Zoekresultaten 13591-13600 van de 48210 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2021:17 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2020/10
- Datum publicatie: 11-05-2021
- Datum uitspraak: 11-05-2021
- ECLI:NL:TGZRGRO:2021:17
Beklaagde is als specialist ouderengeneeskunde werkzaam bij de instelling waar de echtgenote van klager opgenomen is geweest. Beklaagde heeft te weinig regie over de gevoerde zorg gevoerd en is niet zorgvuldig geweest ten aanzien van het medicatiebeleid. Daar komt bij dat de beklaagde heeft verzuimd om de familie voldoende bij de behandeling te betrekking en te rapporteren. Het college acht de klacht gedeeltelijk gegrond en legt een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:55 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-148a
- Datum publicatie: 11-05-2021
- Datum uitspraak: 11-05-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:55
Klaagster niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht tegen een verzekeringsarts. Klaagster heeft vijf andere vergelijkbare klachten ingediend tegen (verzekerings)artsen (die zaken zijn bekend onder dossiernummers 2020-148b, 2020-148c, 2020-148d, 2020-148e en 2020-148f). Klaagster klaagt als collega. Onder omstandigheden kunnen ook collega’s van beroepsbeoefenaren als rechtstreeks belanghebbenden worden beschouwd. In zo’n geval moet de klagende collega als medische professional echter wel een concreet eigen belang hebben, dat bovendien verband houdt met de individuele gezondheidszorg (ECLI:NL:TGZCTG:2017:225). Klaagster klaagt er in feite over dat beklaagde haar werk niet goed gedaan heeft en dat daardoor de cliënt van klaagster is benadeeld. Klaagster heeft echter niet gesteld in welk concreet eigen belang zij daardoor zou zijn geraakt. Ook anderszins is niet gebleken dat klaagster door het handelen van beklaagde in haar professionele autonomie of op een andere manier in een eigen belang is geschaad (ECLI:NL:TGZCTG:2016:155). Klaagster is niet-ontvankelijk verklaard in de klachten.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:81 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210003D
- Datum publicatie: 11-05-2021
- Datum uitspraak: 26-04-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:81
Dekenbezwaar. Verweerder heeft kort voor de in overleg met hemzelf bepaalde nieuwe zittingsdatum de verdediging neergelegd omdat zijn verzoek om aanhouding was afgewezen en heeft, nadat aldus uitstel was verkregen, zich opnieuw als advocaat van zijn cliënt gesteld om de behandeling van de zaak voort te zetten. Het hof is met de raad van oordeel dat verweerder met het neerleggen van de verdediging een dag vóór de zitting, een disproportioneel middel heeft gehanteerd om voor een tweede maal uitstel te bewerkstelligen. Verweerder heeft daarmee de belangen van de overige procesdeelnemers (zoals het OM, de getuige en zijn raadsman), alsmede de voortgang van het strafproces, nodeloos en op ontoelaatbaar wijze geschaad en hierbij niet de goede rechtsbedeling als bedoeld in artikel 10a Advocatenwet voor ogen gehad. Dit klemt te meer nu de vervolging van de cliënt van verweerder deel uitmaakte van een veel grotere strafzaak met in totaal twaalf verdachten, waarvoor meerdere zittingsdagen waren gereserveerd. Een dergelijk lichtvaardig onjuist gebruik van een belangrijk middel voor een advocaat om de belangen van zijn cliënt te dienen is bepaald onzorgvuldig en schadelijk voor het aanzien van de advocatuur. Gedeeltelijke vernietiging dekenbezwaar, bekrachtiging maatregel van waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:85 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-981/DB/OB
- Datum publicatie: 11-05-2021
- Datum uitspraak: 10-05-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:85
Vast staat dat verweerster, nadat uitspraak was bepaald, het Hof heeft aangeschreven zonder vooraf verkregen toestemming van klaagsters advocaat. Verweerster heeft toegelicht dat zij de van haar cliënt verkregen informatie onder de aandacht van het Hof heeft willen brengen omdat deze naar haar mening van groot belang was voor de door het Hof te geven beschikking. Ofschoon het de taak van verweerster was om de belangen van haar cliënt te behartigen en de raad begrijpt dat verweerster het in het belang van haar cliënt achtte dat het Hof van de van haar cliënt verkregen informatie op de hoogte werd gesteld, stond het haar niet vrij om die informatie zonder voorafgaande toestemming van klaagsters advocaat aan het hof toe te sturen. Nadat de uitspraak is bepaald, is het de advocaat op grond van gedragsregel 21 lid 3 immers niet geoorloofd zich zonder toestemming van de wederpartij tot de rechter te wenden. De raad is van oordeel dat verweerster van dit handelen een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Verweerster is afgegaan op de door haar cliënt aangeleverde gegevens van de website van klaagsters werkgever en klaagsters LinkedIn pagina en naar het oordeel van de raad mocht verweerster ook op die informatie afgaan. Omstandigheden op grond waarvan verweerster de juistheid van de door haar cliënt aangereikte informatie had moeten verifiëren zijn gesteld noch gebleken, terwijl die informatie naar achteraf is gebleken ook juist was. Klachtonderdeel 2 is derhalve ongegrond. Verweerster heeft onweersproken gesteld dat het stadium van het tot stand brengen van een minnelijke regeling reeds was gepasseerd, omdat klaagster niet bereid was gebleken tot het treffen van een regeling. De raad overweegt dat, als tussen partijen de bereidwilligheid om elkaar tegemoet te komen ontbreekt dan wel in onvoldoende mate aanwezig is, de advocaat uiteindelijk niet veel anders kan dan de opdracht van de cliënt om formele paden te bewandelen te volgen. Het stond verweerster dan ook vrij en het was zelfs haar taak om haar cliënt bij te staan in de procedure bij het Hof en datgene te doen wat in haar ogen in het kader van de behartiging van de belangen van haar cliënt noodzakelijk was. Ook klachtonderdeel 3 is derhalve ongegrond. Klachtonderdeel 1 gegrond, nu verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door te handelen in strijd met gedragsregel 21. De gewraakte brief is conform het verzoek van klaagsters advocaat ingetrokken. Niet is gebleken dat klaagster door het tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van verweerster enig nadeel heeft ondervonden. Om die reden ziet de raad af van het opleggen van een maatregel.
-
ECLI:NL:TNORARL:2021:12 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/375742 KL RK 20-108
- Datum publicatie: 10-05-2021
- Datum uitspraak: 30-04-2021
- ECLI:NL:TNORARL:2021:12
Klacht van twee legatarissen over de afwikkeling van de nalatenschap door de notaris. Ondanks dat de nalatenschap positief lijkt te zijn, kan de notaris er als executeur voor kiezen om de uitbetaling van de legaten op te schorten. De klacht is ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TNORARL:2015:110 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2015/52
- Datum publicatie: 10-05-2021
- Datum uitspraak: 25-09-2015
- ECLI:NL:TNORARL:2015:110
Klacht over het handelen van de notaris als boedelnotaris bij de afwikkeling van een echtscheidingsconvenant. De kamer heeft de klacht ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TNORARL:2020:45 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/348855 / KL RK 19-17
- Datum publicatie: 10-05-2021
- Datum uitspraak: 09-12-2020
- ECLI:NL:TNORARL:2020:45
ABC-transactie. De beoordelingen en de afwegingen die de notaris bij haar werkzaamheden in deze specifieke zaak heeft dienen te maken, zijn wellicht juridisch en praktisch veelomvattend en complex te noemen, maar dit neemt niet weg dat deze beoordeling en afweging de notaris uit hoofde van haar ambt zijn toevertrouwd en dat zij deze met de grootst mogelijke zorgvuldigheid dient uit te voeren. De kamer is van oordeel dat de notaris wat dat betreft tekort is geschoten. Klacht gegrond. Wegens verzachtende omstandigheden maatregel beperkt tot berisping.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2021:55 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/212
- Datum publicatie: 10-05-2021
- Datum uitspraak: 10-05-2021
- ECLI:NL:TGZRAMS:2021:55
Klager verwijt verweerder, optredende als medisch adviseur in zijn advisering niet onafhankelijk is geweest. Verweerder heeft in deze zaak betreffende klager een medisch advies geschreven in een aansprakelijkheidskwestie én in een tuchtrechtprocedure tegen een andere verweerder. Verweerder voert verweer. Ongegrond
-
ECLI:NL:TNORARL:2021:13 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/378087 / KL RK 20-120
- Datum publicatie: 10-05-2021
- Datum uitspraak: 03-05-2021
- ECLI:NL:TNORARL:2021:13
Klacht over de totstandkoming van partnerschapsvoorwaarden. Klager stelt dat hij niet juist is geïnformeerd en onvoldoende is voorgelicht over de consequenties die de partnerschapsvoorwaarden voor hem konden hebben. Naar het oordeel van de kamer lag het, mede gelet op de persoonlijke omstandigheden van klager, op de weg van de notaris om nadrukkelijk aandacht te besteden aan de (mogelijke) verschillen in vermogensposities tussen klager en zijn partner. De notaris had klager expliciet moeten informeren over de consequenties voor zijn vermogen bij een eventuele echtscheiding. Zelfs als de stelling van de notaris juist zou zijn dat klager en zijn partner op voorhand al een voorkeur hadden voor een algehele gemeenschap van goederen, dan nog behoorde het tot zijn taak om klager voor te lichten over de rechtsgevolgen van de verschillende opties en te verifiëren of de gemaakte keuzes aansloten bij zijn wensen. Dat de notaris dit heeft nagelaten acht de kamer tuchtrechtelijk verwijtbaar. De kamer heeft dit onderdeel van de klacht gegrond verklaard en aan de notaris de maatregel van berisping opgelegd, met veroordeling in de proceskosten conform de richtlijn.
-
ECLI:NL:TNORARL:2020:46 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/358621 / KL RK 19-116
- Datum publicatie: 10-05-2021
- Datum uitspraak: 08-05-2020
- ECLI:NL:TNORARL:2020:46
Verwaarlozing identificatie- en Belehrungspflicht. Algemeen belang vordert voortzetting behandeling klacht en gegrondverklaring daarvan en maakt opleggen maatregel noodzakelijk. Bij de oplegging van deze maatregel weegt de kamer mee dat het verzuim van de notaris niet alleen de kernwaarden van het notariaat raakt maar ook dat een vergelijkbaar verzuim voor het BFT al eerder een grond vormde een klacht tegen deze notaris in te dienen. Deze klacht werd door deze kamer gegrond verklaard met oplegging van de maatregel van berisping en een boete van € 10.000,00. Oplegging van een zwaardere maatregel lijkt daarom gerechtvaardigd. Echter vanwege verzachtende feiten en omstandigheden wordt volstaan met berisping.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1359
- Pagina: 1360
- Pagina: 1361
- ...
- Pagina: 4821
- Volgende pagina zoekresultaten