We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 19851-19860 van de 47651 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:295 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2018.117

    De klacht heeft betrekking op de behandeling van de, inmiddels overleden, zoon van klagers, hierna patiënt, die na een zwangerschap van minder dan 28 weken was geboren. Een maand na de geboorte is patiënt overgebracht naar het ziekenhuis waar verweerster als neonatologieverpleegkundige werkzaam was. Patiënt is na aankomst in de voormiddag in de couveuse gelegd. De bevochtiger is daarbij niet aangesloten op het elektriciteitsnetwerk waardoor het niet naar behoren functioneerde. In de loop van de dag was sprake van een verslechterende toestand met kortdurende saturatiedalingen en bradycardie. Kort voor middernacht is de bevochtiger aangesloten. In de nacht en de opvolgende ochtend verslechterde de situatie verder. Voorafgaand aan intubatie werd aan patiënt tweemaal morfine toegediend, beide keren abusievelijk in een 10-voudige dosering. Bij de een week nadien verrichte MRI is zeer ernstige hersenschade geconstateerd waarna de behandeling gericht op herstel is gestaakt. Vier dagen nadien is patiënt overleden. Klagers stellen dat de volgende fouten zijn gemaakt: a. Toediening koude lucht via ademhalingsondersteuningsapparaat gedurende 10 uur omdat de stekker voor de verwarming er niet in zat. Hierdoor heeft zich volgens klagers taaislijm ontwikkeld en zijn ademhalingsproblemen ontstaan; b. Het instellen van een hogere couveusetemperatuur dan in het eerdere ziekenhuis, waardoor patiënt ondanks de koude (beademings)lucht toch op temperatuur bleef; c. Het niet leegpompen van de maag voor de intubatie; d. Het tot tweemaal toedienen van een hoeveelheid morfine 10-voudig aan het maximaal toelaatbare. De klacht betreffende de verpleegkundige beperkt zich tot klachtonderdeel d. Het Regionaal Tuchtcollege heeft dit klachtonderdeel gegrond verklaard, aan de verpleegkundige de maatregel van berisping opgelegd en publicatie van de uitspraak gelast. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt eveneens dat klachtonderdeel d gegrond is, maar komt tot de oplegging van een lichtere maatregel, te weten een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:173 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-079a

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Gedurende de behandelperiode van klager zijn deugdelijke anamneses afgenomen en onderzoek verricht. Ten tijde van de behandelperiode bestond geen verplichting om de vitamine D-waarde te laten bepalen. De psychiater mocht ook vanwege het ontbreken van aanwijzingen voor het tegendeel ervan uitgaan dat er bij klager geen sprake was van een vitamine D-tekort. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:180 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-087

    Gegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts had bij de klachten van de ongeruste patiënte (pijn in de linkerarm, uitstralend naar schouder en borst) tenminste moeten denken aan een cardiale oorzaak en patiënte overeenkomstig moeten onderzoeken, ondanks dat patiënte bij navraag geen alarmsymptomen meldde. De huisarts heeft zich bij het telefoongesprek een paar dagen later te veel laten leiden door de ingangsklacht (pijn bij het plassen). Ten onrechte heeft de huisarts in de combinatie van de op deze twee dagen genoemde klachten geen aanleiding gezien te handelen naar potentieel cardiaal lijden. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:174 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-079b

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Gedurende de behandelperiode van klager zijn deugdelijke anamneses afgenomen en onderzoek verricht. Ten tijde van de behandelperiode bestond geen verplichting om de vitamine D-waarde te laten bepalen. De psychiater mocht ook vanwege het ontbreken van aanwijzingen voor het tegendeel ervan uitgaan dat er bij klager geen sprake was van een vitamine D-tekort. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:175 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-079c

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Gedurende de behandelperiode van klager zijn deugdelijke anamneses afgenomen en onderzoek verricht. Ten tijde van de behandelperiode bestond geen verplichting om de vitamine D-waarde te laten bepalen. De psychiater mocht ook vanwege het ontbreken van aanwijzingen voor het tegendeel ervan uitgaan dat er bij klager geen sprake was van een vitamine D-tekort. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:176 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-085a

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Het door de psychiater gevoerde beleid met betrekking tot toediening van antipsychotica bij klager die eerder een maligne katatonie/neuroleptica syndroom doormaakte ontmoet bij het College geen bedenkingen. De uitvoering is aantoonbaar overlegd en besproken. De psychiater heeft zorgvuldig gerapporteerd. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:161 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-586/DB/OB

    Niet-ontvankelijk wegens verstrijken van termijn ex art. 469 lid 1 sub a.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:292 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2018.114

    De klacht heeft betrekking op de behandeling van de, inmiddels overleden, zoon van klagers, hierna patiënt, die na een zwangerschap van minder dan 28 weken was geboren. Een maand na de geboorte is patiënt overgebracht naar het ziekenhuis waar verweerster als neonatologieverpleegkundige werkzaam was. Patiënt is na aankomst in de voormiddag in de couveuse gelegd. De bevochtiger is daarbij niet aangesloten op het elektriciteitsnetwerk waardoor het niet naar behoren functioneerde. In de loop van de dag was sprake van een verslechterende toestand met kortdurende saturatiedalingen en bradycardie. Kort voor middernacht is de bevochtiger aangesloten. In de nacht en de opvolgende ochtend verslechterde de situatie verder. Voorafgaand aan intubatie werd aan patiënt tweemaal morfine toegediend, beide keren abusievelijk in een 10-voudige dosering. Bij de een week nadien verrichte MRI is zeer ernstige hersenschade geconstateerd waarna de behandeling gericht op herstel is gestaakt. Vier dagen nadien is patiënt overleden. Klagers stellen dat de volgende fouten zijn gemaakt: a. Toediening koude lucht via ademhalingsondersteuningsapparaat gedurende 10 uur omdat de stekker voor de verwarming er niet in zat. Hierdoor heeft zich volgens klagers taaislijm ontwikkeld en zijn ademhalingsproblemen ontstaan; b. Het instellen van een hogere couveusetemperatuur dan in het eerdere ziekenhuis, waardoor patiënt ondanks de koude (beademings)lucht toch op temperatuur bleef; c. Het niet leegpompen van de maag voor de intubatie; d. Het tot tweemaal toedienen van een hoeveelheid morfine 10-voudig aan het maximaal toelaatbare. De klacht betreffende de verpleegkundige beperkt zich tot de onderdelen a en b. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdelen a en b gegrond verklaard, aan de verpleegkundige de maatregel van berisping opgelegd en publicatie van de uitspraak gelast. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel b gegrond, maar klachtonderdeel a ongegrond. Dit geeft het Centraal Tuchtcollege echter geen aanleiding tot het opleggen van een minder zware maatregel dan in eerste aanleg aan de verpleegkundige is opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:177 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-085b

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Dat klager een ernstige reactie op het antipsychoticum zou krijgen had de psychiater niet kunnen en hoeven voorzien. Na het zien van de ernstige toestand van klager is de psychiater zeer alert geweest. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:293 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2018.115

    De klacht heeft betrekking op de behandeling van de, inmiddels overleden, zoon van klagers, hierna patiënt, die na een zwangerschap van minder dan 28 weken was geboren. Een maand na de geboorte is patiënt overgebracht naar het ziekenhuis waar verweerster als neonatologieverpleegkundige werkzaam was. Patiënt is na aankomst in de voormiddag in de couveuse gelegd. De bevochtiger is daarbij niet aangesloten op het elektriciteitsnetwerk waardoor het niet naar behoren functioneerde. In de loop van de dag was sprake van een verslechterende toestand met kortdurende saturatiedalingen en bradycardie. Kort voor middernacht is de bevochtiger aangesloten. In de nacht en de opvolgende ochtend verslechterde de situatie verder. Voorafgaand aan intubatie werd aan patiënt tweemaal morfine toegediend, beide keren abusievelijk in een 10-voudige dosering. Bij de een week nadien verrichte MRI is zeer ernstige hersenschade geconstateerd waarna de behandeling gericht op herstel is gestaakt. Vier dagen nadien is patiënt overleden. Klagers stellen dat de volgende fouten zijn gemaakt: a. Toediening koude lucht via ademhalingsondersteuningsapparaat gedurende 10 uur omdat de stekker voor de verwarming er niet in zat. Hierdoor heeft zich volgens klagers taaislijm ontwikkeld en zijn ademhalingsproblemen ontstaan; b. Het instellen van een hogere couveusetemperatuur dan in het eerdere ziekenhuis, waardoor patiënt ondanks de koude (beademings)lucht toch op temperatuur bleef; c. Het niet leegpompen van de maag voor de intubatie; d. Het tot tweemaal toedienen van een hoeveelheid morfine 10-voudig aan het maximaal toelaatbare. De klacht betreffende de verpleegkundige beperkt zich tot de onderdelen a en b. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel a gegrond verklaard en klachtonderdeel b ongegrond verklaard. Aan de verpleegkundige is de maatregel van waarschuwing opgelegd en het Regionaal Tuchtcollege heeft publicatie van de uitspraak gelast. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel a eveneens gegrond en legt aan de verpleegkundige, met eenparigheid van stemmen, de maatregel van berisping op.