We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 13321-13330 van de 47831 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:60 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-046

    Klaagster verwijt verweerder haar in het geschil met haar buren niet naar behoren te hebben bijgestaan. Bij gebreke van een onderbouwd verweer acht de raad deze onderdelen van de klacht gegrond. Noch bij de deken noch voorafgaand aan de zitting van de raad heeft verweerder gebruik gemaakt van de gelegenheid om zijn standpunt schriftelijk kenbaar te maken en met stukken te onderbouwen. Klaagster verwijt verweerder ook dat hij onvoldoende heeft gedaan om een zitting in een kort geding uit te stellen omdat zij daar op de vastgestelde datum niet bij aanwezig kon zijn. Uit het vonnis van de voorzieningenrechter blijkt echter dat verweerder ter zitting van het kort geding heeft verzocht om de zaak aan te houden. Dit onderdeel van de klacht is derhalve ongegrond. De raad legt de maatregel van een berisping op.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:73 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-975

    Voorzittersbeslissing. Niet gebleken dat verweerster zich in haar hoedanigheid van curator in het faillissement van het bedrijf van klager zodanig heeft gedragen dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. De rechter-commissaris heeft klagers verzoek om verweerster geen toestemming te geven het faillissement van zijn holding aan te vragen afgewezen en de rechtbank heeft de aanvraag beoordeeld en het faillissement uitgesproken. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:54 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-953

    Raadsbeslissing. Klacht van derde over handelen van verweerder als advocaat. Opmerkingen van verweerder over klager in krantenartikel vrij scherp geformuleerd maar niet onnodig grievend. Uit het dossier kan niet worden afgeleid dat verweerder op enig moment als advocaat van klager of van een wederpartij van klager is opgetreden. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:78 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-525/DB/ZWB

    Advocaat heeft geen regie gevoerd in de zaak van haar cliënte, haar cliënte niet geïnformeerd over het verloop van haar zaken, onvoldoende voortvarend gehandeld, een concept beroepschrift vlak voor het verstrijken van de beroepstermijn aan haar cliënte toegestuurd en onvoldoende inhoudelijk besproken, geen afschrift van het ingediende beroepschrift aan haar cliënte toegestuurd, cliënte niet tijdig om de vereiste financiële stukken gevraagd, zich op eerste verzoek vlak voor de zitting onttrokken zonder haar cliënte op de (negatieve) gevolgen daarvan te wijzen en zonder om aanhouding te verzoeken. Sprake van een eerder vergelijkbaar tuchtrechtelijk (nalatig) handelen. Klacht (grotendeels) gegrond, schorsing van 26 weken, waarvan 22 weken voorwaardelijk, met proeftijd van 2 jaar. Bijzonder voorwaarde dat advocaat zich gedurende een jaar dient te gedragen naar de aanwijzingen van de door de raad benoemde coach.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:67 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-727

    Klacht tegen de deken. Klacht is gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk, vanwege verstrijken van de termijn. De klacht is voor het overige kennelijk ongegrond. Klager heeft onvoldoende onderbouwd dat de deken zich schuldig heeft gemaakt aan belangenverstrengeling en onzorgvuldig handelen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:92 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.099

    Klacht tegen verpleegkundige. Klaagster is sinds 2000 ambulant onder behandeling bij de geestelijke gezondheidszorg. Klaagster is gediagnosticeerd met schizofrenie van het gedesorganiseerde type. De verpleegkundige was tot 1 mei 2019 bij de behandeling van klaagster betrokken als sociaalpsychiatrisch verpleegkundige van het FACT-team. De klacht luidt dat klaagster bewust verward is gemaakt om klaagster te laten opnemen in de kliniek waar de verpleegkundige vanaf 1 mei 2019 werkzaam is. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klaagster ingestelde beroep.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2021:6 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2020/11

    Klachtambtenaarzaak: Dierenarts wordt verweten in strijd met de wettelijke regelgeving en de zorgvuldige beroepsuitoefening bij gezelschapsdieren een derde keuze antibioticum (Baytril, REG NL 3144) te hebben toegepast zonder voorafgaand bacteriologisch onderzoek en gevoeligheidstest, waarbij ook niet van een duidelijk onderbouwde veterinaire noodzaak voor de directe inzet van dit derde keuze antibioticum is gebleken. Gegrond, volgt onvoorwaardelijke geldboete van € 250.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:61 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-296

    Klaagster verwijt verweerster haar zaak niet goed behandeld te hebben. De raad hanteert bij haar beoordeling van dit verwijt als uitgangspunt dat de tuchtrechter mede tot taak heeft de kwaliteit van de dienstverlening te beoordelen indien daarover wordt geklaagd. Dat gebeurd aan de hand van datgene wat binnen de beroepsgroep als professionele standaard geldt. Die professionele standaard veronderstelt een handelen met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht. Naar het oordeel van de raad heeft verweerster door diverse brieven te sturen de nodige stappen heeft gezet om te komen tot een oplossing van het conflict tussen klaagster en haar werkgever. Weliswaar had zij die stappen vlotter kunnen nemen en de verwachtingen van klaagster over de mogelijke resultaten duidelijker kunnen sturen, maar alles tezamen leidt dit niet tot de conclusie dat verweerster onzorgvuldig of onprofessioneel heeft gehandeld. Deze klacht is dan ook ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:53 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 202/2020

    Klacht tegen de huisarts van klaagster. De huisarts heeft klaagster op 25 november 2019 en 2 december 2019 gezien wegens rugklachten. Daarnaast heeft zij op 26 en 28 november 2019 telefonisch contact gehad met klaagster. Klaagster verwijt de huisarts dat zij haar niet direct heeft verwezen naar een neuroloog dan wel niet direct een MRI heeft laten maken. Ten tijde van de visite op 25 november 2019 en de telefonische consulten op 26 en 28 november 2019 waren geen alarmsymptomen die verwijzing noodzakelijk maakten. Het beeld bij de visite op 2 december 2019 was duidelijk veranderd. Klaagster voelde minder in haar benen en de kracht in haar linkerbeen was weg. De huisarts heeft hierop contact gezocht met de neuroloog en de situatie besproken, waarna werd afgesproken dat de neuroloog klaagster binnen drie dagen voor een spoedconsult zou oproepen. De uitvalverschijnselen waren onvoldoende om klaagster nog dezelfde dag door een neuroloog te laten onderzoeken. In overeenstemming met de NHG standaard lumbosacraal radiculair syndroom is een verwijzing naar de neuroloog binnen drie dagen in gang gezet. Het was vervolgens aan de neuroloog om al dan niet over te gaan tot het maken van een MRI-scan. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:54 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 203/2020

    Klacht tegen huisarts van de huisartsenpost. Klaagster is in de avond gezien door beklaagde (werkzaam voor de huisartsenpost). Het consult vond plaats wegens ernstige rugpijnklachten met uitvalverschijnselen. Klaagster verwijt de huisarts dat hij haar niet direct heeft verwezen naar een neuroloog dan wel niet direct een MRI heeft laten maken. Beklaagde heeft voldoende onderzoek gedaan, waarbij geen aanwijzingen naar voren kwamen die een directe verwijzing naar een neuroloog noodzakelijk maakten, terwijl beklaagde uit de hem beschikbare gegevens afleidde dat klaagster de volgende dag door de neuroloog gezien zou worden en dat een MRI-scan gemaakt zou worden. Klacht ongegrond.