ECLI:NL:TGZRAMS:2025:248 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7794
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRAMS:2025:248 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 21-10-2025 |
| Datum publicatie: | 21-10-2025 |
| Zaaknummer(s): | A2024/7794 |
| Onderwerp: | Overige klachten |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster is met ernstige Covid-klachten opgenomen in het ziekenhuis. Na operatieve verwijdering van een stolsel in haar arm is necrose in de duim ontstaan. Klaagster verwijt de arts dat hij onverwacht aan haar bed de – onjuiste – mededeling heeft gedaan dat haar duim geamputeerd moest worden. Het college oordeelt dat uit het dossier blijkt dat de arts-assistent met klaagster de zorgen om haar duim heeft besproken en daarbij mogelijk de term amputeren heeft gebruikt. Gezien het beleid dat de chirurg had bepaald (laten demarceren van de hand) acht het college niet aannemelijk dat er zonder enig voorbehoud is gezegd dat de duim geamputeerd moest worden. De precieze bewoordingen van de arts-assistent zijn voor het college niet vast te stellen. Evenmin kan dus worden vastgesteld dat de arts een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. De klacht is kennelijk ongegrond. |
A2024/7794
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM
Beslissing in raadkamer van 21 oktober 2025 op de klacht van:
A,
wonende te B, klaagster, gemachtigde: C,
tegen
D,
basisarts,
destijds werkzaam te E, verweerder, hierna ook: de arts,
gemachtigde: mr. D. Zwartjens, werkzaam te Leiden.
1. De zaak in het kort
1.1 Klaagster is met ernstige Covid-klachten opgenomen in het ziekenhuis. Tijdens
de opname
ontstonden toenemende klachten aan haar hand door een stolsel in haar arm. Na operatieve
verwijdering van het stolsel is necrose in de duim ontstaan. Klaagster verwijt de
arts dat hij
onverwacht aan haar bed de mededeling heeft gedaan dat haar duim geamputeerd moest
worden. Door
deze – bovendien onjuiste – mededeling is zij getraumatiseerd geraakt.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’
betekent
dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk
is dat de klacht
niet gegrond kan worden verklaard. Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure
is verlopen.
Daarna licht het college de beslissing toe.
2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 29 oktober 2025;
- het verweerschrift met bijlagen;
- de brief van klaagster van 25 februari 2025, binnengekomen op 26 februari 2025,
met bijlagen;
- het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek, gehouden op 13 maart 2025.
2.2 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college
de
zaak beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig
waren.
3. De feiten
3.1 Klaagster, geboren in oktober 1974, is op 27 november 2021 opgenomen in het
F te E in verband
met respiratoire insufficiëntie bij een Covid-infectie.
3.2 De arts was sinds maart 2021 werkzaam als ANIOS Heelkunde in het F.
3.3 Op 28 november 2021 is klaagster overgeplaatst naar de IC. Besloten is een arterielijn
aan te
brengen in de arm van klaagster. Deze arterielijn in de arm is tweemaal gesneuveld.
Tijdens het
verblijf op de IC is een trombus (bloedstolsel) ontstaan in de arteria brachialis
(bovenarm)
waardoor klaagsters hand (met name de duim en wijsvinger) werd bedreigd.
3.4 Op 3 december 2021 is besloten tot een embolectomie (verwijdering van een stolsel
uit een
bloedvat). De operatie is zonder complicaties verlopen, maar er bleven wel zorgen
over het behoud
van de duim en wijsvinger. Er ontstond necrose in een gedeelte van de hand/duim.
3.5 Na overplaatsing van klaagster naar de afdeling longgeneeskunde op 7 december
2021 is zij op
14 december 2021 ontslagen.
4. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
4.1 De vraag is of de arts de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht worden.
De norm
daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende arts. Bij de beoordeling
wordt rekening
gehouden met de voor de arts geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden.
4.2 Het college oordeelt dat de arts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld
en licht dat
oordeel hierna toe.
Beoordeling van de klacht
4.3 Klaagster zegt getraumatiseerd te zijn geraakt doordat de arts haar op 13
december 2021 heeft
overvallen met de mededeling dat haar duim moest worden geamputeerd. De mededeling
is bovendien
verzonnen door de arts aangezien er nooit sprake is geweest van een noodzaak tot
amputatie.
4.4 De arts kan zich het gesprek met klaagster niet herinneren en baseert zijn verweer
daarom op
de aantekeningen in het dossier van klaagster. Gezien die aantekeningen waren er
ten tijde van het
gesprek weliswaar nog zorgen om de hand van klaagster, maar was het beleid nog afwachtend.
Dat
blijkt ook wel uit het gegeven dat klaagster een dag later met ontslag is gegaan.
Het is tegen die
achtergrond volgens de arts niet voorstelbaar dat hij zou hebben gezegd dat de duim
moest worden geamputeerd, nog daargelaten dat dergelijke mededelingen niet aan hem
– als ANIOS – waren. De arts betwist dan ook zoiets te hebben gezegd tegen klaagster.
4.5 Het college constateert dat in het verpleegkundig dossier over het gesprek op
13 december
2021 is genoteerd: “Is beoordeeld tijdens wondronde. Necrotische plekken zichtbaar bij duim. Er is
mw verteld door arts ass chirurgie dat er een kans bestaat dat mw de duim niet zal
behouden. Dit
nieuws viel mw erg zwaar en was hier zeer emotioneel over.” In het longgeneeskundig
verslag is over
dit gesprek vermeld dat “er een kleine kans is dat de duim behouden wordt en geamputeerd
moet
worden”.
Uit deze beide verslagen valt op te maken dat de arts met klaagster de zorgen om
haar duim heeft
besproken en dat daarbij mogelijk de term amputeren is gebruikt. Gezien het afwachtende
beleid dat
de chirurg had bepaald (laten demarceren van de hand) acht het college niet aannemelijk
dat de arts
zonder enig voorbehoud tegen klaagster heeft gezegd dat haar duim geamputeerd moest
worden. De
precieze bewoordingen van de arts zijn voor het college echter niet vast te stellen.
Evenmin kan
dus worden vastgesteld dat de arts een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt.
De klacht is
kennelijk ongegrond.
5. De beslissing
De klacht is kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 21 oktober 2025 door E.A. Messer, voorzitter, M.J. Roetert
Steenbruggen-Hulshof, lid-jurist, D.J.O. Ulrich, D. Boerma en S.M. Schmidt-Rikama,
leden-
beroepsgenoten, bijgestaan door F.J.E. van Geijn, secretaris.