ECLI:NL:TGZRAMS:2025:253 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8207

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2025:253
Datum uitspraak: 24-10-2025
Datum publicatie: 24-10-2025
Zaaknummer(s): A2025/8207
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen: Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Kennelijk ongegronde klacht tegen een tandarts. Klaagster is ontevreden over twee consulten, dat ze beide keren te lang heeft moeten wachten, onvoldoende uitleg heeft gekregen over voedingssupplementen en dat de tweede behandeling niet zorgvuldig is uitgevoerd. Dat klaagster heeft moeten wachten is vervelend, maar leidt niet tot een tuchtrechtelijk verwijt. Het is niet ongebruikelijk dat de tandarts heeft gewezen op voedingssupplementen, een verwijzing naar een website is voldoende. De werkwijze rondom de verdoving is niet onzorgvuldig geweest. Overige klachtonderdelen ook kennelijk ongegrond. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM

Beslissing in raadkamer van 24 oktober 2025 op de klacht van:

A,
wonende in B,
klaagster,

tegen

C,
tandarts,
werkzaam in D,
verweerster, hierna ook: de tandarts.

1. De zaak in het kort
1.1 Klaagster is eind 2024 tweemaal op consult geweest bij de tandarts. Over beide consulten is klaagster ontevreden. Zij vindt dat ze beide keren lang in de wachtkamer heeft moeten wachten, dat zij onvoldoende uitleg heeft gekregen over voedingssupplementen en dat de behandeling tijdens het tweede consult (behandeling van cariës) niet zorgvuldig is uitgevoerd. Ook heeft klaagster geen reactie gekregen op de klacht die zij bij de tandartspraktijk heeft ingediend. De tandarts voert verweer.

1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’ betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht niet gegrond kan worden verklaard. Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure is verlopen. Daarna licht het college de beslissing toe.

2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift, ontvangen op 17 maart 2025;
- het verweerschrift;
- het patiëntendossier, ontvangen van de tandarts op 24 april 2025;
- het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek, gehouden op 17 juni 2025.

2.2 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college de zaak beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig waren.

3. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
3.1 De vraag is of de tandarts de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende tandarts. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de tandarts geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden.

3.2 Het college oordeelt dat de tandarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Zij licht dat hieronder toe.

Het consult op 21 november 2024
3.3 Klaagster stelt dat zij voorafgaand aan haar eerste afspraak bij de tandarts, op 21 november 2024, uren heeft moeten wachten voordat zij geholpen werd. Ook stelt zij dat de behandeling veel te snel verliep en dat zij onvoldoende uitleg kreeg over door de tandarts voorgeschreven supplementen.

3.4 De tandarts bevestigt dat klaagster niet op het afgesproken tijdstip is geholpen. De tijd van de uitloop bedroeg volgens de tandarts tweeëntwintig minuten. Volgens de tandarts heeft zij hier bij binnenkomst van klaagster excuses voor gemaakt. De tandarts betwist dat zij onvoldoende tijd heeft genomen voor het consult. Wat betreft de door klaagster genoemde supplementen legt de tandarts uit dat zij soms advies geeft over voeding en voedingssupplementen. De tandarts kruist dan aan op een formulier welke vitaminen zij adviseert en verwijst daarbij naar een website waarop uitgebreide informatie te vinden is over de voedingssupplementen.

3.5 Het college stelt vast dat klaagster voorafgaand aan het consult enige tijd heeft moeten wachten. Mogelijk leek de wachttijd voor klaagster gevoelsmatig langer, omdat zij ruim voorafgaand aan het consult al aanwezig was. Dat klaagster moest wachten is vervelend voor haar, maar leidt niet tot een tuchtrechtelijk te maken verwijt. Dat de tandarts vervolgens onvoldoende tijd zou hebben genomen voor het consult is door de tandarts betwist en door klaagster niet onderbouwd, dus daarover kan het college geen oordeel geven. Dat de tandarts klaagster gewezen heeft op de mogelijkheid van het slikken van voedingssupplementen is niet ongebruikelijk. De tandarts is echter niet verplicht om ook nog een uitgebreide uitleg over voedingssupplementen te geven. Een verwijzing naar een website waar meer informatie te vinden is, is voldoende. Bovendien heeft klaagster niet gesteld dat zij de tandarts om meer informatie hierover heeft gevraagd.

3.6 Het voorgaande betekent dat de tandarts tijdens het consult op 21 november 2024 niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

Het consult op 31 december 2024
3.7 Ook over de tweede afspraak stelt klaagster dat zij (te) lang heeft moeten wachten voordat zij werd geholpen. Klaagster is daarnaast van mening dat zij voorafgaand aan de behandeling, waarbij cariës aan haar verstandskies (element 48) werd gerestaureerd, een te lichte verdoving heeft gekregen. Volgens klaagster nam de tandarts haar pijnklachten in eerste instantie niet serieus. Pas nadat klaagster moest huilen van de pijn gaf de tandarts haar een zwaardere verdoving, waarna klaagster opnieuw in de wachtkamer moest plaatsnemen en de tandarts eerst een andere patiënt hielp. Klaagster heeft verder gezegd dat zij eenmaal thuis merkte dat er aan de zijkant van haar verstandskies een stukje leek te ontbreken. Klaagster heeft een klacht ingediend bij de tandartsenpraktijk, maar zij heeft hier geen reactie op gehad.

3.8 De tandarts stelt dat klaagster ook voorafgaand aan de tweede afspraak een kleine twintig minuten heeft moeten wachten, waarvoor ook die keer excuses zijn gemaakt. Over de verdoving licht de tandarts toe dat zij in eerste instantie had gekozen voor een lokale intraligamentaire verdoving, vanwege de wens van klaagster voor een minimaal invasieve behandeling. Tijdens de behandeling bleek er sprake te zijn van diepe vergevorderde cariës en de behandeling verliep moeizaam. Klaagster reageerde, zowel vocaal als fysiek, op pijnprikkels waarna de tandarts besloot de behandeling te onderbreken. Zij stelde voor om een mandibulair blok te zetten en deze verdoving in te laten werken in de wachtkamer. Klaagster stemde hiermee in. Nadat de verdoving was ingewerkt is de behandeling voortgezet en is deze goed verlopen. Na het voltooien van de restauratie heeft de tandarts nog nagepraat met klaagster en in de beleving van de tandarts was de behandeling daarmee tot een goed einde gebracht. De tandarts heeft klaagster sindsdien niet meer gezien. Met betrekking tot de bij de praktijk ingediende klacht merkt de tandarts op dat de afhandeling van de klacht intern is misgelopen. Zij biedt daarvoor haar excuses aan. Verder legt zij uit dat zij na ontvangst van de tuchtklacht advies heeft ingewonnen en ervoor gekozen heeft via de procedure bij het tuchtcollege te reageren op de klacht.

3.9 Met betrekking tot de wachttijd verwijst het college naar haar oordeel onder 3.5. Verder oordeelt het college als volgt. Dat de tandarts pas nadat klaagster op heftige wijze aangaf dat zij pijn had een mandibulair blok heeft gezet is niet onzorgvuldig. Een lokale intraligamentaire verdoving, die de tandarts eerst heeft gegeven, werkt normaal gesproken goed voor de behandeling die klaagster kreeg. Dat dit dus de eerste keuze was van de tandarts kan het college goed volgen. Een mandibulair blok is een meer invasieve methode, omdat dit een groter gebied in de mond verdooft. Dit heeft voordelen, maar ook nadelen, omdat patiënten langer klachten houden nadat de verdoving is uitgewerkt dan bij een lokale intraligamentaire verdoving. De verdoving door een mandibulair blok heeft ook even tijd nodig om in te werken. Dat de tandarts klaagster daarom weer in de wachtkamer liet plaatsnemen en zij tussendoor een andere patiënt hielp, acht het college niet onzorgvuldig.

3.10 Wat het uiteindelijke behandelresultaat van klaagsters verstandskies betreft, heeft het college op basis van het medisch dossier vastgesteld dat deze door de tandarts technisch adequaat is uitgevoerd. Klaagster heeft daarover ook niet geklaagd. Voor zover klaagster met de opmerking dat er aan de zijkant van haar verstandskies een stukje leek te ontbreken een klacht heeft willen indienen over de esthetiek van de kies, oordeelt het college dat deze klacht onvoldoende duidelijk is en onvoldoende onderbouwd is.

3.11 Wat betreft het uitblijven van een reactie van de tandarts op de klacht die klaagster heeft ingediend bij de tandartsenpraktijk merkt het college op, zoals de tandarts zelf ook erkent, dat het spijtig is dat dit zo is gegaan. Dat de tandarts uiteindelijk niet meer richting klaagster heeft gereageerd nadat zij de tuchtklacht had ontvangen, is daarentegen niet onbegrijpelijk en niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.

3.12 Het voorgaande betekent dat de tandarts tijdens het consult op 31 december 2024 en daarna niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

Slotsom
3.13 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat alle onderdelen van de klacht kennelijk ongegrond zijn.

4. De beslissing
De klacht is in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.

Deze beslissing is gegeven op 24 oktober 2025 door G.F.H. Lycklama à Nijeholt, voorzitter, K.M. Volker, lid-jurist, R.J. Overmars, G.L.M.M. van der Werff en J.W. Prakken, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door R. van der Vaart, secretaris.