Zoekresultaten 381-390 van de 48092 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:145 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9185

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een physician assistant (PA). De PA was regiebehandelaar van een patiënt met dementie (de vader van klager). Klager en zijn zus zijn beiden mentor. Klager verwijt de PA dat de paracetamol is gestopt zonder hem hierover te informeren, waardoor de patiënt volgens hem onnodig pijn heeft geleden. Volgens de PA is klager niet-ontvankelijk, omdat hij tweede contactpersoon was. Het college oordeelt dat klager wel bevoegd is een klacht in te dienen, aangezien hij en zijn zus mentor zijn en de patiënt wilsonbekwaam is. Het college stelt vast dat zorgvuldig is beoordeeld of de pijnmedicatie kon worden gestopt en dat de pijnklachten voldoende zijn geëvalueerd. Het informeren over de stopdatum lag bij de dienstdoende arts, niet bij de PA. De PA heeft aan haar zorgplicht voldaan.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z20256/9524

    kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts over het niet/onvoldoende verlenen van zorg aan patiënte met wondroos. Patiënte is overleden. Zij heeft voor haar overlijden een kennis gemachtigd. Nu er zich geen nabestaande heeft gemeld die de klacht wil voortzetten, staakt het college de behandeling van de klacht’.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:57 Accountantskamer Zwolle 26/121 Wtra AK

    Mondelinge uitspraak van de Accountantskamer. De klacht over de kantoorhertoetsing is gegrond, ook omdat betrokkene er geen inhoudelijk verweer tegen heeft gevoerd. De Accountantskamer legt aan betrokkene de maatregel van tijdelijke doorhaling op voor de duur van 18 maanden.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2026:5 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VBC 2025/11

    klacht van een diereigenaar tegen een dierenarts over de behandeling van een kat, die uiteindelijk is overleden. De klacht is in eerste aanleg ongegrond verklaard. Klaagster komt in beroep.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:144 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-625/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:145 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-353/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een geschil over een contractuele boete. Hoewel de rechtbank heeft geoordeeld dat verweerders cliënt in strijd met artikel 21 Rv heeft gehandeld, betekent dit niet automatisch dat verweerder daarmee tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Niet gebleken is dat verweerder bewust en opzettelijk informatie heeft achtergehouden om de belangen van klaagster te schaden. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:130 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2939

    Klacht tegen orthopedagoog-generalist. De dochter van klaagster is in 2023 onder toezicht gesteld van Jeugdbescherming Brabant (JBB) en uit huis geplaatst. De orthopedagoog-generalist is werkzaam bij JBB in de functie van gedragswetenschapper. Zij heeft in de maanden februari, maart, april en mei 2024 in een multidisciplinair overleg (MDO) adviezen gegeven aan de jeugdbeschermers, die betrekking hebben op de omgang tussen klaagster en haar dochter. Klaagster verwijt de orthopedagoog-generalist dat zij adviezen heeft gegeven op basis van de informatie van de gezinsvoogd, dat zij klaagster heeft verboden Russisch met haar dochter te spreken en dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld door alleen op grond van informatie van de jeugdbeschermers te adviseren over de omgangsregeling. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond is. Klaagster heeft tegen die beslissing beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt hetzelfde als het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:131 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3005 en C2025/3011

    Klacht tegen een fysiotherapeut. Klager zat geïsoleerd thuis vanwege onverklaarbare lichamelijke klachten. De fysiotherapeut stelde de diagnose Hoog Cervicale Functie Stoornis en heeft klager meerdere jaren behandeld, vooral door behandelingen aan de nek. Klager verwijt de fysiotherapeut in de kern dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld en daarmee bij klager een onjuiste behandeling heeft uitgevoerd. Verder zou het dossier ook onjuistheden bevatten. Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft de klacht deels gegrond verklaard en de fysiotherapeut de maatregel van berisping opgelegd en bepaald dat deze maatregel, zodra deze onherroepelijk is geworden, zal worden gepubliceerd in het BIG-register. Ook het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond, zij het in mindere mate dan het Regionaal Tuchtcollege en legt aan de fysiotherapeut een lichtere maatregel op, te weten een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:141 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-588/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:132 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3105

    Klacht tegen cosmetisch arts. Klaagster verwijt de arts a) schending van het informed consent, b) niet tijdig reageren op hulpverzoeken, c) onzorgvuldige uitvoering van de behandeling en d) vermelden van onjuiste informatie op de website van zijn huidige kliniek. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachtonderdelen a) en b) gegrond verklaard en aan de arts de maatregel van een waarschuwing opgelegd. De klachtonderdelen c) en d) zijn in eerste aanleg ongegrond verklaard. Klaagster is het niet eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege. Het beroep van klaagster heeft tot doel dat klachtonderdeel d) alsnog gegrond wordt verklaard en dat aan de arts een zwaardere maatregel wordt opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster niet-ontvankelijk zover het beroep zich richt tegen de zwaarte van de in eerste aanleg opgelegde maatregel en verwerpt het beroep van klaagster.