We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

ECLI:NL:TAHVD:2026:181 Hof van Discipline 's Gravenhage 260011

ECLI: ECLI:NL:TAHVD:2026:181
Datum uitspraak: 15-06-2026
Datum publicatie: 16-06-2026
Zaaknummer(s): 260011
Onderwerp: Aanwijzing, subonderwerp: Artikel 13 Advocatenwet: aanwijzing van een advocaat
Beslissingen: Regulier
Inhoudsindicatie: Artikel 13 lid 1 Advocatenwet. Beklag ongegrond.

Beslissing van 15 juni 2026

in de zaak 260011

naar aanleiding van het beklag op grond van artikel 13 Advocatenwet van:

klager

tegen:

de deken

1 DE PROCEDURE

Bij de deken

1.1 Klager heeft bij de deken een verzoek ingediend tot aanwijzing van een advocaat als bedoeld in artikel 13 lid 1 Advocatenwet.

1.2 De deken heeft dit verzoek afgewezen met de beslissing van 15 december 2025. De deken heeft aan de afwijzende beslissing ten grondslag gelegd dat klager niet heeft aangetoond dat hij een vordering op de notaris heeft en bovendien dat een eventuele vordering op de notaris inmiddels is verjaard, zodat een procedure tegen de notaris geen redelijke kans van slagen heeft.

Bij het hof

1.3 Klager heeft op 13 januari 2026 een beklag tegen de beslissing van de deken ingediend bij het Hof van Discipline (hierna: het hof). Op 22 januari 2026 heeft klager een aanvullend beklagschrift ingediend.

1.4 Verder bevat het dossier:

  • het verweer van de deken;
  • de repliek.

1.5 Het hof heeft de zaak mondeling behandeld tijdens de openbare zitting van 20 april 2026. Daar zijn klager en de deken, vergezeld van mevrouw [naam], verschenen. De deken heeft haar standpunt toegelicht aan de hand van spreekaantekeningen, die ook onderdeel uitmaken van het dossier van het hof.

2 FEITEN

Het hof stelt de volgende feiten vast.

2.1 Per webformulier van 19 mei 2025 heeft klager een verzoek tot aanwijzing van een advocaat op grond van artikel 13 Advocatenwet bij de deken ingediend. 

2.2 Klager wenst een advocaat omdat hij een procedure jegens de notaris wil beginnen in verband met de financiële afwikkeling van de verkoopopbrengst van zijn woning, welk bedrag door de notaris in depot op zijn kwaliteitsrekening is ontvangen en vervolgens is verdeeld. Volgens klager wenst de betrokken notaris geen rekening en verantwoording af te leggen en dient de notaris nog een bedrag aan hem over te maken van € 41.935,98 vermeerderd met de wettelijke rente over € 500.883,90 van februari 2011 tot 15 november 2014 en de wettelijke rente over € 41.935,98 van 15 november 2014 tot datum overmaking. 

2.3 Bij e-mail van 19 mei 2025, herhaald bij e-mail van 3 juli 2025, heeft een stafmedewerker van de deken een aantal vragen aan klager gesteld.

2.4 Klager heeft daarop gereageerd bij brief van 14 juli 2025.

2.5 Op 3 september 2025 heeft de stafmedewerker van de deken klager om nadere informatie verzocht.

2.6 Klager heeft daarop gereageerd bij brief van 19 september 2025.

2.7 Op 13 oktober 2025, 23 oktober 2025, 30 oktober 2025 en 14 november 2025 heeft klager aanvullende stukken aan de deken gezonden, waaronder (recente) correspondente tussen hem en de notaris.

2.8 Op 18 november 2025 heeft de stafjurist klager wederom om nadere informatie verzocht.

2.9 Klager heeft daarop gereageerd bij brief van 26 november 2025.

2.10 Op 15 december 2025 heeft de deken het aanwijzingsverzoek van klager afgewezen. 

3 BEKLAG EN VERWEER

Gronden van het beklag 

3.1 Klager stelt dat de deken het verzoek ten onrechte heeft afgewezen om de navolgende redenen:

1. De afwijzing is gemaakt met behulp van kunstmatige intelligentie (AI).

2. De afwijzing bevat onjuiste gegevens en is innerlijk tegenstrijdig.

3. De afwijzing is genomen in strijd met wet en recht.

4. De afwijzing schendt nationale en internationale wetten en regelingen.

5. De afwijzing bevoordeelt en bevordert onrechtmatige praktijken van wettelijke monopoliehouders.

6. De afwijzing is gegeven na een periode van mails en telefoongesprekken die de incompetentie van de deken aantonen.

Toelichting

Samengevat voert klager het navolgende aan. Klager is ten onrechte zijn woning ontnomen; er is geen geldige koopovereenkomst noch een onherroepelijke rechterlijke beslissing waardoor zijn woning aan een ander is overgedragen. De verkoopopbrengst is overgemaakt op de derdenrekening van de notaris. De deken gaat eraan voorbij dat de notaris ten onrechte uitvoering heeft gegeven aan een ongegrond gelegd conservatoir beslag op de gelden van klager. Klager heeft een vordering op de notaris, omdat hij te weinig van de notaris heeft ontvangen. Deze vordering van klager op de notaris is niet aan verjaring onderhevig, althans is niet verjaard.

Voorts wijst klager erop dat toegang tot de rechter een essentieel aspect is in een democratische rechtstaat. Klager heeft zich wel degelijk ingespannen om een advocaat te vinden, maar dit is tevergeefs gebleken. Klager vindt het vreemd dat de deken klager verwijst naar een andere instantie om een advocaat te vinden. Volgens klager is de deken tekortgeschoten in haar taak. Klager verzoekt het hof daarom om een deken in een ander ressort op te dragen een advocaat ten behoeve van klager aan te wijzen.

Verweer

3.2 Het verweer van de deken zal hierna, voor zover van belang, worden besproken.

4 BEOORDELING

Toetsingskader

4.1 Op grond van artikel 13 Advocatenwet kan een rechtzoekende die niet (tijdig) een advocaat bereid vindt hem bij te staan in een zaak waarin vertegenwoordiging door een advocaat is voorgeschreven of bijstand uitsluitend door een advocaat kan geschieden, zich wenden tot de deken met het verzoek een advocaat aan te wijzen. De deken kan een verzoek op grond van dit artikel alleen wegens gegronde redenen afwijzen. Een dergelijke reden kan onder meer bestaan indien de door klager gewenste procedure geen verplichte procesvertegenwoordiging kent, of indien de procedure geen redelijke kans van slagen heeft.

Oordeel hof

4.2 De deken heeft aan de afwijzende beslissing ten grondslag gelegd dat klager niet heeft aangetoond dat hij een vordering op de notaris heeft en bovendien dat een eventuele vordering op de notaris inmiddels is verjaard, zodat een procedure tegen de notaris geen redelijke kans van slagen heeft.

4.3 De redenen van klager om een procedure tegen de notaris te voeren zijn, zo begrijpt het hof, tweeërlei.

4.4 Klager wil dat de notaris rekening en verantwoording aflegt over de verkoopopbrengst van de woning van klager die door de notaris in depot is ontvangen en vervolgens voor een deel heeft overgemaakt aan klager en voor een deel aan een derde als gevolg van een volgens klager ongegrond gelegd conservatoir beslag.

4.5 Het hof stelt vast dat uit de overgelegde stukken volgt dat de notaris reeds rekening en verantwoording over de ontvangen gelden heeft afgelegd. Dat blijkt naar het oordeel van het hof uit de brief van de notaris aan klager van 31 juli 2015, naar aanleiding van een daartoe strekkend verzoek van klager zelf van 15 juli 2015, hetgeen door de notaris is bevestigd in de e-mail aan klager van 8 oktober 2025 (met daarbij ook onderliggende bescheiden, waaronder de nota van afrekening), omdat klager had aangegeven de brief van 31 juli 2015 niet te hebben ontvangen. De notaris heeft daarin uiteengezet wat het verloop is geweest tussen het moment van de ontvangst van de verkoopopbrengst (op 25 februari 2011) en het uitbetalen van het restant van de verkoopopbrengst aan klager op 5 november 2014, inclusief rente en verminderd met de kosten van de notaris. Daarbij is ook uiteengezet hoeveel, en aan wie, de notaris op 25 februari 2011 heeft overgemaakt in verband met het betekende derdenbeslag. Voorts volgt daaruit dat op 9 december 2016 (naar aanleiding van een uitspraak van de Notariskamer van 29 november 20216) nog een bedrag aan klager is overgemaakt en dat de notaris geen gelden meer van klager onder zich heeft.

4.6 Voorts wil klager de notaris dagvaarden omdat hij naar eigen zeggen nog een bedrag van de notaris te vorderen heeft. Het hof begrijpt dat het gaat om het bedrag dat de notaris op 25 februari 2011 in verband met het betekende beslag aan derden heeft overgemaakt, hetgeen volgens klager onrechtmatig is geweest.

4.7 Daargelaten dat de notaris geen partij is bij het derdenbeslag dat is gelegd, is het hof van oordeel dat klager niet aannemelijk heeft gemaakt dat een eventuele vordering op de notaris niet inmiddels is verjaard, nu voor een dergelijke vordering een verjaringstermijn geldt van vijf jaar. Het hof overweegt daartoe dat de restant verkoopopbrengst door de notaris aan klager is overgemaakt op 5 november 2014, zodat klager vanaf dat moment ermee bekend was dat hij in zijn ogen te weinig van de notaris had ontvangen (door klager zelf aangeduid als ‘het tekort’). Klager stelt weliswaar dat hij de notaris heeft aangemaand over het tekort en onafgebroken jegens de notaris heeft geprocedeerd. Het hof heeft echter alleen (zoals hiervoor is overwogen) kunnen vaststellen dat klager de notaris in 2015 heeft verzocht rekening en verantwoording af te leggen. Het hof heeft niet kunnen vaststellen dat hij de notaris (toen) ook heeft aangemaand om het tekort aan hem te voldoen. Het hof heeft ook niet anderszins kunnen vaststellen dat klager de verjaring van zijn vordering jegens de notaris rechtsgeldig heeft gestuit. Op basis van de informatie waarover de deken en ook het hof beschikt, lijkt het erop dat klager pas voor het eerst op 18 september 2025 de notaris heeft aangeschreven over het ‘tekort’, derhalve ruim tien jaar nadat hij daarmee bekend was geworden.

Slotsom

4.8 De conclusie is dat de deken het verzoek van klager terecht heeft afgewezen. Het hof ziet bij gebrek aan belang geen aanleiding om de gronden van het beklag nog afzonderlijk te beoordelen Het beklag zal ongegrond worden verklaard.

5 BESLISSING

Het Hof van Discipline:

- verklaart het beklag van klager tegen de beslissing van 15 december 2025 van de Deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Den Haag ongegrond.

Deze beslissing is genomen door mr. J. Blokland, voorzitter, mrs. K.H.A. Heenk en G.C. Endedijk, leden, in tegenwoordigheid van mr. A. Wijtzes, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2026.

griffier                                                                                                       voorzitter

De beslissing is verzonden op 15 juni 2026.