Zoekresultaten 13131-13140 van de 46814 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:6 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-061b

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een verpleegkundige. Het College constateert dat de verpleegkundige weliswaar zelf de toediening van 2,5 mg morfine juist heeft verzorgd, maar met achterlating van nog 7,5 mg in de spuit heeft zij het risico genomen dat de opvolgende collega’s dit niet in de gaten zouden hebben en teveel morfine zouden kunnen inspuiten. Dat is diezelfde avond gebeurd. De verpleegkundige zegt in het verweerschrift weliswaar dat zij ook aan klaagster heeft verteld dat er nog 7,5 mg in de spuit zat en dat dat goed was voor de nog komende drie inspuitingen, maar dat pleit de verpleegkundige niet vrij. Zij kan klaagster als mantelzorgster van haar man niet hiermee belasten. Klacht gedeeltel ijk gegrond verklaard. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:5 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/176

    Klager is door verweerder geopereerd wegens reflux-klachten. Volgens klager is tijdens de operatie onzorgvuldig gehandeld waardoor bloedingen zijn ontstaan, zijn na de bloedingen de protocollen genegeerd, operatieverslagen vervalst en was ook de nazorg ontoereikend. Verder is volgens klager ook de door de verweerder uitgevoerde galblaasoperatie niet goed gegaan. Verweerder voert verweer. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:8 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 101/2020

    Klacht tegen tandarts, die wordt verweten dat hij (1) zich ten onrechte jegens patiënten als orthodontist presenteert, (2) zich niet toetsbaar en transparant opstelt en (3) de randvoorwaarden voor goede tandheelkundige zorgverlening niet op orde heeft. Gegrond. Voorwaardelijke schorsing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:9 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 090/2020

    Klacht tegen radioloog. Klagers zijn resp. zus van overleden patiënt en executeur-testamentair. Patiënt is behandeld voor longkanker met uitzaaiingen in het ziekenhuis waar beklaagde, tevens haar buurvrouw, als radioloog werkzaam was. Beklaagde is bekend met de ziekte van patiënte en de resterende levensverwachting van enkele maanden. Beklaagde en haar echtgenoot kopen van patiënte haar woning, met een korting op de marktwaarde van € 120.000,--. Patiënte houdt in ruil het recht levenslang in de woning te blijven wonen. De korting is berekend op een resterende gemiddelde levensverwachting van vier jaar. Het college overweegt dat klagers geen direct belanghebbende zijn in de zin van artikel 65, eerste lid, BIG en evenmin een afgeleid klachtrecht hebben. Patiënte was wilsbekwaam en wist wat ze deed. Mogelijke onzakelijke motieven of ethische kanten van de zaak doen daaraan niet af. Klagers niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:6 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-863/DB/LI

    Niet gebleken dat verweerder zich op ontoelaatbare wijze jegens klager heeft uitgelaten. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:120 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-518/DB/LI

    Voor zover herziening is verzocht is dit verzoek niet-ontvankelijk en voor zover klagers hebben bedoeld opnieuw te klagen is de klacht niet-ontvankelijk ex art .46g lid 1 sub a Avocatenwet.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:1 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.058

    Klacht tegen gz-psycholoog. Klaagster is gedurende enige tijd gedwongen opgenomen geweest in een GGZ-instelling. In die periode zijn haar minderjarige kinderen aangemeld bij een jeugdafdeling van een andere GGZ-instelling. De gz-psycholoog heeft de intake van de kinderen gedaan en was bij hun zorg betrokken. Klaagster verwijt haar onder meer dat zij aan haar, klaagster, geen informatie over (de behandeling van) haar kinderen heeft verstrekt en dat zij zonder toestemming van klaagster informatie heeft gedeeld met Veilig Thuis. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in zoverre gegrond en legt een berisping op. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt deze beslissing voor wat betreft de opgelegde maatregel en legt alsnog een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:6 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 031-2020

    Deze klacht is één van meer klachten ingediend naar aanleiding van de behandeling van de zoon van klagers (patiënt). Patiënt is op een zaterdag via de spoedeisende hulp opgenomen op de kinderafdeling met (onverklaarde) hoofdpijnaanvallen. Patiënt had eerder een middenooronsteking gehad. Op zondagmiddag is een lumbaalpunctie gedaan en bleek een bacteriële meningitis. Patiënt is enkele weken later overleden. Beklaagde heeft als radioloog de MRI beoordeeld die op zaterdag aan het begin van de avond is gemaakt. Beklaagde noteerde in haar radiologisch verslag dat sprake was van heldere paranasale sinussen en normale luchthoudendheid van de mastoïden, terwijl op de MRI-beelden rechts gesluierde mastoidcellen zichtbaar waren. Daarmee was niet alleen sprake van een onvolledigheid maar ook van een onjuistheid in het verslag. Tegelijk met haar bevindingen over de verdenking waarmee de MRI was aangevraagd heeft beklaagde de sluiering weliswaar mondeling medegedeeld aan de dienstdoende AIOS neurologie, maar zij heeft hiermee niet kunnen volstaan. Vanuit het oogpunt van een goede zorgverlening is juiste en volledige verslaglegging van cruciaal belang en had beklaagde de waarneming van de sluiering in haar verslag moeten opnemen. Op zijn minst had van haar verwacht mogen worden dat zij na haar realisatie dat de waargenomen sluiering in haar verslaglegging ontbrak, direct zorgdroeg voor aanpassing van het verslag middels een addendum dan wel dat zij de betrokken behandelaren van patiënt daarover direct informeerde. Beklaagde heeft dat nagelaten en heeft pas na het weekend een addendum aan haar verslag toegevoegd. Klacht in zoverre gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:2 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.344

    Klacht tegen huisarts. Klaagster bezocht meermalen haar huisarts (en tijdens diens vakantie twee waarnemers) in verband met klachten van misselijkheid en braken. Uiteindelijk werd in het ziekenhuis acute nierinsufficiëntie en ernstige hypercalciëmie geconstateerd. Klaagster verwijt haar huisarts dat hij haar niet acuut naar het ziekenhuis heeft doorgestuurd toen uit een bloedtest naar voren kwam dat haar nierfunctie ineens zonder duidelijke oorzaak 73% was gedaald ten opzichte van de laatste meting. Klaagster is hierdoor in een levensbedreigende situatie terechtgekomen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:1 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 19217

    “Klacht tegen cardioloog. Klaagsters verwijten verweerder in verband met het overlijden van hun moeder 1) onvolledigheid van het medisch dossier, 2) onzorgvuldigheid bij de diagnosestelling en de bepaling van het beleid, 3) onjuist medicatiebeleid voor wat betreft het middel Amiodaron en 4) onheuse bejegening. Klacht ongegrond.”