Zoekresultaten 1351-1360 van de 46698 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8140

    De verpleegkundige werkte op een zorgboerderij waar hij tevens vennoot was. De IGJ kreeg een melding van de politie wegens grensoverschrijdend gedrag en geweld jegens cliënten door de verpleegkundige. Naar aanleiding daarvan heeft de IGJ onderzoek gedaan. Daarna heeft de IGJ een klacht tegen de verpleegkundige ingediend wegens overschrijding van de professionele grenzen door meermaals fysiek en verbaal geweld te gebruiken in de zorgrelatie jegens meerdere cliënten. De verpleegkundige heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd. Het college:- verklaart de klacht gegrond; - beveelt de doorhaling van de inschrijving van de verpleegkundige in het register dan wel ontzegt de verpleegkundige, voor het geval hij op het moment van onherroepelijk worden van deze beslissing niet is ingeschreven in het register, het recht om weer in dit register te worden ingeschreven; - legt daarnaast een algeheel verbod op tot het beroepsmatig handelen op het gebied van de individuele gezondheidszorg en bepaalt dat dit verbod onmiddellijk van kracht wordt.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:196 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8143

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. De arts is in opleiding tot verzekeringsarts en heeft klager gezien voor een Ziektewet-beoordeling verdiencapaciteit. Klager voelde zich door de arts en diens vragen en opmerkingen onder druk gezet om zijn werk te hervatten terwijl hij zich daartoe niet in staat acht. Het college is van oordeel dat de door de arts gestelde vragen niet ongepast en ongebruikelijk zijn bij een verzekeringsgeneeskundige beoordeling. Het vragen naar de mogelijkheden voor werkhervatting vormt juist een essentieel onderdeel van een dergelijke beoordeling. Dat de arts ongeoorloofde druk heeft uitgeoefend, is niet gebleken. Dat klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:197 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7816

    Deels gegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klager heeft zich ziekgemeld met spanningsklachten. Dat de bedrijfsarts heeft vastgesteld dat een verstoorde arbeidsrelatie de oorzaak was van de spanningsklachten acht het college navolgbaar, evenals het advies om via mediation het arbeidsconflict met de werkgever proberen op te lossen. Op het moment dat klager echter per e-mail liet weten dat hij weer terug aan het werk was in zijn eigen functie en de spanningsklachten weer opliepen mocht van de bedrijfsarts een interventie verwacht worden (zoals een advies tot het verrichten van werk in een andere functie). Dat de bedrijfsarts dit heeft nagelaten acht het college tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klacht deels gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:26 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/447724 / KL RK 25-20

    De notaris had op basis van de feiten en omstandigheden gerede twijfel moeten hebben aan de wilsbekwaamheid van betrokkene. Zij had zorgvuldiger moeten omgaan met het verzoek tot het doorvoeren van een ingrijpende wijziging van het pas vier maanden oude levenstestament van betrokkene. Dit heeft zij niet gedaan, de kamer acht de maatregel van berisping passend.

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:27 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/439464 KL RK 24-100 C/05/439466 KL RK 24-101

    De klacht heeft betrekking op de afwikkeling van de nalatenschap van erflater door de kandidaat-notaris en notaris. Klaagster verwijt de kandidaat-notaris dat 1) zij meerdere fouten heeft gemaakt bij de afwikkeling van de nalatenschap van erflater 2) dat de notaris en kandidaat-notaris ernstig tekort zijn geschoten in hun communicatie met klaagster en de zoon. 3) de notarissen niet de benodigde zorgvuldigheid hebben betracht bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van erflater.De kamer oordeelt dat klaagster een redelijk belang heeft bij klachtonderdelen 1) en 3), aangezien klaagster versterferfgenaam, legitimaris en legataris is en zij recht heeft op uitkering van haar legitieme portie en belang heeft bij een correcte berekening van de nalatenschap. Voor wat betreft klachtonderdeel 2) stelt de kamer vast dat de kandidaat-notaris als beheersexecuteur uitsluitend gehouden is rekening en verantwoording af te leggen aan de erfgenamen. De zoon is de enig erfgenaam en klaagster beschikt niet over een volmacht van de zoon om namens hem een klacht in te dienen. De kamer verklaart klaagster daarom niet-ontvankelijk bij klachtonderdeel 2), behoudens voor zover hierin aan de orde wordt gesteld dat de notaris heeft toegezegd om (dossier)onderzoek te doen naar de wilsbekwaamheid van erflater. Van een notaris mag worden verwacht dat hij kennis neemt van de inhoud van de aan hem gerichte correspondentie en daar zo nodig deugdelijk en tijdig op reageert. De kamer is van oordeel dat de notaris de vraag van klaagster niet inhoudelijk onbeantwoord had mogen laten. De notaris heeft onvoldoende rekening gehouden met de belangen van klaagster en zijn zorgplicht onvoldoende in acht genomen. Gelet op het voorgaande zal de kamer dit klachtonderdeel gegrond verklaren.De kamer concludeert dat niet voldoende aannemelijk is gemaakt dat er ten tijde van de bezoeken van de kandidaat-notaris sprake was van wilsonbekwaamheid bij erflater en oordeelt dat de kandidaat-notaris zorgvuldig heeft gehandeld door de wilsbekwaamheid van erflater te beoordelen op basis van haar eigen waarnemingen. De kamer verklaart klachtonderdeel 3) ongegrond.De notaris heeft ter zitting aangevoerd dat hij op kantoor de nodige noodzakelijke maatregelen heeft getroffen om de geconstateerde knelpunten aan te pakken.Gezien deze inspanningen en de genomen stappen acht de kamer het niet nodig om een verdere maatregel op te leggen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:86 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/6778

    Klager verwijt de GZ-psycholoog, die werkzaam is in de PI waar klager verblijft, dat zij klager geen hulp heeft geboden bij zijn problemen en dat zij klager op een afdeling met een zwaar regime heeft laten plaatsen. Het college acht de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:188 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-141/AL/MN

    Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door geen eis in de hoofdzaak bij de OK in te stellen nadat het verlof tot het leggen van conservatoir beslag was verleend. Hierdoor is het conservatoir beslag vervallen. Deze gang van zaken is schadelijk geweest voor de belangen van klaagster en is bovendien niet door verweerder vooraf met klaagster afgestemd. Het nalaten om een eis in de hoofdzaak in te stellen, levert een beroepsfout op die raakt aan de kernwaarde deskundigheid op het gebied van beslag en executierecht. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:157 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-014/DH/RO

    Raadsbeslissing. Verweerster is tekortgeschoten in haar communicatie met en bijstand aan klaagster. Zij heeft belangrijke informatie en adviezen niet vastgelegd, waardoor niet kan worden vastgesteld dat verweerster klaagster daadwerkelijk heeft geïnformeerd en geadviseerd. Verweerster heeft klaagster ook niet op de hoogte gehouden van de te verwachten kosten, zoals wel was afgesproken. Na het teleurstellende vonnis heeft verweerster klaagster bovendien niet voorzien van een deugdelijk advies over het instellen van hoger beroep. Verweerster heeft daarmee op meerdere punten en momenten tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld jegens klaagster. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:189 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-361/AL/OV

    Voorzittersbeslissing. Klager heeft te laat geklaagd. Van een verschoonbare termijnoverschrijding is de voorzitter niet gebleken. Niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:158 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-057/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht tegen de deken. De klacht ziet op de manier waarop verweerster met een brief van klager is omgegaan. Volgens klager betrof de brief een klacht die verweerster in behandeling had moeten nemen. De brief bevat echter geen concrete klacht, maar een verzoek om reactie c.q. duidelijkheid op vragen. Op die brief is door de deken correct en zakelijk gereageerd. Verweerster valt geen tuchtrechtelijk verwijt te maken.