de raad de overtuiging dat niet kan worden volstaan met een time out in de vorm van een schorsing, maar dat schrapping van tableau de aangewezen maatregel is. Naar het oordeel van de raad bestaat er een onaanvaardbaar risico dat verweerster tussen de uitspraak van de raad en het onherroepelijk worden ervan schade toebrengt aan haar cliënten. Bij dit oordeel zijn de meest recente signalen, in combinatie bezien, doorslaggevend. Uit deze (onweersproken) signalen blijkt dat verweerster in het holst van de nacht een rode of gele kaart ‘uit het universum’ met daarop een verontrustende boodschap bij een dorpsgenoot in de brievenbus heeft gedaan. Uit de signalen blijkt daarnaast dat verweerster enkele dagen later tijdens de behandeling van de strafzaak van haar minderjarige cliënt opmerkelijk en warrig gedrag heeft vertoond en is tekortgeschoten in de behartiging van de belangen van haar cliënt. De signalen geven naar het oordeel van de raad blijk van ernstig verward gedrag. De signalen bevestigen naar het oordeel van de raad de ernstige twijfel die bij de deken en coaches van verweerster al geruime tijd bestaat aan het psychische welzijn van verweerster en brengen met zich dat onmiddellijk ingrijpen noodzakelijk en onafwendbaar is. De raad zal daarom ook het verzoek van de deken op grond van artikel 60b Advocatenwet toewijzen.
-
ECLI:NL:TACAKN:2021:30 Accountantskamer Zwolle 20/1638 Wtra AK
- Datum publicatie: 03-05-2021
- Datum uitspraak: 03-05-2021
- ECLI:NL:TACAKN:2021:30
Klacht tegen een accountant dat zij de opdracht niet is nagekomen om jaarlijks een administratieve uitwerking van de huwelijkse voorwaarden van klager en zijn (ex-)echtgenote samen te stellen. Klager verwijt betrokkene ook dat zij niet (inhoudelijk) heeft gereageerd op zijn brieven en dat een uitwerking die in 2017 tijdens de echtscheidingsprocedure is gemaakt fouten bevat. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene niet kan worden verweten dat zij niet zelf heeft gereageerd op de eerste brief van klager, omdat klager haar heeft gevraagd om te reageren op stellingen van zijn (ex-)echtgenote in de echtscheidingsprocedure. Betrokkene heeft kunnen concluderen dat haar objectiviteit in het geding was en dat zij niet langer betrokken bij het dossier van klager zou moeten. Klager heeft wel een reactie op deze brief heeft gekregen. De jurist van het accountantskantoor heeft hem op de hoogte gesteld van het standpunt van betrokkene. De overige brieven van klager waren niet aan betrokkene gericht, zodat zij niet gehouden was om daarop te reageren. Ook kan betrokkene niet worden verweten dat het samenstellen van de administratieve uitwerkingen vanaf 2012 is uitgesteld, omdat klager en zijn (ex-)echtgenote met dit uitstel hebben ingestemd. Dit in verband met een procedure die aanhangig was bij de Belastingdienst waardoor er onzekerheid was over de cijfers. Tot slot is niet aannemelijk geworden dat de administratieve uitwerking die betrokkene in 2017 heeft gemaakt niet correct is. Betrokkene heeft een toereikende onderbouwing gegeven voor de in deze uitwerking opgenomen bedragen. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2021:10 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2020/5
- Datum publicatie: 03-05-2021
- Datum uitspraak: 28-01-2021
- ECLI:NL:TDIVTC:2021:10
Dierenarts wordt verweten tekort te zijn geschoten in de verleende zorg aan een hond, nadat uit bloedonderzoek sterk verhoogde nierwaarden waren gebleken. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2021:9 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2020/2
- Datum publicatie: 03-05-2021
- Datum uitspraak: 28-01-2021
- ECLI:NL:TDIVTC:2021:9
Dierenarts wordt verweten niet adequaat te hebben gehandeld met betrekking tot de verleende zorg aan een plotseling ziek geworden kat. Gegrond, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2021:17 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2020/26
- Datum publicatie: 03-05-2021
- Datum uitspraak: 25-03-2021
- ECLI:NL:TDIVTC:2021:17
Klacht tegen vier dierenartsen, betrekking hebbend op twee operaties die zijn uitgevoerd bij een hond, nadat het dier was overreden door een heftruck. De klachten zijn ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TACAKN:2021:31 Accountantskamer Zwolle 20/1812 Wtra AK
- Datum publicatie: 03-05-2021
- Datum uitspraak: 03-05-2021
- ECLI:NL:TACAKN:2021:31
Klacht tegen een accountant die een brief “Waarmerking berekeningsmethodiek Certificaten van aandelen” heeft opgesteld. Anders dan betrokkene heeft betoogd, kan deze brief niet worden beschouwd als een rapport van feitelijke bevindingen als bedoeld in Standaard 4400N. In de brief wordt onder andere een conclusie getrokken met betrekking tot de waarde van de certificaten en de indruk gewekt dat een bepaalde mate van assurance wordt gegeven. Dat past niet in een rapport van feitelijke bevindingen. Omdat aan de brief een aspect van assurance niet kan worden ontzegd, heeft de Accountantskamer de brief beoordeeld als een assurance-rapport waarop van toepassing is Standaard 3000A. Dit betekent onder meer dat de brief moet berusten op een deugdelijke grondslag. Deze grondslag ontbreekt echter, omdat betrokkene heeft erkend dat hij geen assurance-werkzaamheden heeft uitgevoerd. Klacht is gegrond. Berisping.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2021:11 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2020/8
- Datum publicatie: 03-05-2021
- Datum uitspraak: 28-01-2021
- ECLI:NL:TDIVTC:2021:11
Dienstdoend dierenarts wordt verweten met betrekking tot een hond, die ernstig benauwd was, niet de door klaagster gevraagde hulp te hebben geboden. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2021:18 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2021/39
- Datum publicatie: 03-05-2021
- Datum uitspraak: 20-04-2021
- ECLI:NL:TDIVTC:2021:18
Termijnoverschrijding. Klacht wordt niet-ontvankelijk verklaard, nu het handelen waarover wordt geklaagd meer dan 3 jaar voor de indiening van de klacht heeft plaatsgevonden en er geen valide argumenten zijn aangevoerd die de late indiening en het in behandeling nemen van de klacht rechtvaardigen.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2021:12 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2020/14
- Datum publicatie: 03-05-2021
- Datum uitspraak: 28-01-2021
- ECLI:NL:TDIVTC:2021:12
Dierenarts wordtverweten tekort te zijn geschoten in de verleende zorg aan een hond, nadat het dier op een opvangadres door een andere hond was gebeten en daarbij verwondingen had opgelopen. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2021:13 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2020/22
- Datum publicatie: 03-05-2021
- Datum uitspraak: 28-01-2021
- ECLI:NL:TDIVTC:2021:13
Dierenarts wordt verweten dat na een door haar uitgevoerde oogoperatie bij een hond een beschermkap dermate strak om de nek van het dier is aangebracht, dat daardoor verwondingen zijn ontstaan die eerst na lange tijd definitief zijn genezen. Gegrond, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:55 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-393
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 29-03-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:55
Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit van dienstverlening. Verweerder heeft niet onzorgvuldig gehandeld ten aanzien van de verjaring van klaagsters vordering. De verantwoordelijkheid van verweerder is pas begonnen op 18 augustus 2016, het moment dat hij de door klaagster ondertekende opdrachtbevestiging retour ontving. In zijn algemeenheid is het niet onjuist om ook bij een mogelijk verjaarde vordering nog iets te proberen richting de wederpartij. Ook ten aanzien van de toevoegingsaanvraag heeft verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Klacht in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:79 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-526/DB/ZWB/D
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 26-04-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:79
Advocaat heeft er blijk van gegeven dat de praktijkuitoefening gedurende een lange periode niet voldoet aan de eisen die daaraan gesteld mogen worden. Dekenbezwaar gegrond. Gelet op de in klachtzaak 20-525/DB/ZWB opgelegde maatregel wordt geen maatregel opgelegd.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:68 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-742
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 01-02-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:68
Voorzittersbeslissing over kwaliteit dienstverlening door eigen advocaat. Naar het oordeel van de voorzitter is onvoldoende voortvarend handelen door verweerder niet vast te stellen. Binnen een redelijke termijn is verweerder met een herzien plan van aanpak gekomen. Verweerder heeft duidelijk met klager gecommuniceerd welke werkzaamheden hij wilde doen. Door het onoverbrugbare verschil van inzicht over het plan van aanpak in combinatie met zijn gevoel van onheuse bejegening door klager, diende verweerder de zaak neer te leggen. Dat verweerder daarbij de belangen van klager richting Achmea heeft geschaad, kan de voorzitter niet vaststellen. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:93 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.100
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 30-04-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:93
Klacht tegen psychiater. Klaagster is sinds 2000 ambulant onder behandeling bij de geestelijke gezondheidszorg. Klaagster is gediagnosticeerd met schizofrenie van het gedesorganiseerde type. De psychiater was van 2 november 2017 tot half maart 2019 betrokken bij de behandeling van klaagster. De bijdrage van de psychiater bij de behandeling was het controleren en voorschrijven van de medicatie. Klaagster verwijt de psychiater dat hij niet naar klaagster heeft geluisterd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Klaagster heeft tegen deze beslissing beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de zorg zoals deze in zijn totaliteit aan klaagster is aangeboden wel degelijk op enkele punten tekort is geschoten, maar dat van persoonlijke verwijtbaarheid van de aangeklaagde psychiater geen sprake is. Het beroep wordt daarom verworpen.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2021:31 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2091 rectificatiebeslissing
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 30-04-2021
- ECLI:NL:TGZREIN:2021:31
Verweerster wordt onder meer verweten dat: 1) zij haar (privé)gevoelens met klaagster, als cliënt, heeft gedeeld, terwijl klaagster nog bezig was met relatietherapie. Klaagster had nooit willen weten dat verweerster liefdesgevoelens voor haar ex-partner had gekregen. Klaagster vindt dat erg onprofessioneel en er is geen rekening gehouden met haar kwetsbare psychische staat van zijn op 26 juni 2020; 2) zij na het ontdekken van haar gevoelens niet meteen de behandeling met klaagster heeft stopgezet, maar zeker nog één therapie aan klaagster heeft gegeven; Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht deels ongegrond.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2021:7 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2020/12
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 14-01-2021
- ECLI:NL:TDIVTC:2021:7
Klachtambtenaarzaak: Dierenarts wordt verweten in strijd met de wettelijke regelgeving en de zorgvuldige beroepsuitoefening bij gezelschapsdieren een derde keuze antibioticum (Convenia, REG NL 10405) te hebben toegepast zonder bacteriologisch onderzoek en gevoeligheidstest, waarbij ook niet van een duidelijk onderbouwde veterinaire noodzaak voor de directe inzet van dit derde keuze antibioticum is gebleken. Gegrond, volgt onvoorwaardelijke boete van € 750 .
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:62 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-369
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 29-03-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:62
Klaagster heeft verzet aangetekend tegen de beslissing van de voorzitter op haar klachten. Klaagster heeft haar verwijt dat verweerster declaraties heeft gestuurd waarvoor geen werkzaamheden zijn verricht niet onderbouwd. Dat geldt ook voor de overige verwijten van klaagster over de contacten met de Raad van State en het gerechtshof. Het verzet heeft geen nieuwe gezichtspunten opgeleverd en is daarom ongegrond.
-
ECLI:NL:TACAKN:2021:29 Accountantskamer Zwolle 20/1563 Wtra AK
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 30-04-2021
- ECLI:NL:TACAKN:2021:29
Klacht over verrekeningsconstructie. Het is op zichzelf toelaatbaar dat een accountant uit zakelijke motieven de in het economische verkeer daartoe ten dienste staande juridische middelen gebruikt om betaling te waarborgen van vorderingen van het kantoor waaraan hij is verbonden op een cliënt van dat kantoor. De accountant dient er evenwel op toe te zien dat het door hem gebruikte middel zodanig kan plaatsvinden en ook plaatsvindt dat de voor hem geldende gedragsnormen worden gerespecteerd. Er zijn omstandigheden denkbaar die ertoe kunnen leiden dat het hanteren van een verrekeningsconstructie als tuchtrechtelijk verwijtbaar moet worden gekwalificeerd. In het bijzonder kan dat gelden voor de situatie waarin voorzienbaar is dat een debiteur-opdrachtgever niet in staat zal zijn om al zijn schuldeisers te voldoen. Van een accountant mag worden verlangd dat hij, voordat hij een verrekeningsconstructie aangaat, zich ervan vergewist dat een dergelijke situatie zich niet voordoet. Klacht deels gegrond. Tijdelijke doorhaling 3 maanden.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:56 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-132
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 29-03-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:56
Klager klaagt over de kwaliteit van verweerders dienstverlening. De raad beoordeelt de klacht aan de hand van de professionele standaard die van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht. In dit geval heeft verweerder klager niet gewezen op de consequenties die volgden uit de door klager gewenste formulering van een depotovereenkomst. Klager heeft daardoor schade geleden. Dat klachtonderdeel is daarom gegrond. Het verwijt van klager dat verweerder in de tuchtprocedure bij de deken klager in een kwaad daglicht heeft willen stellen is ongegrond. Verweerder heeft slechts verwezen naar mediaberichten over klager om de professionaliteit van klager aan te tonen. Het feit dat verweerder verzuimd heeft zich te stellen in een tegen klager aangespannen procedure en middels verzet dit heeft moeten rechtzetten, is een beroepsfout en daarmee onzorgvuldig. Gezien de gegrond verklaarde klachtonderdelen en het feit dat verweerder niet eerder tuchtrechtelijk is veroordeeld legt de raad een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:69 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-749
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 01-02-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:69
Voorzittersbeslissing over advocaat wederpartij in burengeschil. Verweerder mocht het uitvoerbaar bij voorraad verklaarde vonnis aan klagers laten betekenen om de in het dictum gestelde termijnen in gang te zetten, waaronder een termijn van twee dagen. Verweerder mocht tevens rechtstreeks, in cc aan hun advocaat, de gewraakte e-mail sturen met daarin een aanzegging met rechtsgevolg (Regel 25 lid 2 niet geschonden). Ook de door klagers verbeurde dwangsommen zijn op basis van het vonnis aan hen betekend. Klachten kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:94 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.101
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 30-04-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:94
Klaagster is sinds 2000 ambulant onder behandeling bij de geestelijke gezondheidszorg. Klaagster is gediagnosticeerd met schizofrenie van het gedesorganiseerde type. De arts was als arts assistent in opleiding tot specialist psychiatrie betrokken bij de behandeling van klaagster van 26 juni 2019 tot en met haar ontslag op 19 juli 2019. De klacht luidt dat de arts een volger is van de leugens over klaagster die zijn collega’s hem voorhouden.Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Klaagster heeft tegen deze beslissing beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de zorg zoals deze in zijn totaliteit aan klaagster is aangeboden wel degelijk op enkele punten tekort is geschoten, maar dat van persoonlijke verwijtbaarheid van de aangeklaagde arts geen sprake is. Het beroep wordt daarom verworpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:88 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.043
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 30-04-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:88
Klacht tegen een internist. Bij klaagster was borstkanker vastgesteld, waarna zij een borstsparende operatie heeft ondergaan. De internist is in januari 2009 voor het eerst bij klaagsters behandeling betrokken geraakt. Klaagster verwijt de internist dat zij klaagster heeft gebruikt als testpersoon voor de behandeling met immunotherapie en haar onjuiste informatie heeft gegeven over de prognose van haar ziekte. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht voor zover het handelen betreft voor 16 april 2009 niet-ontvankelijk verklaard, en de klacht voor het overige kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:80 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-527/DB/ZWB
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 26-04-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:80
Advocaat heeft zich binnen de door de raad van discipline bij beslissing van 5 april 2019 bepaalde proeftijd schuldig gemaakt aan een in art. 46 Advocatenwet bedoelde gedraging. De raad gelast de tenuitvoerlegging van de bij beslissing van 5 april 2019 voorwaardelijk opgelegde schorsing in de uitoefening van de praktijk voor de duur van twee weken.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2021:7 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/40
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 12-04-2021
- ECLI:NL:TNORSHE:2021:7
De notaris heeft een stamrecht-B.V. ontbonden op basis van de enkele mededeling van de (inmiddels overleden) enig aandeelhouder dat de stamrechten waren uitgekeerd. Daarna volgt een forse belastingaanslag. Daargelaten of erflater daadwerkelijk heeft meegedeeld dat de stamrechten volledig waren uitgekeerd, is de kamer van oordeel dat de notaris verder had moeten doorvragen en/of nader onderzoek had moeten doen om erflater in de gegeven omstandigheden juist en volledig te kunnen informeren over de fiscale gevolgen van de beoogde ontbinding. Door geen (voldoende) invulling te geven aan zijn onderzoek- en Belehrungspflicht, heeft de notaris notariële kernwaarden geschonden. Dat de notaris bovendien niet heeft gereageerd op de (zes) herhaalde verzoeken van erflater en zijn advocaat om contact op te nemen over de kwestie vindt de kamer uitermate verwerpelijk. Door niets van zich te laten horen, heeft hij erflater maandenlang - tot zijn overlijden - in het ongewisse gelaten. Van een behoorlijk handelend notaris mag worden verwacht dat hij, als hij ontdekt dat hij (mogelijk) een fout heeft gemaakt, alles in het werk stelt om deze fout te herstellen dan wel, indien herstel niet mogelijk blijkt, te zorgen voor een passende vergoeding van de schade die een benadeelde (cliënt) door zijn handelwijze heeft geleden. Dit geldt eens te meer nu de notaris er ten tijde van de ontbinding van de B.V. al van op de hoogte was dat erflater ongeneeslijk ziek was, terwijl erflater hem kort nadat hij bekend was geworden met de negatieve fiscale gevolgen heeft laten weten dat hij nog maar kort te leven had en dat hij de ontstane situatie voor zijn overlijden afdoende geregeld wilde hebben. Ook dit nalaten rekent de kamer de notaris ernstig aan. Berisping en proceskostenveroordeling
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:63 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-447
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 29-03-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:63
Primair stelt verweerder dat klager zijn klacht heeft ingetrokken en de klacht daarom niet opnieuw behandeld kan worden. Het zogenoemde ‘ne bis in idem-beginsel’ is ook in het tuchtrecht aanvaard. In dit geval is er echter geen sprake van het ten tweeden male voorleggen van een klacht aan de tuchtrechter. De eerste klacht van klager is niet door de deken onderzocht, laat staan aan de tuchtrechter voorgelegd. De klacht ziet op de zorgvuldigheid van de dienstverlening door verweerder. De raad hanteert bij de beoordeling van deze klacht als uitgangspunt dat verweerder dient te voldoen aan datgene wat binnen de beroepsgroep als professionele standaard geldt. Die professionele standaard veronderstelt een handelen met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht. Klager heeft geen kennis kunnen nemen van (een concept van) de memorie van grieven voordat dit stuk werd ingediend. Dit is onzorgvuldig. Ook het zonder overleg in rekening brengen van vermijdbare kosten is onzorgvuldig. Voor de overige klachten over het opstellen van aantekeningen voor een zitting en het gebrekkige optreden tijdens een zitting is onvoldoende onderbouwing gegeven. De raad legt de maatregel van een berisping op mede gebaseerd op het feit dat verweerder zonder gegronde reden afwezig was bij de zitting.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:57 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-553
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 01-03-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:57
Artikel 46h Advocatenwet bepaalt dat verzet tegen de voorzittersbeslissing dient te worden ingesteld binnen 30 dagen na verzending van het afschrift van deze beslissing. In deze zaak is de raad op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van oordeel dat klaagster te laat in verzet is gekomen van de beslissing van de voorzitter. Het verzet werd 14 dagen na de afloop van de wettelijke termijn ingediend. Van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is, is niet gebleken. Er bestaat de mogelijkheid dat berichten van de griffie kennelijk in de postbus ‘ongewenste e-mail’ van klaagster zijn terechtgekomen, maar dit levert voor klaagster geen verschoonbare termijnoverschrijding op aangezien zij reeds eerder hiermee geconfronteerd was en de voorzittersbeslissing daarom opnieuw aan haar was toegezonden. Het verzet is niet ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:95 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.254
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 30-04-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:95
Klacht tegen KNO-arts. Klager is door zijn huisarts naar de KNO-arts verwezen in verband met neuspassageproblemen. Een KNO-arts in opleiding (eveneens aangeklaagd, C2019.255) heeft net als de huisarts klager eerst een neusspray voorgeschreven alsmede een allergietest. Pas toen bleek dat de neusspray onvoldoende hielp, is besloten tot een neusoperatie. De aangeklaagde KNO-arts was medebeoordelaar van dit beleid en heeft hierover met klager telefonisch contact gehad. Klager verwijt de KNO-arts dat er onnodig neusspray is voorgeschreven, terwijl een operatie van de neus nodig was. Dit werkte vertragend en bracht kosten met zich vanwege het eigen risico. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:89 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.073
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 30-04-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:89
Klacht tegen een chirurg. Bij klaagster is tijdens het bevolkingsonderzoek een afwijking de linkerborst gevonden. Zij kwam daarvoor in behandeling in het ziekenhuis waar de chirurg destijds werkzaam was. Klaagster is gezien door een nurse practitioner in opleiding en uit nader onderzoek bleek dat sprake was van borstkanker. De chirurg was als supervisor aanwezig en maakte deel uit van het multidisciplinair overleg waar klaagster is besproken. Hij heeft na dit overleg het voorlopig behandelplan opgesteld en getekend. Klaagster verwijt de chirurg geen of onvoldoende dossiervoering, dat hij teveel taken heeft laat verrichten door een (leerling) nurse practitioner en dat hij zonder informed consent klaagster heeft willen laten deelnemen aan medisch wetenschappelijk onderzoek.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2021:8 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/42
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 15-03-2021
- ECLI:NL:TNORSHE:2021:8
Klacht van zus over (met name) beoordeling van de wilsbekwaamheid van haar broer door de notaris bij het opmaken van zijn levenstestament. Kamer verklaart klacht niet-ontvankelijk omdat zus niet als belanghebbende kan worden aangemerkt. Bij de mondelinge behandeling heeft zus ook naar voren gebracht dat het van “redelijk en algemeen belang” is om kwetsbare mensen met bijvoorbeeld de diagnose alzheimer in de toekomst te behoeden voor de situatie waarin haar broer is komen te verkeren. De kamer is echter van oordeel dat de kring van belanghebbenden niet zo ruim is dat iedereen in het kader van het algemeen belang van de bescherming van de rechtszekerheid en het vertrouwen in het notariaat een klacht tegen een notaris kan indienen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:70 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-801 20-802
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 08-02-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:70
Voorzittersbeslissing. Verweerders - tevens advocaten - zijn door klagers als privépersoon aangesproken over de vermeende grens van hun aangrenzende percelen. Verweerder heeft namens zichzelf privé en namens verweerster privé – tevens namens een derde – op zijn advocatenbriefpapier inhoudelijk gereageerd op de sommatie van klagers en is als advocaat een procedure gestart. Voldoende aanknopingspunten en verwevenheid om de privégedragingen van verweerders aan artikel 46 Advocatenwet te toetsen. Dat verweerders misbruik van hun functie als advocaat hebben gemaakt jegens klagers of anderen tegen hen hebben opgestookt, is niet komen vast te staan. Evenmin is de voorzitter gebleken van een door verweerder gedane toezegging. Klachten kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:78 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200262D 200238
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 26-04-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:78
Dekenbezwaar. Hoger beroep verweerder tegen opgelegde maatregel (schrapping) en tenuitvoerlegging. Het hof acht de gegrond verklaarde onderdelen van het dekenbezwaar ernstige feiten. Het zwaartepunt ligt bij de klachtonderdelen die zich in de persoonlijke levenssfeer van verweerder hebben afgespeeld. Verweerder heeft gedrag vertoond dat een advocaat onwaardig is en het vertrouwen in de advocatuur schaadt. Verweerder heeft zich bij twee afzonderlijke incidenten aan een aanhouding door de politie proberen te onttrekken. Bij één van deze incidenten is verweerder in een auto gevlucht voor de politie, waarbij schade aan zijn eigen auto en aan auto’s van de politie is ontstaan. Verweerder heeft bij deze vlucht een (potentieel) gevaarlijke situatie laten ontstaan. Verweerder schond tijdens dit incident verder de schorsingsvoorwaarden die naar aanleiding van het eerste incident door de rechter aan hem waren opgelegd. Verweerder heeft daarnaast langdurig en op meerdere vlakken niet voldaan aan de administratieve verplichtingen die behoren bij het voeren van een praktijk. Het hof acht ook deze feiten ernstig. De feiten rechtvaardigen een zeer zware maatregel. Het hof weegt het tuchtrechtelijk verleden van verweerder mee. Ten tijde van de feiten hing hem nog een voorwaardelijk deel van een eerder opgelegde schorsing boven zijn hoofd. Het hof weegt verder mee dat verweerder blijft verwijzen naar omstandigheden die – in ieder geval ten dele – buiten hemzelf liggen. Het hof acht de maatregel van schrapping de enige passende maatregel en bekrachtigt de beslissing van de raad. Proceskostenveroordeling. Omdat het hof de beslissing tot schrapping bekrachtigt, ziet het hof geen aanleiding daarbovenop de tenuitvoerlegging te gelasten van een eerder voorwaardelijk opgelegd deel van een schorsing. Deze vordering wordt afgewezen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:64 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-466
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 22-03-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:64
Raadsbeslissing. Klacht over verweerder in de hoedanigheid van bestuurder en aandeelhouder. De raad niet kan vaststellen of verweerder zich bij de vervulling van zijn functie van bestuurder/aandeelhouder van advocatenkantoor X zodanig heeft gedragen dat hij daarmee het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad. De inhoudelijke beoordeling van de liquidatie van advocatenkantoor X is voorbehouden aan de civiele rechter. Klacht in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:58 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-599
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 25-01-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:58
Klacht over eigen advocaat. De raad is van oordeel dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door in een zaak van zijn cliënte tegen een oud werknemer op verschillende momenten onvoldoende de regie te nemen en niet pro-actief te handelen. Dat heeft tot gevolg gehad dat een weinig kansrijke procedure is gestart, dat de zaak onnodig lang heeft geduurd, dat klaagster valse hoop heeft gehad op de goede afloop van haar zaak en dat klaagster onnodig hoge kosten heeft gemaakt. De raad legt een berisping op.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:307 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-369
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 10-08-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:307
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:96 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.255
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 30-04-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:96
Klacht tegen arts in opleiding tot KNO-arts. Klager is door zijn huisarts naar de KNO‑arts verwezen in verband met neuspassageproblemen. De aangeklaagde KNO‑arts in opleiding heeft net als de huisarts klager eerst een neusspray voorgeschreven alsmede een allergietest. Pas toen bleek dat de neusspray onvoldoende hielp, is besloten tot een neusoperatie. Klager verwijt de KNO‑arts in opleiding dat er onnodig neusspray is voorgeschreven, terwijl een operatie van de neus nodig was. Dit werkte vertragend en bracht kosten met zich vanwege het eigen risico. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:71 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-811
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 08-02-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:71
Voorzittersbeslissing over de advocaat van de wederpartij van klager en diens advocaat (klagers). Verweerder heeft als partijdige belangenbehartiger de stellingen van zijn cliënte duidelijk verwoord in de correspondentie met hun. Voor zover zijn cliënte op bepaalde vragen niet of op haar eigen manier heeft willen antwoorden en die antwoorden de wederpartij onwelgevallig waren, kan dat verweerder tuchtrechtelijk niet worden verweten. Geen sprake van niet-collegiale houding richting de advocaat van de wederpartij in de zin van gedragsregel 24. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:79 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200255
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 26-04-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:79
Klacht tegen eigen advocaat. Verweerder zou klager onvoldoende hebben geïnformeerd over het verloop van de procedure waardoor klager niet wist dat het hoger beroep liep. Het hof stelt vast dat de stellingen van klager en verweerder over de vraag of verweerder de memorie van grieven in concept en in definitieve vorm heeft toegezonden aan klager, lijnrecht tegenover elkaar staan. In het dossier van de raad, noch in het dossier van het hof bevindt zich correspondentie van verweerder met klager waaruit blijkt dat verweerder een concept voor de memorie van grieven heeft afgestemd met klager en dat verweerder hem een afschrift van de ingediende memorie heeft toegezonden. Verweerder heeft in dit verband ter zitting aangevoerd dat hij een concept en de definitieve versie van de memorie via een scanner/printer naar het e-mailadres van klager zou hebben verzonden, maar dat hij hiervan geen bewijs kan overleggen. Verweerder heeft tevens gesteld dat hij telefonisch en via WhatsApp contact zou hebben gehad met klager over de inhoud van de memorie van grieven, maar over deze WhatsApp-geschiedenis beschikt verweerder niet (meer). Desgevraagd heeft verweerder aangegeven dat hij evenmin tijd heeft geschreven op dit dossier, zodat ook aan de hand hiervan geen contactmomenten gereconstrueerd kunnen worden. Door aldus iedere vastlegging na te laten (of te verzuimen deze te bewaren) kan het hof niet vaststellen of hetgeen verweerder - tegenover de betwisting door klager - in hoger beroep naar voren brengt, juist is. Dit nalaten en/of niet bewaren is verweerder toe te rekenen en de eventuele bewijsnood ligt daarmee in zijn risicosfeer. Het hof voegt daaraan toe dat de omstandigheid dat verweerder klager tot dusverre niets in rekening heeft gebracht, onverlet laat dat hij bij de uitvoering van de desbetreffende werkzaamheden voor klager gebonden was aan de Advocatenwet. Gelet op het voorgaande acht het hof verweerders beroep ongegrond en bekrachtigt het de beslissing van de raad en de opgelegde maatregel van waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:65 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-467
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 22-03-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:65
Raadsbeslissing. Klacht over verweerster in de hoedanigheid van bestuurder/aandeelhouder. De raad niet kan vaststellen of verweerster zich bij de vervulling van haar functie van bestuurder/aandeelhouder van advocatenkantoor X zodanig heeft gedragen dat zij daarmee het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad. De inhoudelijke beoordeling van de liquidatie van advocatenkantoor X is voorbehouden aan de civiele rechter. Klacht in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:90 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.187
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 30-04-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:90
Klacht tegen een huisarts. Klager is de zoon van een in 2018 overleden patiënt van de huisarts. Patiënt leed aan de ziekte van Parkinson en was afhankelijk van 24-uurs zorg thuis. Klager verwijt de huisarts dat zij (1) vanaf november 2018 als huisarts voor patiënt is blijven functioneren, terwijl zij naar de mening van klager het hoofdbehandelaarschap van patiënt had moeten overdragen aan een huisarts die voltijds in de praktijk werkzaam is, aangezien zij zelf maar twee dagen per week als waarnemer werkzaam is; (2) in een palliatief overleg in november 2018 heeft besloten om uitsluitend nog palliatieve zorg te verlenen, maar dit niet met patiënt en klager heeft gecommuniceerd, terwijl patiënt wilde blijven leven en behandeld worden. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager en verwijst naar de jurisprudentie over het regiebehandelaarschap. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt voorts het incidenteel beroep van de huisarts. Dat beroep gaat over de ontvankelijkheid van klager in de klacht als naaste van de overledene.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:59 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-039
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 22-03-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:59
Raadsbeslissing. Klacht van advocaat over advocaat. Gelet op de context waarin verweerster haar schriftelijke uitlatingen heeft gedaan – de behandeling van een sinds 2015 lopend letselschadedossier – heeft verweerster haar uitlatingen over een voorstel voor een eindregeling waarbij zij refereert aan een kritische beoordeling van de nota’s van klager mogen doen. Klacht ongegrond. Tijdens de zitting heeft klager gevraagd of de raad tegen de achtergrond van zijn klacht een principiële beslissing wil geven over de vraag of een advocaat van een verzekeraar de beoordeling van declaraties mag betrekken bij een voorstel voor een eindregeling, en wel op zodanige wijze dat die eindregeling daarmee in feite wordt afgedwongen. In dat kader overweegt de raad dat niets eraan in de weg staat dat een (advocaat van een) verzekeraar jegens de (advocaat van de) benadeelde op enig moment de stelling inneemt dat de kosten van juridische bijstand waarin wordt bevoorschot, niet meer in een redelijke verhouding staan met de te verwachten schade.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:97 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.291
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 30-04-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:97
Klacht tegen KNO-arts. Klager is door zijn huisarts naar de KNO-arts verwezen in verband met neuspassageproblemen. Een KNO-arts in opleiding (eveneens aangeklaagd, C2019.255) heeft net als de huisarts klager eerst een neusspray voorgeschreven alsmede een allergietest. De beklaagde KNO‑arts (destijds KNO-arts in opleiding) heeft eenmalig telefonisch contact gehad met klager. Daarna is klager opnieuw gezien door de eerste KNO-arts in opleiding en heeft klager telefonisch contact gehad met diens supervisor (eveneens aangeklaagd, C2019.254). Pas toen bleek dat de neusspray onvoldoende hielp, is besloten tot een neusoperatie. Klager verwijt de beklaagde KNO-arts dat er onnodig neusspray is voorgeschreven, terwijl een operatie van de neus nodig was. Dit werkte vertragend en bracht kosten met zich vanwege het eigen risico. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 268
- Pagina: 269
- Pagina: 270
- ...
- Pagina: 960
- Volgende pagina zoekresultaten