Zoekresultaten 1351-1360 van de 46595 resultaten
-
ECLI:NL:TACAKN:2025:56 Accountantskamer Zwolle 24/3768 Wtra AK
- Datum publicatie: 25-07-2025
- Datum uitspraak: 25-07-2025
- ECLI:NL:TACAKN:2025:56
Klagers in deze zaak zijn twee advocaten en de besloten vennootschap (B.V.) waarbinnen zij hun onderneming uitoefenen. De advocaten, die aanvankelijk werkzaam waren binnen een maatschap, hebben besloten om hun onderneming als B.V. voort te zetten. Betrokkene zou de financiële administratie van de onderneming verzorgen en fiscale werkzaamheden verrichten. Klagers menen dat betrokkene verzuimd heeft om tijdig aangifte inkomstenbelasting (IB) te doen. Ook menen zij dat betrokkene ten onrechte stukken heeft achtergehouden nadat de opdracht was beëindigd. De klacht is ongegrond. Betrokkene heeft voldoende onderbouwd dat er te veel onzekerheden waren om vóór 1 mei 2023 en 1 mei 2024 de (voorlopige) aangiften IB over het voorgaande jaar in te kunnen dienen. Er waren op dat moment onvoldoende financiële gegevens beschikbaar om op verantwoorde wijze die aangiften op te stellen en in te dienen. Een deugdelijke schatting van de inkomsten was op dat moment dan ook niet mogelijk. Betrokkene heeft de afgifte van de door klagers gevraagde stukken mogen weigeren. Hij heeft enkel stukken achtergehouden die door hem zijn vervaardigd en bewerkt. Klagers hadden facturen niet betaald en betrokkene had kosten gemaakt in verband met het vervaardigen van deze stukken.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:88 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7748
- Datum publicatie: 25-07-2025
- Datum uitspraak: 23-07-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:88
Klacht tegen een huisarts. Klaagster kwam bij de huisarts in verband met obstipatie, bloed bij de ontlasting en buikpijn. De huisarts onderzocht en behandelde klaagster voor deze klachten vanaf januari 2024. Enkele maanden later bleek dat klaagster een rectumcarcinoom had. Klaagster verwijt de huisarts dat zij haar te laat heeft doorverwezen naar een specialist. Het college is van oordeel dat niet is gebleken dat de handelswijze van de huisarts voor vertraging in de verwijzing heeft gezorgd en verklaart de klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:83 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7764
- Datum publicatie: 23-07-2025
- Datum uitspraak: 22-07-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:83
Klacht tegen een psychiater gegrond. Maatregel: berisping. De klacht gaat over een door verweerder opgesteld keuringsrapport rijgeschiktheid van klager, waarin werd geconcludeerd dat klager niet rijgeschikt was. Klager was het daar niet mee eens en liet een onafhankelijke herkeuring doen, daaruit kwam naar voren dat er geen beperkingen waren. Het college oordeelt dat verweerder in het rapport op onvoldoende inzichtelijke en consistente wijze uiteen heeft gezet op welke gronden de conclusies van het rapport steunen. Verweerder heeft in dit geval op meerdere onderdelen onvoldoende blijk gegeven van de vereiste vakkundigheid en zorgvuldigheid, niet alleen bij het afnemen van het onderzoek maar ook bij het opstellen van de rapportage. Gelet op de opstelling van verweerder in de aan deze procedure voorafgaande correspondentie tussen hem en klager en ook in de procedure voor het tuchtcollege heeft verweerder weinig zelfinzicht en -reflectie getoond, berisping daarom passend en geboden.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:84 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8321
- Datum publicatie: 23-07-2025
- Datum uitspraak: 22-07-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:84
Voorzittersbeslissing kennelijk niet-ontvankelijk. Klacht van nabestaande van patiënt tegen – niet bij de behandeling betrokken – bestuurder/leidinggevende, tevens arts.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:85 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8322
- Datum publicatie: 23-07-2025
- Datum uitspraak: 22-07-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:85
Voorzittersbeslissing kennelijk niet-ontvankelijk. Klacht van nabestaande van patiënt tegen – niet bij de behandeling betrokken – bestuurder/leidinggevende, tevens arts.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:86 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8329
- Datum publicatie: 23-07-2025
- Datum uitspraak: 22-07-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:86
Voorzittersbeslissing kennelijk ongegrond. Klacht van nabestaande van patiënt tegen een aios over het niet (laten) doen van een melding.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:136 Hof van Discipline 's Gravenhage 240337
- Datum publicatie: 22-07-2025
- Datum uitspraak: 21-07-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:136
Klacht tegen advocaat wederpartij. Verweerder heeft de wederpartij van klager bijgestaan in een tussen hen lopend huurgeschil. Klager verwijt verweerder dat hij in strijd met artikel 15 van de Gedragsregels zijn wederpartij heeft bijgestaan, terwijl klager in het verleden door meerdere, (deels) thans huidige collega’s van verweerder is bijgestaan. De raad heeft geoordeeld dat de klacht van klager over belangenverstrengeling niet slaagt. Het hof is van oordeel dat er – gelet op de langdurige advocaat/cliënt-relatie van klager met een kantoorgenoot van verweerder, die bovendien ook kantoorgenoot van verweerder was gedurende een deel van de periode dat deze langdurige advocaat/cliënt - relatie bestond – sprake is van redelijke bezwaren aan de zijde van klager, zodat niet is voldaan aan de in gedragsregel 15 lid 3 opgesomde cumulatieve voorwaarden. Het hof verwijt verweerder dat hij klager niet in de gelegenheid heeft gesteld voorafgaand aan zijn optreden voor de wederpartij van klager aan te geven of hij redelijke bezwaren tegen dit optreden had. Het hof legt alsnog de maatregel van waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:137 Hof van Discipline 's Gravenhage 240336
- Datum publicatie: 22-07-2025
- Datum uitspraak: 21-07-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:137
Klacht tegen advocaat wederpartij. De gebeurtenissen waarop de klacht ziet en ten aanzien waarvan klager verweerder een verwijt maakt hebben plaatsgevonden vóór 2016. Klager heeft destijds een klacht ingediend, die na verzet door de raad ongegrond is verklaard. Het hof heeft het hoger beroep tegen deze beslissing verworpen. Klager dient in 2024 wederom een klacht in tegen verweerder op grond van dezelfde verwijten en wenst een herbeoordeling van de klacht (omdat bij fraude geen sprake kan zijn verjaring). De raad heeft geoordeeld dat al onherroepelijk op de klacht is beslist en dat deze op grond van het bepaalde in artikel 47b Advocaten niet opnieuw kan worden ingediend; van nieuwe feiten en omstandigheden is niet gebleken. De raad heeft de klacht niet-ontvankelijk verklaard. Het hof komt tot hetzelfde oordeel en bekrachtigt het oordeel van de raad.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:138 Hof van Discipline 's Gravenhage 250216
- Datum publicatie: 22-07-2025
- Datum uitspraak: 17-07-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:138
Afwijzende verwijzing. Een klacht tegen een deken is geen middel om de inhoud van een andere zaak, waarin een rechtsmiddel openstaat, ter discussie te stellen. Klager kan het onderzoek naar en de afwijzende beslissing op zijn verzoek aan verweerder om een advocaat aan te wijzen ter discussie stellen binnen de kaders van een beklagprocedure op grond van artikel 13 Advw. Klager heeft het beschikbare rechtsmiddel ook ingesteld.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:182 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8133
- Datum publicatie: 22-07-2025
- Datum uitspraak: 22-07-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:182
Deels gegronde klacht tegen een psychiater. Klaagster heeft een onderzoek ondergaan bij de psychiater naar een mogelijke autismespectrumstoornis. Zij klaagt over de bejegening en de wijze van onderzoek. Daarnaast is zij van mening dat de psychiater een verkeerde diagnose heeft gesteld. Het college is van oordeel dat de psychiater onvoldoende onderzoek heeft gedaan om de door hem getrokken conclusie dat geen sprake was van ASS en (hooguit) van een communicatiestoornis (voldoende) te onderbouwen. Zo kon van de psychiater verwacht worden dat hij alle zogenoemde B-criteria van de DSM-5 naar ASS had doorgenomen bij zijn onderzoek en uitleg. Verder had mogen worden verwacht dat de psychiater een heteroanamnese en een uitgebreidere ontwikkelingsanamnese had afgenomen en de resultaten van de eerder afgenomen NIDA-vragenlijsten had geïntegreerd in zijn oordeel. Dit klachtonderdeel is dan ook gegrond. Volgt een berisping.