Zoekresultaten 20691-20700 van de 48190 resultaten

  • ECLI:NL:TNORSHE:2018:16 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2017/120

    Klager verwijt de notaris, samengevat, dat deze geen rekening houdt met de wensen van erflater. Daarnaast heeft de notaris klager ten onrechte als executeur aangemerkt. Klager stelt dat hij nooit executeur van de nalatenschap van erflater is geweest en dat hij dan ook niet verplicht kan worden rekening en verantwoording af te leggen. Beide klachtonderdelen slagen niet. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:191 Raad van Discipline Amsterdam 18-542/A/A 18-543/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaten wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerders hebben voldoende onderbouwd dat zij de conclusie van antwoord zelf hebben geschreven.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:179 Raad van Discipline Amsterdam 18-340/A/NH

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TNORSHE:2018:17 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2017/124

    Notaris die optreedt als executeur dient de belangen van álle erfgenamen te behartigen. Beroep op rechtsverwerking verworpen. Afspraken tussen acht erfgenamen over wijze van taxatie van onroerende zaak in afwijking van testament niet schriftelijk vastgelegd. Notaris heeft ook onvoldoende de regie genomen t.a.v. de benoeming van een taxateur die een (zakelijke) band had met een van de erfgenamen en t.a.v. het verloop van de taxatieprocedure . Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:211 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-537

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Van enige smaad en/of laster, of het onnodig of onevenredig schaden van de belangen van klager door verweerder is niet gebleken. Verweerder mocht informatie van een televisieprogramma, dat een item over klager heeft gemaakt, in het geding brengen. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:212 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-535

    Voorzitter oordeelt deel klacht met toepassing van art. 47b Advocatenwet wegens ne bis in idem kennelijk ongegrond. Voor het overige oordeelt de voorzitter de klacht kennelijk ongegrond wegens onvoldoende onderbouwing ervan.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:213 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-544

    De voorzitter oordeelt klager kennelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht jegens verweerder, nu sprake is van privégedragingen van verweerder. Omstandigheden of feiten waaruit zou kunnen blijken van een dusdanige verwevenheid van de gedragingen van verweerder met zijn praktijkuitoefening als advocaat zijn gesteld noch gebleken.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:214 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-553

    Naar het oordeel van de voorzitter valt niet in te zien in welke zin verweerder in deze een tuchtrechtelijk verwijt treft. Niet is gesteld of gebleken op grond van welke (rechts)regel een advocaat in het algemeen en verweerder in de door hem omschreven specifieke omstandigheden verplicht is om op de brieven van klaagster met daarin een aansprakelijkheidsstelling te reageren. Daar komt bij dat het klaagster vrij stond om de aansprakelijkheidsstelling van verweerder ter beoordeling voor te leggen aan de civiele rechter; dat is niet aan de tuchtrechter. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:111 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/198

    Klaagster dient een klacht in namens haar overleden zoon. Verweerster heeft de zoon van klaagster gezien voor een crisisbeoordeling. Enkele uren na de beoordeling heeft de zoon suïcide gepleegd. Klaagster verwijt verweerster onvoldoende zorgvuldig en bekwaam handelen. Zij stelt dat de arts onvoldoende aandacht heeft gegeven aan de richtlijnen van suïcidaal gedraag. Ongegrond

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:68 Accountantskamer Zwolle 17/2735 Wtra AK

    Klagers verwijten betrokkene onder meer dat hij als (indirect) bestuurder van zijn vennootschap onjuiste, onvolledige en informatie heeft ingebracht in een gerechtelijke procedure, dat hij ondanks een daartoe strekkend verzoek geen maatregelen heeft genomen om deze informatie weg te nemen of te corrigeren, maar daarentegen strafrechtelijk aangifte heeft gedaan en dat hij een onware verklaring heeft ondertekend en onder ede heeft bevestigd. Volgens vaste jurisprudentie kan het door een accountant in zijn zakelijke betrekkingen - al dan niet in rechte - innemen van een civielrechtelijk standpunt, behoudens bijzondere omstandigheden, in het kader van de door hem in acht te nemen fundamentele beginselen van integriteit en professionaliteit, niet tot een gegrond tuchtrechtelijk verwijt leiden. Een en ander geldt eveneens wanneer een accountant strafrechtelijk aangifte doet. Van dergelijke bijzondere omstandigheden is onder meer sprake indien geoordeeld zou moeten worden dat een door een accountant ingenomen standpunt bewust onjuist of misleidend, en dus te kwader trouw, blijkt te zijn of naar zijn aard bezien door een objectieve, redelijke en goed geïnformeerde derde, die over alle relevante informatie beschikt, zal worden opgevat als schadelijk voor de goede naam van het accountantsberoep of, in de terminologie van de VGBA: het accountantsberoep in diskrediet brengend. Onvoldoende aannemelijk is geworden dat sprake is van bedoelde bijzondere omstandigheden, zodat de klacht in zoverre ongegrond is. Voor zover de klacht inhoudt dat betrokkene functies combineert die onverenigbaar zijn met de aan een accountant te stellen eisen en dat hij nooit heeft vastgesteld of zijn vennootschap ook daadwerkelijk eigenaar is van haar belangrijkste activa, is deze, voor zover al ontvankelijk, bij gebreke van voldoende onderbouwing, ongegrond.