Zoekresultaten 13121-13130 van de 48092 resultaten
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:117 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-555
- Datum publicatie: 28-06-2021
- Datum uitspraak: 08-02-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:117
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. De voorzitter verklaart de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:111 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-108
- Datum publicatie: 28-06-2021
- Datum uitspraak: 17-05-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:111
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in alle onderdelen ongegrond. Hoewel het niet onbegrijpelijk is dat de stevige toon van verweerders stukken tot (enige) aversie heeft geleid bij klaagster, geldt tegelijkertijd dat niet is gebleken dat verweerder daarmee de grenzen heeft overschreden van de vrijheid die hem als advocaat van de wederpartij toekomt, of anderszins bij de behartiging van de belangen van zijn cliënt de belangen van klager onnodig of onevenredig heeft geschaad zonder redelijk doel. Verdere klachtonderdelen onvoldoende onderbouwd.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:112 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-264
- Datum publicatie: 28-06-2021
- Datum uitspraak: 16-03-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:112
Verzetbeslissing. Klager heeft niet tijdig een verzetschrift ingediend. Geen verschoonbare termijnoverschrijding. De raad verklaart klager niet-ontvankelijk in het verzet.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2021:62 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 160/2020
- Datum publicatie: 28-06-2021
- Datum uitspraak: 28-06-2021
- ECLI:NL:TGZRZWO:2021:62
klacht tegen arts over een advisering in het kader van de verlening van een gehandicaptenparkeerkaart. Kennelijk ongegrond.”
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:113 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-318
- Datum publicatie: 28-06-2021
- Datum uitspraak: 18-01-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:113
Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Klacht deels gegrond. Verweerder heeft in een procedure een vertrouwelijke mededeling van klaagster, zijn cliënte, doorgegeven aan de wederpartij. Dat heeft tot gevolg gehad dat zij een zitting heeft gemist. Op die zitting heeft verweerder namens klaagster een overeenkomst gesloten, zonder daarvoor (in voldoende mate) met klaagster te overleggen en daarvoor haar uitdrukkelijke instemming te verkrijgen. Klaagster is gebonden aan die afspraken, terwijl zij zich daar grotendeels niet in kan vinden. De raad acht die gedragingen van verweerder bijzonder kwalijk. Verweerder heeft hiermee belangrijke regels overtreden en in strijd gehandeld met de kernwaarden die een advocaat in acht dient te nemen. Zijn handelen heeft het vertrouwen in de advocatuur geschaad. De raad weegt daarnaast in het nadeel van verweerder mee dat hij op geen enkel moment, ook niet tijdens de mondelinge behandeling van deze klachtzaak, inzicht heeft getoond in het foute van zijn handelen. Verweerders handelen en zijn reactie daarop ter zitting schept een beeld van een advocaat die zich niet bewust is van de verplichtingen die passen bij de kernwaarden van de advocatuur. De raad acht alles overziende een schorsing van 24 weken passend. Gelet op de omstandigheid dat verweerder niet eerder tuchtrechtelijk is veroordeeld, zal de raad de schorsing in geheel voorwaardelijke vorm opleggen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:107 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-493
- Datum publicatie: 28-06-2021
- Datum uitspraak: 15-03-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:107
Verzetbeslissing. In de voorzittersbeslissing is vastgesteld dat de klacht van klager inhoudelijk een herhaling is van de klacht die klagers broer eerder heeft ingediend tegen verweerster en waarop de raad in een andere klachtprocedure onherroepelijk heeft beslist. De voorzitter heeft de klacht namelijk om die reden, op grond van schending van het ne bis in idem-beginsel, in beide onderdelen kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De raad is van oordeel dat het handelen dat is omschreven in klachtonderdeel b) in onvoldoende mate overeenkomt met (een van) de klachtonderdelen in de zaak van klagers broer waarover de raad eerder een beslissing heeft genomen. Daarom is de raad van oordeel dat met betrekking tot dit klachtonderdeel niet kan worden geconcludeerd dat verweerder ‘andermaal tuchtrechtelijk wordt berecht voor een handelen of nalaten waarvoor ten aanzien van hem een onherroepelijk geworden tuchtrechtelijk eindbeslissing is genomen’, zoals bedoeld in artikel 47d Advocatenwet. Dat betekent dat de klacht ten onrechte in beide onderdelen niet-ontvankelijk is verklaard. De raad verklaart het verzet daarom ongegrond. De raad verklaart vervolgens de klacht deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:114 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-354
- Datum publicatie: 28-06-2021
- Datum uitspraak: 18-01-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:114
Raadsbeslissing. Gelet op de genoemde omstandigheden is de raad van oordeel dat verweerder in de onderhavige zaak wél in strijd met de letter van Regel 15 Gedragsregels 2018 heeft gehandeld, maar niet in strijd met de geest daarvan. De raad is van oordeel dat verweerder dan ook niet onbetamelijk heeft gehandeld zoals bedoeld in artikel 46 Advocatenwet en dat zijn handelen daarom niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is. De raad verklaart de klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:108 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-741
- Datum publicatie: 28-06-2021
- Datum uitspraak: 10-05-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:108
Naar het oordeel van de raad heeft het handelen van verweerster niet voldaan aan de van haar te verwachten kwaliteitseisen. Voor klaagster is een toevoeging verleend voor haar echtscheidingsprocedure. Niet alleen heeft verweerster als behandelend en verantwoordelijk advocaat klaagster voorafgaand aan de mediation tussen partijen (buiten aanwezigheid van de advocaten) niet ingelicht over de door haar tot dat moment gemaakte kosten, zij heeft klaagster ook niet gewaarschuwd dat bij het behalen van een behaald financieel resultaat boven het drempelbedrag van de Raad voor Rechtsbijstand de toevoeging alsnog kon worden ingetrokken en klaagster dan betalende cliënte zou worden. Klaagster is daardoor onvoldoende voorbereid de mediation onderhandelingen ingegaan. Tijdens de mediation zijn tussen partijen afspraken gemaakt. Daarna is verweerster weer volledig bij de zaak van klaagster betrokken geraakt en daar verantwoordelijk voor geworden. Het had op de weg van verweerster gelegen om toen op eigen initiatief klaagster ook inhoudelijk te adviseren over de aan verweerster toegezonden concept-convenanten, dus ook over de financiële gevolgen voor klaagster van de daarin overeengekomen bruto lumpsum voor partneralimentatie en de kans op intrekking van de toevoeging daardoor. Dat verweerster dat op zorgvuldige wijze heeft gedaan, is de raad niet gebleken (Gedragsregel 16). Ook heeft verweerster klaagster op basis van onjuiste en onvolledige informatie veel later ertoe bewogen om alsnog met de intrekking door de Raad voor Rechtsbijstand van de verleende toevoeging in te stemmen, met alle financiële gevolgen vandien voor klaagster. Dat het eigen financieel gewin voor verweerster mogelijk een grotere rol lijkt te hebben gespeeld dan het belang van klaagster bij handhaving van de verleende en uitbetaalde toevoeging, acht de raad zeer laakbaar. Daar komt bij dat verweerster niet alleen haar verweer herhaaldelijk heeft gewijzigd, wat haar standpunt niet eenduidig heeft gemaakt, maar ook tijdens de zitting geen blijk heeft gegeven het onjuiste en tuchtrechtelijk verwijtbare van haar handelwijze in te zien. Gelet hierop acht de raad de maatregel van berisping op zijn plaats.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:113 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210055
- Datum publicatie: 26-06-2021
- Datum uitspraak: 04-06-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:113
Klacht over eigen advocaat. Verweerder heeft te laat beroep ingesteld (beroepstermijn laten verstrijken). Nadat hij dit zelf constateerde, heeft hij direct excuses gemaakt aan zijn cliënt en de proceskostenveroordeling voor zijn rekening genomen. De raad heeft de klacht gegrond verklaard zonder oplegging van maatregel. In beroep komt klager op met een aantal nieuwe verwijten, die het hof niet-ontvankelijk verklaart. Twee door de raad ongegrond verklaarde klachtonderdelen (mogelijkheid ontnomen zegje te doen bij de rechter en langer wachten op bodemprocedure) betreffen de gevolgen van het te laat indienen van beroep door verweerder en missen naar het oordeel van het hof daarom zelfstandig belang. Voor zover klager door hem gemaakte kosten voor de beroepsprocedure vergoed wenst te zien, oordeelt het hof dat die kostenposten onvoldoende onderbouwd zijn. Voor zover klager verzocht heeft om een schadevergoeding, oordeelt het hof dat dit aan de civiele rechter is voorbehouden. De beroepsgronden falen. Het hof legt anders dan de raad een maatregel op aan verweerder, omdat hij een fout heeft gemaakt die van voldoende ernst is om daartegen een zakelijke terechtwijzing te geven. Het hof legt aan verweerder de maatregel van waarschuwing op. Proceskostenveroordeling voor zowel procedure raad als procedure hof.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:114 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200211
- Datum publicatie: 26-06-2021
- Datum uitspraak: 04-06-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:114
Klacht over eigen advocaat. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld doordat hij geen schriftelijke opdrachtbevestiging heeft gestuurd en geen inschatting van de te verwachte kosten heeft verstrekt. Ook heeft verweerder aan klager (juridisch) onjuiste informatie gegeven over het opzeggen van de overeenkomst van opdracht. Ten slotte heeft verweerder klager niet gewezen op de mogelijkheid van gefinancierde rechtsbijstand. Het hof bekrachtigt het oordeel van de raad en de door de raad opgelegde maatregel van schorsing van drie maanden voorwaardelijk. Proceskostenveroordeling
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1312
- Pagina: 1313
- Pagina: 1314
- ...
- Pagina: 4810
- Volgende pagina zoekresultaten