Zoekresultaten 20061-20070 van de 48210 resultaten
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:117 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/655361 / DW RK 18/528
- Datum publicatie: 02-01-2019
- Datum uitspraak: 17-10-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:117
Verzoek tot wraking gericht tegen medewerkers, leden van de kamer en het tuchtgerecht als geheel. Afdoening buiten zitting. Met betrekking tot de wrakingsgronden waarbij een beroep wordt gedaan op het EVRM en de onafhankelijke en onpartijdige behandeling door de tuchtrechters wijst de Wrakingskamer op vaststaande jurisprudentie van het EHRM. Voor zover het verzoek is gericht tegen de secretaris, medewerkers en niet met de behandeling van de zaak van klager belaste leden, en het hele tuchtgerecht, wordt klager niet-ontvankelijk verklaard. Voor zover het verzoek is gericht tegen de tuchtrechters die belast zijn met de behandeling van het door verzoeker ingediende verzetschrift, geldt dat de in het verzoek omschreven gronden niet voldoen aan de minimale deugdelijke en concrete motiveringsvereisten. Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek met toepassing van de antimisbruikbepaling..
-
ECLI:NL:TNORAMS:2018:28 Kamer voor het notariaat Amsterdam 649901/NT 18-27
- Datum publicatie: 02-01-2019
- Datum uitspraak: 18-10-2018
- ECLI:NL:TNORAMS:2018:28
De kamer overweegt dat in onderhavige zaak de notaris als boedelnotaris tot taak heeft de afwikkeling en verdeling van de nalatenschap van erflaters te bewerkstelligen. Nu de notaris daar vooralsnog niet in is geslaagd omdat niet alle deelgenoten tot overeenstemming zijn geraakt ten aanzien van de verdeling, en tevens is gebleken dat de notaris diverse keren heeft getracht om, rekening houdende met ieders belang, tot een voor iedere erfgenaam (min of meer) bevredigende oplossing te komen, kan hem naar het oordeel van de kamer niet worden verweten dat hij tot nu toe niet tot verdeling is overgegaan en dat inmiddels een jaar is verstreken na zijn benoeming tot boedelnotaris. Dat is immers het gevolg van het gegeven dat nog geen overeenstemming tussen alle erfgenamen is bereikt en niet het gevolg van nalatigheid van de notaris. Uit de stelling van klaagster ter zitting dat vijf van de erfgenamen wel overeenstemming over de verdeling hebben, en dat één zuster van de erfenis afziet, volgt reeds dat - anders dan zij betoogt - nog niet alle erfgenamen overeenstemming daarover hebben bereikt. Dit klachtonderdeel is derhalve ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:111 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/636240 / DW RK 17/980
- Datum publicatie: 02-01-2019
- Datum uitspraak: 21-12-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:111
De klacht betreft meerdere klachtonderdelen. Door de gerechtsdeurwaarder wordt een database gebruikt die in feite in handen is van zijn grootste opdrachtgever waarbij de opdrachtverstrekking aan de gerechtsdeurwaarder automatisch verloopt waarop onvoldoende controle is, het bij de gerechtsdeurwaarder lopende aantal beslagen op de voorlopige teruggaaf is niet alleen in absolute zin onverklaarbaar hoog maar ook in vergelijking met andere kantoren, het in strijd met de wet in een groot aantal gelegde beslagen standaard stellen van de beslagvrije voet op nihil en een door de gerechtsdeurwaarder afgelegde verklaring over het bij hem in behandeling zijnde aantal dossiers tijdens een bij hem gehouden audit. De gerechtsdeurwaarder heeft aangevoerd dat de KBvG niet bevoegd is de klacht in te dienen, niet bevoegd is om onderzoek te doen op zijn kantoor, het daarbij verkregen bewijs buiten beoordeling moet blijven en het bewijs ontbreekt dat het bestuur rechtsgeldig heeft besloten een klacht tegen hem in te dienen. Verder heeft de gerechtsdeurwaarder de klachten inhoudelijk bestreden. De kamer acht de KBvG bevoegd om een klacht in te dienen en alvorens dat te doen ook enig onderzoek mag verrichten. De KBvG is echter niet bevoegd nader (kantoor)onderzoek te doen indien de door de gerechtsdeurwaarder gegeven antwoorden onbevredigend zijn. Dit omdat het algemeen toezicht op de naleving van de gehele Gdw en de op die wet gebaseerde regelgeving, inclusief het toezicht op de integriteit van de gerechtsdeurwaarders en anderen die toegang hebben tot de ambtsuitoefening per 1 juli 2016 is opgedragen aan het BFT. Dat toezicht gaat gepaard met aan het BFT toekomende, op de Algemene wet bestuursrecht berustende bevoegdheden en aan de gerechtsdeurwaarder toekomende waarborgen. De KBvG komen deze bevoegdheden en te geven waarborgen niet toe. Door nader onderzoek te doen op het kantoor van de gerechtsdeurwaarder, heeft de KBvG naar het oordeel van de kamer dan ook haar (onderzoeks-) bevoegdheden in het kader van het indienen van een tuchtklacht overschreden. Dat resulteert hierin dat de resultaten uit het kantooronderzoek niet bij de beoordeling van de klacht kunnen worden betrokken. Als die resultaten buiten beschouwing worden gelaten, is wat er resteert van wat aan het eerste, tweede en derde klachtonderdeel ten grondslag is gelegd, onvoldoende om vast te stellen dat door de gerechtsdeurwaarder tuchtrechtelijk laakbaar is gehandeld. Dat door de gerechtsdeurwaarder (al dan niet bewust) informatie aan de auditor is onthouden, kan door de kamer evenmin worden vastgesteld. Op gronden als in de beslissing vermeld ziet de kamer ook geen aanleiding om toepassing te geven aan de in artikel 34 lid 6 Gdw aan haar toegekende bevoegdheid.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2019:1 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-095
- Datum publicatie: 02-01-2019
- Datum uitspraak: 02-01-2019
- ECLI:NL:TGZRSGR:2019:1
Ongegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts was die dag waarnemer en heeft voor patiënte een cito D-dimeer aangevraagd. Volgens vast praktijkgebruik werd de cito aangevraagde uitslag die na 17.00 uur beschikbaar kwam doorgebeld naar de na 17.00 uur waarnemende huisartsenpost die indien nodig hierop actie ondernam. Naar het oordeel van het College mocht verweerder er in dat licht op vertrouwen dat ook nu de cito aangevraagde uitslag ten spoedigste zou worden doorgebeld naar de huisartsenpost indien de uitslag na 17.00 uur bekend zou worden. Dat de laboratoriumuitslag pas de volgende dag aan de praktijkassistente van de huisarts is doorgegeven kan verweerder niet worden verweten. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:112 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/634777 / DW RK 17/878
- Datum publicatie: 02-01-2019
- Datum uitspraak: 21-12-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:112
Beslissing op verzet. Een groot aantal klachtonderdelen die door de voorzitter allemaal als zijnde kennelijk ongegrond zijn afgewezen. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens. Het verzet wordt onder aanvulling van de overwegingen van de voorzitter ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2019:2 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-181b
- Datum publicatie: 02-01-2019
- Datum uitspraak: 02-01-2019
- ECLI:NL:TGZRSGR:2019:2
Kennelijk ongegronde klacht tegen een neuroloog. Naar het oordeel van het College heeft verweerster mogen twijfelen aan de bereidheid van klager tot volledige medewerking aan het (zorgvuldige) traject dat samenhangt met de duodopa-behandeling. Verweerster heeft adequaat gehandeld door geen PEG-J sonde te plaatsen en geen duodopa-behandeling bij klager te starten. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:113 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/649018 / DW RK 18/296
- Datum publicatie: 02-01-2019
- Datum uitspraak: 21-12-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:113
Beslissing op verzet. De klacht betreft het aanmanen en sommeren in een volgens klager al gesloten dossier. De klacht is door de voorzitter als zijnde kennelijk ongegrond afgewezen. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens. Het verzet wordt ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2019:3 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 18119
- Datum publicatie: 02-01-2019
- Datum uitspraak: 02-01-2019
- ECLI:NL:TGZREIN:2019:3
Klacht dat verweerder op de huisartsenpost onvoldoende zorg heeft verleend, waardoor onjuiste diagnose en advies, ongegrond. Onderzoek voldoende adequaat, geen aanleiding voor (spoed)verwijzing. Ongegrond
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2019:3 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-185
- Datum publicatie: 02-01-2019
- Datum uitspraak: 02-01-2019
- ECLI:NL:TGZRSGR:2019:3
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Vast staat dat destijds een andere psychiater heeft besloten om de dosering hasperidol te verhogen, ten aanzien van dit onderdeel geen tuchtrechtelijk verwijt. Naar het oordeel van College is de beslissing van verweerster om de dosering niet te verlagen verdedigbaar. Dat klager veel last ondervindt van de bijwerkingen kan verweerster niet verweten worden omdat de hoge dosering van hasperidol geïndiceerd is. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:114 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/647050 / DW RK 18/224
- Datum publicatie: 02-01-2019
- Datum uitspraak: 21-12-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:114
Beslissing op verzet. De klacht betreft bepaalde door de gerechtsdeurwaarder tijdens een zitting van de kamer volgens klager gebruikte woorden. De klacht is door de voorzitter als zijnde kennelijk niet-ontvankelijk afgewezen. De kamer is het niet met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet gegrond. De klacht wordt ongegrond verklaard omdat niet kan worden vastgesteld dat de gewraakte uitlatingen zijn gedaan. En ook al zouden de gewraakte woorden zijn gebruikt, dan nog is er geen sprake van handelen dat tuchtrechtelijk laakbaar is.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 2006
- Pagina: 2007
- Pagina: 2008
- ...
- Pagina: 4821
- Volgende pagina zoekresultaten