Zoekresultaten 421-430 van de 48094 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:121 Raad van Discipline Amsterdam 26-333/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij over de aankondiging van incassomaatregelen, waaronder de mogelijkheid van een faillissementsverzoek, kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:185 Hof van Discipline 's Gravenhage 260067

    Beklag artikel 13 Advocatenwet. Gegrond. In tegenstelling tot de deken is het hof van oordeel dat op basis van de stukken in het dossier niet zonder meer als vaststaand aan te nemen valt dat de vordering van klager is verjaard. Onduidelijk is of de deken onder kennisneming van de juiste informatie van de door klager benaderde advocaten op goede gronden tot de conclusie kon komen dat sprake was van een kansloze zaak. Verder heeft de deken aan zijn beslissing ten grondslag gelegd dat het gebrek aan kans van slagen van de zaak zou blijken uit de uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam. Gezien het feit dat deze tuchtrechter een waarschuwing heeft opgelegd is het standpunt van de deken zonder toelichting, die ontbreekt, niet begrijpelijk.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8129

    Klaagster heeft een klacht ingediend over de behandeling van haar verhoogde cholesterol in de huisartsenpraktijk waar de huisarts, als waarnemer werkzaam was. De waarnemend huisarts was alleen betrokken bij de doorverwijzing naar de afdeling cardiologie, die diezelfde dag door de huisarts is veranderd in een verwijzing naar het ziekenhuis dat klaagsters voorkeur had. Klaagster verwijt de huisarts kortgezegd dat zij een onzorgvuldige en onlogische doorverwijzing heeft gedaan en hiervoor aantoonbaar en bewust onjuiste redenen heeft opgegeven. Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is, omdat de verwijzing niet onjuist was en van het opgeven van onjuiste redenen hiervoor niet gebleken is.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:122 Raad van Discipline Amsterdam 26-334/A/A 26-335/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaten van de wederpartij in een civiele procedure. Van onnodig grievende uitlatingen of het verkondigen van onwaarheden is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:186 Hof van Discipline 's Gravenhage 260083

    Beklag artikel 13 Advocatenwet. Ongegrond. De mogelijkheid tot aanwijzing van een advocaat op grond van artikel 13 Advocatenwet is geen imperatieve bevoegdheid die de deken verplicht om een advocaat aan te wijzen indien de verzoeker heeft laten zien dat hij zelf geen advocaat heeft kunnen vinden, over een door de Raad voor Rechtsbijstand afgegeven toevoeging beschikt en/of de gewenste procedure technisch gecompliceerd is, maar een discretionaire bevoegdheid van de deken. Klager kan ook op andere wijze juridische bijstand verkrijgen in de procedure bij de kantonrechter, bijvoorbeeld door een jurist van een juridisch adviesbureau. Ook kan klager advies inwinnen bij de rechtswinkel of het juridisch loket.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8130

    Verweerster was vanaf 2016 als verpleegkundige en praktijkondersteuner somatiek betrokken bij behandeling van klaagsters hoge bloeddruk en de controle van haar verhoogde cholesterol. Bij een controle in oktober 2023 bleek dat het LDL-cholesterol van klaagster verhoogd was. Klaagster verwijt verweerster dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld door onvoldoende rekening te houden met de risico’s van een familiair verhoogde cholesterolgehalte en ten onrechte hiervoor een DNA onderzoek te weigeren. Ze heeft klaagster te laat door de huisarts laten doorverwijzen naar de afdeling cardiologie van het ziekenhuis. Na onderzoek aldaar bleek bij klaagster sprake van fors vernauwde kransslagaders waarvoor zij een dotterbehandeling heeft ondergaan. Het college komt tot het oordeel dat de verpleegkundige niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld, onder meer omdat de verpleegkundige niet bekend was met de door klaagster gestelde- maar verder niet onderbouwde- aanwezige familiaire hypercholesterolemie en de verpleegkundige conform de daarvoor geldende richtlijnen heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:123 Raad van Discipline Amsterdam 26-336/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerster mocht uitgaan van de juistheid van het feitenmateriaal van haar cliënte. Daarnaast was het haar taak om het standpunt van haar cliënte te verkondigen. Dat klaagster het hier niet mee eens is, is inherent aan het onderliggende geschil tussen partijen en maakt niet dat verweerster een tuchtrechtelijk verwijt valt te maken.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:74 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-228/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat die in opdracht van een cliënt geen feitenonderzoek heeft verricht. De klacht dat verweerster geen duidelijkheid heeft geschept over in welke hoedanigheid zij heeft opgetreden in het onderzoek is gegrond. Naar het oordeel van de raad heeft verweerster niet voldaan aan de hoge mate van duidelijkheid die de tuchtrechter op grond van genoemde vaste tuchtrechtspraak verlangt. In het boven ieder gespreksverslag opgenomen tekstblok is vermeld dat verweerster “het onderzoek uitvoert in de hoedanigheid van advocaat van [P B.V.] in het kader van een advies dat dient ter bepaling van diens juridische positie” . Daar staat echter tegenover dat (1) verweerster in datzelfde tekstblok wordt aangeduid als “onderzoeker”, dat (2) in het tekstblok wordt benadrukt dat verweerster “in de eventuele advies- en/of besluitvormingsfase niet tevens [zal] optreden als gemachtigde van de opdrachtgever” en dat (3) in de uitnodiging die verweerster voorafgaand aan het gesprek aan klager heeft gestuurd is vermeld dat het onderzoek wordt uitgevoerd conform het “Protocol feitenonderzoek”, waarmee de suggestie is gewekt dat men beoogde het onderzoek op onafhankelijke en objectieve wijze vorm te geven. De klachten dat verweerster het beginsel van hoor en wederhoor niet deugdelijk heeft toegepast en haar eigen onderzoeksprotocol niet heeft nageleefd zijn gegrond omdat klager pas na de totstandkoming van het onderzoeksrapport zijn visie heeft kunnen geven. Dit alles levert een schending van de kernwaarde integriteit op. De klachten dat het door verweerster verrichte onderzoek niet onafhankelijk, niet verkennend en geen feitenonderzoek bleek te zijn en dat zij ten onrechte verklaringen aan klager heeft toegeschreven die hij niet heeft afgelegd, zijn ongegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:187 Hof van Discipline 's Gravenhage 260088

    Beklag artikel 13 Advocatenwet. Niet-ontvankelijk. Klager heeft op 20 maart 2026 laten weten dat hij een advocaat heeft gevonden die hem kan bijstaan in de procedure waarvoor klager op grond van artikel 13 Advocatenwet bij de deken om aanwijzing van een advocaat heeft verzocht. Dat klager zelf een advocaat heeft gevonden maakt niet dat klager belang houdt bij de behandeling van zijn beklag, zoals klager heeft aangevoerd. Klager miskent dat de aanwijzingsbevoegdheid van de deken een vangnetvoorziening is, die pas in werking treedt als de rechtzoekende zelf geen advocaat kan vinden. Nu klager daar alsnog in is geslaagd, heeft klager geen belang meer bij zijn aanwijzingsverzoek.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:86 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8679

    Klacht tegen huisarts ongegrond. Klaagster is bij de waarnemend huisarts geweest met aanhoudende vaginale bloedingen bij een positieve zwangerschapstest. De vervolgens gemeten hCG-waarde zou kunnen passen bij een zwangerschapsduur van ongeveer vijf weken. Bij herhaling van de hCG-bepaling een week later bleek de waarde gedaald. Door deze daling werd vermoed dat sprake was van een miskraam. Op advies van verweerder werd klaagster door de assistente geadviseerd om een afspraak te maken voor een echo bij de verloskundige voor de week erna. Uiteindelijk heeft klaagster een aantal weken later op vakantie een spoedoperatie ondergaan vanwege een buitenbaarmoederlijke zwangerschap. Klaagster verwijt de huisarts – samengevat – dat hij onvoldoende alert is geweest, de zorgen van klaagster en haar partner over een mogelijke buitenbaarmoederlijke zwangerschap niet serieus heeft genomen en onjuiste informatie heeft laten verstrekken via de assistente. Het college komt tot het oordeel dat de huisarts de zorgen van klaagster omtrent een buitenbaarmoederlijke zwangerschap wel degelijk serieus heeft genomen. Verder kan het college niet vaststellen dat de huisarts omtrent het verstrekken van informatie tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.