ECLI:NL:TGZRAMS:2025:250 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7951

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2025:250
Datum uitspraak: 21-10-2025
Datum publicatie: 21-10-2025
Zaaknummer(s): A2024/7951
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen: Gegrond, berisping
Inhoudsindicatie: Gegronde klacht tegen een plastisch chirurg. De plastisch chirurg heeft een voorhoofdslift bij klaagster verricht. Zij verwijt de plastisch chirurg onder andere dat hij haar haargrens heeft verhoogd, terwijl zij hem expliciet heeft laten weten dit niet te wensen. Het college is van oordeel dat de plastisch chirurg de incisie te ver naar achteren heeft geplaatst. Door te kiezen voor een incisie áchter de haargrens heeft de plastisch chirurg ervoor gekozen om het voorhoofd van klaagster te verhogen, terwijl hem bekend was dat klaagster geen verhoogd voorhoofd wilde. Bovendien is in het (summiere) dossier niet genoteerd dat de plastisch chirurg met klaagster erover heeft gesproken dat haar voorhoofd als gevolg van de ingreep verhoogd zou gaan worden. Ook de twee andere klachtonderdelen zijn gegrond. Dat de plastisch chirurg op geen enkel moment tijdens de procedure heeft ingezien dat zijn handelswijze (op onderdelen) onjuist is geweest, acht het college zorgwekkend. Het college acht een berisping passend en geboden.  

A2024/7951

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM

Beslissing van 21 oktober 2025 op de klacht van:

A,
wonende in B, klaagster,
gemachtigde: mr. Y. Koudstaal, werkzaam in Amsterdam,

tegen

C,
plastisch chirurg,
destijds werkzaam in B,
verweerder, hierna ook: de plastisch chirurg, gemachtigde: mr. E.J.C. de Jong, werkzaam te Utrecht.

1. De zaak in het kort
1.1   De plastisch chirurg heeft op 21 december 2017 een voorhoofdslift bij klaagster verricht. Hij 
was op dat moment werkzaam in D te B.

1.2   Na de ingreep bleek de haargrens van klaagster verhoogd te zijn. Klaagster is hier ontevreden 
over. Klaagster verwijt de plastisch chirurg dat hij haar haargrens heeft verhoogd, terwijl zij hem 
expliciet heeft laten weten geen verhoogde haargrens te wensen. Daarnaast verwijt zij de plastisch 
chirurg dat hij haar een onacceptabel en onethisch voorstel heeft gedaan in het kader van het 
betalen van een financiële vergoeding in ruil voor het gebruik van foto’s. Ook is volgens klaagster 
sprake van gebrekkige dossiervoering en had de plastisch chirurg bij D melding moeten maken van 
haar klacht. De plastisch chirurg betwist dat hij tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

1.3   Het college komt tot het oordeel dat de klacht gegrond is. Hierna vermeldt het college eerst 
hoe de procedure is verlopen. Daarna licht het college de beslissing toe.

2. De procedure
2.1  Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
-  het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 20 december 2024;
-  het verweerschrift;
-  het proces-verbaal van het op 17 april 2025 gehouden mondelinge vooronderzoek;

-  de e-mail van de gemachtigde van klaagster van 1 september 2025, met daarin de mededeling dat E 
ter zitting aanwezig zal zijn als getuige.

2.2   De zaak is behandeld op de openbare zitting van 9 september 2025. De partijen zijn 
verschenen. Zij werden bijgestaan door hun gemachtigden. De partijen en hun gemachtigden hebben hun 
standpunten mondeling toegelicht. De gemachtigde van klaagster heeft pleitnotities voorgelezen en 
deze aan het college en de andere partij overhandigd. Klaagster heeft E, voorzitter raad van 
bestuur van D, meegebracht als getuige. Ter zitting is E als getuige gehoord.

3. De feiten
3.1  Klaagster heeft zich in november 2017 bij D te B aangemeld voor een voorhoofdslift.

3.2   Op 21 december 2017 heeft zij daar het eerste consult gehad bij de plastisch chirurg. 
Klaagster heeft tijdens dit consult toegelicht dat zij graag een voorhoofdslift wilde in verband 
met klachten van druk op haar ogen. De plastisch chirurg heeft haar onderzocht en kwam tot de 
conclusie dat een voorhoofdslift passend was. In het dossier heeft hij over het onderzoek 
genoteerd:

“Kort voorhoofd, ptosis brow, Plan: voorhoofdslift [subcutaan, via de haargrens]”

3.3   Tijdens het consult heeft de plastisch chirurg een informed consent-formulier met klaagster 
doorgenomen. Op dit formulier is – voor zover relevant – aangetekend dat mondeling uitleg is 
gegeven over de operatie en een informatiefolder is meegegeven. Verder is vermeld dat de meest 
voorkomende complicaties zijn besproken. Als meest voorkomende complicaties zijn op het formulier 
aangevinkt: “nabloeding/seroom”, “litteken” en “tijdelijk zenuwuitval/chron. pijn”. Onder het kopje 
“bijzonderheden” is niets ingevuld. Klaagster heeft het informed consent-formulier ondertekend.

3.4   Op 27 december 2017, de dag van de operatie, heeft klaagster ook een behandelingsovereenkomst 
ondertekend. In deze behandelingsovereenkomst staat vermeld:

“D en de behandelende arts zullen zich zoveel mogelijk inspannen om aan uw redelijke wensen en 
verwachtingen te voldoen. De arts zal bij zijn handelen de zorg van een goede hulpverlener in acht 
nemen. U bent op de hoogte gesteld van de gevolgen, risico’s en alternatieven van de behandeling. 
Het door u ondertekende Informed Consentformulier maakt integraal onderdeel uit van deze 
overeenkomst.”

3.5  De operatie heeft vervolgens plaatsgevonden. In het operatieverslag heeft de plastisch chirurg 
het volgende genoteerd over de ingreep:
“OK voorhoofdslift [subcutaan, via de haargrens] Algehele anesthesie en subcutane infiltratie 
voorhoofd met 40cc 0.9% NaCl en 20cc Xylo 1% adr. 1:200 000, waarna multiple-W incisie 2 cm. Achter de haargrens en mobiliseren van de huidlap tot aan de orbitarand, waarbij het laatste deel stomp wordt afgeschoven. Lift en huidreductie 3 cm.”

3.6   Op het terechtkomen van desinfectiemiddel in het oog van klaagster na, is de operatie 
ongecompliceerd verlopen. Klaagster mocht dezelfde dag naar huis.

3.7   Op 9 januari 2018 had klaagster een nacontrole bij de plastisch chirurg. De plastisch chirurg 
heeft hierover in het dossier genoteerd:

“Goed 3 mnd.”

3.8   Op 1 februari 2018 heeft de plastisch chirurg klaagster nogmaals gezien op verzoek van 
klaagster in verband met (gevoeligheid van) een hechting. Over dit consult heeft de plastisch 
chirurg genoteerd:

“Wat verbreed litt. Temporaal Re6 mnd.”

3.9  Ruim een jaar later, op 1 juni 2019, heeft klaagster de plastisch chirurg een whatsapp-bericht 
gestuurd. Hierin schreef zij:

“Tussen Kerst en Oud en Nieuw in 2017, zo’n 1,5 jaar heb je mijn voorhoofd gelift. Ik ben blij wat 
het met mijn wenkbrauwen heeft gedaan en mijn oogleden. Ik dacht dat het alleen even wennen was, 
maar mijn voorhoofd is er ook echt anders van geworden. Mijn haarlijn, is toch ondanks dat ik heb 
aangegeven dit niet te willen toch hoger geworden. Ik voel mij daardoor meer een ‘poppetje’. Mijn 
voorhoofd voelt nog steeds veel te hoog na 1,5 jaar. Ook het litteken, is spierwit en de 
‘stiknaden’ dan de hechtingen zijn precies zichtbaar daar waar ik mijn scheiding altijd heb. Ik 
vroeg mij af of daar nog iets aan gedaan kan worden. Tevens zou ik graag willen weten of de witte 
hechting uiteindelijk ook meekleurt of blijft deze zo spierwit zoals hij nu is… Ik hoor het heel 
graag!”

3.10  Verweerder heeft dezelfde dag geantwoord dat zij een afspraak kon maken bij D om bij hem 
langs te komen.

3.11  Op 4 juli 2019 heeft de plastisch chirurg klaagster bij D gezien. Over dit consult heeft hij 
genoteerd:

“Goed, maar wat hoog voorhoofd. ontslag”

3.12  In een whatsapp-bericht van 8 juli 2019 heeft de plastisch chirurg klaagster laten weten dat 
hij contact heeft gelegd met de haartransplantatiearts waarover hij haar had verteld. De gegevens 
van deze arts heeft de plastisch chirurg op 10 juli 2019 aan klaagster toegestuurd.

3.13  Op 29 juli 2019 heeft klaagster de plastisch chirurg via whatsapp geïnformeerd over haar 
contact met de haartransplantatiearts. Het whatsapp-bericht vermeldt hierover:

“Ze denkt dat er 1000-1300 krafts nodig zijn. Op litteken weefsel, wat mijn voorhoofd is ivm de 
wenkbrouwlift, bestaat de kans dat 40% van de krafts het niet overleven. Waardoor, bij te laag 
resultaat er mogelijk 1 jaar later een nieuwe behandeling zou moeten plaatsvinden. Ze heeft de 
haarlijn uitgetekend, en ik denk dat het resultaat veel mooier is dan wat het nu is, en dat ik 
daarmee mijn lagere voorhoofd weer terug kan krijgen.

De behandeling zelf kost >8 uur. Uiteindelijk zit er ook een prijskaartje aan haar werk. Zeker ook 
als blijkt dat er mogelijk een 2e behandeling nodig is. Bijgaand de offerte.

De vraag is hoe we omgaan met deze offerte?”

3.14  De plastisch chirurg heeft op 6 augustus 2019 op dit whatsapp-bericht gereageerd:

“ik heb de offerte bekeken en ik ben bereid 50% van de kosten voor mijn rekening te nemen. Wat vind 
je daar van?”

3.15  Op 3 september 2019 heeft klaagster geantwoord:

“Wat ik daarvan vind? Als ik eerlijk ben, had ik iets anders verwacht, sorry.

Enerzijds, omdat je het idee van een hoger [voorhoofd] had voorgesteld tijdens de intake, en ik het 
toen direct had aangegeven dat ik eenzelfde hoogte voorhoofd wilde behouden. Ook op de 
operatietafel heb ik het nogmaals aangegeven. […] Afgezien van de investering, heb je veel pijn ná 
de behandeling, als ook wordt mijn achterhoofd ook nog eens half kaal geschoren. Niet heel fijn met 
lang haar. Waarbij ik ook het idee heb dat er een wens is, om foto’s van voor en na de 
haartranplantie icm een voorhoofdslift te laten zien aan andere patiënten met eenzelfde 
voorhoofdslift wens.”.

3.16  Een dag later heeft de plastisch chirurg op dit whatsapp-bericht gereageerd:

“Jammer dat je zo terug kijkt op de operatie. Het was mij niet duidelijk dat je zo erg ontevreden 
was met het resultaat van de ingreep. Wat te doen? E heeft een aansprakelijkheids-verzekering, maar 
als we deze weg op gaan dan zal je een formele klacht tegen mij moeten indienen bij de directie. 
Dat is geen leuk traject voor mij, en kan langdurig frustrerend zijn voor jou. Kom anders nog een 
keer face-to-face bij mij op het spreekuur in F.”

3.17  Hierop volgde er een berichtenwisseling tussen de plastisch chirurg en klaagster over het 
face-to-face bespreken van de situatie. De uitkomst hiervan was dat de plastisch chirurg klaagster heeft gezien in het G in F. Op dat moment was de plastisch chirurg niet meer bij D werkzaam.

3.18  Tijdens dat consult heeft de plastisch chirurg foto’s van het gezicht van klaagster gemaakt. 
Er is tussen de plastisch chirurg en klaagster toen wederom gesproken over de mogelijkheid van een 
haartransplantatie.

3.19  Na dit consult vond er in februari 2020 meermaals whatsapp-contact plaats tussen de plastisch 
chirurg en klaagster. Onderwerp van dit contact was een eventuele haartransplantatie bij een andere 
kliniek waar de plastisch chirurg een samenwerking mee aan het opstarten was en het al dan niet 
vergoeden van deze haartransplantatie.

3.20  Op 10 maart 2020 heeft klaagster aan de plastisch chirurg laten weten dat zij pas een 
afspraak met deze kliniek ging maken als de (herstel)kosten gedekt zouden worden.

3.21  Hierop heeft de plastisch chirurg aan klaagster een e-mail gestuurd op 26 maart 2020. In deze 
e-mail schreef hij:
“Bij het teruglezen van onze correspondentie valt mij op dat de toon in de berichten geleidelijk 
wat minder prettig wordt. Op dit moment stel je je op het standpunt dat ik financieel 
verantwoordelijk ben voor de haartransplantatie. Mijn standpunt is altijd geweest, dat ik je 
tegemoet wil komen, want een aanvullende haartransplantatie een verdere perfectionering van de 
techniek. Daar ben ik in geïnteresseerd, daar wil ik mee beginnen en jij zou hiervoor de eerste 
patiënt zijn.

We hebben de mondelinge afspraak gemaakt, dat als ik een deel van deze behandeling voor mijn kosten 
neem, ik de foto’s van jouw litteken mag gebruiken op mijn website.

Uit jouw laatste app-berichten lijkt het net alsof jij vind dat er iets mis is gegaan met de 
ingreep, maar dat is niet juist. Daarom heeft het ook geen zin om de verzekering van D aan te 
spreken voor vergoeding.

Ik wil je nog steeds graag van dienst zijn en zou het erg jammer vinden als het plan om jouw 
resultaat verder te verbeteren zou stranden om financiële redenen.”

3.22  Klaagster heeft in haar e-mail van 24 mei 2020 onder meer geantwoord:

“Het klopt inderdaad dat mijn toon inderdaad minder prettig wordt. Graag wil ik dat toelichten:

1) bij het allereerste consult gaf je aan dat je mening was dat mij een hoger voorhoofd mooier zou 
staan, dat mijn gezicht qua vorm dan mooier zou zijn. Ik heb toen ‘expliciet’ aangegeven dat ik 
géén hoger voorhoofd wilde.

2) voordat ik onder narcose ging, heb ik bewust ivm je voorkeur bij mij voor een hoger voorhoofd 
aangegeven dat ik ‘géén’ hoger voorhoofd/haargrenslijn wilde.

[…]

8) bij de nacontrole gaf ik aan dat ik vond dat mijn haarlijn toch hoger was. Je gaf aan dat zo’n 
ingreep vaak leidt tot een soort shock bij mensen omdat het zo’n verandering is dat je weer even 
aan jezelf / het nieuwe uiterlijk moet wennen.

9) op 06/01/2019 berichtte ik je via de WhatsApp dat ik niet kon wennen aan het hogere voorhoofd. 
Dat ik mij als een ‘poppetje’ (lees barbi) voel met zo’n hoog voorhoofd. Bijgevoegd had ik een foto 
toegevoegd waarbij duidelijk te zien was dat mijn voorhoofd een stuk hoger was.

10) na aanleiding van het berichtje ben ik naar je spreekuur gekomen (dit was dus de 2de afspraak 
over het hogere voorhoofd). Tijdens deze afspraak laat je me ook foto’s zien van andere patiënten 
waar je ook zonder dit af gestemd te hebben, het voorhoofd/haargrens hebt verhoogd. Je vertelde er 
nog bij dat je zo blij was dat dit zo mooi was uitgepakt en dat zij niet geklaagd hadden….

11) Je hebt me toen verwezen naar H. Hier heb ik een afspraak voor gemaakt (dit was de 3de afspraak 
t.a.v. hoger voorhoofd)

12) op 07/06/2019 heb ik de offerte doorgestuurd. Op 8/6/2019 bied je aan de offerte voor de helft 
te betalen in ruil mijn foto’s te mogen gebruiken voor reclame doeleinden…

[…]

13) Op 30/09/2019 geef je aan om langs te komen in F om het ‘erover te hebben’ (lees 4de afspraak)

14) Tijdens de afspraak geef ik aan dat er veel pijn en hersteltijd nodig is, en zelfs een stuk 
haar weggeschoren moet worden om de transplantatie te verrichten. […] In hetzelfde gesprek gaf je 
aan dat dit aanhangig maken bij de verzekering geen nut heeft omdat de operatie volgens jou goed is 
verlopen. […]
De reden van de afspraak in F was om over de kosten van de haartransplantatie te praten. De 
afspraak in F wordt afgesloten met de afspraak:
A) Dat jij zou uitzoeken of mijn bevindingen klopte van het wegscheren en het oogsten van het haar 
uit het achterhoofd. Volgens jou weten werd dit gedaan door een reepje [huid] weg te snijden.

[…]

B) Dat je zou nadenken over de vergoeding van de ingreep, daar ik tijd/dus geld en veel ongemak 
moet ondergaan door het herstellen van iets waar ik niet voor gekozen heb.

Na zoveel contactmomenten heb ik nog steeds geen antwoord op mijn vraag waarvoor ik naar F ben 
gekomen. Daarbij blijkt uit onderstaande email, dat ik voor niets naar F ben gekomen, want je 
blijft bij je voorstel. Een voorstel waarbij je de helft van de kosten voor je rekening wilt nemen 
maar ook alleen als mijn foto’s voor reclame doeleinden gebruikt kunnen worden…

Dit voorstel is allerminst in verhouding.”

3.23  Een dag later, 25 mei 2020 heeft de plastisch chirurg per e-mail geantwoord dat klaagster een 
afspraak kan maken bij de door hem voorgestelde haartransplantatiekliniek. Ook heeft hij haar laten 
weten dat als zij een officiële klacht wil indienen, zij dit kan doen bij D. Daarbij heeft hij vermeld dat met een officiële klacht zijn persoonlijke aanbod aan klaagster wel vervalt.

3.24  Klaagster is hierop nog naar een andere door de plastisch chirurg voorgestelde haartransplantatiekliniek gegaan. Omdat de plastisch chirurg en klaagster geen overeenstemming bereikten over vergoeding van de kosten, heeft klaagster zich daar niet laten behandelen.

3.25  Op 31 oktober 2023 heeft klaagster de plastisch chirurg aansprakelijk gesteld. Een jaar later 
heeft zij onderhavige tuchtklacht ingediend.

4. De klacht en de reactie van de plastisch chirurg
4.1  Klaagster verwijt de plastisch chirurg dat hij:
a) de haargrens van klaagster heeft verhoogd, terwijl zij duidelijk heeft laten weten dit niet te 
willen, en voor zover verhoging van de haargrens een bijkomend gevolg is van de ingreep, hij 
klaagster hierover onvoldoende heeft geïnformeerd;
b) klaagster een onacceptabel en onethisch voorstel heeft gedaan inhoudende vergoeding van de helft 
van de kosten van een haartransplantatie op de voorwaarde dat hij foto’s van het litteken van 
klaagster mocht gebruiken op zijn website;
c) aan onvolledige dossiervoering heeft gedaan en geen melding heeft gemaakt van klaagsters 
klachten bij D.

Het in het klaagschrift omschreven klachtonderdeel omtrent het desinfectiemiddel is tijdens het 
mondeling vooronderzoek door klaagster ingetrokken en blijft buiten behandeling.

4.2  De plastisch chirurg heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.

4.3  Het college gaat hierna verder in op de standpunten van partijen.

5. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1   De vraag is of de plastisch chirurg de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht worden. 
De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende plastisch chirurg. Bij de 
beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de zorgverlener geldende beroepsnormen en andere 
professionele standaarden.

Klachtonderdeel a) Verhoging van de haargrens
5.2   Klaagster verwijt de plastisch chirurg dat hij bewust haar haargrens met de ingreep heeft 
verhoogd, terwijl zij tweemaal expliciet aan hem heeft laten weten dat zij géén verhoging van haar 
haargrens wilde. Voor zover de verhoging van de haargrens een inherent risico is bij een 
voorhoofdslift, dan geldt volgens klaagster dat de plastisch chirurg haar ten onrechte niet over 
dit risico heeft geïnformeerd.

5.3   Hoewel de plastisch chirurg erkent dat de haargrens van klaagster is verhoogd, betwist hij 
dat hij dit bewust heeft gedaan tegen de uitdrukkelijke wens van klaagster in. De plastisch chirurg 
stelt dat hij de voorhoofdslift heeft uitgevoerd volgens de regelen der kunst en zoals beschreven 
in het operatieverslag. Voorts bestrijdt de plastisch chirurg dat hij klaagster onvoldoende heeft 
geïnformeerd voorafgaand aan de ingreep. Dat er, indien er een voorhoofdslift wordt gedaan, enige 
wijziging is van het uiterlijk van het voorhoofd, is een bijkomend gevolg van de ingreep, aldus de 
plastisch chirurg.

5.4   Het college stelt vast dat er tussen partijen geen discussie bestaat dat het voorhoofd van 
klaagster door de ingreep is verhoogd. Tijdens de zitting heeft de plastisch chirurg verklaard dat 
hij ervoor heeft gekozen om de incisie (snede) 1 centimeter achter de oorspronkelijke haargrens van 
klaagster te zetten, het voorliggende haar weg te scheren en daarbij 3 centimeter van huid weg te 
halen om zo het voorhoofd te liften. Het litteken is hierdoor in de nieuwe haargrens komen te 
zitten. Het college heeft tijdens de zitting ook bij klaagster geconstateerd dat het litteken zich 
in de nieuwe haargrens bevindt.

5.5   Het college is van oordeel dat de plastisch chirurg de incisie daarmee te ver naar achteren 
heeft geplaatst. Door te kiezen voor een incisie áchter de haargrens – waarbij in het midden kan 
worden gelaten of dit de door de plastisch chirurg ter zitting genoemde 1 centimeter was of de in 
het operatieverslag vermelde 2 centimeter – heeft de plastisch chirurg ervoor gekozen om het 
voorhoofd van klaagster te verhogen. Dit terwijl klaagster naar eigen zeggen tweemaal expliciet aan 
de plastisch chirurg heeft laten weten geen verhoogd voorhoofd te willen. Dat de plastisch chirurg 
bekend was met deze wens, is door hem ook niet ontkend.

5.6   Ter zitting heeft de plastisch chirurg gesteld dat het plaatsen van de incisie achter de 
haargrens in de situatie van klaagster geïndiceerd was om te zorgen voor een voldoende lift van de 
wenkbrauwen. Het college heeft het voorhoofd van klaagster tijdens de zitting goed bekeken en is 
van oordeel dat dit argument gelet op de lengte van het voorhoofd van klaagster niet steekhoudend 
is. Plaatsing van een incisie achter de haargrens zou alleen geëigend zijn indien sprake zou zijn 
van een zeer verkort voorhoofd. Dit was bij klaagster niet aan de orde. In de situatie van 
klaagster had de plastisch chirurg er beter voor kunnen kiezen om de incisie ín de oorspronkelijke 
haargrens te plaatsen. Door dit niet te doen, heeft hij tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.

5.7   Daarbij komt dat, zelfs al zou een incisie achter de haargrens geïndiceerd zijn geweest, de 
plastisch chirurg klaagster hierover van tevoren had moeten informeren. Blijkens het informed 
consent-formulier heeft de plastisch chirurg klaagster alleen geinformeerd over het risico op 
nabloeding, het ontstaan van een litteken, tijdelijke zenuwuitval en chronische pijn. In het 
(summiere) dossier is nergens genoteerd dat de plastisch chirurg met klaagster erover heeft 
gesproken dat haar voorhoofd als gevolg van de ingreep verhoogd zou gaan worden. Het had op de weg 
van de plastisch chirurg gelegen om klaagster hierover te informeren, omdat dit een wezenljke 
verandering van het gelaat tot gevolg heeft. Dit geldt temeer nu klaagster expliciet heeft 
aangegeven geen verhoogd voorhoofd te willen. Ook dit valt de plastisch chirurg tuchtrechtelijk aan 
te rekenen.

5.8  Het college concludeert dat klachtonderdeel a) gegrond is.

Klachtonderdeel b) Voorstel vergoeding in ruil voor foto’s
5.9   Klaagster verwijt de plastisch chirurg daarnaast dat hij haar een voorstel heeft gedaan om de 
helft van de kosten van een haartransplantatie te vergoeden op de voorwaarde dat hij foto’s van het 
litteken van klaagster op zijn website mocht gebruiken. Dit voorstel zou volgens klaagster 
onacceptabel en onethisch zijn. Een arts zou een dergelijke voorwaarde niet aan een financiële 
compensatie mogen verbinden, aldus klaagster.

5.10  De plastisch chirurg stelt dat hij slechts coulancehalve heeft aangeboden om de helft van de 
door klaagster gewenste haartransplantatie te vergoeden. Er was volgens de plastisch chirurg 
daarbij een mondelinge afspraak over het gebruik van de foto’s voor de website als voorwaarde voor 
het vergoeden van een deel van de kosten van de haartransplantatie. Dit was een geste vanuit zijn 
kant, omdat er al sprake was van een goed resultaat waaraan hij met behulp van haartransplantatie 
alleen nog iets wilde verbeteren. De foto’s wilde de plastisch chirurg gebruiken voor 
patiëntenvoorlichting. Op het moment dat hij dit vergoedingsvoorstel had gedaan, was nog geen 
sprake van een klacht, aldus de plastisch chirurg.

5.11  Dat de plastisch chirurg op enig moment een voorstel heeft gedaan om een deel van de kosten 
van de haartransplantatie te vergoeden in ruil voor het gebruik van foto’s van het litteken van 
klaagster op zijn website, staat tussen partijen vast. Wanneer de plastisch chirurg dit voorstel precies heeft gedaan, is echter onduidelijk. In de whatsapp- correspondentie tussen de plastisch chirurg en klaagster schrijft klaagster op 3 september 2019 voor het eerst over de wens van de plastisch chirurg om foto’s van voor en na de haartransplantatie te gebruiken voor andere patiënten met eenzelfde voorhoofdsliftwens. Mogelijk dat de plastisch chirurg en klaagster 
hierover tijdens het consult van 4 juli 2019 voor het eerst hebben gesproken. De summiere 
verslaglegging van dit consult vermeldt hier echter niets over. Over de vergoeding in combinatie 
met het gebruik van de foto’s schrijft de plastisch chirurg zelf voor het eerst in zijn e-mail van 
26 maart 2020.

5.12  Ongeacht wanneer het voorstel nu precies is gedaan, is het college van oordeel dat de 
plastisch chirurg een dergelijk voorstel niet had mogen doen. In het whatsapp-bericht van klaagster 
van 1 juni 2019 heeft klaagster duidelijk aangegeven dat zij niet tevreden was met haar verhoogde 
voorhoofd. Uit de reactie van klaagster op het whatsapp-bericht van de plastisch chirurg van 6 
augustus 2019 om de helft van de kosten van de haartransplantatie voor zijn rekening te nemen, 
blijkt ook dat klaagster het de plastisch chirurg verwijt dat hij haar tegen haar wens een verhoogd 
voorhoofd heeft gegeven. Op basis van deze uitlatingen had het voor de plastisch chirurg helder 
moeten zijn dat klaagster een klacht had over zijn handelen. Dat bij klaagster al op dat moment 
sprake was van een klacht, leek de plastisch chirurg ook overigens zelf te onderkennen. Op 4 
september 2019 heeft hij het whatsapp- bericht van klaagster immers beantwoord door haar te wijzen 
op de mogelijkheid om een formele klacht tegen hem in te dienen.

5.13  Onder deze omstandigheden is het niet passend om een kostenvergoeding aan te bieden in ruil 
voor het gebruikmaken van foto’s. Een dergelijk voorstel kan bij patiënten immers, al dan niet 
terecht, de indruk wekken dat misbruik wordt gemaakt van hun afhankelijke positie. Een redelijk 
bekwaam en redelijk handelend plastisch chirurg behoort zich daarom van dergelijke voorstellen te 
onthouden. Door dit voorstel desondanks te doen en te handhaven, ook nadat duidelijk was dat 
klaagster een klacht had over zijn handelen, heeft de plastisch chirurg tuchtrechtelijk verwijtbaar 
gehandeld. Het college verklaart ook klachtonderdeel b) gegrond.

Klachtonderdeel c) Dossiervoering en het melden van klachten
5.14  Klaagster verwijt de plastisch chirurg tot slot dat zijn rapportages in het elektronisch 
patiëntendossier (EPD) summier waren, foto’s van haar gezicht niet in het EPD zijn opgenomen, en 
dat de plastisch chirurg de communicatie over haar klacht niet heeft opgeslagen in het EPD. Ook 
verwijt klaagster de plastisch chirurg dat hij haar klacht niet heeft gemeld bij D.

5.15  Ter zitting heeft de plastisch chirurg gesteld dat hij wel degelijk voor- en nafoto’s van 
klaagster heeft gemaakt in D. Er zijn bovendien foto’s gemaakt in het G die in het EPD aldaar zijn 
opgeslagen, aldus de plastisch chirurg. Verder heeft een groot deel van de schriftelijke 
communicatie met klaagster na zijn vertrek bij D plaatsgevonden en is deze communicatie om die 
reden niet in het dossier opgenomen. Bovendien was deze communicatie niet noodzakelijk in het kader van een goede hulpverlening, aldus de plastisch chirurg. Voor wat betreft het niet melden van de klacht bij D stelt de plastisch chirurg dat hij klaagster heeft gewezen op de mogelijkheid om zelf een klacht bij D in te dienen.

5.16  Het college beschikt alleen over de verslaglegging uit het EPD van D en kan alleen hierover 
een oordeel vellen. Nu de plastisch chirurg heeft gesteld dat er in D voor- en nafoto’s zijn 
gemaakt en heeft uitgelegd dat die kennelijk buiten zijn toedoen niet in het dossier terecht zijn 
gekomen of daaruit zijn gehaald, gaat het college ervan uit dat deze destijds wel zijn gemaakt. Dat 
deze om wat voor reden dan ook thans niet meer in het EPD zijn te vinden, kan de plastisch chirurg 
niet persoonlijk tuchtrechtelijk worden verweten.

5.17  Wel constateert het college dat er in algemene zin sprake is van erg summiere verslaglegging. 
De rapportages van de plastisch chirurg bestaan uit slechts enkele woorden en geven daarmee niet 
weer wat zich tijdens de consulten heeft afgespeeld, wat de bevindingen van de plastisch chirurg 
zijn geweest en hoe hij tot deze bevindingen is gekomen. Het college wijst in het bijzonder op de 
rapportage van de nacontrole van 9 januari 2018 en de rapportage van het consult van 4 juli 2019 
waarin tussen de plastisch chirurg en klaagster voor het eerst is gesproken over de mogelijkheid 
van een haartransplantatie. De rapportages voldoen niet aan hetgeen van een redelijk bekwaam en 
redelijk handelend plastisch chirurg verwacht mag worden.

5.18  Het college is het overigens met de plastisch chirurg eens dat whatsapp- correspondentie 
alleen in het dossier dient te worden opgenomen voor zover dit noodzakelijk is voor een goede 
hulpverlening. Whatsapp-correspondentie over een klacht behoeft in principe dus niet in het dossier 
te worden opgenomen (vlg. ook par. 2.5.3 van de KNMG- richtlijn Omgaan met medische gegevens, 
januari 2024).

5.19  Voor wat betreft het melden van klachten bij de zorginstelling is het college van oordeel dat 
een zorgverlener een verantwoordelijkheid heeft om klachten van patiënten bij diens leidinggevende 
of directie te melden op het moment dat blijkt dat hij deze in gesprek met de patiënt niet kan 
oplossen. Het in een dergelijke situatie enkel en alleen bij de patiënt melden dat hij of zij een 
mogelijkheid heeft om een klacht in te dienen bij de zorginstelling, zoals de plastisch chirurg in 
deze kwestie heeft gedaan, acht het college onvoldoende. Daarbij heeft de plastisch chirurg in zijn 
informatievoorziening aan klaagster bovendien nog vermeld dat het traject “langdurig frustrerend” 
kan zijn en “het geen zin [heeft] om de verzekering van D aan te spreken voor vergoeding”. Daarmee 
lijkt hij klaagster al dan niet bewust te hebben willen ontmoedigen om een klacht in te dienen. Dit 
valt hem tuchtrechtelijk aan te rekenen.

5.20  Alles overziend is het college van oordeel dat ook klachtonderdeel c) gegrond is.

Slotsom

5.21  Uit de overwegingen hiervoor volgt dat alle onderdelen van de klacht gegrond zijn.

Maatregel
5.22  Nu de klacht gegrond is verklaard, moet het college een beslissing nemen over het al dan niet 
opleggen van een maatregel. Het college overweegt hierover als volgt.

5.23  De klacht is op alle onderdelen gegrond; de plastisch chirurg heeft op meerdere momenten 
tijdens en na de behandeling van klaagster verwijtbaar gehandeld. De plastisch chirurg valt hierbij 
aan te rekenen dat hij ervoor heeft gekozen om de incisie áchter de haargrens van klaagster te 
plaatsen, terwijl klaagster hem expliciet heeft laten weten geen verhoogd voorhoofd te willen. Ook 
valt het hem aan te rekenen dat hij een kostenvergoeding heeft voorgesteld in ruil voor het gebruik 
van foto’s, terwijl het voor hem duidelijk had moeten zijn dat klaagster een klacht had over zijn 
handelen en dat het doen van een dergelijk voorstel onder die omstandigheden niet passend is. Daar 
komt nog bij dat de dossiervoering erg summier was en de plastisch chirurg niet heeft ingezien dat 
het daadwerkelijk aansturen op een formeel klachtentraject de enige juiste route was. Dat de 
plastisch chirurg op geen enkel moment tijdens de procedure heeft ingezien dat zijn handelswijze 
(op onderdelen) onjuist is geweest, acht het college ook zorgwekkend. Dit alles maakt dat het 
college het passend en geboden acht om de plastisch chirurg een berisping op te leggen.

6. De beslissing

Het college:
-  verklaart de klacht gegrond;
-  legt de plastisch chirurg de maatregel op van een berisping.

Deze beslissing is gegeven door E.A. Messer, voorzitter, M.J. Roetert Steenbruggen-Hulshof, 
lid-jurist, D.J.O. Ulrich, D. Boerma en S.M. Schmidt-Rikama, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door 
F.J.E. van Geijn, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober
2025.