Zoekresultaten 40681-40700 van de 47540 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2012:YA2600 Raad van Discipline Amsterdam 11-226A 11-227A 11-228A

    Klaagster is medewerkster van de griffie van een gerecht. Klaagster heeft verweerders om een geldlening verzocht. Verweerders hebben bij de werkgever van klaagster melding gemaakt van klaagsters verzoek om een geldlening. Nu niet is komen vast te staan dat tussen verweerders en klaagster een advocaat/cliëntenrelatie heeft bestaan en klaagster evenmin aannemelijk heeft gemaakt dat zij verweerders om rechtshulp heeft verzocht, hebben verweerders niet hun geheimhoudingsplicht geschonden. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1951 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.214

    De Klacht houdt zakelijk weergegeven in dat verweerder door ondertekening van een verlengingsadvies (TBS) opzettelijk een valse verklaring heeft afgegeven, doordat in het advies is opgenomen dat klager aan schizofrenie lijft. Klager stelt niet aan deze ziekte, noch aan enige andere psychische aandoening te lijden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen als zijnde kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege acht klager in hoger beroep ontvankelijk, nu het beroepschrift van klager voldoende duidelijk de beroepsgronden bevat. Dat het beroepschrift een zekere herhaling bevat van de in eerste aanleg aangevoerde stellingen doet niet af aan het oordeel van het Centraal Tuchtcollege dat de beroepsgronden voldoende duidelijk zijn. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2012:YA2595 Raad van Discipline Amsterdam 11-214U

    De Raad voor Rechtsbijstand beklaagt zich erover dat verweerster (in strijd met de inschrijvingsvoorwaarden van de Raad voor Rechtsbijstand) toevoegingen heeft aangevraagd en vervolgens gedeclareerd op haar naam terwijl de zaken inhoudelijk werden behandeld door een ander (te weten een geschorste, later geschrapte advocaat). De raad heeft op het dekenbezwaar in de zaak 10-422U eerder hierover geoordeeld. Klager komt een zelfstandig belang bij zijn klacht toe zodat de klacht ontvankelijk is. Gegrondverklaring zonder oplegging van maatregel omdat de raad eerder ter zake van de verweten gedraging een maatregel heeft opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2012:YA2601 Raad van Discipline Amsterdam 11-242A

    Klacht tegen eigen advocaat. Advocaat is ernstig tekortgeschoten in informatievoorziening jegens zijn cliënt. Advocaat heeft bovendien een no cure no pay afspraak met cliënt gemaakt. Klacht gegrond, voorwaardelijke schorsing van twee weken.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1952 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.088

    Klaagster verwijt de aangeklaagde psychiater, dat zij klaagsters zoon op de dagbehandeling heeft laten komen in plaats van hem op te nemen. De zoon heeft zich uiteindelijk gesuïcideerd. Het RTG heeft de klacht als ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft de bestreden beslissing vernietigd en de klacht alsnog gegrond verklaard. De psychiater is de maatregel van waarschuwing opgelegd en de publicatie van de beslissing is gelast. .

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2012:YG1960 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2011-077

    Klager verwijt de tandarts het stellen van een verkeerde diagnose, het geven van een verkeerd advies en het verstrekken van onvoldoende informatie. Daarnaast wordt de tandarts verweten dat zij geen second opinion heeft gevraagd aan een andere tandarts en klager niet heeft doorverwezen. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2012:YA2596 Raad van Discipline Amsterdam 11-245A 11-246A

    Klacht tegen curatoren. Klager verwijt verweerders hem te hebben bedrogen en misleid door hem een toezegging omtrent de uitkering in het faillissement te doen en die vervolgens niet na te komen. Dit is niet komen vast te staan, zodat de klacht ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1953 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.089

    Klaagster verwijt de aangeklaagde verpleegkundige en hoofdbehandelaar, dat hij klaagsters zoon op de dagbehandeling heeft laten komen in plaats van hem op te nemen. De zoon heeft zich uiteindelijk gesuïcideerd. Het RTG heeft de klacht als ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft de bestreden beslissing vernietigd en de klacht alsnog gegrond verklaard. De verpleegkundige is de maatregel van waarschuwing opgelegd en de publicatie van de beslissing is gelast.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2012:YG1961 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2010-149

    Klager meent dat de klachten zijn ontstaan na een ruwe gebitsreiniging door de preventieassistente. Klager verwijt de tandarts dat hij geen röntgenfoto heeft gemaakt van zijn gebit en de verkeerde kies heeft behandeld. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2012:YA2597 Raad van Discipline Amsterdam 11-282A

    Verzetzaak. Klager verwijt verweerder onder andere financiële afspraken niet (volledig) te hebben vastgelegd. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2012:YA2592 Raad van Discipline Amsterdam 12-087A

    Voorzittersbeslissing. Geen advocaat-cliëntrelatie tussen klager en verweerder. Geen behartiging van tegenstrijdige belangen. Verweerder beschikte niet over vertrouwelijke informatie over klager of een zaak van hem. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2012:YA2593 Raad van Discipline Amsterdam 12-073Alk

    voorzittersbeslissing kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2012:YG1946 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1144b

    Psychiater wordt verweten dat zij niet tijdig en niet adequaat op een brief van de raadsman van klager (patiënt) heeft gereageerd, een onjuiste reden heeft gegeven voor de weigering om op genoemde brief te reageren en zich daarbij heeft verscholen achter (een instructie van) de geneesheer-directeur, met het gevolg dat klager tijdens een Bopz-zitting over zijn gedwongen opname, niet is bijgestaan door de door hem zelf gekozen raadsman. Waarschuwing en publicatie.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2012:YG1947 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 11138

    Dermatoloog wordt verweten dat zij klaagster tijdens een consult onverschillig heeft benaderd, de diagnose “lichen sclerosus” eerder had kunnen en moeten stellen en voorts geweigerd heeft haar fouten toe te geven en geen nazorg heeft geboden. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2012:YG1948 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1144c

    Psychiater wordt in zijn functie van geneesheer-directeur verweten dat hij op verkeerde gronden het contact tussen klager (patiënt) en zijn raadsman onmogelijk heeft gemaakt, zijn invloed op een onjuiste wijze en op onjuiste grond heeft aangewend om klager een verklaring te laten tekenen dat hij geen contact met zijn raadsman wenste en het voorts in de door hem geleide instelling ontbreekt aan goede voorlichting omtrent de rol en taakuitoefening van de advocaat met betrekking tot de krachtens de wet Bopz gedwongen opgenomen patiënt. Waarschuwing en publicatie.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1941 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.211

    Klacht tegen een bedrijfsarts. Klaagster verwijt de bedrijfsarts dat hij bij herhaling geweigerd heeft klager beter te melden, ondanks de gunstige bevindingen van de behandeld artsen en ondanks het feit dat klager geen klachten meer had. Daardoor is bij klager het vermoeden gerezen dat de bedrijfsarts zich teveel heeft laten leiden door de motieven van de werkgever. Het Centraal Tuchtcollege deelt het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat de bedrijfsarts onvoldoende heeft onderbouwt waarom klager, naar het oordeel van de bedrijfsarts, arbeidsongeschikt was (en bleef). Het Centraal Tuchtcollege volgt het Regionaal Tuchtcollege niet in zijn oordeel dat de arts met alle mogelijke argumenten heeft geprobeerd klager op volstrekt ontoereikende gronden en tegen de wens van klager, langdurig (na 23 maanden) arbeidsongeschikt te houden. In het feit dat de bedrijfsarts tijdens de mondelinge behandeling ter terechtzitting in hoger beroep heeft verklaard dat hij op verzoek van de werkgever van klager is meegekomen naar de hoorzitting – ter gelegenheid van het door de werkgever gemaakte bezwaar, tegen de beslissing van de verzekeringsarts van het UWV inhoudende dat klager volledig arbeidsgeschikt was – ziet het Centraal Tuchtcollege nog wel aanleiding om te oordelen dat de bedrijfsarts met zijn geschetste handelwijze in ieder geval de schijn van partijdigheid op zich heeft geladen, hetgeen tuchtrechtelijk laakbaar is. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing waarvan beroep, verklaart de klacht deels gegrond en deels ongegrond en legt aan de bedrijfsarts de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1935 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.334

    Klacht tegen gz-psycholoog. Zoon van klagers is tijdens zijn verblijf in een justitiële jeugdinrichting onderzocht door een diagnosticus die een rapportage heeft opgesteld. De gz-psycholoog, verweerder, heeft de rapportage akkoord bevonden. De klacht bestaat uit zeven onderdelen. Het hoger beroep van de gz-psycholoog betreft klachtonderdeel 1, betreffende het niet verstrekken van of inzage geven in de ruwe testgegevens van het onderzoek door verweerder. Het Regionaal Tuchtcollege heeft dit klachtonderdeel gegrond verklaard onder oplegging aan de gz-psycholoog van een waarschuwing. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat voor wat betreft klachtonderdeel 1 geen sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen en verklaart het beroep van de gz-psycholoog gegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG1930 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 087/2011

    Raadkamerbeslissing. Klacht tegen psychiater over de behandeling van de partner klager, zijn rol bij de uithuisplaatsing van de kinderen en het betrekken van klager bij de zorg voor patiënte. Klacht deels niet-ontvankelijk en voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1942 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.225

    Klacht tegen bedrijfsarts. De bedrijfsarts heeft niet accuraat en niet in het belang van klaagster gehandeld door de wettelijke termijnen (Wet verbetering Poortwachter) niet na te komen. Daarnaast heeft de bedrijfsarts onzorgvuldig gehandeld door vertrouwelijke gegevens naar het hele bedrijf te mailen, door geen voorlichting te geven over mogelijke behandeling en door klaagster aan uitgebreide ondervragingen bloot te stellen zonder klaagster het doel hiervan mede te delen. Tot slot heeft de bedrijfsarts geen waarde gehecht aan de naleving van de re-integratiegesprekken door de werkgever en het bespreekbaar maken van een arbeidsconflict. De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het Centraal Tuchtcollege geen aanleiding gegeven tot de vaststelling van andere feiten en tot andere beschouwingen en gevolgtrekkingen dan die van het Regionaal Tuchtcollege in eerste aanleg, waarmee het Centraal Tuchtcollege zich verenigt. Nu de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege ten onrecht geen blijk geeft van hetgeen het Regionaal Tuchtcollege heeft overwogen in rechtsoverweging 5.4. dient de beslissing waarvan beroep op dit punt vernietigd te worden. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing waarvan beroep voor zover het Regionaal Tuchtcollege de klacht geheel heeft afgewezen en in zoverre opnieuw rechtdoende; verklaart klaagster niet ontvankelijk in haar klacht voor zover deze betrekking heeft op het handelen van de arboverpleegkundige en bevestigt de bestreden beslissing voor het overige.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1936 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.340

    Klacht tegen gz-psycholoog. Zoon van klagers is tijdens zijn verblijf in een justitiële jeugdinrichting onderzocht door een diagnosticus die een rapportage heeft opgesteld. De gz-psycholoog, verweerder, heeft de rapportage akkoord bevonden. De klacht bestaat uit zeven onderdelen. Het hoger beroep van klagers betreft de zes van de zeven klachtonderdelen, welke onderdelen in eerste aanleg ongegrond zijn verklaard. Deze onderdelen klagen - samengevat - over het niet overhandigen en het niet volledig zijn van de rapportage, het tegenwerken van een second opinion en het laten ondertekenen van het verslag door een onbevoegde derde. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het beroep van klagers voor wat betreft twee van de zes klachtonderdelen gegrond en legt de gz-psycholoog de maatregel van waarschuwing op.