Zoekresultaten 20701-20710 van de 46762 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:41 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-938/DB/OB

    Het stond verweerder vrij om P bij te staan in procedures tegen klaagster, ook al waren deze wellicht niet erg kansrijk. Verweerder heeft juridische standpunten van zijn cliënt verwoord en uitlatingen zijn niet onnodig grievend. Inhoud en toonzetting van e-mailbericht aan klaagster wel tuchtrechtelijk verwijtbaar omdat daarmee oneigenlijke druk is uitgeoefend. Deels gegrond, deels ongegrond. Waarschuwing. Proceskostenveroordeling

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:83 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.197

    Klacht tegen chirurg. De klacht betreft de behandeling van de inmiddels overleden echtgenoot van klaagster (hierna: patiënt). Op 12 maart 2014 werd door de chirurg (hoofdbehandelaar) en een collega een operatie uitgevoerd, te weten een buikwandcorrectie wegens littekenbreuk. De operatie verliep probleemloos. Volgens klaagster heeft de chirurg niet adequaat gereageerd op symptomen van een nabloeding. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht gegrond en legt de maatregel van berisping op. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing waarvan beroep, verklaart de klacht ongegrond en verstaat dat de opgelegde maatregel van berisping komt te vervallen. Ten overvloede overweging ten aanzien van het gebruik van het SIRE-rapport door het Regionaal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:96 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.234

    Klager heeft een intakegesprek gehad met de psycholoog en heeft daarna besloten de behandeling af te breken. De klachten houden in dat de psycholoog bij klager bepaalde symptomen heeft waargenomen, geen kennis heeft genomen en respect heeft gehad voor de ervaringsdeskundigheid van klager, geen kennis heeft van de visie van een bepaalde psychiater en van een filosoof/taalwetenschapper en geen kritische houding heeft aangenomen ten aanzien van de DSM-diagnose hypomanie. Het Regionaal Tuchtcollege is kort gezegd van oordeel dat het intakegesprek goed is verlopen en dat de psycholoog geen tuchtrechtelijk verwijt gemaakt kan worden. De klacht wordt als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege komt niet tot andere beschouwingen en verwerpt het beroep. Korte geanonimiseerde samenvatting van de zaak, zoals steeds per zaak te vinden is op de site www.tuchtrecht.nl

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:90 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.222

    klacht tegen een psychiater. Klaagster (echtgenote van de overleden patiënt) verwijt de psychiater dat zij: - bij patiënt ten onrechte de diagnose adhd heeft gesteld; - hem het medicijn Ritalin heeft voorgeschreven, terwijl patiënt antidepressiva nodig had; - klaagster niet heeft betrokken bij de behandeling van patiënt en niet naar haar heeft geluisterd; - de dosis Ritalin heeft verhoogd zonder medeweten van klaagster; - klaagster nauwelijks nazorg heeft verleend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:84 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.248

    Klacht tegen chirurg. Klaagster verwijt de chirurg, dagsupervisor, dat zij op 16 oktober 2015 is tekortgeschoten in de supervisie en de arts-assistenten niet heeft gecontroleerd op hun werk. Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt de chirurg als supervisor onzorgvuldig jegens klaagster heeft gehandeld door na te laten in de namiddag, na de middagoverdracht, klaagster zelf te beoordelen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht gegrond en legt de maatregel van waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing waarvan beroep. Volgens het Centraal Tuchtcollege heeft de chirurg in haar rol als dagsupervisor niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door na te laten klaagster in de namiddag van 16 oktober 2015, na de middagoverdracht, zelf te beoordelen. Doorslaggevend daarbij is dat de hoofdbehandelaar van klaagster bij het nemen van de beslissing ten aanzien van het uit te voeren beleid tijdens de middagoverdracht aanwezig was, zodat het juist voor de hand lag dat niet de chirurg, maar de hoofdbehandelaar klaagster zou zien om zich een eigen zelfstandig oordeel te vormen over haar klinische toestand. De beslissing waarvan beroep wordt vernietigd en de opgelegde maatregel van waarschuwing komt te vervallen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:37 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-760/DB/LI

    Voorzitter heeft terecht geoordeeld dat niet is gebleken dat verweerster informatie over de subsidieaanvraag heeft achtergehouden. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:91 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.267

    Klacht tegen psychiater. Verweerder heeft aan de directeur van de PI waar klager verblijft het advies gegeven noodmedicatie aan klager te verstrekken. Klager verwijt verweerder dat hij dit advies ten onrechte heeft gegeven en voorts dat hij voorafgaand aan de toepassing van de dwangmedicatie niet met klager heeft gesproken. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in zijn geheel gegrond, legt aan verweerder de maatregel van berisping op en gelast publicatie van de beslissing. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de verplichting om een gedetineerde voor toepassing van dwangmedicatie in de gelegenheid te stellen te worden gehoord op de instellingsdirecteur rust en niet op verweerder. Op dit punt slaagt het beroep van verweerder. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep voor het overige, legt aan verweerder de maatregel van waarschuwing op en gelast publicatie van de beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:85 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.273

    Evenals het Regionaal Tuchtcollege is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat de bij de patiënt verrichte bronchoscopie vanuit medisch oogpunt gerechtvaardigd was. Voorts is voldoende vast komen te staan dat de bloeding bij de patiënt afkomstig was uit het maagdarmkanaal, en dus niet uit de longen, nu in het medisch dossier drie maal is opgenomen dat het bloed afkomstig was uit de maagsonde. Verwerpt beroep.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:14 Accountantskamer Zwolle 17/1784 en 17/1785 Wtra AK

    De maten van het kantoor van betrokkenen, waaronder betrokkenen zelf, zijn verwikkeld in een civiele procedure met hun voormalige kantoordirecteur over de door deze gevorderde bonus. Het kantoor neemt bij de civiele rechter bepaalde standpunten in over de jaarrekeningen waarop de bonus is gebaseerd. De voormalige kantoordirecteur verliest in twee instanties bij de civiele rechter, maar dient toch een tuchtklacht in. De Accountantskamer toetst de klacht inhoudelijk. Het door een accountant al dan niet in rechte innemen van een civielrechtelijk standpunt, behoudens bijzondere omstandigheden, in het kader van de door hem in acht te nemen fundamentele beginselen van integriteit en professionaliteit, niet tot een gegrond tuchtrechtelijk verwijt leiden. Van zulke bijzondere omstandigheden zou onder meer sprake zijn indien geoordeeld zou moeten worden dat een door een accountant ingenomen standpunt bewust onjuist of misleidend en dus te kwader trouw blijkt te zijn of, naar zijn aard bezien, moet worden opgevat als het accountantsberoep in diskrediet brengend. Voorts heeft te gelden dat onder bijzondere omstandigheden ook de fundamentele beginselen van objectiviteit en of vakbekwaamheid en zorgvuldigheid kunnen zijn geschonden en dat dit ook het geval kan zijn indien de betrokken accountant weliswaar niet bewust onjuist of misleidend een standpunt heeft ingenomen, maar hem wel in sterke mate kan worden verweten dat hij een onjuist of misleidend standpunt heeft ingenomen of doen innemen. De klacht wordt ongegrond verklaard nu van voormelde bijzondere omstandigheden niet is gebleken.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:38 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 16-1151/DB/LI 16-1152/DB/LI 17-042/DB/LI

    De termijn waarbinnen het griffierecht dient te worden betaald betreft geen fatale termijn, in die zin dat overschrijding van deze termijn tot niet-ontvankelijkheid leidt. Ook de omstandigheid dat klager op een eerdere intrekking van de klacht bij de deken is teruggekomen en alsnog om doorzending van de klacht heeft gevraagd leidt niet tot niet-ontvankelijkheid van de klacht. Enkel een klacht waarop door de tuchtrechter is beslist kan niet voor een tweede maal aan de tuchtrechter worden voorgelegd. Klager heeft geen eigen belang bij klachten die zijn echtgenote betreffen. Leidt tot niet-ontvankelijkheid van deze klachten. Uit de overgelegde stukken valt niet eenduidig op te maken dat advocaat voor het verstrijken van de termijn opdracht had gekregen bezwaar tegen de CIZ-indicatie in te dienen. Het staat een advocaat vrij om van zijn cliënt verkregen kennis in het belang van zijn cliënt aan de wederpartij van die cliënt te berichten, voorzover de cliënt daartegen geen bezwaar heeft geuit en voor zover dit in overeenstemming is met een goede beroepsuitoefening,