ECLI:NL:TGZRZWO:2026:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z20256/9524
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRZWO:2026:105 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 26-06-2026 |
| Datum publicatie: | 26-06-2026 |
| Zaaknummer(s): | Z20256/9524 |
| Onderwerp: | Geen of onvoldoende zorg |
| Beslissingen: | Ongegrond, staakt de behandeling |
| Inhoudsindicatie: | kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts over het niet/onvoldoende verlenen van zorg aan patiënte met wondroos. Patiënte is overleden. Zij heeft voor haar overlijden een kennis gemachtigd. Nu er zich geen nabestaande heeft gemeld die de klacht wil voortzetten, staakt het college de behandeling van de klacht’. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
ZWOLLE
Beslissing in raadkamer van 26 juni 2026 op de klacht van:
A,
bij leven wonende in B,
klaagster,
gemachtigde: E, wonende in D,
tegen
C,
huisarts,
werkzaam in D,
verweerster, hierna ook: de huisarts.
1. De zaak in het kort
1.1 Klaagster had wondroos. De wijkverpleging stopte begin december 2025 met het verlenen van wondzorg. Zij gaven klaagster instructies hoe zij de wond zelf moest verzorgen. Het lukte klaagster niet om zich hieraan te houden. Klaagster vond dat zij niet de zorg heeft gekregen die nodig was. De gemachtigde diende namens klaagster op 9 januari 2026 deze klacht in. Daarin wordt de huisarts verweten dat zij maar één keer langs is gekomen om het verband te verschonen. Ook toen de wond begon te irriteren, is de huisarts niet bij klaagster langsgekomen. De gemachtigde van klaagster bracht klaagster op 11 januari 2026 naar de huisartsenpost, waar de ontstekingswaarden niet goed bleken te zijn. Klaagster overleed vervolgens op 2 februari 2026 in het ziekenhuis.
2.1 Het college komt tot het oordeel dat de behandeling van de klacht zal worden
gestaakt. Hierna licht het college toe hoe het tot deze beslissing is gekomen.
2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 13 januari 2026;
- de brief van de gemachtigde van klaagster met bijlagen van 25 januari 2026, ontvangen op 28 januari 2026;
- het aanvullende klaagschrift van de gemachtigde van klaagster, ontvangen op 23 maart 2026;
- de brief van de secretaris van 25 maart 2026;
- de herinneringsbrief van de secretaris van 17 april 2026.
2.2 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college
de zaak beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig
waren.
3. De overwegingen van het college
3.1 Het college stelt voorop dat het verdrietig is dat klaagster inmiddels is komen
te overlijden.
3.2 Uit vaste jurisprudentie volgt dat een klacht na overlijden van een klager kan worden voortgezet door naasten. Uit het klaagschrift volgt dat de gemachtigde van klaagster een goede kennis van klaagster was. Het college heeft de gemachtigde van klaagster dan ook meerdere keren gevraagd om te laten weten of de nabestaanden van klaagster de behandeling van de zaak willen voortzetten. Hierop is geen reactie ontvangen. Bij deze stand van zaken gaat het college ervan uit dat er geen nabestaande is die de behandeling van de zaak wil voortzetten.
3.3 Ingevolge artikel 65d, lid 5 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg kan het college bij het overlijden van klager om redenen van algemeen belang beslissen dat de behandeling van de klacht wordt voortgezet. Het college acht in dit geval geen redenen ontleend aan het algemeen belang aanwezig op grond waarvan de behandeling van de klacht dient te worden voortgezet.
3.4 Het voorgaande betekent dat de behandeling van de klacht zal worden gestaakt.
4. De beslissing
Het college staakt de behandeling van de klacht.
Deze beslissing is gegeven op 26 juni 2026 door P.A.H. Lemaire, voorzitter, J.C.J. Kuipers en M. van Bergeijk, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door M.N. Cheuk A Lam, secretaris.
secretaris
voorzitter
Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld
bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
- Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als
- het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard, of
- als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard,
- het college kennelijk onbevoegd is, of
- voor zover de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is.
Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.
- Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.
- Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.
U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg,
maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg
te Zwolle. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u
is verstuurd.
Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.