ECLI:NL:TGZRAMS:2025:249 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8251
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRAMS:2025:249 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 21-10-2025 |
| Datum publicatie: | 21-10-2025 |
| Zaaknummer(s): | A2025/8251 |
| Onderwerp: | Overige klachten |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster is met ernstige Covid-klachten opgenomen in het ziekenhuis. Na operatieve verwijdering van een stolsel in haar arm is necrose in de duim ontstaan. Klaagster verwijt de arts dat zij niet ingreep toen een arts-assistent in haar bijzijn tegen klaagster zei dat haar duim geamputeerd moest worden. Het college oordeelt dat uit het dossier blijkt dat de arts-assistent met klaagster de zorgen om haar duim heeft besproken en daarbij mogelijk de term amputeren heeft gebruikt. Gezien het beleid dat de chirurg had bepaald (laten demarceren van de hand) acht het college niet aannemelijk dat er zonder enig voorbehoud is gezegd dat de duim geamputeerd moest worden. De precieze bewoordingen van de arts-assistent zijn voor het college niet vast te stellen. Daardoor kan evenmin worden vastgesteld dat de arts had moeten inbreken in het gesprek. Kennelijk ongegrond. |
A2025/8251
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM
Beslissing in raadkamer van 21 oktober 2025 op de klacht van:
A,
wonende te B, klaagster, gemachtigde: C,
tegen
D,
basisarts,
destijds werkzaam te E, verweerster, hierna ook: de arts,
gemachtigde: mr. D. Zwartjens, werkzaam te Leiden.
1. De zaak in het kort
1.1 Klaagster is met ernstige Covid-klachten opgenomen in het ziekenhuis. Na operatieve
verwijdering van een stolsel in haar arm is necrose in de duim ontstaan. Klaagster
verwijt de arts
dat zij niet ingreep toen een arts-assistent in haar bijzijn tegen klaagster zei
dat haar duim
geamputeerd moest worden. Door deze – bovendien onjuiste – mededeling is klaagster
getraumatiseerd
geraakt.
1.2 De arts heeft het college verzocht klaagster niet-ontvankelijk te verklaren
in haar klacht.
Klaagster heeft al tegen negen andere BIG-geregistreerden een tuchtklacht ingediend
naar aanleiding
van haar opname; zij maakt misbruik van recht door telkens weer een op hoofdlijnen
gelijke klacht
in te dienen. Als klaagster toch wordt ontvangen in haar klacht, verzoekt de arts
deze klacht
kennelijk ongegrond te verklaren.
1.3 Het college komt tot het oordeel dat klaagster ontvankelijk is, maar de klacht
kennelijk
ongegrond. ‘Kennelijk’ betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen
te stellen en
dat duidelijk is dat de klacht niet gegrond kan worden verklaard. Hierna vermeldt
het college eerst
hoe de procedure is verlopen. Daarna licht het college de beslissing toe.
2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 11 maart 2025;
- het verweerschrift met bijlagen;
- de reactie van klaagster op het niet-ontvankelijkheidsverweer in het verweerschrift
van de arts;
- het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek, gehouden op 14 augustus
2025.
2.2 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college
de zaak
beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig
waren.
3. De feiten
3.1 Klaagster, geboren in oktober 1974, is op 27 november 2021 opgenomen in het
F te E in verband
met respiratoire insufficiëntie bij een Covid-infectie.
3.2 De arts was verbonden aan het wondcentrum van het F.
3.3 Op 28 november 2021 is klaagster overgeplaatst naar de IC. Besloten is een arterielijn
aan te
brengen in de arm van klaagster. Deze arterielijn in de arm is tweemaal gesneuveld.
Tijdens het
verblijf op de IC is een trombus (bloedstolsel) ontstaan in de arteria brachialis
(bovenarm)
waardoor klaagsters hand (met name de duim en wijsvinger) werd bedreigd.
3.4 Op 3 december 2021 is besloten tot een embolectomie (verwijdering van een stolsel
uit een
bloedvat). De operatie is zonder complicaties verlopen, maar er bleven wel zorgen
over het behoud
van de duim en wijsvinger. Er ontstond necrose in een gedeelte van de hand/duim.
3.5 Na overplaatsing van klaagster naar de afdeling longgeneeskunde op 7 december
2021 is zij op
14 december 2021 ontslagen.
4. De overwegingen van het college
Ontvankelijkheid
4.1 De arts heeft naar voren gebracht dat klaagster niet-ontvankelijk is in haar
klacht, omdat
zij misbruik maakt van haar recht om klachten in te dienen. De eerdere klachten
die klaagster heeft
ingediend tegen de BIG-geregistreerden die betrokken waren bij haar opname in 2021,
zijn niet
succesvol geweest.
4.2 Het college komt tot het oordeel dat klaagster wel ontvankelijk is. Klaagster
heeft naar
aanleiding van haar opname in het F meerdere klachten ingediend, zoals tegen de
verpleegkundige die
de arterielijn heeft aangebracht en tegen de chirurg die verantwoordelijk was voor
de zorg aan haar
arm. Het is haar goed recht om zich te beklagen over (verschillende facetten) van
haar behandeling
en alleen in uitzonderlijke gevallen mag dit recht worden beperkt. De klacht die
klaagster tegen de
arts heeft ingediend, gaat over een zelfstandig onderdeel van haar behandeling en
betreft dus niet
een klacht die (zo goed als) gelijk is aan eerdere klachten. Klaagster maakt dan
ook geen misbruik
van haar recht tot klagen. Zij is ontvankelijk in haar klacht.
De criteria voor de beoordeling
4.3 De vraag is of de arts de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht
worden. De norm
daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende arts. Bij de beoordeling
wordt rekening
gehouden met de voor de arts geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden.
Verder
geldt het uitgangspunt dat zorgverleners alleen tuchtrechtelijk verantwoordelijk
zijn voor hun
eigen handelen.
4.4 Het college oordeelt dat de arts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld
en licht dat
oordeel hierna toe.
4.5 Klaagster stelt dat zij zich overvallen heeft gevoeld door het slechtnieuwsgesprek
dat met
haar op 13 december 2021 is gevoerd door een arts-assistent in bijzijn van de arts.
De
arts-assistent vertelde haar dat haar duim moest worden geamputeerd en heeft met
die
– onjuiste – mededeling een trauma veroorzaakt bij klaagster. De arts was meer ervaren
en
gespecialiseerd en had moeten ingrijpen door de uitspraak van de arts-assistent
te nuanceren.
4.6 De arts voert aan dat zij alleen als toehoorder bij het gesprek aanwezig was
en dat zij niet
de meerdere was van de arts-assistent. Als hij dus al iets onjuist heeft gezegd,
was het niet aan
de arts om hem daarop te wijzen.
4.7 Het college constateert dat in het verpleegkundig dossier over het gesprek op
13 december
2021 is genoteerd: “Is beoordeeld tijdens wondronde. Necrotische plekken zichtbaar bij duim. Er is
mw verteld door arts ass chirurgie dat er een kans bestaat dat mw de duim niet zal
behouden. Dit
nieuws viel mw erg zwaar en was hier zeer emotioneel over.” In het longgeneeskundig
verslag is over
dit gesprek vermeld dat “er een kleine kans is dat de duim behouden wordt en geamputeerd
moet
worden”.
Uit deze beide verslagen valt op te maken dat de arts-assistent met klaagster de
zorgen om haar
duim heeft besproken en dat daarbij mogelijk de term amputeren is gebruikt. Gezien
het afwachtende
beleid dat de chirurg had bepaald (laten demarceren van de hand) acht het college
niet aannemelijk
dat de arts-assistent zonder enig voorbehoud tegen klaagster heeft gezegd dat haar
duim geamputeerd
moest worden. De precieze bewoordingen van de arts- assistent zijn voor het college
echter niet
vast te stellen. Daardoor kan evenmin worden vastgesteld dat de arts had moeten
inbreken in het
gesprek. De klacht is kennelijk ongegrond.
5. De beslissing
De klacht is kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 21 oktober 2025 door E.A. Messer, voorzitter, M.J. Roetert
Steenbruggen-Hulshof, lid-jurist, D.J.O. Ulrich, D. Boerma en S.M. Schmidt-Rikama,
leden-
beroepsgenoten, bijgestaan door F.J.E. van Geijn, secretaris.