Zoekresultaten 441-450 van de 48094 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:133 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-314/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de bijstand van de gezamenlijk echtscheidingsadvocaat. Klacht is voor wat betreft de bijstand destijds te laat ingediend en daarom niet-ontvankelijk. Klachten over het in 2025 niet reageren op verzoeken om uitleg en het niet inschakelen van de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:140 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-337/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart de raad kennelijk onbevoegd, omdat de klacht ziet op handelen/nalaten op het moment dat verweerder geen advocaat was.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:134 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-706/DH/RO

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:110 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9043

    Klager verwijt de verpleegkundig specialist onder meer dat hij onjuist is omgegaan met seksueel ontremd gedrag van een medepatiënt, onvoldoende heeft gehandeld na een incident waarbij deze medepatiënt seksuele handelingen bij zijn wilsonbekwame moeder heeft verricht, onjuist heeft gehandeld bij de behandeling van een urineweginfectie en zich ten onrechte als arts heeft voorgedaan. Het college oordeelt dat klager niet-ontvankelijk is in het klachtonderdeel over het delen van medische informatie over de medepatiënt. Klager is in de overige klachtonderdelen ontvankelijk, maar deze zijn ongegrond. Uit het dossier blijkt dat de verpleegkundig specialist na het incident direct de urgentie heeft onderkend, zich herhaaldelijk heeft laten informeren en intercollegiaal overleg heeft gevoerd. Voor de plaatsing van de deurstok, de kamerindeling en de overplaatsing was hij niet verantwoordelijk. Bij de urineweginfectie heeft hij tijdig een passende antibioticakuur voorgeschreven.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:135 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-852/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Uit het dossier blijkt dat er tussen partijen afspraken zijn gemaakt over het laten bijmaken van een sleutel, maar niet blijkt dat daarbij is afgesproken dat verweerders cliënte geen aanspraak meer zou maken op betaling van de verbeurde dwangsommen. De raad kan dan ook niet vaststellen dat die afspraak wel gemaakt is, van een leugen is daarom geen sprake. Ook ziet de raad geen reden om aan te nemen dat verweerder heeft gelogen over de bouwkundige inspectie. Klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:111 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8697

    Gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijke en ongegronde klacht tegen een verpleegkundige/casemanager dementie. Klaagster, de ex-partner van patiënt, verwijt verweerster een onjuist behandelplan, gebrekkige communicatie over wijziging van de eerste contactpersoon en schending van de geheimhoudingsplicht. Het college verklaart de eerste twee klachtonderdelen kennelijk niet-ontvankelijk, omdat patiënt zelf de wijzigingen in gang heeft gezet waarover wordt geklaagd en geen aanknopingspunten bestaan dat hij hierover zelf had willen klagen. Het verwijt van schending van de geheimhoudingsplicht is kennelijk ongegrond, omdat patiënt wilsbekwaam was en verweerster toestemming had gegeven contact op te nemen met zijn dochters over toekomstige vertegenwoordiging.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:136 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-878/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijk geschil. Verweerster heeft met haar eerste brief aan klager polariserend gehandeld en gezorgd voor (onnodige) escalatie. Verweerster heeft klager ook niet geïnformeerd over de zitting en heeft de conceptdagvaarding niet/te laat aan klager gestuurd. Klachten gegrond. Klacht over lasterlijke uitlatingen niet onderbouwd en daarom ongegrond. Ondanks dat verweerster al geschrapt is, ziet de raad aanleiding een berisping op te leggen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:137 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-017/DH/DH/D

    Raadsbeslissing. Dekenbezwaar tegen asielrechtadvocaat deels gegrond en deels ongegrond. Verweerder heeft geen/onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek door de deken, in strijd met gedragsregel 29. Verder heeft hij niet voldaan aan zijn verplichten om deel te nemen aan kwaliteitstoetsen. Bezwaar ongegrond waar het gaat over het verwijt dat verweerder zaken lijkt aan te nemen voor eigen financieel gewin, omdat de raad dit onvoldoende kan vaststellen. Het staat verweerder vrij om rechtsmiddelen in te stellen tegen afgewezen verblijfsaanvragen, ook als die procedure op zichzelf weinig kans op succes heeft, omdat verweerder daardoor procedureel rechtmatig verblijf kan genereren voor zijn cliënt. Raad ziet geen reden c.q. mogelijkheid om prejudiciële vragen te stellen. Voorwaardelijke schorsing van 12 weken met de bijzondere voorwaarde dat verweerder dient mee te werken aan onderzoeken van of namens de deken.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:121 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3131

    Klager is niet ontvankelijk in zijn klacht tegen meerdere zorgverleners. De verwijten van klager gaan over de zorg die aan hem is verleend en een aantal zaken die daarop betrekking hebben. Klager heeft een mentor, die niet instemt met het indienen van de klacht. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klager ten tijde van het indienen van de klacht wilsonbekwaam was en heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Tijdens de zitting van het Centraal Tuchtcollege bleek klager niet in staat te zijn om vragen over zijn situatie en de klachten te beantwoorden. Desgevraagd verklaarde klager dat hij geen klachten had en dat het goed met hem ging. Uit de wijze waarop klager zich tijdens de zitting uitte, kreeg het Centraal Tuchtcollege de indruk dat klager niet goed in staat was om te bevatten dat hij bij de zitting aanwezig was vanwege klachten tegen zorgprofessionals die namens hem waren ingediend. Alles bij elkaar is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege terecht heeft geoordeeld dat klager ten aanzien van het indienen van een klacht wilsonbekwaam is.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:181 Hof van Discipline 's Gravenhage 260011

    Artikel 13 lid 1 Advocatenwet. Beklag ongegrond.