Zoekresultaten 1361-1370 van de 46698 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:190 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-376/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Verweerder behartigt in verschillende procedures de ex-partner van klaagster. Dat verweerder daarbij de belangen van klaagster onnodig of onevenredig zonder doel heeft geschaad, is de voorzitter niet gebleken. Op grond van een gewezen arrest van het gerechtshof moest klaagster na betekening daarvan volledig en onvoorwaardelijk haar medewerking verlenen aan toedeling van de echtelijke woning aan haar ex-partner. Klaagster heeft dat geweigerd en ook om de (aangepaste) notariële akte te ondertekenen waarna de notaris de akte niet wilde verlijden zonder toestemming van beide partijen. Verweerder heeft om uit deze impasse te komen de voor alle betrokken partijen minst belastende keuze gemaakt door een executiegeschil uit te lokken. Daarna bestond er duidelijkheid en is de notariële akte alsnog - buiten aanwezigheid van klaagster - verleden. Daarnaast mocht verweerder als partijdige belangenbehartiger de feiten en standpunten in de procedures innemen zoals door hem gedaan. Het lag op de weg van (de advocaat van) klaagster om daartegen verweer te voeren. Klachten kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:117 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-887/DB/OB

    Verzetbeslissing. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:159 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-135/DH/RO

    Raadsbeslissing. Verweerder is tekortgeschoten in zijn bijstand aan klager. Hij heeft klager onvoldoende meegenomen in de overweging om geen eis in reconventie in te dienen, althans zulks niet schriftelijk vastgelegd. Ook heeft verweerder door klager aangeleverde (bewijs)stukken niet ingebracht, zonder dat met klager te bespreken en dat vast te leggen. Verder is verweerder een van klager ontvangen map met stukken kwijtgeraakt. Pas bij het opruimen en verhuizen van zijn kantoor heeft hij de map teruggevonden en aan klager geretourneerd. Dat is bijzonder slordig. Verweerder heeft daarmee op meerdere punten en momenten tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld jegens klager. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:160 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-383/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familiekwestie deels kennelijk niet-ontvankelijk vanwege ne bis in idem. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond, vanwege onvoldoende concretisering en onderbouwing.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:85 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7429

    Klager verwijt de GZ-psycholoog, die werkzaam is in de PI waar klager verblijft, klagers privacy te hebben geschonden, niets te hebben gedaan met zijn klachten aangaande het regime waarin hij is geplaatst en opnieuw te hebben geadviseerd klager op een afdeling met een zwaar regime te plaatsen. Het college acht de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:161 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-384/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Het stond verweerder vrij om zijn cliënt te adviseren over het al dan niet beneficiair aanvaarden van de nalatenschap. Ook stond het hem vrij om een verzoek tot benoeming van een vereffenaar te doen. Verweerder heeft zijn taak vervuld in het belang van zijn cliënt en heeft daarbij gebruik gemaakt van de daarvoor bestemde procedure. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:187 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-737/AL/MN

    Verzet ongegrond. Geen aanleiding om aan de juistheid van de voorzittersbeslissing te twijfelen. De tuchtrechter is in het kader van de klachtprocedure niet bevoegd om te oordelen over achterliggende geschillen, zoals de civiele procedures tussen klager en de cliënte van verweerster. De voorzitter zou buiten zijn bevoegdheid en de kaders van de klachtprocedure treden als hij een inhoudelijk oordeel zou hebben gegeven over de vraag die partijen verdeeld houdt. De raad begrijpt dat klager daar anders over denkt, maar dat betekent niet dat de voorzittersbeslissing onjuist is. Het verzet van klager slaagt niet.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:192 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7507

    Klager is kennelijk-niet ontvankelijk in zijn klacht tegen een dermatoloog. De dermatoloog heeft in 2015 een artikel gepubliceerd over de ziekte van Morgellon. In dit artikel wordt de ziekte beschreven en verwezen naar een aantal (inter)nationale bronnen. Klager, gediagnosticeerd met de ziekte van Morgellon, verwijt de dermatoloog dat hij zich in dit artikel beledigend heeft uitgelaten naar patiënten met deze aandoening. Het college is van oordeel dat klager rechtstreeks belanghebbende is, maar dat het handelen niet valt onder de reikwijdte van het tuchtrecht. De dermatoloog geeft in het artikel een feitelijke samenvatting van de onder dermatologen heersende visie over de ziekte van Morgellon en de inhoud van het artikel wordt gesteund door wetenschappelijke bevindingen van diverse bronnen. Er is dan ook geen sprake van handelen dat in strijd is met wat van een behoorlijk beroepsbeoefenaar mag worden verwacht.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:114 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-460/DB/OB 25-461/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een erfrechtelijk geschil. Niet gebleken waarom het verzetschrift dat verweerder heeft opgesteld en klaagster heeft goedgekeurd onjuist zou zijn. Klaagster heeft vervolgens eenzijdig het contact afgehouden. Het stond verweerder vrij vervolgens zijn werkzaamheden neer te leggen. Niet gebleken dat er een maximumbedrag is afgesproken. Niet gebleken dat verweerder bemiddelingspogingen heeft gefrustreerd. Het stond verweerder vrij om een artikel te schrijven over het onderwerp dat in de verzetprocedure speelde, waarbij is verwezen naar de geanonimiseerde versie van de beschikking in klaagsters zaak. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:193 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7537

    Gegronde klacht tegen een dermatoloog. Klager verwijt de dermatoloog dat hij niet tijdig de diagnose ‘lepra’ heeft gesteld. Het college is van oordeel dat de klacht gegrond is. Klager is door zijn huisarts doorverwezen wegens het vermoeden van lepra, omdat hij soortgelijke symptomen had als twintig jaar eerder toen bij hem lepra was vastgesteld. Bij het onder die omstandigheden uitsluiten van een diagnose mag verdergaand onderzoek worden verlangd, in het bijzonder omdat uitstel van behandeling voor de patiënt onherstelbare schade kan opleveren. Het is begrijpelijk dat de dermatoloog over onvoldoende ervaring beschikt om de diagnose lepra te kunnen uitsluiten, dan mag worden verwacht dat hij zou overleggen met of verwijzen naar een collega met ervaring in de diagnostiek van lepra. Berisping. Publicatie.