Zoekresultaten 13581-13590 van de 48210 resultaten

  • ECLI:NL:TGDKG:2021:31 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/683814 / DW RK 20/213

    De gerechtsdeurwaarder heeft niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door het vonnis, dat uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, te executeren. De gerechtsdeurwaarder hoefde na de inhoudelijke reactie van de gemachtigde van klager geen (nadere) termijn te bieden voor vrijwillige nakoming van het verschuldigde bedrag. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:56 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-097b

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verloskundige. Het College overweegt dat er voor de verloskundige goede redenen waren om zich zorgen te maken over het eetpatroon en de (mogelijke) effecten daarvan op de gezondheidstoestand van het gezin, in het bijzonder de kinderen, de (nog ongeboren) baby en klaagster. Daarnaast vormde het tekort aan ijzer bij klaagster daadwerkelijk een gevaar als klaagster bij de bevalling erg zou gaan bloeden. Uit het dossier blijkt dat de verloskundige een eventuele melding aan Veilig Thuis tevoren met klagers heeft besproken en heeft aangekondigd dat, als de huisarts en het consultatiebureau de zorg van de verloskundige en haar collega zouden delen, tot die melding zou worden overgegaan. Zij werd daarbij gesteund door haar collega. Daarmee heeft de verloskundige gehandeld volgens de toepasselijke meldcode “Huiselijk geweld en kindermishandeling” en ingevolge die meldcode behoorde het ook tot haar professionele verantwoordelijkheid om zo te handelen. Zij mocht de melding dus niet achterwege laten. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2021:13 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2020/33

    Klacht tegen huisarts. Klager verwijt zijn vorige huisarts dat zij niet zou hebben meegewerkt aan een correcte en juiste dossieroverdracht aan zijn nieuwe huisarts. Zij zou hebben geweigerd bepaalde zaken in het medisch dossier te corrigeren. Daarnaast is beklaagde over klager benaderd door de GGD en heeft ze hierover niets tegen hem gezegd. Het college overweegt over het eerste verwijt dat de correctieverzoeken zijn gedaan nadat het dossier al was overgedragen. Beklaagde kon na de overdracht geen wijzigingen meer aanbrengen, nog daargelaten of de gewenste wijzigingen juist zouden zijn. Daarnaast heeft beklaagde klager niet ingelicht over het contact met de GGD, omdat zij tijdens het bewuste gesprek geen informatie over klager heeft verstrekt. Het college verklaart bij deze stand van zaken beide klachtonderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:86 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-121/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Klacht over kwaliteit van de dienstverlening deels gegrond. Het meest verstrekkende verweer van verweerder luidt dat klaagster niet in de klacht kan worden ontvangen omdat niet zij, maar haar moeder, verweerders cliënte is geweest, zodat klaagster niet over de kwaliteit van de dienstverlening van verweerder kan klagen. De raad volgt verweerder niet in dat verweer. Klaagster heeft met de door verweerder voorgestelde aanpak ingestemd en verweerder is conform de door hem voorgestelde aanpak overgegaan tot indiening van het verzoek namens de moeder. De rechtbank heeft het verzoek afgewezen, zodat geen voorlopige voorziening is getroffen en geen voorlopige door de vader aan klaagster te betalen bijdrage is vastgesteld. Omdat tussen de door verweerder geadviseerde aanpak en klaagsters (financiële) belangen een voldoende rechtstreeks verband heeft bestaan, is de raad van oordeel dat klaagster wel in haar klacht kan worden ontvangen. Niet is gebleken dat verweerder correct en volledig heeft geadviseerd over de te volgen strategie, terwijl vast staat dat de rechtbank het verzoek, onder verwijzing naar vaste jurisprudentie en als niet steunend op de wet, heeft afgewezen. De raad is van oordeel dat verweerder is tekortgeschoten in zijn bijstand en advisering, ten gevolge waarvan klaagster in haar (financiële) belangen is geschaad. De klacht is dan ook gegrond. Omdat de raad in de eveneens vandaag gegeven beslissing in de klachtzaak met kenmerk 20-879/DB/OB reeds de maatregel van waarschuwing aan verweerder heeft opgelegd, ziet de raad af van het voor het in de onderhavige klachtzaak gegrond bevonden tuchtrechtelijk verwijt opleggen van een maatregel.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:57 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-097a

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verloskundige. Het College overweegt dat er voor de verloskundige goede redenen waren om zich zorgen te maken over het eetpatroon en de (mogelijke) effecten daarvan op de gezondheidstoestand van het gezin, in het bijzonder de kinderen, de (nog ongeboren) baby en klaagster. Daarnaast vormde het tekort aan ijzer bij klaagster daadwerkelijk een gevaar als klaagster bij de bevalling erg zou gaan bloeden. De collega van de verloskundige heeft een melding gemaakt volgens de toepasselijke meldcode “Huiselijk geweld en kindermishandeling” en ingevolge die meldcode behoorde het ook tot haar professionele verantwoordelijkheid om zo te handelen. Zij mocht de melding dus niet achterwege laten. Dat de verloskundige deze melding heeft ondersteund, kan haar daarom niet worden verweten. Het College is voorts van oordeel dat de verloskundige tijdens de visite op 27 december 2018 de juiste afweging heeft gemaakt om de baby van klagers naar de kinderarts te verwijzen. Het College overweegt dat het daarbij aan de verloskundige is om in te schatten of een ambulance moet worden ingeschakeld. Daar bestaat geen verplichting toe en de situatie waarin de baby zich bevond gaf daarvoor ook geen aanleiding. De verloskundige heeft de juiste inschatting gemaakt om geen ambulance in te schakelen. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:83 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210062

    Appelverbod. Klager stelt hoger beroep in tegen een verzetsbeslissing van de raad. Op grond van artikel 46h lid 7 Advocatenwet staat tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:87 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-879/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Klacht over kwaliteit van de dienstverlening deels gegrond. Verweerder heeft onvoldoende gesteld ter onderbouwing van het verzoek tot het vaststellen van een door de man te betalen bijdrage in de kosten van het levensonderhoud en studie van de jongmeerderjarige dochter. Niet is gebleken dat verweerder klaagster correct en volledig heeft geadviseerd over de kansen en risico’s van het door klaagster namens de dochter ingediende verzoek tot vaststelling van een door de man te betalen bijdrage in het levensonderhoud en studie van de dochter. Vast staat dat de rechtbank het verzoek, onder verwijzing naar vaste jurisprudentie en als niet steunend op de wet, heeft afgewezen. De raad is van oordeel dat verweerder ook op dit punt is tekortgeschoten in zijn bijstand en advisering aan klaagster. Bij het indienen van het verzoekschrift heeft verweerder de door klaagster aangereikte stukken ter onderbouwing van het verzoek tot toevertrouwing van de zoon niet ingediend. Verweerder heeft naar voren gebracht dat hij van oordeel was dat het niet in klaagsters belang was om de stukken in het geding te brengen en dat hij om die reden van het indienen van die stukken heeft afgezien. Het moge zo zijn dat verweerder als dominus litis de leiding van de zaak heeft, maar waar het de taak van de advocaat is om een verzoek deugdelijk te onderbouwen met de voorhanden zijnde stukken en het bovendien voor verweerder duidelijk was dat klaagster er groot belang aan hechtte dat de stukken onder de aandacht van de rechter werden gebracht, had het op zijn weg gelegen om zijn negatieve advies over het in het geding brengen van de stukken schriftelijk aan klaagster uiteen te zetten, opdat hierover bij klaagster geen misverstand zou kunnen ontstaan. Verweerder heeft dit nagelaten, hetgeen hem tuchtrechtelijk moet worden aangerekend. De raad is van oordeel dat de door verweerder genoemde omstandigheden geen rechtvaardiging vormen voor het tijdsverloop tussen het in behandeling nemen van klaagsters zaak en de indiening van het verzoek voorlopige voorzieningen. Een verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen heeft immers naar zijn aard een spoedeisend karakter, zodat verweerder bij het opstellen en indienen daarvan voortvarendheid had moeten betrachten. Voor het overige ongegrond. Waarschuwing. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2021:15 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2021/69

    Klacht tegen huisarts. Klaagster wendde zich in 2019 met – onder andere – een plekje op haar bovenlip tot haar huisarts. Beklaagde dacht dat het om een koortslip ging en schreef daarop afgestemde medicatie voor. Ondanks dat de plek niet wegging bleef beklaagde er tijdens volgende consulten van uitgaan dat het om een koortslip ging. Op een bepaald moment werd klaagster door een waarnemer gezien die twijfelde en klaagster doorverwees naar de dermatoloog. Vastgesteld werd dat het plekje een plaveiselcelcarcinoom betrof. Klaagster verwijt beklaagde dat zij niet de juiste diagnose heeft gesteld en klaagster niet heeft doorverwezen. Daarnaast verwijt zij beklaagde het feit dat ze niets meer van haar heeft gehoord. Het college verklaart de klacht gegrond en legt aan beklaagde een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:84 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200222

    Klacht van curatoren over advocaat van de failliet. Nadat de raad klagers niet-ontvankelijk hebben verklaard omdat klagers het vermogensrechtelijk nadeel van de gezamenlijke schuldeisers niet voldoende concreet hebben gemaakt, verklaart het hof de curatoren in beroep ontvankelijk in hun klacht. Het hof oordeelt dat de curatoren in het onderhavige geval een klachtrecht toekomt als zij aannemelijk maken dat het beklaagde handelen van de advocaat de vermogensrechtelijke belangen van de gezamenlijke schuldeisers in brede zin raakt of kan raken, waaronder ook valt de belemmering van curatoren bij het onderzoeken van verhaalsmogelijkheden. Niet vereist is dat de curatoren daarbij concrete financiële nadelige gevolgen van de schuldeisers aantonen. In dit geval hebben de curatoren voldoende aannemelijk gemaakt dat zij door het handelen van verweerster maanden later zijn benoemd als curator, zij daardoor pas later de hen toekomende middelen voor verhaal konden inzetten en zij extra uren ten laste van de boedel hebben gemaakt voor de door verweerster geëntameerde beroepsprocedure. Hierdoor hebben de curatoren, als belangenbehartigers van de gezamenlijke schuldeisers, een eigen rechtstreeks belang voldoende aannemelijk gemaakt. De klacht van de curatoren tegen verweerster heeft het hof in beide onderdelen ongegrond verklaard. Verweerster komt als advocaat wederpartij grote vrijheid toe de belangen van haar cliënte te behartigen en zij mag daarbij in beginsel vertrouwen op de informatie die haar cliënte haar verstrekt. Dat het gerechtshof heeft overwogen dat de stellingen van verweerster de grens van het geloofwaardige overschrijden, betekent niet dat verweerster op voorhand nader onderzoek had moeten verrichten naar de juistheid van die stellingen dan wel dat zij die informatie namens haar cliënte niet mocht inbrengen. Ook stond het verweerster vrij een beroepsprocedure namens haar cliënte te entameren tegen de tussentijdse beëindiging van de WSNP, nu haar cliënte daar belang bij had vanwege een reëel zicht op de schone lei.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:88 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-743/DB/LI

    Verzet. Klacht tegen advocaat van de wederpartij is door de voorzitter met toepassing van de juiste maatstaf als kennelijk ongegrond afgewezen. Verzet ongegrond.