Zoekresultaten 13301-13310 van de 47834 resultaten
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:63 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-447
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 29-03-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:63
Primair stelt verweerder dat klager zijn klacht heeft ingetrokken en de klacht daarom niet opnieuw behandeld kan worden. Het zogenoemde ‘ne bis in idem-beginsel’ is ook in het tuchtrecht aanvaard. In dit geval is er echter geen sprake van het ten tweeden male voorleggen van een klacht aan de tuchtrechter. De eerste klacht van klager is niet door de deken onderzocht, laat staan aan de tuchtrechter voorgelegd. De klacht ziet op de zorgvuldigheid van de dienstverlening door verweerder. De raad hanteert bij de beoordeling van deze klacht als uitgangspunt dat verweerder dient te voldoen aan datgene wat binnen de beroepsgroep als professionele standaard geldt. Die professionele standaard veronderstelt een handelen met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht. Klager heeft geen kennis kunnen nemen van (een concept van) de memorie van grieven voordat dit stuk werd ingediend. Dit is onzorgvuldig. Ook het zonder overleg in rekening brengen van vermijdbare kosten is onzorgvuldig. Voor de overige klachten over het opstellen van aantekeningen voor een zitting en het gebrekkige optreden tijdens een zitting is onvoldoende onderbouwing gegeven. De raad legt de maatregel van een berisping op mede gebaseerd op het feit dat verweerder zonder gegronde reden afwezig was bij de zitting.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:57 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-553
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 01-03-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:57
Artikel 46h Advocatenwet bepaalt dat verzet tegen de voorzittersbeslissing dient te worden ingesteld binnen 30 dagen na verzending van het afschrift van deze beslissing. In deze zaak is de raad op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van oordeel dat klaagster te laat in verzet is gekomen van de beslissing van de voorzitter. Het verzet werd 14 dagen na de afloop van de wettelijke termijn ingediend. Van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is, is niet gebleken. Er bestaat de mogelijkheid dat berichten van de griffie kennelijk in de postbus ‘ongewenste e-mail’ van klaagster zijn terechtgekomen, maar dit levert voor klaagster geen verschoonbare termijnoverschrijding op aangezien zij reeds eerder hiermee geconfronteerd was en de voorzittersbeslissing daarom opnieuw aan haar was toegezonden. Het verzet is niet ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:95 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.254
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 30-04-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:95
Klacht tegen KNO-arts. Klager is door zijn huisarts naar de KNO-arts verwezen in verband met neuspassageproblemen. Een KNO-arts in opleiding (eveneens aangeklaagd, C2019.255) heeft net als de huisarts klager eerst een neusspray voorgeschreven alsmede een allergietest. Pas toen bleek dat de neusspray onvoldoende hielp, is besloten tot een neusoperatie. De aangeklaagde KNO-arts was medebeoordelaar van dit beleid en heeft hierover met klager telefonisch contact gehad. Klager verwijt de KNO-arts dat er onnodig neusspray is voorgeschreven, terwijl een operatie van de neus nodig was. Dit werkte vertragend en bracht kosten met zich vanwege het eigen risico. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:89 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.073
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 30-04-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:89
Klacht tegen een chirurg. Bij klaagster is tijdens het bevolkingsonderzoek een afwijking de linkerborst gevonden. Zij kwam daarvoor in behandeling in het ziekenhuis waar de chirurg destijds werkzaam was. Klaagster is gezien door een nurse practitioner in opleiding en uit nader onderzoek bleek dat sprake was van borstkanker. De chirurg was als supervisor aanwezig en maakte deel uit van het multidisciplinair overleg waar klaagster is besproken. Hij heeft na dit overleg het voorlopig behandelplan opgesteld en getekend. Klaagster verwijt de chirurg geen of onvoldoende dossiervoering, dat hij teveel taken heeft laat verrichten door een (leerling) nurse practitioner en dat hij zonder informed consent klaagster heeft willen laten deelnemen aan medisch wetenschappelijk onderzoek.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2021:8 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/42
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 15-03-2021
- ECLI:NL:TNORSHE:2021:8
Klacht van zus over (met name) beoordeling van de wilsbekwaamheid van haar broer door de notaris bij het opmaken van zijn levenstestament. Kamer verklaart klacht niet-ontvankelijk omdat zus niet als belanghebbende kan worden aangemerkt. Bij de mondelinge behandeling heeft zus ook naar voren gebracht dat het van “redelijk en algemeen belang” is om kwetsbare mensen met bijvoorbeeld de diagnose alzheimer in de toekomst te behoeden voor de situatie waarin haar broer is komen te verkeren. De kamer is echter van oordeel dat de kring van belanghebbenden niet zo ruim is dat iedereen in het kader van het algemeen belang van de bescherming van de rechtszekerheid en het vertrouwen in het notariaat een klacht tegen een notaris kan indienen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:70 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-801 20-802
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 08-02-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:70
Voorzittersbeslissing. Verweerders - tevens advocaten - zijn door klagers als privépersoon aangesproken over de vermeende grens van hun aangrenzende percelen. Verweerder heeft namens zichzelf privé en namens verweerster privé – tevens namens een derde – op zijn advocatenbriefpapier inhoudelijk gereageerd op de sommatie van klagers en is als advocaat een procedure gestart. Voldoende aanknopingspunten en verwevenheid om de privégedragingen van verweerders aan artikel 46 Advocatenwet te toetsen. Dat verweerders misbruik van hun functie als advocaat hebben gemaakt jegens klagers of anderen tegen hen hebben opgestookt, is niet komen vast te staan. Evenmin is de voorzitter gebleken van een door verweerder gedane toezegging. Klachten kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:78 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200262D 200238
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 26-04-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:78
Dekenbezwaar. Hoger beroep verweerder tegen opgelegde maatregel (schrapping) en tenuitvoerlegging. Het hof acht de gegrond verklaarde onderdelen van het dekenbezwaar ernstige feiten. Het zwaartepunt ligt bij de klachtonderdelen die zich in de persoonlijke levenssfeer van verweerder hebben afgespeeld. Verweerder heeft gedrag vertoond dat een advocaat onwaardig is en het vertrouwen in de advocatuur schaadt. Verweerder heeft zich bij twee afzonderlijke incidenten aan een aanhouding door de politie proberen te onttrekken. Bij één van deze incidenten is verweerder in een auto gevlucht voor de politie, waarbij schade aan zijn eigen auto en aan auto’s van de politie is ontstaan. Verweerder heeft bij deze vlucht een (potentieel) gevaarlijke situatie laten ontstaan. Verweerder schond tijdens dit incident verder de schorsingsvoorwaarden die naar aanleiding van het eerste incident door de rechter aan hem waren opgelegd. Verweerder heeft daarnaast langdurig en op meerdere vlakken niet voldaan aan de administratieve verplichtingen die behoren bij het voeren van een praktijk. Het hof acht ook deze feiten ernstig. De feiten rechtvaardigen een zeer zware maatregel. Het hof weegt het tuchtrechtelijk verleden van verweerder mee. Ten tijde van de feiten hing hem nog een voorwaardelijk deel van een eerder opgelegde schorsing boven zijn hoofd. Het hof weegt verder mee dat verweerder blijft verwijzen naar omstandigheden die – in ieder geval ten dele – buiten hemzelf liggen. Het hof acht de maatregel van schrapping de enige passende maatregel en bekrachtigt de beslissing van de raad. Proceskostenveroordeling. Omdat het hof de beslissing tot schrapping bekrachtigt, ziet het hof geen aanleiding daarbovenop de tenuitvoerlegging te gelasten van een eerder voorwaardelijk opgelegd deel van een schorsing. Deze vordering wordt afgewezen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:64 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-466
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 22-03-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:64
Raadsbeslissing. Klacht over verweerder in de hoedanigheid van bestuurder en aandeelhouder. De raad niet kan vaststellen of verweerder zich bij de vervulling van zijn functie van bestuurder/aandeelhouder van advocatenkantoor X zodanig heeft gedragen dat hij daarmee het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad. De inhoudelijke beoordeling van de liquidatie van advocatenkantoor X is voorbehouden aan de civiele rechter. Klacht in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:58 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-599
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 25-01-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:58
Klacht over eigen advocaat. De raad is van oordeel dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door in een zaak van zijn cliënte tegen een oud werknemer op verschillende momenten onvoldoende de regie te nemen en niet pro-actief te handelen. Dat heeft tot gevolg gehad dat een weinig kansrijke procedure is gestart, dat de zaak onnodig lang heeft geduurd, dat klaagster valse hoop heeft gehad op de goede afloop van haar zaak en dat klaagster onnodig hoge kosten heeft gemaakt. De raad legt een berisping op.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:307 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-369
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 10-08-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:307
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1330
- Pagina: 1331
- Pagina: 1332
- ...
- Pagina: 4784
- Volgende pagina zoekresultaten