Zoekresultaten 11-20 van de 48411 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:192 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-618/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:193 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-629/AL/MN

    Tussen klaagster en verweerder is geen opdracht tot stand gekomen zodat van weigering om de zaak voor te zetten, feitelijk geen sprake is geweest. Uit de stukken is verder gebleken dat verweerder na het intakegesprek en zijn advisering duidelijk aan klaagster heeft gemeld dat en waarom hij haar zaak niet zou oppakken. In de daarna daarover met klaagster gevoerde correspondentie heeft verweerder naar het oordeel van de voorzitter op zorgvuldige wijze gereageerd op haar vragen over zijn advies. Dat klaagster zich daarin niet kon vinden, maakt het advies van verweerder nog niet ondermaats of anderszins onzorgvuldig of verwijtbaar. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:307 Hof van Discipline 's Gravenhage 260195

    Beklag artikel 13 Advocatenwet. Klaagster dient zich te realiseren dat de advocaat bij de behandeling van een zaak ‘dominus litis’ is. De advocaat heeft de leiding bij de behandeling van een zaak en een eigen verantwoordelijkheid om te bepalen met welke aanpak de belangen van zijn cliënt(e) het beste zijn gediend. Dat kan betekenen dat een advocaat niet (of nog niet) bereid is precies de stappen te nemen die een cliënt wenst. Artikel 13 Advocatenwet is niet bedoeld om een advocaat aan te wijzen die in alle opzichten aan de wensen van klaagster zal gaan voldoen. Het hof onderschrijft het standpunt van de deken dat er geen grond is voor aanwijzing van een advocaat, nu klaagster nog steeds kan worden bijgestaan door de door de rechtsbijstandsverzekeraar aangezochte advocaat, mits zij meewerkt aan het door de betreffende advocaat ingezette traject. Aan de voorwaarden van artikel 13 Advocatenwet voor aanwijzing van een advocaat is door klaagster niet voldaan.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:185 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3136

    Klager is door de arts gekeurd in verband met de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart (hierna: GPK). De arts heeft geoordeeld dat er sprake is van zwaarwegende sociaal-medische gronden voor het toekennen van een GPK en zij heeft haar sociaalmedisch advies aan de gemeente gezonden. Ongeveer een week later is het advies van de arts ingetrokken door de organisatie waarvoor de arts werkzaam is. Klager verwijt de arts dat zij hem niet de mogelijkheid heeft gegeven om gebruik te maken van het correctie/blokkeringsrecht, en dat zij geen reden en onderbouwing heeft gegeven voor het intrekken van het advies. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:186 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3084

    Gegrond klacht tegen een chirurg. De chirurg was betrokken bij de zorg aan de in 2022 overleden echtgenote van klager. De klacht gaat onder meer over de vraag of de chirurg klager en zijn echtgenote al dan niet volledig en tijdig heeft geïnformeerd over mogelijke diagnoses (waaronder kanker) en of er – aan de chirurg te wijten - onnodige vertraging is opgetreden in het proces dat uiteindelijk leidde tot de diagnose cholangiocarcinoom (galwegkanker). Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klager ongegrond verklaard. Het Centraal tuchtcollege oordeelt dat de chirurg tuchtrechtelijk te verwijten valt dat hij vóór het eerste consult geen kennis had genomen van het verslag van de MRI, die in het kader van de verwijzing was gemaakt. Hierdoor is onvoldoende aandacht besteed aan de in dit verslag genoemde mogelijkheid van een kwaadaardige aandoening. Daarnaast is de chirurg tekortgeschoten in de communicatie met patiënte door haar onvoldoende mee te nemen in de door hem te nemen diagnostische stappen en haar op de hoogte te houden van de ontwikkelingen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog gedeeltelijk gegrond en legt de chirurg een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:187 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3039

    Klager verwijt de verzekeringsarts dat hij het inzage- en correctierecht niet goed heeft uitgevoerd. Daarnaast verwijt klager de verzekeringsarts dat in de adviesrapportage onjuiste medische gegevens staan en het onmogelijk is dat, zoals in het rapport zou staan, dat de verzekeringsarts dezelfde dag als het spreekuurcontact met klager contact heeft gehad met de gemeente. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:304 Hof van Discipline 's Gravenhage 250293

    Deze zaak betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij die over de inhoud van een overleg, waarbij naast de wederzijdse advocaten ook de cliënten en een bedrijfsjurist aanwezig waren, in zijn conclusie van antwoord heeft geschreven. Gedragsregel 27 (vertrouwelijkheid van schikkingsonderhandelingen) beperkt zich tot de situatie van schikkingsonderhandelingen tussen uitsluitend advocaten. Als een cliënt of een andere derde daarbij aanwezig is, houdt gedragsregel 26 (vertrouwelijke mededelingen) in dat geheimhouding van wat is besproken expliciet afgesproken moet worden. Dat is in deze zaak niet gebeurd. Verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Daarom heeft het hof de raadsbeslissing, waarbij een waarschuwing is opgelegd, vernietigd en de klacht alsnog ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:188 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3172

    Klaagster is door de arts gekeurd in verband met de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart. De arts heeft in haar sociaal-medisch advies geschreven dat klaagster niet voldoet aan de medische criteria voor het toekennen van de kaart. Klaagster verwijt de arts haar sociaal-medisch advies niet strookt met de regelgeving en niet voldoet aan de eisen van een rapportage. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klaagster voor een deel niet-ontvankelijk is in haar klacht en dat de klacht voor het overige kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:305 Hof van Discipline 's Gravenhage 250208

    Deze zaak betreft een klacht over de eigen advocaat. Het hof acht het handelen van verweerder in strijd met de in artikel 11a Advocatenwet opgenomen geheimhoudingsverplichting, met de in artikel 10a Advocatenwet vastgelegde kernwaarden vertrouwelijkheid en partijdigheid en met de in artikel 46 Advocatenwet omschreven normen. Verweerder heeft daarmee het vertrouwen in de advocatuur geschaad. Het hof komt tot een ruimere gegrondverklaring van de klacht over verweerder dan de raad en acht alles afwegend een berisping passend en geboden.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:189 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3171

    Klaagster is door de arts gekeurd in verband met de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart. De arts heeft in zijn sociaal-medisch advies geschreven dat klaagster niet voldoet aan de medische criteria voor het toekennen van de kaart. Klaagster verwijt de arts dat zijn sociaal-medisch advies niet strookt met de regelgeving en niet voldoet aan de eisen van een medische rapportage. Ook verwijt zij de arts dat hij haar tijdens het spreekuur onheus heeft bejegend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klaagster voor een deel niet-ontvankelijk is in haar klacht en dat de klacht voor het overige kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.