We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 13311-13320 van de 47831 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:65 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-467

    Raadsbeslissing. Klacht over verweerster in de hoedanigheid van bestuurder/aandeelhouder. De raad niet kan vaststellen of verweerster zich bij de vervulling van haar functie van bestuurder/aandeelhouder van advocatenkantoor X zodanig heeft gedragen dat zij daarmee het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad. De inhoudelijke beoordeling van de liquidatie van advocatenkantoor X is voorbehouden aan de civiele rechter. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:90 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.187

    Klacht tegen een huisarts. Klager is de zoon van een in 2018 overleden patiënt van de huisarts. Patiënt leed aan de ziekte van Parkinson en was afhankelijk van 24-uurs zorg thuis. Klager verwijt de huisarts dat zij (1) vanaf november 2018 als huisarts voor patiënt is blijven functioneren, terwijl zij naar de mening van klager het hoofdbehandelaarschap van patiënt had moeten overdragen aan een huisarts die voltijds in de praktijk werkzaam is, aangezien zij zelf maar twee dagen per week als waarnemer werkzaam is; (2) in een palliatief overleg in november 2018 heeft besloten om uitsluitend nog palliatieve zorg te verlenen, maar dit niet met patiënt en klager heeft gecommuniceerd, terwijl patiënt wilde blijven leven en behandeld worden. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager en verwijst naar de jurisprudentie over het regiebehandelaarschap. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt voorts het incidenteel beroep van de huisarts. Dat beroep gaat over de ontvankelijkheid van klager in de klacht als naaste van de overledene.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:59 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-039

    Raadsbeslissing. Klacht van advocaat over advocaat. Gelet op de context waarin verweerster haar schriftelijke uitlatingen heeft gedaan – de behandeling van een sinds 2015 lopend letselschadedossier – heeft verweerster haar uitlatingen over een voorstel voor een eindregeling waarbij zij refereert aan een kritische beoordeling van de nota’s van klager mogen doen. Klacht ongegrond. Tijdens de zitting heeft klager gevraagd of de raad tegen de achtergrond van zijn klacht een principiële beslissing wil geven over de vraag of een advocaat van een verzekeraar de beoordeling van declaraties mag betrekken bij een voorstel voor een eindregeling, en wel op zodanige wijze dat die eindregeling daarmee in feite wordt afgedwongen. In dat kader overweegt de raad dat niets eraan in de weg staat dat een (advocaat van een) verzekeraar jegens de (advocaat van de) benadeelde op enig moment de stelling inneemt dat de kosten van juridische bijstand waarin wordt bevoorschot, niet meer in een redelijke verhouding staan met de te verwachten schade.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:97 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.291

    Klacht tegen KNO-arts. Klager is door zijn huisarts naar de KNO-arts verwezen in verband met neuspassageproblemen. Een KNO-arts in opleiding (eveneens aangeklaagd, C2019.255) heeft net als de huisarts klager eerst een neusspray voorgeschreven alsmede een allergietest. De beklaagde KNO‑arts (destijds KNO-arts in opleiding) heeft eenmalig telefonisch contact gehad met klager. Daarna is klager opnieuw gezien door de eerste KNO-arts in opleiding en heeft klager telefonisch contact gehad met diens supervisor (eveneens aangeklaagd, C2019.254). Pas toen bleek dat de neusspray onvoldoende hielp, is besloten tot een neusoperatie. Klager verwijt de beklaagde KNO-arts dat er onnodig neusspray is voorgeschreven, terwijl een operatie van de neus nodig was. Dit werkte vertragend en bracht kosten met zich vanwege het eigen risico. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2021:4 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2019/63

    Dierenarts wordt verweten dat er met betrekking tot een hond geen bloedonderzoek is verricht, terwijl daartoe wel reeds een bloedmonster was afgenomen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:72 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-955

    Dit dekenbezwaar betreft de vraag of verweerder artikel 46 van de Advocatenwet heeft geschonden meer in het bijzonder artikel 10a lid 1 sub d van de Advocatenwet dat inhoudt dat de advocaat bij de uitoefening van zijn beroep integer is en zich onthoudt van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk advocaat niet betaamt. De raad oordeelt dat dit in deze zaak het geval is. Verweerder heeft onder zijn verantwoordelijkheid facturen laten opstellen ten name van vennootschappen terwijl de gedeclareerde werkzaamheden zien op zaken van de bestuurders van die vennootschappen in privé, zoals bijvoorbeeld in een echtscheiding en een strafzaak. Dit gebeurde met het doel de fiscus te misleiden in het kader van de Btw-heffing. De raad legt verweerder de maatregel van een berisping op omdat hij onvoldoende inzicht heeft getoond in het onbetamelijke van zijn handelen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:91 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.098

    Klacht tegen verpleegkundige. Klaagster is sinds 2000 ambulant onder behandeling bij de geestelijke gezondheidszorg. Klaagster is gediagnosticeerd met schizofrenie van het gedesorganiseerde type. De verpleegkundige is sinds 2019 bij de behandeling van klaagster betrokken als sociaalpsychiatrisch verpleegkundige. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat zij: 1) depotmedicatie heeft achtergehouden en niet heeft toegediend, 2) zich hiervoor heeft willen indekken door op 3 mei 2019 een e-mail te sturen dat klaagster de dag ervoor niet op de afspraak was verschenen, en 3) bij klaagster heeft aangedrongen om te verhuizen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klaagster ingestelde beroep.

  • ECLI:NL:TNORARL:2020:43 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/365021 KL RK 20-6

    De geheimhoudingsplicht betreft niet alleen de inhoud van besprekingen maar strekt zich ook uit tot de identiteit van partijen, het tijdstip van een gesprek en het gespreksonderwerp

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:80 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200290

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Volgens klagers getuigt de preliminaire overweging in de beslissing van de raad van vooringenomenheid. Naar het oordeel van het hof staat het de raad vrij om, alvorens o​​​​​ver te gaan tot de uiteenzetting van de inhoudelijke beoordeling van de klacht, enkele algemene overwegingen vooraf te formuleren en aldus de context van de beoordeling te schetsen. Niet valt in te zien hoe dit blijk zou geven van vooringenomenheid, gelet op het gegeven dat een beslissing wordt geconcipieerd nadat de beraadslaging hierover is afgerond. Het hof sluit zich aan bij de beoordeling van de raad en neemt die over, verwerpt de beroepsgronden van klagers en bekrachtigt de beoordeling van de raad.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2021:5 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2019/64

    Dierenarts wordt verweten dat ten aanzien van een hond onvoldoende onderzoek te hebben verricht en onjuiste medicatie te hebben voorgeschreven. Ongegrond.