We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

ECLI:NL:TADRSGR:2026:135 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-852/DH/RO

ECLI: ECLI:NL:TADRSGR:2026:135
Datum uitspraak: 15-06-2026
Datum publicatie: 17-06-2026
Zaaknummer(s): 25-852/DH/RO
Onderwerp: Wat een behoorlijk advocaat betaamt t.o. de wederpartij, subonderwerp: Vrijheid van handelen
Beslissingen: Regulier
Inhoudsindicatie: Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Uit het dossier blijkt dat er tussen partijen afspraken zijn gemaakt over het laten bijmaken van een sleutel, maar niet blijkt dat daarbij is afgesproken dat verweerders cliënte geen aanspraak meer zou maken op betaling van de verbeurde dwangsommen. De raad kan dan ook niet vaststellen dat die afspraak wel gemaakt is, van een leugen is daarom geen sprake. Ook ziet de raad geen reden om aan te nemen dat verweerder heeft gelogen over de bouwkundige inspectie. Klachten ongegrond.

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag van 15 juni 2026 
in de zaak 25-852/DH/RO
naar aanleiding van de klacht van:

klaagster
gemachtigde: [H]

over:

verweerder


1    VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1    Op 28 juli 2025 heeft klaagster bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Rotterdam (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerder.
1.2    Op 9 december 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk R 2025/106 van de deken ontvangen. 
1.3    De klacht is behandeld op de zitting van de raad van 4 mei 2026. Daarbij was verweerder aanwezig. De gemachtigde van klaagster is niet verschenen, zoals hij voorafgaand heeft gemeld.
1.4    De raad heeft kennisgenomen van het in 1.2 genoemde klachtdossier en van de op de inventarislijst genoemde bijlagen 1 tot en met 18.

2    FEITEN
2.1    Voor de beoordeling van de klacht gaat de raad, gelet op het klachtdossier en de op de zitting afgelegde verklaringen, uit van de volgende feiten.
2.2    Bij vonnis van 4 oktober 2024 is klaagster veroordeeld om binnen zeven dagen na betekening de sleutels van een appartement af te geven aan de cliënte van verweerder. Ook is zij veroordeeld tot herstel van brandveiligheidsovertredingen. Aan beide veroordelingen is een dwangsom verbonden. 
2.3    Op 6 maart 2025 om 10.39 uur heeft verweerder de gemachtigde van klaagster uitgenodigd om aanwezig te zijn bij een inspectie van de brandweer en de gemeente, die op 13 maart 2025 zou plaatsvinden.
2.4    Op 6 maart 2025 om 12.42 uur heeft de rechtsbijstandsverzekeraar van verweerders cliënte een offerte voor het inschakelen van een bouwkundig inspecteur goedgekeurd.
2.5    Op 13 maart 2025 heeft de aangekondigde inspectie heeft plaatsgevonden, waarbij ook de gemachtigde van klaagster aanwezig was. 
2.6    Verweerder heeft op enig moment met de gemachtigde van klaagster afgesproken dat zijn cliënte een sleutel zou laten bijmaken via een medebewoner van het pand en dat (de gemachtigde van) klaagster de kosten daarvan zou vergoeden. De gemachtigde van klaagster heeft hiermee ingestemd. Verweerder heeft nadien namens zijn cliënte aanspraak gemaakt op de betaling van de volledige dwangsom vanwege het niet tijdig afgeven van de sleutels. Op 7 juli 2025 heeft de gemachtigde van klaagster daartegen bezwaar gemaakt. Op 9 juli 2025 heeft verweerder gereageerd dat er geen afstand is gedaan van de dwangsom bij het maken van de afspraken over het kopiëren van de sleutel en heeft hij opnieuw namens zijn cliënte aanspraak gemaakt op de volledige dwangsom.

3    KLACHT
3.1    De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klaagster verwijt verweerder het volgende.
a)    Verweerder heeft gelogen dat er een afspraak is gemaakt om de sleutel bij te laten maken op klaagsters kosten, maar dat de dwangsom daarbij in stand bleef;
b)    Verweerder heeft gelogen dat er op 13 maart 2025 een bouwkundige opname heeft plaatsgevonden in het bijzijn van de gemachtigde van klaagster.

4    VERWEER 
4.1    Verweerder heeft tegen de klacht verweer gevoerd. De raad zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.

5    BEOORDELING
Toetsingskader
5.1    Deze zaak betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij. Voor alle advocaten geldt dat zij partijdig zijn en in principe alleen de belangen van hun eigen cliënt hoeven te behartigen. Zij hebben veel vrijheid om te doen wat in het belang van hun cliënt nodig is, maar die vrijheid is wel begrensd. Advocaten mogen de belangen van de wederpartij niet onnodig of op een ontoelaatbare manier schaden. Zij mogen zich bijvoorbeeld niet onnodig kwetsend uitlaten over de wederpartij. Ook mogen advocaten niet bewust onjuiste informatie verschaffen. Daarbij geldt dat advocaten er in beginsel van mogen uitgaan dat de informatie die zij van hun cliënt hebben gekregen juist is. Slechts in uitzonderingsgevallen zijn advocaten gehouden de juistheid van die informatie te controleren. Tot slot hoeven advocaten in het algemeen niet af te wegen of het voordeel dat zij voor hun cliënt willen bereiken, opweegt tegen het nadeel dat zij aan de wederpartij toebrengen.
Klachtonderdeel a)
5.2    Tussen partijen is niet in geschil dat er afspraken zijn gemaakt over het laten bijmaken van de sleutel op kosten van klaagster. Uit het dossier blijkt niet dat daarbij is afgesproken dat verweerders cliënte geen aanspraak meer zou maken op betaling van de verbeurde dwangsommen. De raad kan dan ook niet vaststellen dat die afspraak wél gemaakt is. Van een leugen is daarom geen sprake. Klachtonderdeel a) is ongegrond.
Klachtonderdeel b)
5.3    Verweerder heeft toegelicht dat de bouwkundige keuring heeft plaatsgevonden op 13 maart 2025, maar dat deze niet was aangekondigd in zijn brief van 6 maart 2025 omdat de rechtsbijstandsverzekeraar dat pas (kort) daarna heeft goedgekeurd. Dit is onderbouwd met een e-mail van de rechtsbijstandsverzekeraar. Gelet op die toelichting acht de raad het aannemelijk dat er wél een bouwkundige keuring heeft plaatsgevonden op 13 maart 2025. Omdat niet in geschil is dat de gemachtigde van klaagster op 13 maart 2025 aanwezig was in het pand, ziet de raad ook geen reden om aan te nemen dat verweerder heeft gelogen dat verweerder óók bij de bouwkundige inspectie op die dag aanwezig was. Klachtonderdeel b) is ongegrond.
    
BESLISSING
De raad van discipline verklaart de klacht ongegrond.

Aldus beslist door mr. O.P. van Tricht, voorzitter, mrs. D.G.M. van den Hoogen, M.M. van Wijk, W.R. Arema en D. Rijpma, leden, bijgestaan door mr. M.A.A. Traousis als griffier en uitgesproken in het openbaar op 15 juni 2026.

Griffier    Voorzitter

Verzonden op: 15 juni 2026