Zoekresultaten 20071-20080 van de 47599 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:256 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.085

    Klacht tegen huisarts. Klaagster is in 2003 betrokken geweest bij een ongeval waarbij zij persisterende lichamelijke klachten heeft opgelopen. Zij heeft hiervoor een groot aantal specialisten geraadpleegd. Klaagster heeft op 12 juli 2012 via haar toenmalige gemachtigde de huisarts verzocht om aan haar gemachtigde mogelijke berichtgeving van specialisten toe te sturen. De huisarts heeft op 30 juli 2012 een brief met inlichtingen verstrekt aan de toenmalige gemachtigde van klaagster. Klaagster verwijt de huisarts dat hij bewust twee specialistenbrieven heeft achtergehouden en niet heeft meegestuurd met de brief van 30 juli 2012. Hierdoor kon de gemachtigde van klaagster zijn werkzaamheden ten behoeve van klaagster niet goed uitvoeren. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt de beslissing in beroep.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:188 Raad van Discipline Amsterdam 18-599/A/A

    Verzoek ex artikel 60b Advocatenwet toegewezen. Schorsing in de uitoefening van de praktijk voor onbepaalde tijd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:253 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.533

    Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde. Klaagster is de stiefdochter van patiënte die in een zorginstelling woont. Verweerster is de behandelend arts van patiënte. Ten tijde van het indienen van de klacht was klaagster tevens mentor en bewindvoerder van patiënte. Patiënte had op dat moment al wel het verzoek ingediend bij de rechtbank om klaagster als mentor en bewindvoerder te ontslaan, en kort na het indienen van onderhavige klacht door klaagster, heeft de rechtbank conform het verzoek van patiënte beslist. Klaagster verwijt verweerster: 1) onjuiste behandeling van patiënte, 2) onjuiste bejegening van klaagster en het geven van onvoldoende informatie aan klaagster over de behandeling van patiënte, en 3) manipulatie van het personeel van de zorginstelling om valse verklaringen over klaagster te krijgen. Ten aanzien van het eerste klachtonderdeel heeft het Regionaal Tuchtcollege klaagster niet-ontvankelijk verklaard. De overige twee klachtonderdelen zijn afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klaagster ingestelde beroep tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:254 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.538

    De aangeklaagde arts werkte als specialist ouderengeneeskunde in het woonzorgcentrum waar de moeder van klager, patiënte, verblijft. Klager verwijt de arts kort gezegd dat zij 1) haar beroepsgeheim heeft geschonden door tegen een derde te zeggen dat patiënte lijdt aan Alzheimer, en 2) informatie die mede betrekking heeft op klager ten onrechte aan een derde heeft verstrekt. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in klachtonderdeel 1, klachtonderdeel 2 gegrond verklaard en in verband daarmee aan de arts de maatregel van waarschuwing opgelegd. Klager heeft beroep tegen deze beslissing ingesteld. De arts heeft zich tegen dit beroep verweerd en tevens incidenteel beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege komt tot dezelfde beslissingen als het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt beide beroepen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:255 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.004

    Klacht tegen arts, werkzaam bij een instelling voor verslavingszorg. Klager was sinds 2006 onder behandeling bij de instelling en was daar ingesteld op methadon. De arts heeft in februari 2016 voor het laatst een herhaalrecept voor methadon uitgeschreven. In mei 2016 heeft zij geweigerd een nieuw herhaalrecept uit te schrijven. Nadien heeft de arts de verantwoordelijkheid voor klager overgedragen aan de regiebehandelaar, omdat klager zich niet aan de voorwaarden voor behandeling hield. Op 8 september 2016 is klager in een gesprek gehad met de regiebehandelaar en de manager bedrijfsvoering van de instelling meegedeeld dat hij zal worden uitgeschreven bij de instelling. Klager verwijt de arts dat zij hem heeft uitgeschreven bij de instelling zonder dat de behandeling is overgedragen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt de beslissing in beroep. Het Centraal Tuchtcollege geeft geen oordeel over het verwijt van klager aan de arts dat de arts in mei 2016 geen nieuw herhaalrecept voor methadon heeft willen uitschrijven. Ten aanzien van dit feit is al een onherroepelijk geworden tuchtrechtelijke eindbeslissing genomen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:250 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.014

    Klacht tegen huisarts. De klacht betreft de inmiddels overleden moeder van klaagster, hierna patiënte. Verweerder heeft patiënte in verband met benauwdheid samen met de eveneens aangeklaagde huisarts in opleiding (C2018.012) tijdens een visitedienst in de nacht van vrijdag op zaterdag bezocht. Klaagster verwijt verweerder dat hij patiënte niet naar het ziekenhuis heeft verwezen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen en het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:244 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.194

    Klacht tegen psychiater, verbonden aan een instituut voor geestelijke gezondheidszorg en aldaar hoofdbehandelaar van de zoon van klager. Klager verwijt verweerster dat zij in een gerechtelijke procedure als behandelaar van zijn zoon anonieme verklaringen heeft overgelegd en daarin uitlatingen over klager heeft gedaan en voorts dat zij heeft geweigerd klager daarover en over zijn zoon te informeren. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:251 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.121

    Klacht tegen huisarts. Klager is patiënt in een huisartsenpraktijk waar verweerster als huisarts werkzaam is. Klager verwijt verweerster dat zij hem onvoldoende zorg heeft verleend toen hij in oktober en november 2009, direct nadat hij een griepprik had gekregen, de Mexicaanse griep had. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt de beslissing in beroep.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:71 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1832

    Apotheker in hoedanigheid van mede-eigenaar apotheek. Tweede tuchtnorm. Voorwenden dat schadeclaim wegens verkeerde dosering medicijnen is doorgeleid aan verzekeraar en door deze afgewezen. Vertrouwen in individuele gezondheidszorg bijzonder geschaad. Voorwaardelijke schorsing 6 maanden.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:245 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.036

    Klager was patiënt bij één van de tandartsen van de tandheelkundige kliniek waarvan verweerder, tandarts, klinisch directeur is. Klager verwijt verweerder dat hij: 1. klager een afpersings-/dreigende/intimiterende/chanterende brief heeft geschreven, waarin hij heeft aangegeven dat hij bij een ongegrond verklaring van de klacht de tijd en inspanning van de tandarts bij klager in rekening zou worden gebracht, met het doel dat klager de klacht tegen de tandarts zou intrekken; 2. de brief van 27 maart 2017 aangetekend heeft verzonden, waarbij niet duidelijk was wie de afzender was; 3. de naam van klager op de website van klachtenkompas heeft vermeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht, omdat hetgeen de tandarts door klager wordt verweten geen handelen betreft dat valt onder de eerste of tweede tuchtnorm. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt deze uitspraak en verwerpt het beroep.