ECLI:NL:TADRSGR:2026:140 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-337/DH/RO
| ECLI: | ECLI:NL:TADRSGR:2026:140 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 17-06-2026 |
| Datum publicatie: | 17-06-2026 |
| Zaaknummer(s): | 26-337/DH/RO |
| Onderwerp: | Ontvankelijkheid van de klacht, subonderwerp: Overige gronden |
| Beslissingen: | Voorzittersbeslissing |
| Inhoudsindicatie: | Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart de raad kennelijk onbevoegd, omdat de klacht ziet op handelen/nalaten op het moment dat verweerder geen advocaat was. |
Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag
van 17 juni 2026
in de zaak 26-337/DH/RO
naar aanleiding van de klacht van:
klager
over:
verweerder
De plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter)
heeft kennisgenomen van de brief van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement
Rotterdam (hierna: de deken) van 17 april 2026 met kenmerk R 2026/032 en van de op
de inventaris genoemde bijlagen 1 tot en met 10.
1 FEITEN
Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier,
uit van de volgende feiten.
1.1 Verweerder heeft klager bijgestaan in een procedure bij de rechtbank Noord-Nederland.
1.2 Per 17 mei 2024 is verweerder door de tuchtrechter geschrapt van het tableau.
1.3 Op 3 september 2024 heeft de wederpartij van klager een conclusie van antwoord
ingediend. Klager heeft vanaf dat moment geprobeerd telefonisch contact te krijgen
met verweerder, wat niet is gelukt. Ook heeft verweerder niet gereageerd op zijn e-mails
of terugbelverzoeken.
1.4 Op 12 november 2024 heeft klager bij de deken een klacht ingediend over verweerder.
2 KLACHT
2.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk
verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klager verwijt
verweerder zijn zaak niet goed te hebben behandeld, doordat hij niet heeft gereageerd
op de conclusie van antwoord en onbereikbaar was voor klager.
3 VERWEER
3.1 Verweerder heeft geen verweer gevoerd tegen de klacht.
4 BEOORDELING
4.1 De tuchtrechter is op basis van artikel 46 van de Advocatenwet alleen bevoegd
om te oordelen over het handelen van advocaten. De klacht ziet op het handelen dan
wel nalaten van verweerder vanaf 3 september 2024. Verweerder was op dat moment geen
advocaat meer. Hij is per 17 mei 2024 immers geschrapt van het tableau. De tuchtrechter
mag daarom niet oordelen over deze klacht. De voorzitter zal de raad kennelijk onbevoegd
verklaren.
BESLISSING
De voorzitter verklaart de raad, met toepassing van artikel 46j van de Advocatenwet,
kennelijk onbevoegd.
Aldus beslist door mr. H.F.R. van Heemstra, plaatsvervangend voorzitter, bijgestaan door mr. M.A.A. Traousis als griffier en uitgesproken in het openbaar op 17 juni 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 17 juni 2026