Zoekresultaten 13581-13590 van de 46787 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:227 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200168

    Beklag ex art. 13 AW. Beroep van deken op ne bis in idem slaagt. Klager heeft voor dezelfde zaak opnieuw verzocht om aanwijzing van een advocaat. De door klager aangevoerde feiten leiden niet tot een andere beoordeling dan die van het hof in de beslissing van 15 maart 2019. Het beklag wordt dan ook ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2020:49 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2019/36

    Dierenarts wordt verweten niet tijdig te hebben onderkend dat een hond een beginnende tumor in de darmen had. Gegrond in de zin dat de dierenarts na het voorschrijven van dieetvoer een te afwachtende houding heeft aangenomen en de regie over de zorg voor de hond niet in eigen hand heeft gehouden. Gegrond waarschuwing.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2020:10 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2020/05

    Het Veterinair Beroepscollege is evenals de klachtambtenaar en het Veterinair Tuchtcollege van oordeel dat de dierenarts door het herhaaldelijk toepassen van te lage doseringen van het vaccin Clone-30 – niet 1:2, maar 1:5 of 6, of nog lager – bij de preventieve vaccinaties op de pluimveebedrijven heeft gehandeld in strijd met de bijsluiter en de registratiebeschikking. Het Veterinair Beroepscollege is evenals het Veterinair Tuchtcollege van oordeel dat de dierenarts daarmee in strijd heeft gehandeld met het verbod in artikel 2.8, eerste lid, onder c, van de Wet dieren, om diergeneesmiddelen toe te passen in strijd met de voorschriften en beperkingen als bedoeld in artikel 2:19, derde lid, onder a, van de Wet dieren, die zijn verbonden aan de vergunning die ten behoeve van dat diergeneesmiddel is verstrekt. Het Veterinair Beroepscollege verwerpt het beroep en bepaalt dat de maatregel van onvoorwaardelijke schorsing door het Veterinair Tuchtcollege ingaat op vrijdag 13 november 2020 te 00.00 uur.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2020:59 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 19212

    Verwijt aan huisarts dat hij zonder overleg met de vaatchirurg en zonder klaagster te informeren over de risico’s, heeft geadviseerd te stoppen met medicatie, dat hij haar onheus heeft bejegend toen zij om uitleg vroeg en dat hij niet tijdig de juiste diagnose heeft gesteld. Noodzakelijk overleg met de vaatchirurg heeft niet plaatsgevonden. Ten onrechte geen regie genomen over noodzakelijke controlemomenten. Wijze van bejegening kan niet worden vastgesteld. Onvoldoende concrete onderbouwing van het verwijt over de diagnose. Gedeeltelijk gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:94 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-339/DB/ZWB

    Advocaat heeft klaagster niet gewezen op haar rechtpositie na een veroordelend vonnis, noch op een fatale beroepstermijn en nagelaten hoger beroep in te stellen tegen dit vonnis, althans nagelaten klaagster tijdig duidelijkheid te verstrekken of hij haar zou bijstaan. Door dit laatste is haar de mogelijkheid ontnomen zich tijdig tot een andere advocaat te wenden met het verzoek hoger beroep in te stellen. Klacht gegrond. Berisping Kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:160 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-225

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Klachtonderdelen niet dan wel onvoldoende onderbouwd. Niet gebleken van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:221 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200054

    Klacht over advocaat wederpartij door een vennootschap en een bestuurder daarvan. Hoger beroep ingesteld door klagers. Het hof overweegt dat verweerder bij de behartiging van de belangen van zijn cliënt, een bank, niet buiten de aan hem toekomende vrijheid is getreden. Het betrof een vrije keus van de cliënt van verweerder om een geschil over boeterente op een procedure te laten aankomen. Verweerder heeft de belangen van de vennootschap niet onnodig of onevenredig geschaad. Het hof acht de medebestuurder niet-ontvankelijk bij gebrek aan een rechtstreeks belang. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad (ongegrondverklaring) voor het overige.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:154 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-151

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij. Verweerster heeft de grenzen van de haar toekomende vrijheid als advocaat van de wederpartij van klaagster niet overschreden. Niet gebleken dat verweerster onjuistheden heeft verkondigd op een zitting. Klaagster heeft in twee jaar tijd acht klachten over verweerster ingediend die niet tot een gegrondverklaring van enig klachtonderdeel hebben geleid. Klaagster moet er dan ook ernstig rekening mee houden dat een volgende klacht niet in behandeling zal worden genomen vanwege misbruik van recht. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:148 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-817

    Raadsbeslissing. Klacht met elf onderdelen over de eigen advocaat. Door niet op de rolzitting te reageren, dit niet met klager te communiceren en het aan te laten komen op een akte niet-dienen, heeft verweerder niet gehandeld zoals het een zorgvuldig en redelijk handelend advocaat betaamt. Dat is tuchtrechtelijk verwijtbaar. Verder is verweerder ook in het geval van betwisting van de verrekening dan wel de vrijwaring gehouden om het geldbedrag op de derdengeldenrekening dat aan klager toebehoort naar klager over te maken. Door dit niet te doen en te wachten totdat klager het formulier ‘betalingsopdracht en verrekening’ terugstuurt, heeft verweerder in strijd gehandeld met artikel 6.19 van de Voda en ook tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Tot slot heeft verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door niet vooraf met klager te overleggen over het tegenvoorstel van de wederpartij, althans niet schriftelijk vast te leggen dat dit is gebeurd en dat klager daadwerkelijk akkoord was met het voorstel. Drie klachtonderdelen gegrond, de overige klachtonderdelen ongegrond. Voorwaardelijke schorsing van zestien weken.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:128 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-035

    Klacht niet-ontvankelijk tegen een internist. Vast staat dat beklaagde geen behandelrelatie heeft of heeft gehad met klaagster. Het betreft hier handelingen van een BIG-geregistreerde in de privésfeer. In het licht van jurisprudentie en de Memorie van Toelichting oordeelt het College dat de gedragingen van beklaagde niet in strijd zijn met hetgeen een behoorlijk beroepsbeoefenaar betaamt. Daarbij heeft beklaagde de uitlatingen waarover wordt geklaagd uitsluitend gedaan in zijn hoedanigheid van preses van de kerkenraad, waarbij hij zich in de overgelegde e-mails steeds heeft gepresenteerd als privépersoon en niet als arts. Er is geen sprake van weerslag op het belang van de individuele gezondheidszorg. Klaagster niet-ontvankelijk verklaard en publicatie van de beslissing.