Zoekresultaten 1721-1740 van de 47479 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:204 Hof van Discipline 's Gravenhage 250342

    Afwijzing verwijzing klacht over deken (artikel 46c lid 5 Advocatenwet). Uit artikel 46c lid 3 Advocatenwet en de Leidraad Dekenaal Onderzoek volgt niet dat een deken verplicht is om na zijn onderzoek van een klacht een dekenvisie te geven. Verder is het indienen van een klacht over de deken niet het ge-eigende middel om diens aanpak of wijze van onderzoek (in zijn hoedanigheid van deken) ter discussie te stellen en evenmin om de eerder ingediende klacht (en de toelichting daarop) – die heeft geleid tot de verwijzing naar verweerder (in zijn hoedanigheid van deken) – inhoudelijk te herhalen of nader toe te lichten.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:170 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2541

    Klacht tegen internist die woont en werkt op Curaçao. Het handelen waar de klacht op ziet heeft ook daar plaatsgevonden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft zich daarom onbevoegd verklaard om de klacht in behandeling te nemen. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat het Regionaal Tuchtcollege zich ten onrechte onbevoegd heeft verklaard om de klacht in behandeling te nemen. De tekst van de Wet BIG noch de toelichting op die wet of de wetgeschiedenis rechtvaardigen namelijk de conclusie dat de werking van de wet is beperkt tot handelingen of een hulpvraag binnen Nederland. Het Centraal Tuchtcollege doet vervolgens de klacht zelf af (ongegrond).

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:205 Hof van Discipline 's Gravenhage 250336

    Klacht over deken niet verwezen. Ne-bis-in-idem-beginsel. Dekenbezwaar. Er kan niet opnieuw worden geklaagd over gedragingen van een advocaat/deken waarover de tuchtrechter eerder al (onherroepelijk) heeft geoordeeld. Dekenbezwaar is nog in behandeling. Het gaat niet aan om in die nog lopende procedure al een ‘tegenklacht’ tegen verweerder in te dienen die ziet op hetzelfde feitencomplex.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:164 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2584

    Klacht tegen een verpleegkundige die al een aantal jaar werkzaam is als juridisch medewerker Bezwaar en Beroep. Hij heeft een bezwaarschrift van klager tegen een indicatiebesluit behandeld. Klager klaagt er onder meer over dat de verpleegkundige zonder toestemming van klager inzage heeft gehad in diens medische dossier en dat hij in het kader van de bezwaarprocedure heeft geweigerd een deskundig medisch advies op te vragen. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege oordeelt dat het handelen van de verpleegkundige niet valt onder de eerste of tweede tuchtnorm en verklaart klager daarom kennelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:113 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7442

    Kennelijk ongegronde klacht tegen orthopedisch chirurg. Het verwijt betreft onzorgvuldigheid in de nabehandeling van een heupoperatie (totale heupprothese) en in het ontslagtraject van patiënte uit het ziekenhuis, onvoldoende diagnostiek en onvoldoende regievoering. Normale protocollaire nabehandeling na plaatsing van andere cupmaat dan vooraf gepland. Medisch verantwoord ontslag. Geen verantwoordelijkheid voor de wijze waarop de thuiszorgorganisatie zorg verleent. Het regelen van de juiste zorg na ontslag was geen taak van de orthopedisch chirurg, ook niet in zijn hoedanigheid als regiebehandelaar. Geen aanleiding noch alarmsignalen die nader onderzoek vereisten. Het regiebehandelaarschap van de orthopedisch chirurg was geëindigd met het ontslag van de patiënte. Dat zij tijdens de afwezigheid van de orthopedisch chirurg wegens vakantie, wederom werd opgenomen, maakt niet dat hij opnieuw regiebehandelaar werd.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:114 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7718

    Klacht tegen een verzekeringsarts. Verweerder heeft een medisch onderzoek verricht bij klager in het kader van een hoger beroepsprocedure over de beëindiging van de ziektewetuitkering van klager en daarover gerapporteerd. Volgens klager heeft verweerder dit onzorgvuldig gedaan, omdat hij heeft afgezien van noodzakelijk lichamelijk onderzoek, cruciale medische diagnoses niet (voldoende) heeft meewogen en zijn conclusie onvoldoende heeft onderbouwd. Klacht kennelijk ongegrond.”

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:115 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7717

    Klacht tegen een verzekeringsarts. Verweerster heeft een medisch onderzoek, inclusief lichamelijk onderzoek, verricht bij klager in het kader van een hoger beroepsprocedure over de beëindiging van de ziektewetuitkering van klager en daarover gerapporteerd. Volgens klager heeft verweerster dit onzorgvuldig gedaan, waardoor zijn aandoeningen niet adequaat zijn beoordeeld en gewogen en zijn beperkingen zijn onderschat. Klacht kennelijk ongegrond.”

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:116 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8125

    Voorzittersbeslissing kennelijk ongegrond. Patiënte verwijt verweerster, neuroloog, dat verweerster bewust onjuistheden heeft vermeld in de verwijsbrief naar ziekenhuis B en dat verweerster de privacy van klaagster heeft geschonden door de medische gegevens van klaagster aan ziekenhuis B te sturen. Ook verwijt klaagster dat verweerster ziekenhuis B bij voorbaat heeft bedankt voor de overname van de behandeling.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:226 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-592/AL/OV

    voorzittersbeslissing. De rechtsbijstandsverzekeraar van (de eenmanszaak van) klager heeft een zaak uitbesteed aan het (kantoor van) verweerster waarna het kantoor een voorschotnota inclusief btw aan de verzekeraar heeft gestuurd. Bij het eerste contact daarna heeft klager aan verweerster laten weten geen vertrouwen in haar deskundigheid en haar kantoor te hebben. Naar het oordeel van de raad is geen overeenkomst van opdracht tussen klager en verweerster tot stand gekomen. Dat de rechtsbijstandsverzekeraar de btw-kosten aan hun verzekerde heeft doorbelast, kan verweerster niet worden aangerekend. Haar kantoor heeft de voorschotnota gecrediteerd omdat geen werkzaamheden waren verricht. Kennelijk ongegrond en kennelijk niet-ontvankelijk in het verwijt over het kantoor.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:250 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7951

    Gegronde klacht tegen een plastisch chirurg. De plastisch chirurg heeft een voorhoofdslift bij klaagster verricht. Zij verwijt de plastisch chirurg onder andere dat hij haar haargrens heeft verhoogd, terwijl zij hem expliciet heeft laten weten dit niet te wensen. Het college is van oordeel dat de plastisch chirurg de incisie te ver naar achteren heeft geplaatst. Door te kiezen voor een incisie áchter de haargrens heeft de plastisch chirurg ervoor gekozen om het voorhoofd van klaagster te verhogen, terwijl hem bekend was dat klaagster geen verhoogd voorhoofd wilde. Bovendien is in het (summiere) dossier niet genoteerd dat de plastisch chirurg met klaagster erover heeft gesproken dat haar voorhoofd als gevolg van de ingreep verhoogd zou gaan worden. Ook de twee andere klachtonderdelen zijn gegrond. Dat de plastisch chirurg op geen enkel moment tijdens de procedure heeft ingezien dat zijn handelswijze (op onderdelen) onjuist is geweest, acht het college zorgwekkend. Het college acht een berisping passend en geboden.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:200 Hof van Discipline 's Gravenhage 250018

    Klacht over eigen advocaat. Klager is verdachte geweest in een strafzaak. Verweerder heeft hem bijgestaan. Klager verwijt verweerder dat hij niets heeft gedaan met het verzoek van klager om mediation met aangeefster (het slachtoffer) en dat hij geen hoger beroep in heeft gesteld, terwijl klager dat wel wilde. Het hof oordeelt dat gelet op het feit dat sprake was van een moeilijke relatie tussen klager en aangeefster die niet direct voorbij was, verweerder meer moeite had moeten doen om mediation tot stand te brengen en dat hij in ieder geval daarover voldoende met klager had moeten communiceren. Het behoort daarnaast tot de taak van een advocaat, die in een strafrechtelijke procedure in de eerste aanleg zijn cliënt bijstaat, om de termijn van het hoger te bewaken en te bespreken of er al dan niet hoger beroep dient te worden ingesteld. De onduidelijkheid die na de zitting tussen klager en verweerder over het instellen van hoger beroep is blijven bestaan, komt voor rekening van verweerder. Bekrachtiging raadsbeslissing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:227 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-199/AL/NN

    Raadsbeslissing. De raad verklaart en klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:201 Hof van Discipline 's Gravenhage 240307

    Klacht over eigen advocaat. Klaagster is ontevreden over de wijze waarop verweerder haar heeft bijgestaan in onder meer een bijstandszaak, een kinderbijslagzaak en een paspoortenzaak. De raad heeft geconcludeerd dat het werk dat verweerder voor klaagster heeft verricht in deze drie zaken op alle vlakken voldeed aan de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht. De raad heeft de klacht van klaagster ongegrond verklaard. Het hof sluit zich – na toepassing van een ruimhartige uitleg van de beroepsgronden – bij dat oordeel aan. De klacht is ook in hoger beroep ongegrond. Bekrachtiging raadsbeslissing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:228 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-211/AL/NN

    De raad heeft geoordeeld dat verweerder zich onnodig grievend over de wederpartij van zijn cliënt heeft uitgelaten. Verweerder heeft zich daarmee niet gedragen zoals dat een behoorlijk handelend advocaat betaamt. De raad houdt er rekening mee dat verweerder eerder voor vergelijkbaar handelen door de tuchtrechter is veroordeeld. Ook wordt in aanmerking genomen dat verweerder op de zitting geen inzicht in het verwijtbare van zijn handelen heeft getoond. Gelet op de aard en de ernst van het handelen van verweerder en rekening houdend met de hierboven genoemde omstandigheden, is de oplegging van een berisping passend en geboden.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:202 Hof van Discipline 's Gravenhage 250058

    Klacht tegen advocaat wederpartij. In een geschil tussen een meerderheidsaandeelhouder en een minderheidsaandeelhouder (25%) heeft verweerder de meerderheidsaandeelhouder bijgestaan. Klaagster handhaaft in hoger beroep alleen haar klacht dat verweerder bij een bespreking heeft gedreigd met een tegenclaim van € 90.000 om zo klaagster te bewegen de aandelen tegen een minimale waarde over te dragen. Het hof oordeelt dat verweerder voldoende heeft toegelicht hoe hij tot de tegenvordering is gekomen, dat deze tegenvordering in de dynamiek van de onderhandelingsbesprekingen is genoemd en dat deze vordering bij de verdere onderhandelingen die tot de vaststellingsovereenkomst hebben geleid niet meer aan de orde is gekomen. Het hof acht dit klachtonderdeel evenals de raad ongegrond. Bekrachtiging raadsbeslissing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:149 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-605/DB/ZWB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. De voorzitter verklaart de raad kennelijk onbevoegd voor zover de klacht strafrechtelijke kwalificaties bevat. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door in een brief aan de rechtbank te spreken van “psychische/psychiatrische problematiek van moeder”. In zoverre kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:203 Hof van Discipline 's Gravenhage 250042

    Klacht over eigen advocaat. Verweerder heeft klaagster bijgestaan in een door haar tegen haar verhuurder gevoerde procedure. Door een renovatie van onder meer haar appartement was er sprake van ernstige overlast. Verweerder heeft met klaagster besproken dat de vordering erop zou worden gebaseerd dat klaagster pas bij het ophalen van de sleutel werd geconfronteerd met de renovatieplannen voor het gehele complex en daarvóór niets wist van de renovatie. Dat laatste bleek tijdens de procedure feitelijk niet juist. Klaagster verwijt verweerder onder meer dat hij haar zaak onzorgvuldig heeft behandeld, doordat hij voor de procedure bij de kantonrechter een onjuist feitelijk uitgangspunt heeft genomen waarvan hij had moeten weten dat dit onjuist was. Het hof sluit zich aan bij het oordeel van de raad dat niet is komen vast te staan dat verweerder had moeten weten dat hij een feitelijk onjuist uitgangspunt heeft genomen voor de procedure. De concept dagvaarding en pleitnota waren immers door klager becommentarieerd en goedgekeurd. Het hof oordeelt daarnaast dat klaagster wist dat verweerder de door haar aan hem toegezonden schadefoto’s niet wilde gebruiken in de procedure en dat het feit dat hij deze niet heeft gebruikt niet kan leiden tot de conclusie dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld. Bekrachtiging raadsbeslissing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:247 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7822

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een plastisch chirurg. Klaagster is geopereerd door de plastisch chirurg, waarbij meerdere ingrepen werden verricht. Klaagster heeft hierover meerdere klachten. De klachten komen erop neer dat sprake is geweest van onzorgvuldige preoperatieve voorlichting, een onzorgvuldige uitvoering van deze ingrepen en onzorgvuldigheden in de nazorg. Het college is van oordeel dat de plastisch chirurg niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De klacht is in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:248 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7794

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster is met ernstige Covid-klachten opgenomen in het ziekenhuis. Na operatieve verwijdering van een stolsel in haar arm is necrose in de duim ontstaan. Klaagster verwijt de arts dat hij onverwacht aan haar bed de – onjuiste – mededeling heeft gedaan dat haar duim geamputeerd moest worden. Het college oordeelt dat uit het dossier blijkt dat de arts-assistent met klaagster de zorgen om haar duim heeft besproken en daarbij mogelijk de term amputeren heeft gebruikt. Gezien het beleid dat de chirurg had bepaald (laten demarceren van de hand) acht het college niet aannemelijk dat er zonder enig voorbehoud is gezegd dat de duim geamputeerd moest worden. De precieze bewoordingen van de arts-assistent zijn voor het college niet vast te stellen. Evenmin kan dus worden vastgesteld dat de arts een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:249 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8251

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster is met ernstige Covid-klachten opgenomen in het ziekenhuis. Na operatieve verwijdering van een stolsel in haar arm is necrose in de duim ontstaan. Klaagster verwijt de arts dat zij niet ingreep toen een arts-assistent in haar bijzijn tegen klaagster zei dat haar duim geamputeerd moest worden. Het college oordeelt dat uit het dossier blijkt dat de arts-assistent met klaagster de zorgen om haar duim heeft besproken en daarbij mogelijk de term amputeren heeft gebruikt. Gezien het beleid dat de chirurg had bepaald (laten demarceren van de hand) acht het college niet aannemelijk dat er zonder enig voorbehoud is gezegd dat de duim geamputeerd moest worden. De precieze bewoordingen van de arts-assistent zijn voor het college niet vast te stellen. Daardoor kan evenmin worden vastgesteld dat de arts had moeten inbreken in het gesprek. Kennelijk ongegrond.