Zoekresultaten 11861-11870 van de 48197 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2022:15 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2442

    Ongegronde klacht tegen een kno-arts. De kno-arts heeft bij klaagster een stapediusreflexmeting verricht. De kern van de klacht is dat klaagster nieuwe en ernstige klachten heeft overgehouden aan de stapediusreflexmeting. Niet kan worden vastgesteld dat er in het dossier tuchtrechtelijk verwijtbaar fouten zijn gemaakt of zaken onjuist zijn weergegeven. Het college is van oordeel dat van onzorgvuldig handelen van de kno-arts rond de stapediusreflexmeting niet is gebleken. Ook niet gebleken dat de kno-arts klaagster onjuiste informatie heeft verstrekt of haar onvoldoende heeft voorgelicht over eventuele risico’s. Klaagster heeft ingestemd met het onderzoek. Niet kan worden vastgesteld dat de kno-arts daarbij onbehoorlijke druk op klaagster heeft uitgeoefend. Het college overweegt dat het beter zou zijn geweest als de kno-arts bij de consulten, juist toen hij de stress bij klaagster opmerkte en nu het verband tussen stress en tinnitus hem bekend is, meer aandacht aan haar situatie zou hebben besteed en rustiger de tijd voor haar zou hebben genomen. Dit betekent niet dat de kno-arts tuchtrechtelijk verwijtbaar is tekortgeschoten in de zorg voor klaagster. Klacht ongegrond verklaard. Publicatie.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2021:25 Kamer voor het notariaat Amsterdam 698858/NT 21-20

    Klacht over (onvoldoende) zorgplicht notaris bij levering percelen landbouwgrond aan klaagster in de jaren 2011 en 2012. Klacht niet-ontvankelijk. De kamer is van oordeel dat in elk geval na de publicaties in het FD van 13 (en 15) april 2019 - die naast de papieren versie ook online te lezen zijn - de gevolgen van het (veronderstelde) nalaten van de notaris als ‘redelijkerwijs als bekend geworden’ zijn aan te merken. De nadere vervaltermijn (ingevolge artikel 99 lid 21 Wna) was één jaar na de publicatie(s) in het FD van 13 en 15 april 2019 verstreken. De klacht dateert van 8 maart 2021, meer dan een jaar na deze publicatie(s).

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2022:16 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/3279

    Ongegronde klacht tegen een neuroloog. Bij een bezoek van klager aan de SEH heeft de dienstdoende arts in overleg met beklaagde als dienstdoende neuroloog en supervisor de diagnose functionele stoornis gesteld, terwijl later is gebleken dat sprake was van een herseninfarct. Kern van de klacht is dat de neuroloog als eindverantwoordelijke de diagnose herseninfarct heeft gemist, waardoor klager de mogelijkheid van een trombolysebehandeling is ontnomen. Het college is van oordeel dat de neuroloog op een voldoende zorgvuldige wijze tot de werkdiagnose functionele stoornis is gekomen. De klacht dat de arts het veilig en verantwoord heeft geacht om klager naar huis te laten gaan is eveneens ongegrond. Het is voor het college moeilijk om vast te stellen wat de ernst van de uitval en toestand van klager bij vertrek van de SEH waren. Het college stelt vast dat de arts alles wat binnen haar macht lag heeft geprobeerd om klager ter observatie op te nemen. Klacht ongegrond verklaard. Publicatie.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:15 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-1039/DB/MN/W

    De omstandigheid dat een kantoorgenoot van de beklaagde advcocaat, tevens naamgever van het kantoor, voorheen lid is geweest van de Raad van Discipline, is niet zo'n uitzonderlijke omstandigheid die zwaarwegende aanwijzingen oplevert voor het oordeel van de tuchtrechters in kwestie vooringenomen is tegen verzoeker, althans dat de vrees daarvoor bij verzoeker objectief gerechtvaardigd is. Dit geldt eveneens voor de bezwaren van verzoeker tegen processuele belissingen van de kamer van de raad. Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:16 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.1053

    Klager is in 2019 aan zijn wervelkolom geopereerd. De klacht heeft betrekking op de zorgverlening door de huisarts na de operatie. Klager verwijt de huisarts a) dat de door hem geregelde eerstelijnsopvang onder de maat was, b) dat er is geen wondcontrole is geweest en het verband werd niet verschoond, c) dat hij in de kerstvakantie niet bereikbaar was, d) dat hij geen goed medicijn wist voor te schrijven tegen duizeligheid, e) dat hij geweigerd heeft slaapmedicatie voor te schrijven, f) dat hij onjuiste informatie in het dossier heeft opgenomen, g) dat hij zonder klagers toestemming de zorg heeft overgedragen aan een collega en h) dat hij zich onvoldoende heeft ingespannen om informatie te vergaren over het verloop van de operatie in het ziekenhuis waar deze had plaatsgevonden. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in al zijn onderdelen kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager niet-ontvankelijk voor zover daarbij de klacht is uitgebreid of aangevuld en verwerpt het beroep van klager voor het overige.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:17 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.1045

    Klacht tegen huisarts. Vader en moeder zijn verwikkeld in een echtscheidingsprocedure en hebben het gezamenlijke gezag over hun dochtertje. De moeder heeft na een ongelukkige val van haar dochtertje in de speeltuin met haar dochtertje de huisarts bezocht. De beklaagde huisarts heeft het dochtertje behandeld. De klacht houdt in dat de huisartsenpraktijk klager niet op de hoogte stelt van ernstige meldingen over zijn dochter terwijl hij ook het gezag heeft. Het Regionaal Tuchtcollege overweegt dat er geen sprake was van een ingrijpende medische behandeling van klagers dochtertje, zodat de huisarts mocht uitgaan van de veronderstelde toestemming van klager voor die behandeling en de huisarts klager niet daarover niet speciaal hoefde te informeren. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2022:19 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2155-2020-192

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een gynaecoloog. Beklaagde heeft klaagster geopereerd, waarbij een sacrospinale fixatie (SSF) is uitgevoerd. Klaagster verwijt beklaagde dat zij tijdens de operatie géén SSF met behulp van permanente hechtingen heeft verricht, maar dit ten onrechte wel heeft opgenomen in het operatieverslag. Uit verschillende omstandigheden blijkt echter dat beklaagde wel degelijk een SSF-operatie (met hechtingen) bij klaagster heeft verricht. Ook de klacht dat beklaagde bij de operatie takjes van de nervus ischiadicus heeft ingehecht en dit niet in het operatieverslag heeft opgenomen is ongegrond. Het college komt tot het oordeel dat dit inhechten zeer waarschijnlijk niet heeft plaatsgevonden. Het laatste klachtonderdeel dat beklaagde de mogelijkheid van een hersteloperatie niet met klaagster heeft besproken is eveneens ongegrond. Uit het medisch dossier blijkt dat beklaagde dit wel heeft besproken. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:18 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.1005

    Klacht tegen huisarts. Klager is van een ladder van twee meter hoogte gevallen. De beklaagde huisarts was die dag als waarnemend huisarts werkzaam en heeft een huisvisite bij klager afgelegd. Zij heeft klager onderzocht en aan de hand van haar bevindingen een afwachtend beleid met rust en pijnstilling (diclofenac en paracetamol) ingesteld. Klager verwijt beklaagde dat zij: 1. de diagnose van een wervelfractuur, dan wel de verdenking daarop, heeft gemist en klager voor röntgendiagnostiek naar het ziekenhuis had moeten doorverwijzen, aangezien er sprake was van een val van grote hoogte, hetgeen als hoogenergetisch trauma gekwalificeerd moet worden, wat een grote kans op een wervelfractuur geeft; 2. niet heeft voldaan aan haar dossierplicht door onvolledige en onjuiste informatie in het medisch dossier te noteren. Zo staat in het dossier ten onrechte vermeld dat klager op zijn rug is gevallen terwijl dit de bil had moeten zijn, er wordt onderzoek vermeld dat niet heeft plaatsgevonden (controle op klop- en asdrukpijn) en er is geen aantekening van gemaakt dat het letsel hoogenergetisch trauma betrof. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in zijn geheel ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager niet-ontvankelijk voor zover daarbij de klacht is uitgebreid of aangevuld en verwerpt het beroep van klager voor het overige.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:19 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.050

    Klacht tegen verpleegkundige. De klacht betreft de behandeling van de inmiddels overleden moeder van klaagster. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klaagster kennelijk niet-ontvankelijk in haar klacht, omdat er gerede twijfel bestaat over de vraag of klaagster als naaste betrekking met het indienen van de klacht de wil van de overleden patiënte vertegenwoordigt. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt - onder verbetering van gronden - het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2022:20 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2396

    Gedeelte gegronde klacht tegen een gynaecoloog. Beklaagde heeft bij klaagster een totale laparoscopische hysterectomie uitgevoerd vanwege een bij klaagster geconstateerd endometriumcarcinoom. Het doel van deze ingreep was het verwijderen van de baarmoeder met beide adnexen. Het college komt tot de conclusie dat beklaagde zich er tijdens en na de operatie onvoldoende van heeft vergewist dat hij beide adnexen compleet had verwijderd en dat hij daarmee niet de zorgvuldigheid heeft betracht die van een redelijk bekwame beroepsgenoot mag worden verwacht. Het college is daarnaast van oordeel dat beklaagde is tekortgeschoten in de communicatie nadat hem bekend was geworden dat klaagster nogmaals behandeld moest worden vanwege kanker. Overige klachtonderdelen ongegrond. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard, berisping, publicatie, kostenveroordeling.