Zoekresultaten 91-100 van de 47329 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:85 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-314/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de (voormalige) eigen advocaat. Verweerder heeft opgetreden voor de maatschap van drie broers, waaronder klager. Omdat een maatschap geen rechtspersoonlijkheid heeft, heeft hij direct opgetreden voor hun afzonderlijke belangen. Nadat er tussen de broers verschil van inzicht is ontstaan over het al dan niet accepteren van een schikkingsvoorstel, kon verweerder de twee andere broers niet meer bijstaan zonder tegen de belangen van klager in te gaan. Schending van gedragsregel 15 lid 1 en 2. Verweerder heeft daarbij wel oog gehad voor klagers belangen omdat hij een beter financieel resultaat wilde bereiken. Klager mag echter zelf bepalen wat zijn daadwerkelijke belang is. Verweerder heeft onvoldoende afstand bewaard tot de zaak, hoewel hij integere intenties heeft gehad. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:104 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-107/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over een eigen advocaat kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:48 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/774460 / DW RK 25/310 KM/WdJ

    Beslissing op verzet niet-ontvankelijk, want niet tijdig ingediend.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:78 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7714

    Klagers verwijten de huisarts onder meer dat hij hen onjuist en zonder toestemming heeft doorverwezen naar de specialistische GGZ, hun integriteit heeft geschonden, onzorgvuldig heeft gehandeld en dat het medisch dossier gebreken vertoont. De klachten vinden hun oorsprong in onvrede over eerdere verwijzingen naar en afwijzingen door een psychologenpraktijk. Het college oordeelt dat de huisarts zorgvuldig heeft gehandeld en zich juist heeft ingespannen om passende hulp voor klagers te organiseren. Uit het dossier en de toelichting ter zitting blijkt dat de huisarts steeds in overleg met klager heeft gehandeld, hem voldoende heeft geïnformeerd en diens instemming heeft verkregen voor de verwijzing naar de specialistische GGZ. Van een verwijzing buiten klager om of van tegenstrijdige verklaringen is geen sprake. Ook het medisch dossier is adequaat bijgehouden en voldoet aan de wettelijke eisen. Voor zover klachten zien op handelen van andere zorgverleners binnen de praktijk, geldt dat de huisarts daarvoor niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk is. Alle klachtonderdelen worden ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2026:5 Kamer voor het notariaat Den Haag 26-9 en (eerder) 25-56

    Voorzittersbeslissing. Klacht te laat, niet-ontvankelijk. Geen nieuwe termijn voor vereffenaar. II. Verzet tegen voorzittersbeslissing. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:86 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2884

    Ongegrond klacht tegen een verpleegkundig specialist. Klager was opgenomen op de high intensive care van een GGZ-instelling. De verpleegkundig specialist was zijn regiebehandelaar. Klager is van mening dat de verpleegkundig specialist hem niet serieus heeft genomen en dat daardoor ten onrechte de diagnose waanstoornis is gesteld, medicatie is voorgeschreven en een crisismaatregel is opgesteld. Het Regionaal Tuchtcollege in Amsterdam heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel en verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:86 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-658/DH/RO

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:51 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-873/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld doordat hij heeft nagelaten tijdig voorafgaand aan de betekening door de deurwaarder een afschrift van de dagvaarding aan klaagsters advocaat te sturen. In de uitspraak van het Hof van Discipline van 13 februari 2026 heeft het Hof in de omstandigheid dat lang onduidelijkheid heeft bestaan over het al dan niet moeten toesturen van de concept dagvaarding aan de advocaat van de wederpartij, aanleiding gezien om geen maatregel op te leggen. Omdat verweerder in deze zaak echter zijn expliciete toezegging, om de dagvaarding te doen betekenen aan het kantooradres van klaagsters advocaat, niet is nagekomen, acht de raad een waarschuwing toch een passende maatregel.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:52 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-003/DB/LI/D

    Dekenbezwaar. Afhechtingsadvocaat. Verweerster heeft in de jaren 2023 en 2024 bij de behandeling van een zeer groot aantal echtscheidingszaken gehandeld in strijd met (A) de kernwaarden integriteit, partijdigheid en deskundigheid , (B) het bepaalde in de artikelen 7.1, 7.5 en 7.11 Voda en (C) de gedragsregels 1, 2, 12, 13 lid 2, 14, 16, 17 en 18. Verweerster heeft namelijk: (1) de opdracht niet of niet deugdelijk schriftelijk vastgelegd, (2) de identiteit van de cliënten niet of niet deugdelijk vastgesteld, (3) het contact met haar cliënten beperkt tot het voeren van een telefoongesprek, waarvan de inhoud niet of onvoldoende schriftelijk is vastgelegd, (4) haar cliënten niet of onvoldoende geïnformeerd over de te verwachten kosten en de mogelijkheid van gefinancierde rechtshulp, (5) zich onvoldoende rekenschap gegeven van en onvoldoende invulling gegeven aan de verzwaarde zorgplicht die op haar rust als gemeenschappelijk echtscheidingsadvocaat, doordat zij zich er niet (voldoende) van heeft vergewist dat beide partijen de inhoud en de juridische consequenties van de overeengekomen regeling begrijpen; (6) teveel geleund op de mediators en de inhoud van de door de mediators vervaardigde stukken onvoldoende gecontroleerd en, waar nodig, gecorrigeerd. Gegrond. Schorsing voor de duur van 20 weken, waarvan 18 voorwaardelijk

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:121 Hof van Discipline 's Gravenhage 230307

    Deze zaak betreft een klacht tegen de advocaat die klagers heeft bijgestaan in een procedure die tot doel had dat de bestuursleden van een vereniging in het handelsregister werden ingeschreven. Het hof is net als de raad van oordeel dat verweerster geen tuchtrechtelijk verwijt valt te maken en bekrachtigt de beslissing van de raad.