ECLI:NL:TGZRAMS:2025:252 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8141

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2025:252
Datum uitspraak: 24-10-2025
Datum publicatie: 24-10-2025
Zaaknummer(s): A2025/8141
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen: Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Kennelijk ongegronde klacht tegen een tandarts. De tandarts heeft bij klager het eerste deel van een wortelkanaalbehandeling uitgevoerd. Klager is onder meer van mening dat de behandeling die hij heeft ondergaan onzorgvuldig is uitgevoerd, waarbij ernstige complicaties zijn ontstaan. Verder verwijt hij de tandarts de ernst van de situatie te hebben onderschat en een gebrek aan adequate communicatie en begeleiding door de tandarts. De tandarts heeft adequaat gehandeld. Niet gebleken van lekkage van natriumhypochloriet. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.


REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM

Beslissing in raadkamer van 24 oktober 2025 op de klacht van:

A,
wonende te B,
klager,
gemachtigde: C,

tegen

D,
tandarts,
werkzaam te B,
verweerster, hierna ook: de tandarts,
gemachtigde: mr. K. Zeylmaker, werkzaam te Leusden.

1. De zaak in het kort
1.1 De tandarts heeft bij klager het eerste deel van een wortelkanaalbehandeling uitgevoerd. Klager is onder meer van mening dat de behandeling die hij heeft ondergaan onzorgvuldig is uitgevoerd, waarbij ernstige complicaties zijn ontstaan. Verder verwijt hij de tandarts de ernst van de situatie te hebben onderschat en een gebrek aan adequate communicatie en begeleiding door de tandarts.

1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’ betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen, omdat op voorhand duidelijk is dat de klacht niet gegrond kan worden verklaard. Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure is verlopen. Daarna licht het college de beslissing toe.

2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 10 februari 2025;
- het verweerschrift met de bijlagen;
- het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek met bijlagen, gehouden op 12 juni 2025.

2.2 Klager was niet aanwezig bij het mondeling vooronderzoek en werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. De tandarts was aanwezig tezamen met haar gemachtigde.

2.3 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college de zaak beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig waren.

3. De feiten
3.1 Op 24 januari 2025 had klager voor het eerst een consult bij de tandarts in verband met een zwelling en pijn aan kies 15. Bij dit consult was ook de gemachtigde van klager aanwezig. De tandarts heeft de zwelling bekeken en een foto gemaakt. Aan klager is antibiotica voorgeschreven om de ontsteking (zwelling) te behandelen, zodat daarna verdere behandeling van de kies kon plaatsvinden.

3.2 Op 3 februari 2025 is een start gemaakt met de wortelkanaalbehandeling van kies 15. Ook bij dit consult was klager vergezeld van zijn gemachtigde, maar de gemachtigde is weggegaan voordat de behandeling was afgerond. Later die dag is de tandarts gebeld door de gemachtigde van klager in verband met pijnklachten die klager na de behandeling ervoer. De tandarts bevond zich toen op een andere praktijklocatie en heeft klager uitgenodigd om daar langs te komen. Klager is naar die locatie toegegaan, maar wenste geen verdere behandeling of controle. Evenmin wilde klager sterkere pijnmedicatie hebben (600 mg ibuprofen bruis), die door de tandarts werd aangeboden. Klager heeft vervolgens de praktijk verlaten.

3.3 In de daaropvolgende dagen is nog op verschillende momenten (telefonisch, per email en WhatsApp) contact geweest tussen klager en (collega’s van) de tandarts. Klager heeft ervoor gekozen de behandeling niet voort te zetten bij de praktijk van de tandarts.

4. De klacht en de reactie van de tandarts
4.1 Klager verwijt de tandarts dat zij:
a) onduidelijke en inadequate informatie heeft verstrekt;
b) een grove fout heeft gemaakt tijdens de behandeling;
c) de ernst van de complicatie niet heeft onderkend;
d) onvoldoende nazorg heeft gegeven.

4.2 De tandarts heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.

4.3 Het college gaat hierna verder in op de standpunten van partijen.

5. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1 De vraag is of de tandarts de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende tandarts. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de tandarts geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden.

Klachtonderdeel a) onduidelijke en inadequate informatieverstrekking
5.2 Klager vindt dat zijn situatie vanaf het eerste moment niet serieus is genomen en er geen duidelijke uitleg of begeleiding is geboden door de tandarts. De tandarts bestrijdt dat zij klager niet serieus zou hebben genomen en voert aan dat zij vooraf met klager de behandeling heeft besproken, evenals de mogelijke bijwerkingen en gevolgen, zoals napijn.

5.3 De tandarts heeft verklaard, en dit volgt ook uit het tandheelkundig dossier, dat tijdens het eerste consult op 24 januari 2025 aan klager de mogelijkheid van een wortelkanaalbehandeling van kies 15 is voorgesteld in plaats van de door klager gewenste extractie, zodat de kies behouden zou blijven. In het dossier is vermeld dat klager hierover wilde nadenken. Aan klager is een begroting van de kosten toegezonden. Klager heeft vervolgens gekozen voor de wortelkanaalbehandeling, die de tandarts op 3 februari 2025 heeft uitgevoerd.

5.4 Het college overweegt hierover het volgende. Klager heeft niet concreet gemaakt welke informatie niet aan hem zou zijn verstrekt. Het college stelt vast dat klager na het eerste consult enige tijd bedenktijd heeft gehad. Eventuele vragen had hij in die periode aan de tandarts kunnen voorleggen. Het college ziet dan ook geen aanleiding voor de stelling van klager dat de tandarts hem onvoldoende heeft voorgelicht. Het college heeft evenmin aanleiding om aan te nemen dat klager door de tandarts onvoldoende serieus is genomen. Tijdens het eerste consult is de zwelling bekeken, zijn foto’s gemaakt en is een advies voor vervolgbehandeling gegeven. Hiermee heeft de tandarts adequaat gehandeld. Het klachtonderdeel is ongegrond.

Klachtonderdeel b) uitvoering behandeling
5.5 Volgens klager heeft de tandarts een grove fout gemaakt tijdens de behandeling, omdat er mogelijk door de wortel heen is geprikt, waardoor natriumhypochloriet in het omliggende weefsel is gelekt met ernstige zwelling en bloeduitstortingen tot gevolg. Klager heeft ter onderbouwing van zijn klacht aangevoerd dat hij op 3 februari 2025 met zijn huisarts overleg heeft gehad en dat uit dit overleg bleek dat sprake was van een chemische reactie als gevolg van het natriumhypochloriet dat in zijn wang was terechtgekomen.

5.6 De tandarts heeft uitgelegd dat zij op 3 februari 2025 onder verdoving een reguliere zenuwbehandeling heeft uitgevoerd. De kies van klager is open- en schoongemaakt en gevijld. Vervolgens is de kies van klager gevuld met composiet. Klager is daarna zonder zwelling of pijn vertrokken. Toen klager later die dag op de andere praktijklocatie langskwam in verband met pijnklachten, wilde hij niet door een collega-tandarts worden bekeken. Ook wilde hij geen medicatie.

5.7 Het college overweegt het volgende. Klager heeft zijn standpunt niet afdoende onderbouwd. Dat er natriumhypochloriet is gelekt, staat daarom niet vast en dus evenmin dat dit de pijnklachten van klager heeft veroorzaakt. Het college heeft ook overigens geen aanknopingspunten dat de behandeling onzorgvuldig is uitgevoerd. Dat klager na de behandeling pijnklachten heeft ervaren, betekent niet dat de tandarts bij behandeling niet lege artis heeft gehandeld. Tijdens een wortelkanaalbehandeling worden de kanalen wijder gemaakt door te vijlen. Door de verdoving voelt de patiënt tijdens de behandeling geen pijn. De verdoving is over het algemeen na één tot anderhalf uur uitgewerkt en dan ondervinden de meeste patiënten napijn. Door het nemen van pijnstilling (ibuprofen) is die pijn meestal na één à twee dagen weg. Dat bij klager sprake is geweest van een uitzonderlijke situatie die anders handelen noodzakelijk maakte en dat zijn klachten ontstonden omdat de tandarts dit niet heeft gedaan kan het college bij gebreke van een onderbouwing niet vaststellen. Dit klachtonderdeel is ongegrond.

Klachtonderdeel c) niet onderkennen van de ernst van de complicatie
5.8 Klager verwijt de tandarts dat zij ondanks duidelijke tekenen van een ernstige complicatie bleef volhouden dat het vanzelf zou genezen met enkel pijnstilling.

5.9 In het voorgaande heeft het college geconstateerd dat niet vaststaat dat sprake is geweest van een lekkage van natriumhypochloriet. De door klager gestelde ernstige complicatie is dan ook niet vast komen te staan.

5.10 Het college heeft wel vastgesteld dat de tandarts, toen de gemachtigde van klager telefonisch contact opnam vanwege pijnklachten, klager heeft uitgenodigd om nogmaals naar de praktijk te komen. Van de gelegenheid om verder onderzoek te doen, heeft klager echter geen gebruik gemaakt. Daardoor is er geen mogelijkheid geweest om de pijnklachten van klager te beoordelen. De tandarts heeft toen aangeboden een hogere dosis pijnmedicatie voor te schrijven. Dit wilde klager niet. Het college oordeelt dat de tandarts in deze omstandigheden adequaat en zorgvuldig heeft gereageerd. Het klachtonderdeel is ongegrond.

Klachtonderdeel d) onvoldoende nazorg
5.11 Klager verwijt de tandarts dat zij enkel pijnstilling heeft aangeboden, terwijl er meer aan de hand was dan napijn. Dit was volgens klager al duidelijk in de middag van 3 februari 2025 en de tandarts had dit moeten inzien.

5.12 Het college heeft in het voorgaande al uiteengezet dat er geen aanleiding is voor de conclusie dat de tandarts niet lege artis heeft gehandeld en dat zij, gelet op de omstandigheden, met het aanbieden van pijnstilling adequaat en zorgvuldig heeft gereageerd op de klachten van klager. Op 5 februari 2025 is er nog contact geweest tussen de tandarts(praktijk) en klager en is door de tandarts aangeboden de behandeling af te maken; door haarzelf of een collega. Klager is echter niet meer naar de praktijk gekomen. Het college ziet niet waar de nazorg gebrekkig is geweest. Dat klager geen gebruik heeft gemaakt van het aanbod tot nader onderzoek door een collega-tandarts, nadere pijnstilling weigerde en niet meer naar de praktijk is gekomen, komt voor zijn eigen rekening en risico. Dit klachtonderdeel is ongegrond.

Slotsom
5.13 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat alle onderdelen van de klacht kennelijk ongegrond zijn.

6. De beslissing
De klacht is in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.

Deze beslissing is gegeven op 24 oktober 2025 door G.F.H. Lycklama à Nijeholt, voorzitter, K.M. Volker, lid-jurist, R.J. Overmars, G.L.M.M. van der Werff en J.W. Prakken, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door R. van der Vaart, secretaris.