Zoekresultaten 13831-13840 van de 47227 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSHE:2020:106 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-286/DB/ZWB/D
- Datum publicatie: 08-12-2020
- Datum uitspraak: 07-12-2020
- ECLI:NL:TADRSHE:2020:106
Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld doordat hij geldbedragen heeft geleend aan zijn (failliete) cliënt en/of ondernemingen die aan deze cliënt zijn gelieerd, gelden heeft geïnvesteerd in een of meer vennootschappen die aan deze cliënt zijn gelieerd, het deze cliënt mogelijk heeft gemaakt inkomsten/gelden buiten het zicht van de curator te houden en in faillissementen die hij als curator behandelde S heeft ingeschakeld en daarmee de ondernemingen waarvan verweerder zelf aandeelhouder was. Schorsing van 26 weken, waarvan 13 voorwaardelijk. Proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2020:140 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-056
- Datum publicatie: 08-12-2020
- Datum uitspraak: 08-12-2020
- ECLI:NL:TGZRSGR:2020:140
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een huisarts . Het College is van oordeel dat beklaagde, gelet op de aanhoudende benauwdheidsklachten van patiënte, volgens de NHG-Standaarden standaarden het verloop van de klachten van patiënte actief had moeten volgen. De klacht slaagt in die zin dat niet gevolgd is of de voorgeschreven medicijnen het gewenste resultaat opleverden, er volgens het journaal slechts beperkt lichamelijk onderzoek is gedaan en er niet is besloten tot het maken van een X-thorax. Voorts is op het verzoek van klaagster om bij patiënte een huisbezoek af te leggen negatief besloten, dit terwijl er twee dagen hiervoor sprake was van hevig schommelen van de bloedsuikers met een insulineswitch als gevolg. Ook als er door klaagster alleen melding zou zijn gemaakt van braken, had gelet op het voorgaande een huisbezoek dienen te worden gebracht. De klacht is voor het overige ongegrond verklaard. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:275 Raad van Discipline Amsterdam 20-784/A/A/W
- Datum publicatie: 08-12-2020
- Datum uitspraak: 30-11-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:275
Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond. Het enkele feit dat de tuchtrechter er ten onrechte vanuit is gegaan dat het verzoek van mevrouw W om op de zitting van 20 oktober 2020 beeld- of geluidsopnames te maken in overleg met verzoeker was gedaan en de griffie van de raad mevrouw W daarom namens de tuchtrechter heeft gevraagd om (uitsluitend) de schriftelijke toestemming van mrs. X en Y voor het maken van filmopnames, is daartoe onvoldoende. Met andere woorden: de wrakingskamer ziet niet in hoe de reactie van de tuchtrechter op het verzoek van mevrouw W bij verzoeker onmiddellijk de schijn heeft kunnen wekken dat de tuchtrechter vooringenomen of partijdig zou kunnen zijn.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:269 Raad van Discipline Amsterdam 20-791/A/NH
- Datum publicatie: 08-12-2020
- Datum uitspraak: 30-11-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:269
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Klager lijkt in de veronderstelling te leven dat een advocaat alles moet doen wat de cliënt hem of haar opdraagt. Die veronderstelling is niet juist. De advocaat heeft een eigen verantwoordelijkheid om de zaak correct te behandelen en màg zich zelfs niet verschuilen achter de opdracht van zijn cliënt. Een advocaat kan door zijn cliënt dan ook niet verplicht worden om bepaalde stukken in een procedure in te brengen als de advocaat meent dat dit niet in het belang van een goede behandeling van de zaak is. In het laatste geval moet de advocaat dit wel tijdig en op zorgvuldige wijze kenbaar maken aan de cliënt. Uit hetgeen verweerster heeft aangevoerd blijkt dat zij daaraan heeft voldaan. Voorts geldt dat het een advocaat vrij staat om de werkzaamheden te beëindigen. Als de vertrouwensbasis is vervallen, is hij of zij daartoe zelfs gehouden. Wel dient de advocaat die beslissing zo tijdig kenbaar te maken en de cliënt te wijzen op de te nemen stappen, dat de cliënt daarvan geen procedurele schade ondervindt. Uit het klachtdossier blijkt dat verweerster ook daaraan heeft voldaan. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2020:141 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-001a
- Datum publicatie: 08-12-2020
- Datum uitspraak: 08-12-2020
- ECLI:NL:TGZRSGR:2020:141
Klacht tegen een huisarts kennelijk niet-ontvankelijk. Als niet de levensgezel maar een andere nabestaande, zoals in dit geval klaagster, de tuchtklacht indient, wordt ook deze geacht de wil van de overleden patiënt te vertegenwoordigen, behoudens het geval dat er sprake is van bijzondere omstandigheden die aanleiding geven daaraan te twijfelen. Het College is van oordeel dat in dit geval sprake is van bijzondere omstandigheden op grond waarvan er twijfels bestaan of klaagster overeenkomstig de wil van de overleden patiënt de klacht heeft ingediend. Uit verschillende aantekeningen in de patiëntenkaart leidt het College namelijk af dat de patiënt geen inmenging en betrokkenheid van klaagster wenste bij zijn medische behandeling. Dit geeft aanleiding om te veronderstellen dat klaagster met haar klacht niet de veronderstelde wil van de patiënt vertegenwoordigt. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
-
ECLI:NL:TDIVBC:2020:12 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2020/13
- Datum publicatie: 08-12-2020
- Datum uitspraak: 04-12-2020
- ECLI:NL:TDIVBC:2020:12
Gewijzigde samenstelling van het Veterinair Tuchtcollege na sluiting onderzoek. Uitspraak van het Veterinair Tuchtcollege is nietig. Het Veterinair Beroepscollege doet, met toepassing van artikel 8:39, tweede lid, van de Wet Dieren, de zaak zelf af. Voor het VBC staat voldoende vast dat de dierverloskundige buiten zijn bevoegdheid op regelmatige basis keizersneden uitvoerde zonder dat daartoe een dwingende veterinaire noodzaak bestond die hem ertoe dwong buiten de eigen bevoegdheid te handelen en dat de dierverloskundige diergeneesmiddelen heeft toegepast en heeft verstrekt terwijl hij daartoe als dierverloskundige niet bevoegd was en bovendien onvoldoende aan verslaglegging hiervan heeft gedaan. Het VBC schorst de dierverloskundige op grond van artikel 8.31, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet dieren onvoorwaardelijk in de bevoegdheid tot het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen op het gebied van de verloskunde voor een periode van zes maanden, te rekenen vanaf vrijdag 11 december 2020 te 0.00 uur. Deze schorsing geldt niet voor de werkzaamheden van de dierverloskundige als castreur en klauwbehandelaar en evenmin voor zijn handelsactiviteiten en legt de dierverloskundige op grond van artikel 8.31, eerste lid, aanhef en onder c, in samenhang gelezen met het vijfde en zesde lid, van de Wet dieren een voorwaardelijke geldboete op van € 5.000,00 met een proeftijd van drie jaar, te rekenen vanaf de datum van deze uitspraak.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2020:142 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-062
- Datum publicatie: 08-12-2020
- Datum uitspraak: 08-12-2020
- ECLI:NL:TGZRSGR:2020:142
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. In de kern komt de klacht erop neer dat klaagster verwijt dat beklaagde niet tot de conclusie had kunnen komen dat er geen cognitieve beperking was, omdat de moeder van klaagster visueel beperkt was. Voor het College staat voldoende vast dat beklaagde op de hoogte was van de visuele beperking van de moeder van klaagster en dat beklaagde dat heeft betrokken in zijn onderzoek. Het College stelt daarom vast dat beklaagde zorgvuldig heeft gehandeld. Het College merkt daarnaast op dat het hebben van een visuele beperking niet betekent dat ook sprake is van een cognitieve stoornis en/of beperking. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:270 Raad van Discipline Amsterdam 20-794/A/NH
- Datum publicatie: 08-12-2020
- Datum uitspraak: 30-11-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:270
Voorzittersbeslissing. De klacht heeft betrekking op het optreden van verweerder in de periode vóórdat verweerder als advocaat beëdigd was. Een klacht kan uitsluitend behandeld worden en ontvankelijk zijn als die ziet op gedragingen die de advocaat heeft verricht in de periode dat hij advocaat was. De klacht is derhalve kennelijk niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2020:143 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-077a
- Datum publicatie: 08-12-2020
- Datum uitspraak: 08-12-2020
- ECLI:NL:TGZRSGR:2020:143
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Zoals blijkt uit het medisch journaal meldde patiënt zich bij beklaagde met pijnklachten aan zijn rechterheup. Beklaagde heeft patiënt doorgestuurd voor foto’s en verwezen naar een fysiotherapeut. Er was daarom dan ook nog geen sprake van een situatie waarin een diagnose gesteld moest worden. Over andere klachten is niet gesproken, zodat er voor beklaagde geen aanleiding bestond om bloedonderzoek uit te voeren of een suikermeting te doen. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:271 Raad van Discipline Amsterdam 20-781/A/A 20-782/A/A 20-783/A/A
- Datum publicatie: 08-12-2020
- Datum uitspraak: 30-11-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:271
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij niet-ontvankelijk wegens tijdsverloop. Bij nagekomen brief hebben klagers nog gesteld dat zij hun klacht reeds eerder, op 29 augustus 2019, tijdens het dekenspreekuur hebben ingediend, maar klagers hebben dit standpunt onvoldoende onderbouwd. Klagers hebben voorts nog aangevoerd dat zij, als gevolg van de hoeveelheid informatie en de beschikbaarheid van stukken, redelijkerwijs pas later kennis hebben kunnen nemen van het handelen waar de klacht betrekking op heeft. De voorzitter gaat hier niet in mee en ziet hierin geen verontschuldiging voor de termijnoverschrijding.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1383
- Pagina: 1384
- Pagina: 1385
- ...
- Pagina: 4723
- Volgende pagina zoekresultaten