Zoekresultaten 13111-13120 van de 46829 resultaten

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:4 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2084c

    Klacht tegen chirurg, in het kader van zijn taak als door de rechtbank benoemde deskundige , die onder meer wordt verweten dat hij, ondanks diverse herinneringen van beide advocaten en de rechtbank, veel te lang over het opstellen van zijn concept- en definitieve rapport heeft gedaan, dat hij zijn nota niet tijdig naar de rechtbank heeft gestuurd, waardoor opnieuw vertraging is ontstaan en dat het door hem opgestelde deskundigenrapport niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet en onjuistheden bevat. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht deels gegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:1 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200286

    Beklag tegen beslissing van de deken om geen advocaat aan te wijzen (art. 13 Advw). Het hof oordeelt dat de deken klager vaak genoeg in de gelegenheid heeft gesteld het aanwijzingsverzoek aan te vullen om voor aanwijzing in aanmerking te komen. De deken heeft het verzoek dan ook op gegronde reden afgewezen. Beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:7 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-891/DB/OB

    Het staat de advocaat van de wederpartij vrij om het strandpunt van haar cliënte te verwoorden en de zorgen van haar cliënte over de opstelling van klager (waaronder het indienen van klachten over verweerster en een fraudemelding bij de Raad voor Rechtsbijstand) te vermelden. Klager heeft geen eigen belang bij zijn klacht over de inhoud van de toevoegingsaanvraag van zijn wederpartij.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:121 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-786/DB/LI

    Nu niet is gebleken dat klager door de beslaglegging in zijn belangen is of kon worden geschaad kan klager niet als belanghebbende worden gekwalificeerd. Kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:8 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-602/DB/OB/D

    Dekenbezwaar. Verweerder heeft erkend dat hij zonder voorafgaand overleg met de deken van cliënten V en K contante betalingen in ontvangst heeft genomen en dat hij deze gelden vervolgens “zwart” ter voldoening van de betaling van bonussen aan medewerkers van het advocatenkantoor heeft uitbetaald. Verweerder heeft erkend dat hij, zonder voorafgaand overleg met de deken, in strijd met gedragsregel 19 lid 2 heeft gehandeld door van twee cliënten een jacuzzi en zonnepanelen in ontvangst te nemen ter voldoening van declaraties, die vervolgens in de kantooradministratie werden gecrediteerd. Van bijzondere omstandigheden die deze handelwijze rechtvaardigden is de raad niet gebleken. Als uitdrukkelijk door verweerder erkend staat vast staat dat verweerder aan mrs. E en Van H bonnussen heeft uitbetaald. Deze uitbetalingen hebben plaatsgevonden door deze bedragen eerst van de holding van verweerder naar diens privé-rekening over te boeken en vervolgens van diens privé-rekening aan mrs. E en Van H. De loonheffing over deze bonussen is aldus niet betaald. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder hiermee in strijd met artikel 6.5 Voda gehandeld, hetgeen hem tuchtrechtelijk moet worden aangerekend. Op grond van de stukken, het verhandelde ter zitting en de vaststaande feiten is de raad van oordeel dat verweerder zich bij aanvaarding van opdrachten onvoldoende heeft vergewist van de identiteit van de cliënt. Dekenbezwaar deels gegrond, deels ongegrond. Schorsing van 8 weken, waarvan 4 weken voorwaardelijk. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:122 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-674/DB/ZWB

    Klacht tegen voormalig deken is niet ingediend binnen de termijn zoals bepaald in artikel 46g lid 1 sub a en daarom in alle onderdelen niet-ontvankelijk Klacht niet-ontvankelijk

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:266 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-510

    Voorzittersbeslissing tegen advocaat in hoedanigheid van de voorzitter van het bestuur van het advocatenkantoor waar mr. C als advocaat/partner heeft gewerkt. Klager heeft zich eerder beklaagd over handelen van mr. C waarover tuchtrechtelijk is geoordeeld. Onvoldoende gesteld door klager in welke zin verweerster een tuchtrechtelijk verwijt treft. Evenmin is de voorzitter gebleken dat verweerster in haar hoedanigheid van voorzitter van de kantoororganisatie onvoldoende (functionerende) controle heeft om overmatig declareren door een partner te voorkomen; ook daartoe is onvoldoende door klager gesteld. Kennelijk ongegrond. 

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:260 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-851

    De raad oordeelt het verzet ongegrond. Geen aanleiding voor getuigenverhoor.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:10 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/165

    Klager verwijt verweerster, psychiater, onder meer dat zij hem de juiste behandeling heeft onthouden, niet adequaat heeft gereageerd op zijn hulpvraag en hem niet goed heeft geinformeed over de moelijke behandelingen. Klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:254 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-462

    Raadsbeslissing. Klaagster verwijt verweerster dat zij, in haar hoedanigheid van advocaat, klaagster heeft benaderd in de echtscheidingskwestie waarin klaagster was verwikkeld met haar ex-partner (de broer van verweerster), terwijl haar ex-partner werd bijgestaan door een andere advocaat. Ook verwijt verweerster dat verweerster zich onnodig grievend heeft uitgelaten. De raad is van oordeel dat het in beginsel niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is om namens iemand op te treden die al een (andere) advocaat heeft. De raad is voorts van oordeel dat niet is gebleken dat de door verweerster gebruikte woorden onnodig grievend zijn. Klacht ongegrond.