Zoekresultaten 40941-40950 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARN:2012:YA2782 Raad van Discipline Arnhem 11-160

    Klacht tegen advocaat in een procedure tegen het UWV. De klacht is ingediend in 2009 en betreft optreden van verweerster in 2004. De klacht is niet-ontvankelijk vanwege te late indiening. De redelijke termijn waarbinnen de advocaat nog rekening hoeft te houden met een klacht is overschreden.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2086 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.019

    Klager wordt op 9 maart 2009 in verzekering gesteld. GGD arts wordt die middag gebeld dat arrestant eigen medicatie heeft, met verzoek dagdozen te komen vullen. Na bestudering van de medicatie vult de arts zonder klager te zien de dagdozen voor 9 maart en 10 maart 2009 en schrijft vervolgrecepten uit voor volgende dagen. Klager verwijt de arts in het bijzonder hem niet bezocht en onderzocht te hebben, niet de door de behandelend arts noodzakelijk geachte medicijnen te hebben voorgeschreven. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht als kennelijk ongegrond af. Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat de arts, gelet op de aandoening waaraan klager leed en de aard van de meegebrachte medicatie klager had moeten zien. In zoverre klacht gegrond en vernietiging beslissing Regionaal Tuchtcollege. Betekent aanscherping van voor GGD arts in protocol neergelegde regel. Geen oplegging van maatregel. Publicatie.

  • ECLI:NL:TADRARN:2012:YA2776 Raad van Discipline Arnhem 12-75

    Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft in opdracht van zijn cliënte beslag mogen leggen onder klager. Het verwijt dat verweerder misbruik van recht heeft gemaakt door onjuistheden te verklaren tegenover gerechtelijke instanties heeft klager onvoldoende met concrete feiten en omstandigheden onderbouwd. Over het feit dat verweerder voor klager en zijn ex-echtgenote in 2003 een echtscheidingsconvenant heeft opgesteld kan klager in 2011 niet meer klagen. Verweerder heeft in het belang van zijn cliënte een procedure aanhangig mogen maken waarbij verlenging van de door klager te betalen partneralimentatie is gevraagd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2080 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.081

    Klager is de vader van patiënte. Patiënte was in een vegetatief laagbewuste toestand tengevolge van een meningococcensepsis opgenomen in een revalidatiecentrum. Het doel was om met vroege intensieve neurorevalidatie een verbetering van haar neurologisch toestand te bereiken. Men besloot tot stopzetting van de behandeling, omdat men binnen de revalidatie-instelling van mening was dat patiënte minimale vooruitgang liet zien. Patiënte is uit het revalidatiecentrum ontslagen en overgeplaatst naar een instelling voor mensen met een (verstandelijke) handicap. De aangeklaagde verpleegkundige is lid van de Raad van Bestuur van het revalidatiecentrum. Klager heeft een aantal klachten over de wijze waarop in het genoemde revalidatiecentrum werkzame artsen patiënte hebben behandeld. Voorts heeft klager nog aan de klacht toegevoegd dat bij de instelling een niet BIG-geregistreerde neuropsycholoog werkzaam was. Het RTG heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2093 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.087

    Klacht tegen MDL-arts. Klaagster is de moeder van patiënt die in 2008 is overleden. Verweerder was de hoofdbehandelaar van patiënt. De klacht richt zich op de medische behandeling van de patiënt. Klaagster heeft aangegeven dat patiënt voor zijn overlijden zijn broer (die de klacht ondersteunt) heeft gevolmachtigd. Die volmacht hield onder meer in dat de gevolmachtigde zoon klachten mocht indienen. RTG Zwolle: Verschil van mening tussen moeder en weduwe van een overleden patiënt over de vraag of diens veronderstelde wil erop gericht was een tuchtklacht in de dienen. Het college kiest voor de weduwe omdat deze in het algemeen geacht wordt een patiënt meer na te staan dan een andere naaste verwant. Klaagster niet-ontvankelijk. CTG: verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TADRARN:2012:YA2783 Raad van Discipline Arnhem 11-148

    Verzetszaak. Verzetschrift pas een maand na voorzittersbeslissing ingediend. Geen zwaarwegende reden voor termijnoverschrijding. Verzet niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2087 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.020

    Klager, op 9 maart 2009 in verzekering gesteld, verwijt GGD arts, die op 12 maart 2009 aan het einde van de middag wordt gebeld door politie met verzoek om contact met behandelend arts, nefrologe, op te nemen over de vraag of klager juiste medicatie kreeg en insluiting verantwoord was, onjuiste informatie aan de politie te hebben doorgegeven. De arts heeft contact opgenomen met nefrologe, de voorgeschreven medicatie vergeleken met de medicatie die klager kreeg en doorgegeven aan de politie dat er geen bezwaar was tegen insluiting. Klacht wordt door het Regionaal Tuchtcollege als kennelijk ongegrond afgewezen. Het CTG verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TADRARN:2012:YA2777 Raad van Discipline Arnhem 12-77

    Voorzittersbeslissing. Klacht is kennelijk niet-ontvankelijk. Klager is als broer van verweerders cliënte niet in een tuchtrechtelijk relevant belang getroffen. Klacht mede wegens tijdsverloop kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2081 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.158

    De aangeklaagde sociaal psychiatrisch verpleegkundige heeft klaagster begeleid toen zij op basis van de BOPZ opgenomen was in een inrichting. De verpleegkundige voerde samen met de psychiater bijna wekelijks gesprekken met klaagster. De verpleegkundige had daarnaast ook uitvoerende taken waar ook de mentor bij betrokken was. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat: (1) hij zich heeft laten inpakken door de mentor, (2) te close was met de psychiater, (3) heeft gezorgd voor een verstoorde relatie, en (4) de lichamelijk klachten van klaagster heeft miskend. Het RTG heeft de klacht in alle onderdelen als kennelijk ongegrond zonder verder onderzoek in raadkamer afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klaagster afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRARN:2012:YA2784 Raad van Discipline Arnhem 11-155

    Vereiste schriftelijke vastlegging. Verweerder heeft verzuimd vast te leggen dat in overleg is besloten om af te zien van de mogelijkheid tot het instellen van een vordering om de uitvoerbaarheid van het vonnis op te schorten. Klacht gegrond.