Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

Zoekresultaten 91-100 van de 160 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:70 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3577

    Klacht over een onder supervisie van een bedrijfsarts werkende arts die via een videoverbinding een spreekuurcontact had om te beoordelen of er bij klaagster sprake was van ziekte en of zij in staat was een gesprek met haar werkgever aan te gaan.Kennelijk ongegrond. De door klaagster en beklaagde gestelde feiten ten aanzien van het spreekuurcontact verschillen. Daardoor kan het college niet vaststellen hoe het spreekuurcontact is verlopen. In ieder geval is op geen enkele wijze gebleken dat beklaagde zijn conclusie over de gezondheid van klaagster heeft gebaseerd op haar huidskleur.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:64 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3057

    Ongegronde klacht tegen huisarts. Beklaagde heeft naar aanleiding van een melding van de politie een notitie gemaakt in het medisch dossier. Het college is van oordeel dat de notitie slechts een weergave betreft van hetgeen door de politie aan beklaagde kenbaar is gemaakt en dat dergelijke informatie als subjectieve informatie opgenomen mag worden in het medisch dossier. Beklaagde is niet verplicht een melding van de notitie te maken aan klager. Ten aanzien van het tweede klachtonderdeel heeft beklaagde geen betrokkenheid gehad bij de noodopname van de echtgenote van klager, aldus het college. Met betrekking tot klachtonderdelen drie en vier oordeelt het college dat de echtgenote van klager reeds afdoende zorg had ontvangen op de huisartsenpost en volgt niet uit het medisch dossier dat beklaagde klager niet naar een nieuwe huisarts heeft laten gaan. Het medisch dossier geeft blijkt van het feit dat beklaagde zich heeft ingespannen een nieuwe huisarts voor klager te vinden. De klacht is in zijn geheel kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:66 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3045 en Z2021/3504

    Klacht tegen GZ-psycholoog. Klager verblijft in een tbs-kliniek. Beklaagde is in de hoedanigheid van behandelcoördinator bij de behandeling van klager betrokken. Klager verwijt hem het stellen van een onjuiste diagnose en het geven van onjuist advies omtrent zijn overplaatsing naar een andere afdeling. Ook klaagt klager erover dat hij de documenten betreffende zijn behandeling niet heeft ontvangen, terwijl hij daar meerdere keren om heeft gevraagd, en dat beklaagde zijn cultuur en persoonlijkheid heeft beledigd.Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:67 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3500

    Klacht tegen psychiater. Klager verblijft in een tbs-kliniek. Beklaagde is directeur van deze kliniek. Klager verwijt beklaagde dat er geen zorg voor hem is en dat hij zich niet gerespecteerd voelt. Volgens klager is hij weggestuurd bij de medische dienst en was er geen vervoer geregeld toen hij vanwege lichamelijke klachten naar het ziekenhuis moest. Ook is klager door werknemers van de kliniek geweigerd te skypen met zijn familie. Daarnaast is klager een keer in zijn kamer opgesloten. Klager acht beklaagde als directeur eindverantwoordelijk voor alles wat er in de kliniek gebeurt.Vaststaat dat er geen behandelrelatie heeft bestaan tussen beklaagde in zijn hoedanigheid van psychiater en klager en dat beklaagde ook anderszins geen zorg heeft verleend aan klager. Dat betekent dat beklaagde alleen aan het tuchtrecht is onderworpen voor zover sprake is van enig ander handelen of nalaten in strijd met hetgeen een behoorlijk beroepsbeoefenaar betaamt (de tweede tuchtnorm). De klacht van klager gaat niet over het handelen van beklaagde, maar over het handelen of nalaten van anderen die werkzaam zij binnen de kliniek. Dit is iets waarvoor beklaagde niet zonder meer tuchtrechtelijk verantwoordelijk kan worden gehouden, omdat het  tuchtrecht in beginsel aangrijpt bij het individuele handelen van de zorgverlener. Feiten en omstandigheden die erop zouden wijzen dat beklaagde desalniettemin tuchtrechtelijk verantwoordelijk gehouden kan worden voor handelen ten opzichte van klager, zijn het college niet gebleken.Klacht kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:68 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/5

    Klacht tegen (onder supervisie werkende) arts over de door hem opgestelde rapportage in het kader van de Eerstejaars Ziektewet-beoordeling, tevens bejegeningsklacht. De rapportage voldoet aan de daaraan in de jurisprudentie gestelde vereisten. Geen tuchtrechtelijk verwijt ten aanzien van de bejegening. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:69 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/6

    Klacht tegen verzekeringsarts over zijn rapportage in het kader van bezwaar tegen de Eerstejaars ZW-beoordeling, tevens bejegeningsklacht/vooringenomenheid. De rapportage voldoet niet aan de daaraan in de jurisprudentie gestelde vereisten. Geen tuchtrechtelijk verwijt ten aanzien van de bejegening: geen (schijn van) vooringenomenheid of het niet serieus nemen van de gezondheidsproblematiek van klaagster. Klacht deels gegrond/deels ongegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:65 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3391

    Klacht tegen huisarts, inhoudende dat hij onzorgvuldig en niet volgens protocol heeft gehandeld. Ook heeft beklaagde, terwijl hij bekend was met het feit dat patiënte eerder nierbekkenontsteking heeft gehad, opnieuw onzorgvuldig gehandeld en klagers niet serieus genomen. Daarnaast zou beklaagde klagers geen excuses hebben aangeboden of contact met hen heeft willen opnemen. Het college is van oordeel dat beklaagde niet heeft gehandeld conform de richtlijn “NHG-standaard Kinderen met koorts”. De dossiervoering van beklaagde voldoet ook niet aan de daaraan te stellen eisen. Beklaagde zou bij koorts zonder focus direct hebben kunnen verwijzen, maar in elk geval afspraken over een herbeoordeling na twee dagen hebben moeten maken. Dat heeft hij nagelaten. Met betrekking tot klachtonderdeel twee overweegt het college dat gelet op de voorgeschiedenis van patiënte, waarvan beklaagde op de hoogte was, en de aanwijzing van de behandelend kinderuroloog, zou beklaagde hebben kunnen besluiten direct te verwijzen, of duidelijke afspraken over het vervolg van het (urine)onderzoek en de verdere behandeling hebben moeten maken. Het eerste heeft hij niet overwogen, het tweede heeft hij nagelaten. Dit handelen was onzorgvuldig en is tuchtrechtelijk verwijtbaar. Beklaagde heeft geen stappen ondernomen om alsnog in contact te komen met klagers. Ook in dit geval neemt beklaagde geen verantwoordelijkheid en verwijst hij naar een fout van zijn assistente. Dit gebrek aan reflectie rekent het college hem aan. Het college acht de klacht geheel gegrond en legt de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:63 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3049

    Klacht tegen psychiater. Klager verblijft in een tbs-kliniek, waar hij aanvankelijk op vrijwillige basis antipsychotische medicatie gebruikte. Omdat klager hier veel moeite mee had, is zijn behandelend psychiater een onderzoek gestart naar de mogelijkheden van een medicatievrije episode. In het kader van dit onderzoek heeft beklaagde een second opinion verricht. In dit verband heeft hij klager gezien en dossieronderzoek verricht. Beklaagde heeft op basis van zijn onderzoek geconcludeerd dat behandeling met antipsychotica noodzakelijk is en dat, wanneer klager dit niet vrijwillig accepteert, behandeling onder dwang gerechtvaardigd is. Klager verwijt beklaagde dat hij hem niet serieus heeft genomen. Volgens klager heeft beklaagde in 15 minuten een diagnose gesteld. Ook meent klager dat beklaagde onvoldoende onafhankelijk is opgetreden, omdat hij heeft gehandeld op basis het medisch dossier van zijn behandelaren.Klacht kennelijk ongegrond. Het verzoek om een second opinion betrof expliciet niet een vraag naar (de juistheid van) de gestelde diagnose, maar een vraag naar de noodzaak van dwangbehandeling met antipsychotica. Beklaagde heeft op basis van de onderzoeksbevindingen, de beschikbare stukken, de dreiging van fysieke agressie en het feit dat klager niet vrijwillig medicatie wilde nemen, kunnen concluderen dat dwangmedicatie gerechtvaardigd was. Niet gebleken is dat het onderzoek niet onafhankelijk is geweest.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:57 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3220

    Bij klaagster is in 2018 in beide knieën een patellofemorale prothese geplaatst. Vanwege aanhoudende klachten aan de knieën is zij door de huisarts verwezen voor een second opinion. Beklaagde heeft haar in dat kader gezien en onderzocht. Beklaagde concludeerde dat sprake was van een vorderende artrose van beide knieën bij recent geplaatste patellofemorale prothesen. Hij achtte revisie naar een totale knieprothese onzeker qua uitkomst omdat er nog geen endstage artrose was. Hij sprak een controle af na een half jaar. Daarna sprak beklaagde een controle af voor weer een jaar later. De omstandigheid dat bij een latere operatie aan de linkerknie de prothese los bleek te zitten betekent niet dat beklaagde kan worden verweten dat hij dit niet heeft geconstateerd dan wel hiernaar geen specifiek onderzoek heeft gedaan. Nader onderzoek naar loslating van de prothese hoefde alleen te worden gedaan als er aanwijzingen waren voor zo’n loslating. Dat was niet het geval. Er was ook geen reden aan te nemen dat de klachten werden veroorzaakt door een endorotatie van de prothese. Gelet op de bevindingen was er evenmin aanleiding hiernaar (nader) onderzoek te doen. Het college heeft voorts niet kunnen vaststellen dat beklaagde de terugkoppeling van het eerste consult zonder toestemming van klaagster met de eerste chirurg heeft gedeeld. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:58 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3276

    Klacht tegen anesthesioloog. Klager heeft een tijd oxycodon gebruikt tegen langdurige pijnklachten, maar ondervond veel last van de bijwerkingen van het middel. Hij wilde van de oxycodon af en liet zich verwijzen naar de pijnpoli. Hij werd pas na een paar maanden door een anesthesioloog gezien op de pijnpoli. Klager verwijt de anesthesioloog dat zij hem te laat heeft gezien, dat zij onvoldoende heeft gedaan om hem het gebruik van oxycodon af te laten bouwen en dat zij hem verwees voor pijnrevalidatie, wat hij als een laatste redmiddel beschouwt. Een collega van haar heeft hem op een later moment andere pijnmedicatie voorgeschreven, waarmee het hem lukte het gebruik van oxycodon af te bouwen. Volgens klager was er dus alternatieve medicatie voorhanden die de aangeklaagde anesthesioloog hem ook al eerder had kunnen voorschrijven. Het college is van mening dat de verwijten niet terecht zijn en verklaart de klacht ongegrond.